ECLI:NL:RBMNE:2026:1855

ECLI:NL:RBMNE:2026:1855

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer UTR 25/3470
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Het college heeft de urgentieaanvraag van eiseres kunnen afwijzen. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij niet binnen zes maanden een passende woning kan vinden. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat de hardheidsclausule niet toegepast hoeft te worden. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3470

(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),

en

(gemachtigde: E.H. Siemeling).

Procesverloop

Eiseres heeft een verzoek ingediend voor urgentie. Deze aanvraag is met het besluit van 23 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag en heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Aanvraag

1. Eiseres heeft op 6 januari 2025 een aanvraag ingediend voor woningurgentie. Zij woont met haar twee kinderen van 10 en 6 jaar in een appartement van ongeveer 85 m² en slaapt met hen op één kamer. Eiseres heeft PTSS, een depressieve stoornis, een persoonlijkheidsstoornis en andere problemen door werk of werkeloosheid. Zij vraagt wegens medische redenen om urgentie.

Bestreden besluitvorming

2. WoningNet heeft namens het college de aanvraag van eiseres afgewezen omdat zij, gelet op haar wachttijd bij DAK regio Utrecht, binnen zes maanden zelf een andere woning moet kunnen vinden via het aanbodsysteem van WoningNet. Ook is er geen reden om de hardheidsclausule toe te passen. Met het bestreden besluit is het college bij dat standpunt gebleven.

Binnen zes maanden vervangende woonruimte

3. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Daartoe voert zij als eerste aan dat het voor haar niet mogelijk is om binnen zes maanden zelf passende woonruimte te vinden. Tijdens het adviesgesprek dat eiseres heeft gehad met de heer [A] is dat ook uitdrukkelijk aan de orde gekomen. Eiseres reageert regelmatig op het woningaanbod, maar zonder succes. Ook heeft zij op verschillende manieren geprobeerd om aan een andere woning te komen, zoals woningruil en briefjes door brievenbussen doen. Tot nu toe is het haar echter niet gelukt om een andere woning te vinden.

4. Uit artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht (Huisvestingsverordening) volgt dat urgentie alleen kan worden verleend als wordt voldaan aan alle voorwaarden genoemd onder a tot en met i. In dit artikellid is onder g bepaald dat de woningzoekende aantoonbaar niet in staat is om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen.

5. Hieruit volgt dat eiseres moet aantonen dat zij niet in staat is om binnen zes maanden een passende woning te vinden. Daarin is zij niet geslaagd. Weliswaar heeft zij een lijst overgelegd van de woningen waarop zij zou hebben gereageerd, maar zij heeft niet met stukken onderbouwd op welke woningen zij heeft gereageerd en wat daarvan het resultaat is geweest. Dit had wel op haar weg gelegen, temeer nu het overzicht dat zij heeft verstrekt niet correspondeert met de gegevens van WoningNet. Eiseres is al vanaf 4 oktober 2014 ingeschreven als woningzoekende voor een sociale huurwoning en uit het overzicht dat het college van WoningNet heeft gekregen blijkt dat er meerdere passende woningen zijn toegewezen aan woningzoekenden met een kortere wachttijd dan eiseres. Dat eiseres er tot dusverre niet in is geslaagd zelf passende huisvesting te vinden, betekent nog niet dat zij aan de voorwaarde van artikel 28, eerste lid, onder g, van de Huisvestingsverordening voldoet. Met de omstandigheid dat eiseres zelf bepaalde woonwensen heeft, zoals dat de woning niet te ver van de school van de kinderen is, hoeft het college in het kader van urgentie geen rekening te houden.

7. Voor zover eiseres zich beroept op mededelingen die [A] tijdens het adviesgesprek heeft gedaan, wordt overwogen dat ter zitting is erkend dat bij dat gesprek is gezegd dat het advies niet bindend was.

8. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Hardheidsclausule

9. Verder voert eiseres aan dat het college de hardheidsclausule moet toepassen. Zij bevindt zich in een medisch onhoudbare situatie en ook voor haar kinderen is de situatie schadelijk.

10. Op grond van artikel 72, eerste lid, van de Huisvestingsverordening kan het college ten gunste van de aanvrager afwijken in gevallen waarbij de toepassing van de verordening naar het oordeel van het college leidt tot een bijzondere hardheid. De rechtbank kan een beroep op de hardheidsclausule alleen terughoudend toetsen.

11. De rechtbank is van oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de hardheidsclausule niet toegepast hoeft te worden. Het college heeft daarbij mogen betrekken dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een levensbedreigende of daarmee vergelijkbare situatie, die alleen door middel van voorrang is te verhelpen. Ook heeft het college mogen betrekken dat uit de stukken blijkt dat eiseres al geruime tijd mentale problemen heeft, maar niet dat die problemen komen door de woonsituatie. Bovendien beschikt eiseres op dit moment al over een ruime driekamerwoning.

12. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de urgentieaanvraag heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026 door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Janssen

Griffier

  • mr. A. Wilpstra-Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand