RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16.228549.25; 10.283979.24; 16.347938.24; 16.027144.25 (gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2009] in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
gedetineerd in [verblijfplaats] ,
(hierna: [verdachte] ).
1. Zitting
De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 7 april 2026.
De rechtbank beveelt de voeging van de tegen [verdachte] bij afzonderlijke dagvaardingen aangebrachte zaken met bovengenoemde parketnummers omdat dit in het belang van het onderzoek is. De rechtbank heeft verzuimd dit op de zitting te doen, maar gebleken is dat zowel de officier van justitie als de advocaat ervan uit zijn gegaan dat de zaken gevoegd zouden worden behandeld, zodat de rechtbank de parketnummers alsnog zal voegen en er één vonnis kan worden gewezen.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:
Parketnummer 16.288549.25
1.
op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met anderen, een naar scherpschietend omgebouwde alarmrevolver en zeven scherpe patronen voorhanden heeft gehad;
2. primair
op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met één of meer anderen, heeft geprobeerd om een of meer onbekend gebleven personen af te persen en/of met geweld en/of bedreiging met geweld een of meer goederen van hen te stelen;
2. subsidiair
op 26 augustus 2025 in Bilthoven ter voorbereiding van een afpersing in vereniging of een diefstal met geweld in vereniging opzettelijk voorwerpen en een vervoermiddel voorhanden heeft gehad;
3op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met een of meer anderen, een of meer anoniem en/of onbekend gebleven personen en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;
Parketnummer 10.283979.24
1. primair (hierna: feit 4)
op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, [slachtoffer 3] heeft gegijzeld;
1. subsidiair
op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, [slachtoffer 3] van zijn vrijheid heeft beroofd;
2. ( hierna: feit 5)
op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, met geweld en/of bedreiging met geweld van [slachtoffer 3] een horloge, sierraden en telefoons heeft gestolen;
Parketnummer 16.347938.24
1. hierna: feit 6)
op 31 oktober 2024 in Almere een scooter van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gestolen;
2. ( hierna: feit 7)
op 31 oktober 2024 in Almere opzettelijk 2,72 gram MDMA en/of 5,5 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
Parketnummer 16.027144.25
1. hierna: feit 8)
op 25 januari 2025 in Almere, samen met anderen, met geweld en/of bedreiging met geweld van [slachtoffer 4] een portemonnee met inhoud, sleutels, een Apple watch en/of een telefoon heeft gestolen;
2. ( hierna: feit 9)
op 25 januari 2025 in Almere, samen met anderen, [slachtoffer 4] heeft afgeperst;
3. ( hierna: feit 10)
op 25 januari 2025 in Almere een pistool voorhanden heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat [verdachte] de feiten 1, 2 primair, 3, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 heeft gepleegd en dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van feit 4 primair.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft geen verweer gevoerd over het bewijs, maar zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak voor feit 4 primair (gijzeling)
De rechtbank oordeelt dat feit 4 primair (de gijzeling van aangever [slachtoffer 3] ) niet is bewezen en zal [verdachte] daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Bewijsmiddelen voor de overige feiten
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2 primair, 3, 4 subsidiair en 5 tot en met 10 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
[verdachte] heeft bekend dat hij alle feiten, met uitzondering van de feiten 6 en 7, heeft gepleegd. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom ten aanzien van de feiten die [verdachte] heeft bekend alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverweging voor de feiten 6 en 7
De verklaring van [verdachte] dat hij de scooter enkel wilde verplaatsen omdat deze in de weg zou staan, vindt de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. De politieagenten hebben opgeschreven dat het trottoir waar de scooter stond, heel breed was, en dat zij zagen dat [verdachte] met de scooter aan de hand een steegje inging en vervolgens ervandoor ging toen hij de agenten zag en daarbij de scooter van zich afwierp. Daarbij houdt de rechtbank er ook rekening mee dat [verdachte] de scooter bewust uit het zicht van de eigenaar heeft gebracht door hem naar een steeg te brengen en een liggende scooter daar zeker in de weg zou liggen. De rechtbank heeft op grond van de bewijsmiddelen ook de overtuiging gekregen dat [verdachte] de scooter wilde stelen. Dat [verdachte] niet wist wat er in de goudkleurige bol zat, gelooft de rechtbank ook niet. Hij heeft de goudkleurige bol, samen met de XTC-pillen, die hij bij een vriend had gekocht, van zich afgegooid toen hij zag dat de politie achter hem aan kwam. Hij zegt dat hij de gouden bol bij de XTC-pillen had gekregen van dezelfde vriend, maar niet wist wat er in zat. Hij vermoedde wel dat het drugs waren. Ook gezien de hoeveelheid cocaïne die in de gouden bol zat, acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat hij dit had gekregen en dat hij niet wist wat het was.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
1
op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (naar scherpschietend) omgebouwde alarmrevolver, van het merk BBM (Bruni), model Olympic 38, kaliber .22, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 scherpe patronen, van het merk Federal, kaliber .22LR voorhanden heeft gehad;
2 primair
op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer onbekend gebleven personen te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, die geheel of ten dele aan die onbekend gebleven personen en/of een derde toebehoorde(n)
en/of
een of meer goederen, die geheel of ten dele aan een of meer onbekend gebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van
geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer onbekend gebleven personen, te
plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
- naar het centrum van Bilthoven is gereden/vervoerd,
- donkere kleding en een bivakmuts heeft aangedaan en gedragen,
- een rugzak heeft gedragen,
- een hamer en een vuurwapen bij zich heeft gedragen, en
- met een hamer en een vuurwapen, naar de Vinkenlaan is gelopen en/of gerend,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met een ander, een onbekend gebleven persoon en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- een hamer en een vuurwapen te tonen,
- een vuurwapen te richten op eerder genoemde personen, en
- daarbij die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik waarschuw je";
4 subsidiair
op 2 september 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon van de koper, en
- die [slachtoffer 3] naar een voertuig te leiden, en
- die [slachtoffer 3] onverhoeds tegen zijn wil vast te pakken en in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en
- aan weerszijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig plaats te nemen, en
- enige tijd met die [slachtoffer 3] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en
- meerdere telefoons van die [slachtoffer 3] af te pakken en de simkaarten eruit te halen, en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en te houden en daarmee op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te slaan en
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 3] te gebruiken;
5
op 2 september 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een horloge en meerdere sieraden en meerdere telefoons die aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 3] naar een voertuig te geleiden, en
- die [slachtoffer 3] onverhoeds tegen zijn wil in vast te pakken en in voornoemd voertuig te trekken en/of duwen, en
- aan weerzijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig te gaan zitten, en
- de ringen van de vingers van die [slachtoffer 3] te trekken, en
- het horloge van de pols van die [slachtoffer 3] af te nemen, en
- meerdere telefoons van die [slachtoffer 3] af te pakken, en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en te houden en daarmee op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te slaan en
- fysiek geweld te gebruiken.
6
op 31 oktober 2024 te Almere een scooter met kenteken [kenteken] , die aan [benadeelde 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
7
op 31 oktober 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 2,72 gram van een materiaal bevattende MDMA en
- 4,86 gram van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde MDMA en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
8
op 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met anderen, een portemonnee (met inhoud), sleutels, een Apple watch en een telefoon, die aan [slachtoffer 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en
- die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en
- een vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en daarmee op het hoofd van die [slachtoffer 4] te slaan, en
- daarbij te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven en
- de telefoon, de Apple watch, de portemonnee (met inhoud) en de sleutels af te pakken, en
- dit te filmen;
9
op 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pincode, die aan die [slachtoffer 4] toebehoorde door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en
- die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en
- een vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en daarmee op het hoofd van die [slachtoffer 4] te slaan, en
- daarbij te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven en om zijn pincode hebben gevraagd, en
- dit te filmen;
10
op 25 januari 2025 te Almere een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Blow, type TR17, kaliber 7.65 mmBrc zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
ten aanzien van het wapen:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
ten aanzien van de munitie:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Feit 2 primair: poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Feit 3: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, meermalen gepleegd.
Feit 4 subsidiair en feit 5: de eendaadse samenloop van het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en van diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Feit 6: diefstal.
Feit 7: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Feit 8 en feit 9: de eendaadse samenloop van diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en van afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Feit 10: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Strafbaarheid feiten en [verdachte]
De feiten en [verdachte] zijn strafbaar.
5. Straf en maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:
een jeugddetentie van 299 dagen, met aftrek van het voorarrest;
een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaren, en daarbij de door de Raad en SAVE geadviseerde bijzondere voorwaarden.
De officier van justitie heeft geëist dat de bijzondere voorwaarden direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft geen strafmaatverweer gevoerd, maar aangegeven vertrouwen te hebben in het advies van de deskundigen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan [verdachte] op een jeugddetentie van 304 dagen, met aftrek van het voorarrest, en daarnaast een voorwaardelijke PIJ-maatregel, die dadelijk uitvoerbaar zal worden verklaard.
Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
[verdachte] heeft zich, in een periode van bijna een jaar, schuldig gemaakt aan tien strafbare feiten. Hij heeft, samen met anderen, geprobeerd om een juwelier te overvallen. Hij had een vuurwapen en munitie bij zich en heeft op straat met dat vuurwapen ook anderen bedreigd. Ook heeft hij, samen met anderen, tweemaal iemand afgeperst dan wel goederen gestolen met geweld en bedreiging met geweld. In allebei de gevallen was er contact met het slachtoffer onder het mom van een zakelijke transactie, zat het slachtoffer samen met vier verdachten in een auto, is die auto weggereden, is er gedreigd met een vuurwapen en is het slachtoffer daarmee ook op het hoofd geslagen. Verder heeft [verdachte] een scooter gestolen en had hij op dat moment ook harddrugs bij zich.
[verdachte] heeft met deze feiten laten zien geen respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen. Hij heeft zich kennelijk niet bekommerd over de verstrekkende gevolgen die deze feiten hebben voor de slachtoffers. Wat betreft de wapens behoeft het geen verdere uitleg dat het voorhanden hebben daarvan een onaanvaardbaar risico vormt voor de veiligheid van personen, waarvan de gevolgen desastreus kunnen zijn. Ten slotte is het een feit van algemene bekendheid dat hard- en softdrugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving, onder andere vanwege de criminaliteit die het gebruik van verdovende middelen veelal met zich brengt en het overlast gevende gedrag waaraan verslaafden zich vaak schuldig maken. [verdachte] heeft dit, met het aanwezig hebben van verdovende middelen, mede in stand gehouden.
De rechtbank vindt het heel zorgelijk en kwalijk dat [verdachte] , die ten tijde van de feiten 14 en 15 jaar oud was, dergelijke ernstige strafbare feiten heeft gepleegd, waarvan de meeste zelfs tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van [verdachte] van 26 februari 2026. Daaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Ook heeft de rechtbank gekeken naar een rapportage psychologisch onderzoek van 12 juni 2025. Daarin staat dat er bij [verdachte] sprake is van meerdere stoornissen. [verdachte] wordt in zijn verdere persoonlijkheidsontwikkeling bedreigd met het risico op het ontwikkelen en verinnerlijken van antisociale en narcistische persoonlijkheidskenmerken. Omdat [verdachte] tijdens het onderzoek heeft ontkend of oppervlakkige antwoorden heeft gegeven, onthoudt de psycholoog zich van advies over de mate van toerekenen. Er bestaat een hoog risico op herhaling van gewelddadig gedrag als [verdachte] ’s stoornissen niet behandeld worden. Omdat er sprake is van ernstige psychopathologie met een gedragsstoornis die behandeld moet worden en [verdachte] hierdoor ernstig disfunctioneert, wordt een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.
In een rapportage psychiatrisch onderzoek van 16 juni 2025 komt de psychiater tot dezelfde conclusies als de psycholoog. Om het recidiverisico te verkleinen en in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] is het van belang dat [verdachte] behandeling en begeleiding krijgt. Dit kan gerealiseerd worden in een ambulante forensische setting. Het advies is om de behandeling vorm te geven binnen een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Binnen deze maatregel kan de behandeling voldoende intensief en langdurig geborgd worden.
Omdat [verdachte] opnieuw werd verdacht van strafbare feiten is door zowel de psycholoog als de psychiater op 28 november 2025 een aanvullend rapport opgemaakt. Daarin wordt het advies ten aanzien van de behandelsetting gewijzigd. Waar eerder gedacht werd dat een ambulant traject afdoende zou zijn, is dat nu niet meer het geval. Het feit dat [verdachte] is gerecidiveerd is zeer zorgelijk en het toezicht en de begeleiding zijn onvoldoende beschermend gebleken. Daarom wordt nu een in aanvang klinische behandeling geadviseerd, in plaats van ambulante behandeling. Langdurige en intensieve forensische behandeling is noodzakelijk. Gedacht wordt aan individuele behandeling binnen de [instelling] .
In een advies van de Raad van 3 april 2026 staat dat de Raad zich zorgen maakt om [verdachte] . De uitkomsten van het meervoudig persoonlijkheidsonderzoek passen bij het beeld dat uit het onderzoek van de Raad naar voren is gekomen. Om de kans op gewelddadig gedrag in de toekomst te verminderen en om de ontwikkeling van [verdachte] te bevorderen heeft [verdachte] , gezien de aard en ernst van zijn problematiek, een intensieve forensische behandeling nodig en begeleiding op alle levensgebieden, binnen een klinische setting. Een klinische setting is van groot belang om [verdachte] zo gunstig mogelijk te doen ontwikkelen. Door recidive tijdens de schorsingsperiode in augustus 2025 werd duidelijk dat [verdachte] meer nodig heeft dan een ambulante behandeling. De inzet van een voorwaardelijke PIJ-maatregel is de best denkbare manier om recidive te voorkomen, omdat binnen dat kader behandeling het best wordt gewaarborgd. De [instelling] is de uitgelezen plek voor [verdachte] om behandeling te ontvangen. De Raad adviseert om aan [verdachte] op te leggen een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:
meewerken aan wonen en behandeling bij de [instelling] ;
bij verlof alleen naar plekken gaan die voorafgaand door de jeugdreclassering zijn goedgekeurd, in overeenstemming met de [instelling] ;
na afronding van behandeling bij de [instelling] meewerken aan aanvullende behandeling, hulpverlening en/of begeleiding indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
meewerken aan begeleid wonen, indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
zich inzetten voor een zinvolle daginvulling in de vorm van school, werk en/of sport;
contactverbod met de slachtoffers, met uitzondering van eventuele herstelbemiddeling;
contactverbod met de medeverdachten.
In een rapport van SAVE van 3 april 2026 staat dat er inmiddels een intake bij de [instelling] heeft plaatsgevonden en dat de [instelling] positief staat tegenover een plaatsing van [verdachte] . SAVE adviseert aan [verdachte] op te leggen een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met dezelfde voorwaarden die de Raad adviseert.
Op de zitting hebben de raadsonderzoeker en jeugdreclasseerder aanvullend nog verklaard dat [verdachte] gaandeweg meer openheid heeft gegeven. Op 23 april 2026 om 14.00 uur kan hij bij de [instelling] terecht en kan direct het startgesprek plaatsvinden.
[verdachte] heeft aangegeven dat hij begrijpt dat behandeling bij de [instelling] hem kan helpen en hij wil zich daar ook voor gaan inzetten. Ook de moeder van [verdachte] steunt het idee van wonen en een behandeling bij de [instelling] .
Straf
Alles afwegende vindt de rechtbank een jeugddetentie van 304 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Dit betekent dat [verdachte] vast blijft zitten tot het moment waarop hij naar de [instelling] kan, namelijk op 23 april 2026.
PIJ-maatregel
De rechtbank vindt het, net als de deskundigen, noodzakelijk dat [verdachte] wordt behandeld. Alleen door middel van behandeling kan begonnen worden met het terugdringen van de gedrags- en ontwikkelingsproblemen en alleen daarmee kan het recidiverisico worden verminderd. Dit is uiteindelijk in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] , zijn toekomst en de maatschappij.
De rechtbank stelt vast dat, gelet op de bewezenverklaring en de conclusies en adviezen van de deskundigen, aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van de (voorwaardelijke) PIJ-maatregel is voldaan. Hieruit blijkt namelijk dat (1) bij [verdachte] sprake is van een gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis van de geestvermogens, (2) [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven, waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, (3) de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de maatregel eist en (4) de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] . Daarom zal de rechtbank de PIJ-maatregel voorwaardelijk opleggen, met daarbij de voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de Raad en door SAVE en met een proeftijd van twee jaren.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, indien de voorwaardelijke PIJ-maatregel omgezet wordt in een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, deze maatregel verlengd kan worden. Aangezien [verdachte] wordt veroordeeld voor feiten die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, kan de PIJ-maatregel telkens met ten hoogste twee jaar verlengd worden, tot een maximum van zeven jaar (als bedoeld in artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering).
Dadelijke uitvoerbaarheid
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk de afpersingen dan wel diefstallen met geweld en de poging daartoe. Gelet op de inhoud van de rapportages moet er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat [verdachte] opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de bijzondere voorwaarden die aan [verdachte] bij de PIJ-maatregel worden opgelegd en het toezicht door de jeugdreclassering, direct na het uitspreken van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
De voorlopige hechtenis
[verdachte] dient door tussenkomst van de Dienst Justitiële Inrichtingen/DV&O op 23 april te worden vervoerd naar de [instelling] voor opname en behandeling. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis in parketnummer 16.228549.25 opheffen met ingang van het moment dat [verdachte] is binnen gekomen bij de [instelling] , op 23 april 2026, in elk geval uiterlijk om 14.00 uur. De overige geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis (in parketnummers 10.283979.24 en 16.027144.25) zullen direct worden opgeheven.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de twee inbeslaggenomen ringen worden teruggegeven aan de rechthebbende, dat de blauwe en zwarte iPhone worden teruggegeven aan [verdachte] en dat de overige inbeslaggenomen goederen worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft zich niet uitgelaten over het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten twee ringen, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van deze voorwerpen kan worden aangemerkt, namelijk aangever [slachtoffer 3] .
Teruggave aan [verdachte]
De rechtbank zal teruggave gelasten aan [verdachte] van de in beslag genomen voorwerpen, te weten een Apple iPhone blauw en een Apple iPhone zwart, voor zover deze niet al aan [verdachte] zijn teruggegeven.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten het wapen (Olympic 38) en zeven kogelpatronen (parketnummer 16.228549.25), de patroon en het pistool (parketnummer 16.027144.25) en de schroevendraaier, hamer, drie schroeven en de schroefmachine (parketnummer 16.347938.24), onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot de voorwerpen onder parketnummer 16.228549.25 is het onder 1 bewezen verklaarde feit begaan. Met betrekking tot de voorwerpen onder parketnummer 16.027144.25 zijn de onder 8 en 9 bewezen verklaarde feiten begaan. De onder parketnummer 16.347938.24 in beslag genomen goederen, in samenhang beschouwd met de omstandigheden waaronder deze zijn aangetroffen kwalificeren zich als inbrekerswerktuigen waarvan het dragen strafbaar is gesteld in de algemene plaatselijke verordening.
7. Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 4] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert [verdachte] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.100,00 voor de feiten 8 en 9, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen gelet op de geringe rol van [verdachte] bij het onder 8 en 9 bewezen verklaarde en in verband met zijn minderjarigheid.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door [verdachte] gepleegde strafbare feit. Ook volgt uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan dat [slachtoffer 4] in zijn persoon is aangetast. De gevolgen voor [slachtoffer 4] , geestelijk letsel, blijken uit de schriftelijke slachtofferverklaring. In aanmerking genomen de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is.
Omdat [verdachte] de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Anders dan de advocaat vindt de rechtbank dat de verdachten het feit samen hebben gepleegd en daarom ook samen moeten betalen. De rol of minderjarigheid van [verdachte] maakt dit niet anders. [verdachte] en zijn medeverdachten zijn ieder voor het hele toegewezen bedrag aansprakelijk. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft [verdachte] dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 25 januari 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat [verdachte] de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet [verdachte] de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij [verdachte] hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat [verdachte] een bedrag van € 1.100,- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat [verdachte] het volledige bedrag heeft betaald.
Geen gijzeling
Als een verdachte niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Vanwege de jonge leeftijd van [verdachte] vindt de rechtbank het echter niet passend om gijzeling aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. De rechtbank bepaalt daarom dat geen gijzeling zal worden toegepast.
[verdachte] mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
9. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 4 primair niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
strafbaarheid [verdachte]
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1, 2 primair, 3, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezenverklaarde;
straf en maatregel
- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie van 304 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- legt aan [verdachte] op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel);
- bepaalt dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat [verdachte] :
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa eerste tot en met het derde lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten: [medeverdachte 1] , geboren op [2008] ,[medeverdachte 2] , geboren op [2008] ; [medeverdachte 3] , geboren op [2009] ; [medeverdachte 4] , geboren op [2007] ;
[medeverdachte 5] , geboren op [2005] ; [medeverdachte 6] , geboren op [2007] ; en met de slachtoffers:[slachtoffer 4] , geboren op [1975] ; [slachtoffer 3] , geboren op [1964] ;
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
* zich zal laten opnemen in de [instelling] , althans een soortgelijke intramurale zorginstelling, waarbij [verdachte] zich zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van de behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling aan hem zullen worden gegeven;
* bij verlof alleen naar plekken gaat die voorafgaand door de jeugdreclasseerder zijn goedgekeurd, in overeenstemming met de [instelling] ;
* na afronding van de behandeling bij de [instelling] meewerkt aan aanvullende behandeling, hulpverlening en/of begeleiding, indien en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
* zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, waarbij [verdachte] zich zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf aan [verdachte] zullen worden gegeven en aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld, indien en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
* zich zal houden aan de (het gedrag van de veroordeelde betreffende) voorwaarde dat hij zich inzet voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van school, werk en/of sport;
* zich zal houden aan de aanwijzingen van Samen Veilig, jeugdreclassering;
- waarbij de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland te Almere opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;
beslag
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:
2 STK sieradendoos/gouden ringen (omschrijving: PL1700-2024291769-G6825476, parketnummer 10.283979.24);
- gelast de teruggave aan [verdachte] van de volgende voorwerpen:
1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2025288925-3580065, blauw,
merk: Apple, parketnummer 16.228549.25);
1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2025288925-3580068, zwart, merk: Apple, parketnummer 16.228549.25);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 4] (feiten 8 en 9)
voorlopige hechtenis
- in parketnummer 16.228549.25: heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop [verdachte] aankomt bij de [instelling] , forensische jeugd- en orthopsychiatrie aan de [adres] , [woonplaats] , op 23 april 2026, in elk geval om 14.00 uur;
- in parketnummers 10.283979.24 en 16.027144.25: heft op de geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, tevens kinderrechter, mr.
R.B. Eigeman en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlasteleggingen
Aan [verdachte] is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging onder parketnummer 16.228549.25, ten laste gelegd dat:
Parketnummer 16.228549.25
1
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (naar scherpschietend) omgebouwd alarmrevolver, van het merk BBM (Bruni), model Olympic 38, kaliber .22, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 scherpe patronen, van het merk Federal, kaliber .22LR
voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer onbekend gebleven personen te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die onbekend gebleven personen en/of een derde toebehoorde(n) (artikel 317 Wetboek van Strafrecht)
en/of
een of meer goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer
onbekend gebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van
geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer onbekend gebleven personen, te
plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren (artikel 312 Wetboek van Strafrecht).
- naar het centrum van Bilthoven is gereden/vervoerd,
- donkere kleding en/of een bivakmuts, althans gezicht bedekkende kleding, heeft aangedaan en/of gedragen,
- een rugzak heeft gedragen,
- een hamer en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij
zich heeft gedragen, en/of
- met een hamer en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
naar de Vinkenlaan, in elk geval een winkelstraat, is gelopen en/of gerend,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een afpersing in vereniging (artikelen 317 Wetboek van Strafrecht) of een diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk
voorwerpen en een vervoermiddel, te weten
- een personenauto (geschikt om te vluchten en/of om de buit te vervoeren),
- donkere kleding en/of een bivakmuts, althans gezicht bedekkende kleding (geschikt om
de identiteit te verhullen),
- een rugzak (geschikt om de buit te vervoeren),
- een hamer (geschikt om te dreigen en/of te verwonden), en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (geschikt om te
dreigen en/of te verwonden),
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
3
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere anoniem en/of onbekend gebleven personen en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- een hamer en/of een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen,
- een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op eerder genoemde personen, en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik waarschuw je", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Parketnummer 10.283979.24
1
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of
- die [slachtoffer 3] naar een voertuig te leiden, en/of
- die [slachtoffer 3] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of
- aan weerszijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig plaats te nemen, en/of
- enige tijd met die [slachtoffer 3] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of
- een of meerdere telefoon(s) van die [slachtoffer 3] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] ) te slaan/ stompen, en/of
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 3] te gebruiken,
met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het betalen/het overhandigen van een geldbedrag (50.000 euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of het afleveren van de machines in Suriname aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of
- die [slachtoffer 3] naar een voertuig te leiden, en/of
- die [slachtoffer 3] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of
- aan weerszijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig plaats te nemen, en/of
- enige tijd met die [slachtoffer 3] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of
- een of meerdere telefoon(s) van die [slachtoffer 3] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] ) te slaan/ stompen, en/of
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 3] te gebruiken;
2
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge en/of een of meerdere sieraden en/of een of meerdere telefoon(s) in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 3] naar een voertuig te geleiden, en/of
- die [slachtoffer 3] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of duwen, en/of
- aan weerzijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig te gaan zitten, en/of
- de ring(en) van de vinger(s) van die [slachtoffer 3] te trekken/pakken, en/of
- het horloge van de pols van die [slachtoffer 3] af te nemen/pakken, en/of
- een of meerdere telefoons van die [slachtoffer 3] af te pakken, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] ) te slaan/stompen en/of
- fysiek geweld te gebruiken.
Parketnummer 16.347938.24
1
hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te Almere een scooter (met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 2,72 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
- ongeveer 5,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde MDMA en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Parketnummer 16.027144.25
1
hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee (met inhoud), sleutels, een Apple watch en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en/of
- die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of
- een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp
op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] ) te slaan en/of te richten, en/of
- ( daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven
- de telefoon, de Apple watch, de portemonnee (met inhoud) en/of de sleutels af te pakken, en/of
- dit te filmen;
2
hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pincode, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n) door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en/of
- die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of
- een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp
op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] ) te slaan en/of te richten, en/of
- ( daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven
en/of om zijn pincode hebben gevraagd, en/of
- dit te filmen;
3
hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Blow, type TR17, kaliber 7.65 mmBrc zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.
Bijlage II: De bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen in parketnummer 16.228549.25
Feit 1 (wapen- en munitiebezit)
Feit 2 (poging overval)
Feit 3 (bedreiging)
Bewijsmiddelen in parketnummer 10.283979.24
Feiten 4 subsidiair (wederrechtelijke vrijheidsberoving) en 5 (diefstal met geweld)
Bewijsmiddelen in parketnummer 16.347938.24
Feit 6 (diefstal)
Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2] van 31 oktober 2024, p. 35
Ik doe aangifte, namens de tenaamgestelde, van diefstal van een scooter. Dit betreft een zwarte scooter van het merk Kymco Agility City 50 met kenteken [kenteken] . Ik heb deze scooter gekregen van de tenaamgestelde, [benadeelde 1] . Op papier staat deze scooter nog op zijn naam. Vrijdag 25 oktober 2024, omstreeks 18:00 uur, parkeerde ik de scooter met kenteken [kenteken] voor de woning van de [adres] te [woonplaats] . Dit betreft de woning van de broer van de tenaamgestelde. Ik heb de sleutel aan de broer afgegeven. Ik zag dat de scooter voor de woning stond en ik zag dat de scooter geen schade had. Donderdag 31 oktober 2024, omstreeks 17:15 uur, werd ik gebeld door de tenaamgestelde van de scooter met kenteken [kenteken] . Ik hoorde hem zeggen dat de politie voor zijn deur stond en aan hem had gevraagd of de scooter gestolen was. Ik heb niemand anders dan de tenaamgestelde en de broer van de tenaamgestelde toestemming gegeven om de scooter met kenteken [kenteken] weg te nemen.
Een proces-verbaal van bevindingen van 31 oktober 2024, p. 9 t/m 10
Op vrijdag 31 oktober 2024 omstreeks 13:40 uur was ik, verbalisant, belast met een beschikbaarheidsdienst in de gemeente Almere. Op vrijdag 31 oktober omstreeks 13:40 uur reden wij vanaf de Moldaviëstraat de Europalaan op en surveilleerden in de wijk. Ter hoogte van de [straat] zag collega [verbalisant 1] een onbekende jongen lopen met een scooter en een tas op zijn rug. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde collega [verbalisant 1] zeggen dat hij dit verdacht vond omdat hij op het trottoir liep en wilde dit controleren. We kwamen dichterbij en ik zag dat hij begon te lopen met de scooter naar een steeg naast [adres] . Ik zag dat hij zijn pas versnelde. Op het moment dat ik de portier van de auto opende, zag ik dat hij de scooter van zich afwierp en doorliep. Hij reageerde niet op mijn aanroepen om te blijven staan, wat ik met luide stem deed. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , versnelde mijn pas en hield de jongen staande. Ik vroeg zijn naam en ik hoorde hem zeggen dat dit [verdachte] is. In zijn rugtas troffen we het volgende aan: een schroevendraaier, een hamer, een boormachine, een zwarte bivakmuts.
Feit 7 (voorhanden hebben verdovende middelen)
Een proces-verbaal van bevindingen van 31 oktober 2024, p. 9
Op vrijdag 31 oktober 2024 omstreeks 13:40 uur was ik, verbalisant, belast met een beschikbaarheidsdienst in de gemeente Almere. Ter hoogte van de [straat] zag collega [verbalisant 1] een onbekende jongen lopen met een scooter en een tas op zijn rug. Ik zag dat hij bleef doorlopen en iets met zijn rechterhand uit zijn rechter jaszak haalde en ik zag dat hij dit naast zich op de grond gooide. Direct daarna zag ik dat hij een ander voorwerp verder van zich afwierp ongeveer tien meter verder, richting het schoolplein. Ik zag dat dit voorwerp goudkleurig was en op de grond neerkwam. is. Ik keek op de grond naar wat hij had weggegooid en ik zag een gripzakje met vijf groene pillen. Ik vroeg hem wat dit was en hoorde hem zeggen dat dit XTC was en dat het van hem was. Ik liep naar de locatie waar ik dit goudkleurig pakketje zag neerkomen en zag dat het een bol was, gewikkeld in goudkleurig papier. Ik pakte het op en zag dat er in de bol kleine bolletjes zaten.
Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 5 november 2024, p. 48 t/m 50
Uniek Voorwerp Nummer: AASF3065NL
Bolletje met beige brok
Nettogewicht: 4,86 gram
Resultaat: positief voor cocaïne
Uniek Voorwerp Nummer: AASF3064NLGroene tabletten, 5Nettogewicht: 2,72 gramResultaat: positief voor MDMA
Een rapport NFiDENT van het NFI van 5 november 2024, p. 51
Kenmerk: AASF3065NL
Conclusie: bevat cocaïne.
Een rapport NFiDENT van het NFI van 4 november 2024, p. 52
Kenmerk: AASF3064NL
Conclusie: bevat MDMA.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 31 oktober 2024, p. 64 en 65
In de gripzak zaten XTC pillen. De goudkleurige bol had ik van een vriend gekregen. Hij gaf mij de gripzak en gouden bol. Voor het gripzakje heb ik betaald.
Bewijsmiddelen in parketnummer 16.027144.25
Feiten 8 (diefstal met geweld) en 9 (afpersing)
Feit 10 (wapenbezit)