ECLI:NL:RBMNE:2026:182

ECLI:NL:RBMNE:2026:182

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer UTR 24/7847
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

WOZ; woning; De heffingsambtenaar meent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de machtiging ouder is dan zes maanden. De rechtbank is van oordeel dat het beroep wel ontvankelijk is en dat geen reden bestaat om te twijfelen aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid; Eiser meent dat onvoldoende rekening is gehouden met de marktsituatie. Dit standpunt is niet nader onderbouwd; Verder meent eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met de KOUDV-factoren. De rechtbank is van oordeel dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7847

(gemachtigde: mr. R.W.B van Middelaar)

en

(gemachtigde: P.K. Dinkla).

Procesverloop

In de beschikking van 31 januari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres 1] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op

€ 1.053.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 25 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een taxatierapport met een taxatiematrix ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 29 december 2025. De gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

Machtiging

2. De heffingsambtenaar heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de machtiging die door de gemachtigde van eiser is overgelegd ouder is dan zes maanden. Hij verwijst daarbij naar de richtlijn van de hoven en meer specifiek naar de uitspraak van gerechtshof Den Haag van 3 april 2025.

De rechtbank overweegt als volgt. Aangezien de heffingsambtenaar dit punt pas op de zitting heeft aangevoerd, was er geen gelegenheid om (de gemachtigde van) eiser te laten onderbouwen dat hij nog steeds achter de machtiging staat. De rechtbank constateert dat er op het moment van het instellen van het beroep geen gerede reden tot twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid bestond en de rechtbank heeft die twijfel ook nu niet. De heffingsambtenaar heeft niet onderbouwd waarom hij aan de machtiging twijfelt, maar enkel op het tijdsverloop gewezen. De rechtbank constateert dat de machtiging van eiser op

22 februari 2024 is verleend en expliciet benoemt dat deze ook voor de beroepsprocedure geldt. De machtiging is verder voldoende specifiek en gericht tegen een te individualiseren aanslag/beschikking en daarmee niet doorlopend. Verder is de dagtekening van de machtiging kort na de datum van de dagtekening van de beschikking. In zoverre bestaat voldoende causaal verband tussen de bestreden beschikking en de machtiging. Het feit dat op voorhand niet vaststaat of en welke rechtsmiddelen benut gaan worden doet daar niet aan af, want het is eiser en zijn gemachtigde vrij in de vormgeving van contractuele afspraken. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ontvankelijk.

Feiten

3. De woning is een in 2002 gebouwde vrijstaande woning met een vrijstaande garage van 30 m², een ligplaats en een zwembad. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van

268 m² en een perceeloppervlakte van 1.191 m².

Geschil

4. In geschil is de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2023. Eiser bepleit in beroep een lagere waarde van € 642.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 1.053.000,-.

Beoordelingskader

5. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woning zou zijn betaald. De waarde wordt bepaald door middel van de vergelijkingsmethode. Dit houdt in dat de waarde van de woning wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met de verkoopopbrengst van woningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De referentiewoningen hoeven dus niet identiek te zijn aan de woning. Wel moet de heffingsambtenaar inzichtelijk maken op welke manier hij met de onderlinge verschillen rekening heeft gehouden.

6. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde van de woning op de waardepeildatum (1 januari 2023) niet te hoog is vastgesteld. Bij de beoordeling of dit het geval is, zal de rechtbank wat eiser ter betwisting van de vastgestelde waarde heeft aangevoerd, meewegen.

7. Om de waarde van de woning te onderbouwen heeft de heffingsambtenaar een taxatiematrix overgelegd, waarin de woning wordt vergeleken met drie verkopen in [plaats] , te weten:

[adres 2] , verkocht op 15 april 2022 voor € 971.000,-;

[adres 3] , verkocht op 24 juni 2022 voor € 860.000,-; en

[adres 4] , verkocht op 1 maart 2022 voor € 1.311.000,-.

Maakt de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk?

8. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met het taxatierapport, de taxatiematrix en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook vrijstaande woningen zijn die in dezelfde straat liggen en niet te ver van de waardepeildatum zijn verkocht. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning door voor de woningwaarde per m² een waarde van het gemiddelde van de gecorrigeerde eenheidsprijs van de referentiewoningen te hanteren. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.

9. Wat eiser in beroep aanvoert, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Er is onvoldoende rekening gehouden met de marktsituatie

10. Eiser voert aan dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, omdat er onvoldoende rekening is gehouden met de marktsituatie op de waardepeildatum.

De rechtbank overweegt dat het op de weg van eiser ligt om zijn stellingen gemotiveerd te onderbouwen en de door de heffingsambtenaar gehanteerde uitgangspunten gemotiveerd te betwisten. In zijn beroepschrift geeft eiser aan een onderbouwing (een uitgebreide taxatiematrix van Woning Waardemeesters) te zullen overleggen voor de stelling dat er door de heffingsambtenaar onvoldoende rekening is gehouden met de marktsituatie. Deze nadere onderbouwing heeft eiser niet overgelegd. Deze grond slaagt dan ook niet.

Er is onvoldoende rekening gehouden met de KOUDV-factoren

11. Eiser voert verder aan dat bij de vaststelling van de WOZ-waarde van de woning van eiser onvoldoende rekening is gehouden met de verminderde staat van onderhoud van de woning en het verminderde voorzieningenniveau van de woning.

Ten aanzien van het onderhouds- en voorzieningenniveau van de woning overweegt de rechtbank dat de heffingsambtenaar deze allebei op ‘een gemiddelde toestand’ (score ‘3’) heeft gewaardeerd. De rechtbank kan uit de door belanghebbende overgelegde foto’s niet afleiden dat het onderhouds- en voorzieningenniveau zodanig is dat de heffingsambtenaar deze op een lagere score dan ‘een gemiddelde toestand’ had moeten waarderen. De rechtbank kan de toelichting ter zitting van de heffingsambtenaar volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar daarom voldoende rekening gehouden met de onderhoudsstaat en het voorzieningenniveau. Eiser heeft niet onderbouwd dat de onderhoudsstaat en het voorzieningenniveau anders gewaardeerd hadden moeten worden dan met score ‘3’.

12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, zijn de waarde van de woning en de aanslag niet te hoog vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

20 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Y.N.M. Rijlaarsdam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026020902
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?