ECLI:NL:RBMNE:2026:186

ECLI:NL:RBMNE:2026:186

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 11556869 LC EXPL 25-435 BmR/842
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Loonvordering. Kern van het geschil is of werknemer in schaal C of schaal D van de CAO Beroepsgoederenvervoer valt. Het oordeel is dat werknemer in schaal D valt met als gevolg dat de loonvordering van werknemer wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Lelystad

zaaknummer: 11556869 LC EXPL 25-435 BmR/842

Vonnis van 28 januari 2026

inzake

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. H.K. Scholtens,

tegen:

de besloten vennootschap

[gedaagde partij] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door [A] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - aanvullend antwoord - mondelinge behandeling van 16 juli 2025 - de conclusie van repliek tevens houdende wijziging van eis - de conclusie van dupliek.

Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier zittingsaantekeningen bijgehouden.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisende partij] is op 1 januari 2021 voor onbepaalde tijd in dienst gereden van [gedaagde partij] als chauffeur. Op de arbeidsverhouding is van toepassing de CAO voor het Beroepsgeoderenvervoer over de weg en het verhuur van mobiele kranen. De arbeidsovereenkomst vermeldt onder meer het volgende:

Artikel 4: arbeidstijd

11.De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor 40 uur per week,

verdeeld over 5-6 werkdagen, (effectief 174 uur per maand)

12.Werknemer verklaart zich bereid om indien de werkgever daarom verzoekt buiten de gebruikelijke werktijden werkzaamheden te verrichten.

13. Overuren zullen in beginsel worden vergoed tegen 130% van hetnormale uurloon.

Artikel 5: salaris

14.Het salaris bedraagt ten tijde van het aangaan van de overeenkomst € 14,25 per uur.

[eisende partij] is sinds 4 september 2023 arbeidsongeschikt op grond waarvan het CBR uiteindelijk heeft besloten dat [eisende partij] niet langer rijgeschikt is.

Nadat [eisende partij] door [gedaagde partij] op 5 september 2023 op staande voet is ontslagen en een verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag bij de rechtbank had ingediend hebben partijen een schikking getroffen met de volgende inhoud:

a. het ontslag op staande voet werd ingetrokken;

b. gedaagde zou een mediationtraject starten en alle kosten voor haar rekening nemen;

c. het loon bij ziekte (100%) zou tijdig en volledig aan eiser worden voldaan;

d. gedaagde zou aan eiser een bedrag van € 890,00 aan wettelijke verhoging (voor niet-

tijdig betaald salaris in september 2023) betalen;

e. gedaagde zou aan eiser een bedrag van € 63,62 aan wettelijke rente (voor niet-tijdig

betaald salaris in september 2023) betalen;

f. gedaagde zou aan eiser een bedrag van € 264,00 aan salaris gemachtigde betalen;

g. gedaagde zou aan eiser een bedrag van € 86,00 aan griffierecht betalen;

h. gedaagde zou aan eiser een bedrag van € 375,00 aan buitengerechtelijke

incassokosten betalen;

i. gedaagde en eiser zouden overleggen over te uit te keren overuren, waarbij

uitgangspunt zou zijn de door eiser ingeleverde urenstaten en vergoeding tegen

130% conform CAO;

j. gedaagde en eiser zouden overleggen over een mogelijke beëindiging van de

arbeidsovereenkomst.

Met dien verstande dat [gedaagde partij] heeft aangegeven dat ten aanzien van de uit te keren overuren partijen overleg zullen voeren, omdat over de hoeveelheid gevorderde overuren discussie bestaat en [gedaagde partij] terzake alle rechten voorhoudt, waarbij wel het toeslagpercentage van de CAO het uitgangspunt is.

Het UWV heeft bij beslissing van 26 juni 2025 bepaald dat [gedaagde partij] gehouden is het loon door te betalen tot 1 september 2026 (loonsanctie), omdat [gedaagde partij] niet aan haar re-integratie verplichtingen heeft voldaan.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, na wijziging van eis, veroordeling van [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te voldoen:

I. het bedrag van € 953,62 netto uit hoofde van de schikkingsovereenkomst van 31 oktober 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 5 februari 2025; II. het bedrag van € 5.356,80 bruto uit hoofde van niet betaalde overuren over de periode tot september 2023, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over dit bedrag, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 11 oktober 2023;, III. te betalen het bedrag van € 7.539,70 bruto uit hoofde van niet betaalde overuren over de periode van september 2023 tot en met januari 2025, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over dit bedrag, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 5 februari 2025; IV. gedurende de resterende duur van het dienstverband vanaf de maand februari 2025, maandelijks 22,92 overuren tegen het dan voor [eisende partij] geldende cao- uurloon in trede D6, vermeerderd met de overwerktoeslag van 30%, te vermeerderen met de hierover verschuldigde vakantietoeslag hierover en overige emolumenten waarop eiser recht heeft; V. het bedrag van € 11.243,23 bruto uit hoofde van achterstallig loon over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over dit bedrag, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de dag van het nemen van deze conclusie, te weten 24 september 2025; VI. gedurende de resterende duur van het dienstverband vanaf de maand juli 2025, het salaris op basis van het thans voor [eisende partij] geldende CAO uurloon van € 19,46 bruto en tevens met veroordeling van gedaagde om bij aanpassingen in de voor [eisende partij] geldende loontrede D6 deze direct door te voeren en het salaris van [eisende partij] alsdan te voldoen op basis van het alsdan geldende CAO uurloon in trede D6, te vermeerderen met de hierover verschuldigde vakantietoeslag en overige emolumenten waarop eiser recht heeft; VII, de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.062,07 inclusief 21% btw; VIII. de proceskosten.

Ter onderbouwing van die vordering stelt [eisende partij] dat [gedaagde partij] jegens [eisende partij] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten schikkings- en arbeidsovereenkomst, door geen volledige uitvoering te hebben gegeven aan de schikkingsovereenkomst en door een onjuist uurloon te hebben uitbetaald volgens de CAO en niet over te gaan tot volledige betaling van de overuren. [eisende partij] maakt aanspraak op de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten nu [gedaagde partij] in verzuim is geraakt, respectievelijk [eisende partij] de vordering uit handen heeft moeten geven.

[gedaagde partij] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eisende partij] in de proceskosten.

[gedaagde partij] baseert haar verweer - kort weergegeven - op het volgende. [gedaagde partij] meent wel aan zijn verplichtingen te hebben voldaan en stelt dat de vordering van [eisende partij] merendeels is gestoeld op een onjuiste gehanteerde functieindeling.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Schikkingsovereenkomst

Tussen partijen is op of omstreeks 5 september 2023 een schikkingsovereenkomst gesloten, waarbij het ontslag op staande voet ongedaan is gemaakt en verder financiële afspraken zijn gemaakt. Afgesproken is dat [gedaagde partij] aan [eisende partij] een bedrag van € 890,00 aan wettelijke verhoging (voor niet-tijdig betaald salaris in september 2023) en een bedrag van € 63,62 aan wettelijke rente (voor niet-tijdig betaald salaris in september 2023) dient te betalen. [gedaagde partij] stelt in haar conclusie van dupliek dat zij de vordering van € 953,62 al heeft toegegeven, maar beroept zich vervolgens op misbruik van omstandigheden zonder te onderbouwen wat daarvan de grondslag is. [gedaagde partij] is dan ook gehouden de indertijd gemaakte afspraak na te komen, zodat de vordering zal worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2025, zoals door [eisende partij] gevorderd.

Functie indeling

Kern van het geschil ten aanzien van de overige vorderingen ziet dus (met name) op de functie indeling van [eisende partij] op basis van de CAO Beroepsgoederenvervoer en het daaraan gekoppelde uurloon. [gedaagde partij] stelt dat [eisende partij] bij aanvang van het dienstverband is ingedeeld in de functie/loonschaal C, terwijl [eisende partij] zich op het standpunt stelt dat hij is ingeschaald op functie/loonschaal D. De kantonrechter zal allereerst dienen vast te stellen welke functie/loonschaal van toepassing is.

[eisende partij] is op 1 juni 2017 bij [gedaagde partij] in dienst gekomen als oproepkracht in de functie van Chauffeur (verder niet gespecificeerd). Per 1 januari 2018 kreeg hij een eerste jaarcontract op basis van 40 uren per week, per 1 januari 2019 een tweede jaarcontract op dezelfde basis en per 1 januari 2020 zijn derde jaarcontract, ook op dezelfde basis. In januari 2021 werd uiteindelijk een contract voor onbepaalde tijd overeengekomen, eveneens in de functie van chauffeur (nog steeds niet nader gespecificeerd). De functieindeling wordt dus niet benoemd in de verschillende arbeidscontracten. In de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar het Chauffeurshandboek, waarin de taken en verantwoordelijkheden zouden zijn omschreven. Partijen hebben dit handboek niet ingebracht.

Partijen zijn het er over eens dat de functieindeling dient te geschieden op basis van artikel 18 van de CAO Beroepsgoederenvervoer. De CAO Beroepsgoederenvervoer (TLN) deelt functies in via een functiewaardering van schaal A t/m H, gebaseerd op zwaarte en verantwoordelijkheden. Chauffeurs en of koeriers vallen meestal in schaal C (bestelbus of bakwagen), D of E (nationaal/internationaal). [eisende partij] stelt bij repliek dat zijn werk voornamelijk bestond uit koeriers- en chauffeursdiensten waar hij voornamelijk heeft gereden met een bakwagen bestemd voor gekoeld en ongekoeld vervoer in binnen- en buitenland. Waarvan 90% van de ritten bestond uit internationaal transport (Duitsland, België, Frankrijk en Italië en ook soms Engeland, Oostenrijk, Spanje, Denemarken, Zweden en Hongarije) terwijl ook 90% gekoeld vervoer betrof en 10% ongekoeld. Volgens [gedaagde partij] is de functieindeling op niveau D voorbehouden aan chauffeurs CE nationaal en internationaal (niet rijden in het weekend), terwijl [eisende partij] voornamelijk zou hebben gereden met een Mercedes Sprinter en incidenteel op een bakwagen en bovendien 90% eenvoudige terugkerende ritten betrof en incidenteel een andere (verre) rit. Volgens [gedaagde partij] is [eisende partij] in 2017 begonnen als koerier op een bestelbus op basis van niveau C0 en heeft nadien steeds een verhoging plaatsgevonden in de jaren 2018 t/m 2020. Vanaf 1 januari 2021 zijn volgens [gedaagde partij] afwijkende afspraken met [eisende partij] gemaakt.

Het verloop van de beloning op basis van de CAO in loonschaal C en Loonschaal D wordt hieronder uiteengezet.

overeenkomst

tijdvak

CAO C

CAO D

[gedaagde partij] betaald

Verschil met C

Verscil met D

D0 11,67

oproep

Juli 2017

C0 10,96

D1 12,13

12,13

+ 1,17

0.00

1e jaar

Jan 2018

C1 11,62

D2 12,87

12,87

+ 1,25

0.00

2e jaar

Jan 2019

C2 12,33

D3 13,65

12,87

+ 0,57

- 0.78

3e jaar

Jan 2020

C3 12,82

D4 14,20

13,25

+ 0,43

- 0.95

onbepaald

Jan 2021

C4 13,34

D5 14,77

14,25

+ 0,91

- 0,52

Juli 2021

C4 13,80

D5 15,28

14,75

+ 0,95

- 0,53

Jan 2022

C5 14,82

D6 16,41

15,23

+ 0,41

-1,18

Jan 2023

C6 16,57

D6 17,64

16,37

- 0,20

-1,27

Jan 2024

C6 17,23

D6 18,35

17,03

- 0,20

-1,32

Juli 2024

C6 17,58

D6 18,71

17,37

- 0,21

-1.34

Jan 2025

C6 18,28

D6 19,46

18,06

- 0,22

-1,40

De kantonrechter is van oordeel dat de functie van [eisende partij] valt in de functieschaal D. Redengevend daarvoor is dat [eisende partij] bij aanvang van zijn werkzaamheden in 2017 is ingeschaald op een loonuur van € 12,13, welk uurtarief correspondeert met de loonschaal onder D1. In Januari 2018 is het uurloon verhoogd naar € 12,87 eveneens conform loonschaal D2. Nadien is daar door [gedaagde partij] van afgeweken. [gedaagde partij] heeft dit niet weersproken. [gedaagde partij] heeft niet uitgelegd waarom zij een hoger uurtarief heeft toegekend aan [eisende partij] dan zij zou moeten betalen op grond van haar stelling dat [eisende partij] bij aanvang van het dienstverband is ingedeeld in schaal C. Het uurtarief zou dan immers € 10,96 (C0) moeten zijn. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde partij] onvoldoende heeft weersproken dat de werkzaamheden van [eisende partij] voor een groot deel een internationaal karakter had, terwijl het ook nog eens (deels) gekoeld vervoer betrof. Het had op de weg van [gedaagde partij] gelegen gemotiveerd aan te geven waaruit de werkzaamheden van [eisende partij] precies bestond en concreet aan te geven hoe [gedaagde partij] tot de functietypering onder schaal C is gekomen. Dat heeft [gedaagde partij] nagelaten. De functietyperingen, zoals opgenomen in de CAO onder koeriersdiensten en chauffeursdiensten laten immers zien dat de diensten met een internationaal karakter en ook gekoelde diensten vallen onder functieschaal D. {zie daarvoor: functienaam: Direct koerier, internationaal ongeregeld vervoer (07.04 en 7.05) koeriers diensten nr 704/705 en (functienaam: Chauffeur koel- en vriesvervoer, nationaal ongeregeld vervoer (01.11), functienaam: Chauffeur/besteller, regionaal ongeregeld vervoer (01.12) functienaam: Chauffeur stukgoed, partijen, bundels, internationaal ongeregeld vervoer (01.14)}

Dit betekent dat de vorderingen van [eisende partij] zullen moeten worden beoordeeld aan de hand van schaal D.

Loonvordering over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2025

Op grond van artikel 21 lid 2a van de CAO heeft een werknemer bij normale uitvoering van zijn werkzaamheden na verloop van elk vol functiejaar recht op een salarisverhoging die gelijk is aan de loontrede van de loonschaal. Alleen bij onvoldoende functioneren kan de werkgever de tredeverhoging weigeren, mits dit schriftelijk en met redenen omkleed wordt meegedeeld. De automatische loonsverhoging geldt ook bij arbeidsongeschiktheid.

Onder randnummer 52 e.v. heeft [eisende partij] zijn loonvordering op asis van een veertigurige werkweek uiteengezet vanaf het loonjaar 2021 tot en met 30 juni 2025. Die berekening sluit op een bedrag van € 11.243,23 bruto en is door [gedaagde partij] verder niet weersproken, zodat die vordering wordt toegewezen (zie tabel hieronder).

2021

2022

2023

2024

2025

€ 1.179,36 incl. vakantiegeld

€ 2.650,75 incl. vakantiegeld

2.852,93 incl. vakantiegeld

2.987,71 incl. vakantiegeld

1.572,48 incl. vakantiegeld

Wettelijke verhoging en wettelijke rente

De kantonrechter stelt vast dat het geschil bestaat uit de juiste toepassing en uitleg van de CAO in het bijzonder de functiewaardering en daarbij behorende inschaling van [eisende partij] . Vasstaat dat [gedaagde partij] [eisende partij] heeft beloond overeenkomstig de inschaling die zij op basis van haar interpretatie van de CAO de juiste achtte. Niet is gebleken dat [gedaagde partij] [eisende partij] daarbij lichtvaardig of te kwader trouw heeft gehandeld, noch dat sprake is geweest van betalingsonwil. Omdat eerst door rechterlijke tussenkomst is komen vast te staan dat [eisende partij] aansprak had op een hogere inschaling en daarmee op nabetaling van loon, is geen sprake van een situatie waarin [gedaagde partij] verwijtbaar in gebreke is gebleven met tijdige betaling van het loon. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het met toepassing van artikel 7:625 lid 3 BW, billijk de wettelijke verhoging te matigen tot nihil. De wettelijke rente over het achterstallige loon zal worden toegewezen vanaf 24 september 2025 (datum conclusie van repliek).

Overuren

De kantonrechter is van oordeel dat door [gedaagde partij] voldoende aannemelijk is gemaakt dat partijen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd afwijkende afspraken hebben gemaakt over de betaling van de overuren. Zo is afgesproken dat [eisende partij] per maand 174 uur krijgt uitbetaald en alle uren die boven de 174 uur worden gewerkt vervolgens als overuren (plus 30% over het uurloon) wordt uitbetaald. [gedaagde partij] lijkt aan die afspraak uitvoering te hebben gegeven. Deze afspraak is naar het oordeel van de kantonrechter echter in strijd met de CAO.

Artikel 26a van de CAO brengt met zich dat bij een fulltime dienstverband het loon voor 40 contracturen per week (van Maandag tot Zondag) is gegarandeerd. Indien een werknemer in een week minder uren heeft gewerkt mag de werkgever de meer gewerkte uren, boven de 40 uur, in een daarop volgende week niet verrekenen of compenseren met het tekort aan uren van die vorige week. Dat is wel gedaan.

Met [eisende partij] is de kantonrechter van oordeel dat de werkgever verplicht is een deugdelijke urenregistratie bij te houden. [gedaagde partij] heeft geen urenregistratie overgelegd. Dit betekent dat thans als uitgangspunt voor de berekening van de overuren het overzicht van [eisende partij] als leidend geldt. [eisende partij] heeft in het geding gebracht de urenregistratieformulieren op weekbasis, zoals hij die bij [gedaagde partij] heeft ingediend. Vervolgens heeft [eisende partij] een en ander gecorrigeerd op basis van artikel 26a lid 1 b van de CAO over het garantieloon voor de weken dat er geen 40 uren per week zijn gewerkt. Dat leidt ertoe dat over de periode september 2022 tot en met augustus 2023 275 overuren hadden moeten worden uitbetaald terwijl er maar 42,5 uren zijn vergoed. Resteert aan uren nog 232,5 uren. Op basis van het uurloon +30% functieschaal D bedraagt de vordering overuren € 5.356,80 bruto. [gedaagde partij] heeft een en ander onvoldoende weersproken.

[eisende partij] heeft een soortgelijke berekening overgelegd voor de periode september 2023 tot en met januari 2025 (de periode van arbeidsongeschiktheid). Op grond van artikel 16 van de CAO heeft [gedaagde partij] de verplichting tot doorbetaling van het loon vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid tot het moment dat de loonbetalingsverplichting is komen te vervallen. Gelet op de beslissing van het UWV tot het verstrekken van een loonsanctie loopt de loonverplichting vooralsnog door tot 1 september 2026. Onder die loonbetalingsverplichting valt ook het gemiddelde aantal overuren over de 52 weken voorafgaand aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid met een maximum van 15 uren per week. [eisende partij] vordert op basis van zijn berekening een bedrag van € 7.539,54 aan overuren. Ook hier geldt dat [gedaagde partij] de berekening van de vordering onvoldoende heeft weersproken.

september 2022 t/m augustus 2023

september 2023 t/m januari 2025

€ 5.356,80 bruto

€ 7.539,54 bruto

Wettelijke verhoging en wettelijke rente

De kantonrechter ziet hier ook aanleiding de wettelijke verhoging te matigen, maar in dit geval tot 20% over de vordering. Redengevend daarvoor is dat partijen indertijd afwijkende afspraken hebben gemaakt, waarvan thans is komen vast te staan dat deze in strijd met de CAO zijn gemaakt. Dat komt voornamelijk voor rekening en risico van [gedaagde partij] als werkgever. Daar tegenover staat dat het zeer lang heeft geduurd voordat [eisende partij] zijn vordering kenbaar heeft gemaakt en eerst laat in deze procedure heeft aangepast. De gevorderde wettelijke rente komt deels voor toewijzing in aanmerking. Ten aanzien van het bedrag van € 5.356,80 vordert [eisende partij] de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2023 en voor het bedrag van € 7.539,54 voorert [eisende partij] de wettelijke rente vanaf 5 februari 2025. [eisende partij] heeft niet uiteengezet op grond waarvan de wettelijke rente ingaat op de door hem vermelde data. De kantonrechter houdt dan aan de datum van de conclusie van repliek van 24 september 2025 het moment waarop de vordering in deze procedure kenbaar is gemaakt.

Periode vanaf februari 2025

Ook is [gedaagde partij] gehouden het gemiddelde van het aantal overuren over de 52 weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid te voldoen tegen het dan geldende uurloon in trede D6 te vermeerderen met de toeslag voor de gemiddelde overuren van 30% en vakantietoeslag.

Buitengerechtelijke kosten

De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar. Voldoende aannemelijk is dat [eisende partij] deze kosten heeft gemaakt, terwijl het bedrag dat wordt gevorderd redelijk is.

Proceskosten

[gedaagde partij] wordt veroordeeld in de proceskosten tot op heden begroot op:

dagvaarding € 147,42 griffierecht € 732,00 salaris gemachtigde € 1.017,00 (3 punt x 339,00) nakosten € 135,00 totaal € 2.031,42

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van € 953,62 netto uit hoofde van de schikkingsovereenkomst van 31 oktober 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 5 februari 2025 tot aan de voldoening;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] het bedrag van € 5.356,80 bruto uit hoofde van niet betaalde overuren over de periode tot september 2023, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% ex artikel 7:625 BW over dit bedrag, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 24 september 2025;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] het bedrag van € 7.539,70 bruto uit hoofde van niet betaalde overuren over de periode van september 2023 tot en met januari 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% ex artikel 7:625 BW over dit bedrag, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 24 september 2025;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] , gedurende de resterende duur van het dienstverband vanaf de maand februari 2025, van de maandelijks 22,92 overuren tegen het dan voor [eisende partij] geldende cao-uurloon in trede D6, vermeerderd met de overwerktoeslag van 30%, te vermeerderen met de hierover verschuldigde vakantietoeslag;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] het bedrag van € 11.243,23 bruto uit hoofde van achterstallig loon over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 24 september 2025;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] , gedurende de resterende duur van het dienstverband vanaf de maand juli 2025, het salaris op basis van het thans voor [eisende partij] geldende CAO uurloon van € 19,46 bruto en tevens met veroordeling van gedaagde om bij aanpassingen in de voor [eisende partij] geldende loontrede D6 deze direct door te voeren en het salaris van [eisende partij] alsdan te voldoen op basis van het alsdan geldende CAO uurloon in trede D6, te vermeerderen met de hierover verschuldigde vakantietoeslag;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.062,07 inclusief 21% btw;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.031,42, waarin begrepen € 1.017,00 aan salaris gemachtigde , te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over deze kosten vanaf 15 dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.M. Berendsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?