ECLI:NL:RBMNE:2026:187

ECLI:NL:RBMNE:2026:187

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer UTR 24/6569-T
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Tussenuitspraak. Het ontbreken van de duurzaamheid is onvoldoende gemotiveerd. Uwv gelegenheid om gebrek te herstellen.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J.P. Schildkamp),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J.H. Swart).

Inleiding

1. Eiser was werkzaam als OPS engineer voor gemiddeld 35,86 uur per week. Op 24 of 25 maart 2022 heeft hij zich voor zijn werk ziekgemeld vanwege een Covid-infectie. Op 19 december 2023 heeft eiser bij het Uwv een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. Het Uwv heeft met het besluit van 10 april 2024 (het primaire besluit) aan eiser vanaf 28 maart 2024 een WIA-uitkering in de vorm van een WGA-uitkering toegekend, op basis van een arbeidsongeschiktheids-percentage van 80-100%.

Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Hij vindt dat hij niet alleen volledig, maar ook duurzaam arbeidsongeschikt is. In bezwaar hebben een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onderzoek verricht.

Met het besluit van 20 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daaraan de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag gelegd.

Eiser heeft daartegen beroep ingediend. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 19 november 2024. Eiser heeft daarop op 10 december 2024 gereageerd. De rechtbank heeft het Uwv verzocht om te reageren op de nadere gronden in beroep en daarbij inzichtelijk te maken of en op welke wijze het beoordelingskader ‘Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen’ (beoordelingskader) is gevolgd. Het Uwv heeft daarop onder verwijzing naar een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 18 juli 2025 gereageerd. Op 8 augustus 2025 en 15 september 2025 heeft eiser gereageerd. Het Uwv heeft nog een nadere reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 28 september 2025 overgelegd.

De zaak is op 27 oktober 2025 bij de rechtbank op een zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Het geschil

2. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser volledig arbeidsongeschikt is. In geschil is de vraag of de volledige arbeidsongeschiktheid van eiser op de beoordelingsdatum, 28 maart 2024, moet worden geacht duurzaam te zijn, zodat hij recht heeft op een IVA-uitkering

Eiser vindt dat hij ook duurzaam arbeidsongeschikt is. Hij wijst er op dat hij al diverse behandelingen en lange trajecten heeft gevolgd, waaronder een traject van acht maanden bij een multidisciplinair behandelteam en een uitvoerig revalidatietraject met aanvullende behandelingen bij een revalidatiearts. Ondanks al die behandelingen die voor hem fysiek en mentaal belastend waren, zijn de beperkingen niet afgenomen en is de belastbaarheid niet toegenomen. Zijn behandelaars zien geen verdere behandelmogelijkheden voor hem. Ook de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep genoemde optie om een SSRI te gebruiken is voor hem niet mogelijk, omdat hij daarop in het verleden heftig heeft gereageerd.

Het Uwv beschouwt eiser volledig arbeidsongeschikt op arbeidskundige gronden, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. Volgens het Uwv zijn er - onder verwijzing naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep - nog behandelopties en daarom is er geen sprake van duurzame arbeidsbeperkingen en heeft eiser geen recht op een IVA-uitkering.

Beoordeling door de rechtbank

Het beoordelingskader

3. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens de Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Onder duurzaam wordt mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

4. Het Uwv heeft in dit kader voor verzekeringsartsen een beoordelingskader ontwikkeld. Volgens dat kader zijn arbeidsbeperkingen duurzaam als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten, of verbetering van de belastbaarheid niet of nauwelijks is te verwachten. Het bevat een stappenplan dat de verzekeringsarts (en wat de derde stap betreft in overleg met de arbeidsdeskundige) doorloopt bij de prognose van de arbeidsbeperkingen. Hierbij moet worden uitgegaan van de medische situatie zoals die is op het moment van de beoordeling.

Er is sprake van stap één als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten. Hiervan is sprake bij een progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden of een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Als de eerste stap niet leidt tot kwalificatie van duurzame arbeidsongeschiktheid, is verbetering van de belastbaarheid niet uitgesloten. Dan volgt de tweede stap. In stap twee geeft de verzekeringsarts aan hoeverre verbetering in het eerstkomende jaar te verwachten is. Er is ofwel een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden dan wel verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten. Als in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks verbetering van de belastbaarheid wordt verwacht, beoordeelt de verzekeringsarts in het kader van stap drie of, en zo ja, in hoeverre, die verbetering van de belastbaarheid na het eerstkomende jaar nog kan worden verwacht.

Er zijn dan weer twee mogelijkheden, namelijk dat er een redelijke of goede verwachting is dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden (hiervan is alleen sprake bij een behandeling, waarvan vaststaat dat die eerst op langere termijn kan zijn gericht op verbetering van de belastbaarheid) of wel verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten.

Vaste rechtspraak over duurzaamheid

5. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) hanteert strenge criteria voor de beoordeling van

duurzaamheid door verzekeringsartsen. De verzekeringsarts moet bij een claim van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid een inschatting maken van de herstelkansen in het eerste jaar en de periode erna. Die inschatting moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden van de verzekerde. Als de inschatting berust op een medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat van die behandeling voor de individuele verzekerde. De enkele stelling dat er nog behandelmogelijkheden zijn, is dus onvoldoende.

Beoordeling van het geschil

6. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapporten geconcludeerd dat er geen sprake is van een progressief ziektebeeld of een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Er is volgens haar een redelijke tot goede verbetering te verwachten het eerst komende of daarop volgende jaar. Daarbij wijst zij erop dat het probleem met Covid is dat er veel visies zijn, omdat het ziektebeeld nog onvoldoende is uitgekristalliseerd. De inzet van een SSRI geeft volgens haar goede resultaten in een onderzoek en is in principe voor elke patiënt met longcovid een optie om uit te proberen. Verder is er voor eiser de mogelijkheid om zich aan te melden voor een behandeling bij één van de drie specifieke poli’s waar goede resultaten worden geboekt. Ook is er nog de mogelijkheid om cognitieve gedragstherapie (cgt) te volgen, waarbij zij verwijst naar een artikel waarin is vermeld dat het volgen van die therapie effectief kan zijn om het functioneren bij mensen met long Covid te doen verbeteren.

Gelet op het stappenplan en de rechtspraak van de CRvB moet de verzekeringsarts onderbouwen welk mogelijk resultaat de behandelmogelijkheden in de individuele situatie van eiser zouden kunnen opleveren. Daar is nu niet aan voldaan naar het oordeel van de rechtbank.

Zo is de optie dat eiser zich kan aanmelden bij een gespecialiseerde poli onvoldoende concreet, omdat daarmee niet is onderbouwd welk gunstig resultaat een behandeling daar voor eiser zou kunnen opleveren. De gemachtigde van het Uwv heeft dit ook op de zitting beaamd.

Ook wat betreft de andere genoemde opties: de inzet van een SSRI en het volgen van cgt is niet concreet gemaakt of deze behandelingen voor eiser geschikt zijn. Er is geen navraag gedaan bij één van de behandelaars van eiser. Ook is niet concreet gemaakt welke beperkingen kunnen worden verbeterd en op welke termijn. Het enkel wijzen op het feit dat er nog behandelopties zijn en dat verbetering van de belastbaarheid mag worden verwacht, is te algemeen en onvoldoende toegespitst op de individuele situatie van eiser.

De conclusie van het Uwv dat eiser niet duurzaam arbeidsongeschikt is, is dus onvoldoende gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv met de rapporten van de

verzekeringsarts bezwaar en beroep het ontbreken van duurzaamheid onvoldoende gemotiveerd. Daarom is er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.

9. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het Uwv in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het Uwv in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.

10. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het Uwv het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.

11. Het Uwv moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om onnodige vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Als het Uwv gebruik maakt van die gelegenheid en het gebrek heeft hersteld, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het Uwv. In beginsel, ook in de situatie dat het Uwv de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

12. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.C.A. van Kuijeren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?