ECLI:NL:RBMNE:2026:1864

ECLI:NL:RBMNE:2026:1864

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer UTR 25/4883
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de beslissing van het Uwv om aan eiseres geen uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong-uitkering) toe te kennen naar aanleiding van haar tweede aanvraag hiertoe. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht aan eiseres geen Wajong-uitkering heeft toegekend. Eiseres heeft bij haar aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit geconcludeerd kan worden dat in de verzekerde periode al duurzaam geen sprake was van arbeidsvermogen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Lelystad

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4883

(gemachtigde: mr. A. Stoel),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.W.P. van den Berg).

1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van het Uwv om aan eiseres geen uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong-uitkering) toe te kennen naar aanleiding van haar tweede aanvraag hiertoe. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan, die de rechtbank beoordeelt.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht aan eiseres geen Wajong-uitkering heeft toegekend. Eiseres heeft bij haar aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit geconcludeerd kan worden dat in de verzekerde periode al duurzaam geen sprake was van arbeidsvermogen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op [geboortedatum] 2010 is eiseres 18 jaar geworden. Zij heeft tot 31 augustus 2018 gestudeerd. Eiseres is bekend met psychische klachten. Zij heeft op 29 januari 2021 een Wajong-uitkering aangevraagd. Met het besluit van [geboortedatum] 2021 heeft het Uwv beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering, omdat zij beschikt over arbeidsvermogen. Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 2.1 Eiseres heeft op 26 juni 2023 opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft met het besluit van 18 juni 2024 aan eiseres laten weten dat het Uwv bij de beslissing van [geboortedatum] 2021 blijft. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep opnieuw het dossier bestudeerd en medische informatie opgevraagd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat in elk geval per 29 januari 2021 duurzaam sprake is van afwezigheid van arbeidsvermogen. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep opnieuw onderzoek gedaan en geconcludeerd dat niet onderbouwd kan worden dat bij eiseres in de verzekerde periode al sprake was van afwezigheid van arbeidsvermogen. Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en zij heeft aanvullende beroepsgronden ingediend. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift en een rapport van de arbeidsdeskundige van 11 februari 2026. Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend, waaronder een arbeidskundige beoordeling van 12 maart 2026.

De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door H. Schakel, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Het Uwv blijft bij het eerdere besluit van [geboortedatum] 2021, waarin staat dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Volgens het Uwv heeft eiseres bij haar aanvraag van 26 juni 2023 geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit geconcludeerd kan worden dat duurzaam geen sprake is van arbeidsvermogen in de verzekerde periode (van [geboortedatum] 2010 tot en met 31 augustus 2018). Daarom kan het Uwv geen andere beslissing nemen. Eiseres krijgt daarom ook niet per toekomende datum een Wajong-uitkering.

Toetsingskader

Laattijdige aanvraag 4. Eiseres heeft eerst op 29 januari 2021 en daarna op 26 juni 2023 een Wajong-uitkering aangevraagd. Er is daarmee sprake van een laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) ligt de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdige Wajong-aanvraag bij de aanvrager, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen.

Hoe luidt de regelgeving?

5. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen staan dat bij eiseres op haar achttiende verjaardag, binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag of tot een latere leeftijd als zij op 23-jarige leeftijd nog studerende was (tot een leeftijd van 30 jaar) sprake was van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Volgens het Schattingsbesluit gelden bij de beoordeling of iemand arbeidsvermogen heeft, vier cumulatieve criteria. Iemand moet namelijk:- een taak kunnen uitvoeren in een arbeidsorganisatie;- beschikken over basale werknemersvaardigheden;- ten minste vier uur per dag belastbaar zijn of ten minste twee uur per dag het wettelijk minimumuurloon verdienen; en- ten minste één uur aaneengesloten kunnen werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces.Voor het recht op een Wajong-uitkering moet het Uwv dus beoordelen of aan al deze vier criteria is voldaan. Als dat niet zo is, ontbreekt het arbeidsvermogen. Het Uwv moet daarna beoordelen of dat duurzaam is. Het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen betekent dat de mogelijkheden niet door medisch herstel, behandeling, begeleiding of door training (bijvoorbeeld scholing) kunnen verbeteren.

Beoordeling van de beroepsgronden van eiseres

6. Eiseres stelt dat zij nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd. Zij is inmiddels bekend met een aantal medische diagnoses die al vóór haar zevende levensjaar moeten zijn ontstaan, waaronder dis, ‘dissociatieve identiteitsstoornis’ en fybromyalgie. Haar arbeidsvermogen ontbrak daarom in de verzekerde periode ook al duurzaam. Zij studeerde in die periode weliswaar, maar heeft geen diploma behaald. Ook heeft zij verschillende baantjes gehad, maar zij viel steeds uit door ziekte. Bovendien heeft zij deze baantjes gehad uit financiële noodzaak en heeft zij deze werkzaamheden boven haar kunnen uitgevoerd. Eiseres verwijst naar de arbeidskundige beoordeling van 12 maart 2026 die zij heeft laten verrichten. Hierin wordt vanuit arbeidskundig perspectief geconcludeerd dat het hebben van een bijbaan van 8 uur per week om jezelf te kunnen voorzien in het levensonderhoud geen bewijs is dat sprake was van duurzaam arbeidsvermogen.

Het Uwv voert aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in bezwaar bekend was met de gestelde diagnoses en dit ook heeft meegewogen in de heroverweging. Verder voert het Uwv aan dat eiseres op grond van de opgedane werkervaring in reguliere arbeid en haar studieverleden niet heeft onderbouwd dat zij op of voor 31 augustus 2018 al duurzaam niet beschikte over arbeidsvermogen,

De rechtbank stelt voorop, onder verwijzing naar het toetsingskader, dat in dit geval gekeken moet worden of eiseres duurzaam niet beschikte over arbeidsvermogen in de periode van [geboortedatum] 2010 tot en met 31 augustus 2018. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 1 mei 2025 concludeert dat in 2024 bij eiseres de diagnose dis is gesteld en dat sprake is geweest van een klassiek beloop van de ontwikkeling van deze stoornis tot op het moment dat de diagnose duidelijk kan worden gesteld. Gelet hierop is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep per 29 januari 2021 (datum eerste aanvraag Wajong) ook al sprake van ernstige psychische problematiek waardoor bij eiseres in elk geval per 29 januari 2021 sprake is van afwezigheid van arbeidsvermogen. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 8 juli 2025 volgt dat eiseres bezig was met een Hbo-studie Commerciële Economie. Zij startte in september 2010 met deze studie. Ze voltooide de propedeuse in één keer en rondde daarna het tweede studiejaar bijna af, op één vak na. Zij stond volgens de informatie van DUO ingeschreven bij een onderwijsinstelling tot 31 augustus 2018. Ook volgt uit het rapport dat eiseres naast haar studie, in ieder geval vanaf 7 september 2017, werkte in reguliere arbeid. Uit de gegevens in de polis administratie blijkt dat eiseres gemiddeld 10,23 uur per week werkte en dat volgens de polis administratie geen sprake was van (veelvuldig) ziekteverzuim totdat zij zich op 28 februari 2021 ziek meldde.

De rechtbank overweegt dat in de stukken voldoende aanknopingspunten te vinden zijn dat de gezondheidssituatie van eiseres al in 2021 slechter werd. Er zijn echter geen aanknopingspunten dat hiervan ook al sprake was in de periode [geboortedatum] 2010 tot en met 31 augustus 2018 (de verzekerde periode). De eisen die worden gesteld aan het beschikken over arbeidsvermogen zijn in het kader van de Wajong aanmerkelijk minder dan wat gebruikelijk is in reguliere arbeid. Om over arbeidsvermogen te beschikken hoeft iemand immers geen gangbare functie bij een werkgever te kunnen verrichten, maar volstaat het kunnen uitvoeren van één enkele eenvoudige taak binnen een arbeidsorganisatie. Bij de beoordeling van de geschiktheid voor een taak kan bovendien een ruime mate van begeleiding en continue nabijheid van een leidinggevende/ begeleider op de werkvloer worden meegewogen. Dit kan niet van een werkgever worden verwacht binnen de setting van reguliere arbeid. Daarnaast hoeft iemand niet in staat te zijn om het wettelijk minimumloon per uur te verdienen om over arbeidsvermogen te kunnen beschikken. Uiteindelijk is vast komen te staan dat eiseres in de maatgevende periode tot 28 februari 2021 in reguliere arbeid, voor gemiddeld 10 uur per week, in staat was om te functioneren. Hoewel aannemelijk is dat er in deze periode een geleidelijke verslechtering van de klachten van eiseres is opgetreden, kan de rechtbank - gelet op de werkzaamheden in reguliere arbeid tot februari 2021 en haar studieverleden - de conclusie van het Uwv volgen dat het niet aannemelijk is dat bij eiseres in de periode van [geboortedatum] 2010 tot en met 31 augustus 2018 al sprake was van het ontbreken van arbeidsvermogen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist om niet terug te komen op de eerdere beslissing om aan eiseres geen Wajong-uitkering toe te kennen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. van Manen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand