ECLI:NL:RBMNE:2026:1675

ECLI:NL:RBMNE:2026:1675

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer C/16/608498 / KG ZA 26-128
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eiser vordert afgifte van de hond. Gedaagde heeft voor de hond gezorgd terwijl eiser ziek was. Nu wil eiser de hond terug, maar gedaagde weigert om de hond terug te geven. Omdat eiser de eigenaar is, moet gedaagde de hond teruggeven.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/608498 / KG ZA 26-128

Vonnis in kort geding van 22 april 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

advocaat: mr. S. van Beers,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

[eisende partij] heeft op 13 maart 2026 [gedaagde partij] gedagvaard. De voorzieningenrechter beschikt over de dagvaarding en de daarbij behorende producties. [gedaagde partij] heeft geen stukken in het geding gebracht. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 april 2026. [eisende partij] was aanwezig met zijn ex-partner en hij werd bijgestaan door zijn advocaat. [gedaagde partij] was aanwezig zonder advocaat. Partijen hebben op de mondelinge behandeling vragen beantwoord van de voorzieningenrechter. Van de mondelinge behandeling zijn aantekeningen gemaakt door de griffier. Het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2. De kern van de zaak

[eisende partij] is de vader van [gedaagde partij] . Terwijl [eisende partij] in het ziekenhuis en later in een revalidatiecentrum verbleef, zorgde [gedaagde partij] voor hond [naam] . Nu [eisende partij] weer thuis woont, wil hij [naam] terug. [gedaagde partij] weigert [naam] af te geven. [eisende partij] beroept zich op zijn eigendomsrecht en vordert afgifte van [naam] . De voorzieningenrechter wijst de vordering toe. [gedaagde partij] moet [naam] afgeven aan [eisende partij] . De voorzieningenrechter zal dit toelichten.

3. De beoordeling

Toetsingskader kort geding

Een kort geding procedure is een spoedprocedure waarin een snelle, voorlopige beslissing kan worden gegeven. Een vordering in kort geding is toewijsbaar als voldoende aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en de eisende partij een spoedeisend belang bij de vordering heeft. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. In een kort geding procedure is in beginsel geen plaats voor nader onderzoek en nadere bewijslevering. In een bodemprocedure is wel ruimte voor bewijslevering en kan een definitieve beslissing worden gegeven.

Spoedeisend belang aanwezig

De voorzieningenrechter overweegt dat in de aard van de vordering het spoedeisende belang besloten ligt. Het gaat namelijk om de afgifte van [naam] , een levend dier.

[eisende partij] is eigenaar van [naam]

[eisende partij] heeft op 14 april 2023 een hond gekocht van het ras Cane Corso met de naam [naam] (hierna: [naam] ). [eisende partij] was op dat moment in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [A] (hierna: ‘ [A] ’). [gedaagde partij] betwist niet dat [eisende partij] de eigenaar is van [naam] .

Toch wil [gedaagde partij] [naam] niet afgeven

Op 13 oktober 2024 is [eisende partij] in het ziekenhuis beland. Terwijl [eisende partij] in het ziekenhuis en daarna in een revalidatiecentrum verbleef, zorgde [gedaagde partij] samen met [A] (die niet zijn moeder is) voor [naam] . Zij verbleven toen in het huis van [eisende partij] in [woonplaats] .

Toen [eisende partij] was uitbehandeld en weer naar huis kon, is hij in een echtscheiding verwikkeld geraakt met [A] . [eisende partij] is op 1 augustus 2025 weer thuis gaan wonen en [A] is toen verhuisd naar [woonplaats] . [gedaagde partij] en zijn broertje zijn met [A] meegegaan naar [woonplaats] . Zij hebben toen ook [naam] meegenomen.

In januari 2026 heeft [A] de woning in [woonplaats] verlaten en zij is ondertussen weer ‘on speaking terms’ met [eisende partij] . [A] steunt de vordering van [eisende partij] om afgifte van [naam] . [gedaagde partij] weigert echter om [naam] af te geven. [gedaagde partij] meent dat [naam] beter af is bij hem.

Revindicatie versus belang [naam]

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een hond geen ‘zaak’ is, maar dat de regels over zaken in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wel van toepassing zijn (artikel 3:2a BW). Op grond van artikel 5:2 BW, in samenhang met artikel 3:2a BW, is de eigenaar van een dier bevoegd haar van een ieder die haar zonder recht houdt, op te eisen. Dat wordt ook wel revindicatie genoemd. Feit is dat [gedaagde partij] zonder recht [naam] onder zich houdt.

Dit neemt niet weg dat [naam] een levend wezen is. Dit betekent dat de voorzieningenrechter geen veroordeling tot afgifte uitspreekt als duidelijk is dat [eisende partij] op dit moment niet voor [naam] kan zorgen en afgifte zal leiden tot een voor [naam] onacceptabele situatie.

Dat rekening moet worden gehouden met het belang van [naam] volgt namelijk ook uit de wet. Uit artikel 3:2a BW blijkt dat bij dieren rekening moet worden gehouden met wettelijke voorschriften, regels van ongeschreven recht, gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden. Dit klinkt weliswaar vaag, maar een uitwerking hiervan is bijvoorbeeld de Wet dieren en het Besluit houders van dieren (hierna: Besluit). In dat Besluit staat, bijvoorbeeld, in artikel 1.6 lid 2 dat een dier voldoende ruimte moet hebben voor zijn fysiologische en ethologische behoeften.

[gedaagde partij] moet [naam] afgeven, want niet is gebleken dat [eisende partij] niet voor [naam] kan zorgen

[gedaagde partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij, ondanks het verzoek van [eisende partij] , [naam] niet heeft teruggegeven, omdat hij van mening is dat hij beter voor [naam] kan zorgen. Volgens [gedaagde partij] is [naam] een flinke hond, met veel kracht. Hij heeft [naam] onder controle en [eisende partij] niet. [naam] moet daarnaast ver lopen, want hij heeft veel energie en moet die energie kwijt kunnen. Volgens [gedaagde partij] is [eisende partij] daartoe niet in staat en luistert [naam] alleen naar de commando’s van [gedaagde partij] . Ook meent [gedaagde partij] dat het niet goed is als [naam] weer moet wennen aan een nieuwe omgeving. [eisende partij] en [A] zijn van plan om de zorg voor [naam] te verdelen en volgens [gedaagde partij] is [naam] geen hond die je heen en weer kan schuiven.

[eisende partij] is het niet eens met [gedaagde partij] en stelt dat hij wel goed voor [naam] kan zorgen. [eisende partij] stelt dat hij, voordat hij ziek werd, [naam] heeft opgevoegd en dat [naam] ook naar hem luistert. Hij heeft een grote woning waar [naam] genoeg leefruimte heeft. [eisende partij] werkt twee dagen in de week, maar dan kan [naam] bij [A] verblijven. Naar eigen zeggen wandelt [eisende partij] in het bos, ondanks dat hij nog herstellende is. [eisende partij] wijst erop dat [gedaagde partij] in een klein chalet woont met drie honden en dat hij veel weg is vanwege werk. [gedaagde partij] zou daarnaast een hernia hebben.

[gedaagde partij] erkent dat hij een hernia heeft en met drie honden in een chalet woont. Volgens [gedaagde partij] maakt hij echter geen lange werkdagen en heeft hij de zorg voor [naam] verdeeld met zijn broertje en zus die in een ander chalet op hetzelfde terrein wonen. [gedaagde partij] laat [naam] iedere dag uit.

De voorzieningenrechter constateert dat partijen verdeeld zijn over de vraag wie beter voor [naam] kan zorgen. Het is echter niet aan de voorzieningenrechter om in deze zaak te bepalen bij wie [naam] beter af is, anders dan [gedaagde partij] lijkt te veronderstellen. Het gaat om de vraag of er duidelijke aanwijzingen zijn dat [eisende partij] niet voor [naam] kan zorgen, waardoor afgifte van [naam] tot een onacceptabele situatie zou leiden. Die duidelijke aanwijzingen zijn er niet. De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling kunnen constateren dat [eisende partij] moeilijk loopt. Maar, dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om te concluderen dat [eisende partij] niet voor [naam] kan zorgen. De overige stellingen van [gedaagde partij] zijn niet onderbouwd of concreet gemaakt en worden door [eisende partij] betwist. In een kort geding is geen ruimte voor nadere bewijslevering. Daar staat tegenover dat [eisende partij] de eigenaar is van [naam] . [naam] zal op enig moment terug moeten naar [eisende partij] . Hoe langer dat duurt, hoe lastiger dat voor [naam] zal zijn.

Concluderend is de voorzieningenrechter van oordeel dat voorshands niet kan worden aangenomen dat [eisende partij] niet in staat is om, al dan niet samen met [A] , voor [naam] te zorgen en dat teruggave zal leiden tot een voor [naam] onacceptabele situatie. De slotsom is daarom dat de vordering tot afgifte zal worden toegewezen.

Ook de gevorderde dwangsom wordt toegewezen

Omdat [gedaagde partij] heeft aangegeven [naam] niet te willen teruggeven aan [eisende partij] , zal de gevorderde dwangsom van € 250,00 per dag (tot een maximum van € 5.000,-) worden toegewezen.

Proceskosten worden gecompenseerd

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde partij] om [naam] , met paspoort en de overige papieren van de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren ten name van [naam] , binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eisende partij] af te geven,

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag dat hij niet aan de veroordeling onder 4.1 voldoet, tot een maximum van € 5.000,- is bereikt,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

SB5790

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?