RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11853058 \ UC EXPL 25-6892 WMB/61313
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
Gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
vertegenwoordigd door haar bestuurder, de heer [A] ,
tegen
[gedaagde] , v.h.o.d.n. [handelsnaam] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
[eiseres] heeft [gedaagde] op 27 augustus 2025 gedagvaard. Op 24 september 2025 heeft [gedaagde] een conclusie van antwoord ingediend. Op 14 oktober 2025 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiseres] , mr. [B] , zich als gemachtigde onttrokken. Op 10 december 2025 heeft [eiseres] een brief met aanvullende bijlagen ingediend. De mondelinge behandeling zou eerst plaatsvinden op 12 december 2025. Door omstandigheden aan de zijde van de rechtbank is de mondelinge behandeling verplaatst naar 13 maart 2026. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt. [eiseres] is niet verschenen. [gedaagde] is wel verschenen. Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
2. De kern van de zaak
Partijen hebben met een elkaar een overeenkomst gesloten om artikelen op Bol.com te verkopen. Daarvoor is [gedaagde] een onderneming gestart en een zakelijk Bol.com-account aangemaakt. De inloggegevens van het account heeft hij aan [eiseres] gegeven, die daarmee vervolgens artikelen is gaan verkopen. Partijen hebben afgesproken dat 20% van de winst daarvan voor [gedaagde] is en de rest voor [eiseres] . [eiseres] wil dat [gedaagde] haar € 6.039,04 betaalt, vermeerderd met rente en kosten, omdat dat haar deel is van de opbrengst. [gedaagde] weigert dat te doen, omdat [eiseres] namaakartikelen heeft verkocht op het account, hij de betaling daarom heeft opgeschort, en hij de vordering wil verrekenen met een schadevergoeding die [eiseres] hem moet betalen. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.
3 De beoordeling
[gedaagde] mocht de betaling opschorten
[gedaagde] erkent dat hij een deel van de volledige verkoopopbrengsten op grond van de overeenkomst aan [eiseres] moet betalen. Hij heeft niet duidelijk gemaakt hoeveel dat volgens hem is. Hij zegt dat hij eerst heeft afgewacht met de betaling en hij nu het volledige bedrag kan verrekenen. [gedaagde] heeft uitgelegd dat [eiseres] volgens hem namaakartikelen is gaan verkopen op het Bol.com-account, waardoor Bol.com het account heeft geblokkeerd. Volgens [gedaagde] was dat in strijd met de afspraken, omdat [eiseres] uitdrukkelijk tegen hem heeft gezegd dat er geen verboden dingen met het account zouden worden gedaan. [gedaagde] zegt dat hij daarom in eerste instantie de betaling heeft afgewacht met de betaling toen hij daarachter kwam. Daarna heeft hij [eiseres] de kans gegeven om het account te (laten) deblokkeren en echte artikelen te gaan verkopen. Omdat [eiseres] dat tot nu toe weigert, zegt [gedaagde] dat hij recht heeft op een schadevergoeding. Die schadevergoeding wil hij met de vordering van [eiseres] verrekenen.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet kan verrekenen. Om te kunnen verrekenen is het nodig dat [gedaagde] een tegenvordering op [eiseres] heeft, die bovendien eenvoudig vast te stellen is. Dat is niet het geval. [gedaagde] heeft pas recht op een schadevergoeding van [eiseres] als [eiseres] de afspraken niet nakomt, ook niet als [gedaagde] haar daarop aanspreekt (verzuim), en [gedaagde] daardoor schade lijdt. Dat [gedaagde] schade heeft geleden, blijkt nergens uit. Het enkele feit dat [gedaagde] een onderneming is gestart, dat die weer is gestopt, en dat [gedaagde] zich door [eiseres] belazerd voelt, kan daarom zonder nadere onderbouwing niet leiden tot het recht op schadevergoeding.
[gedaagde] kon wel afwachten met de betaling. Dat heet opschorting. Een betaling mag worden opgeschort als degene aan wie moet worden betaald zelf zijn afspraken niet nakomt. De kantonrechter oordeelt dat dat hier het geval is. [eiseres] zegt weliswaar dat zij geen namaakproducten heeft verkocht, maar uit het door haar overgelegde bericht van Bol.com blijkt dat het account van [gedaagde] in ieder geval een tijd geblokkeerd is geweest omdat het assortiment in strijd was ‘met de merkrichtlijnen en eigendomsrechten van Bol.com’. Dat was voldoende reden voor [gedaagde] om aan te nemen dat er in strijd met de afspraken iets niet in de haak was met de producten die werden aangeboden. De kantonrechter oordeelt dat hij daarom de betaling mocht opschorten totdat [eiseres] had laten zien dat zij echte producten verkocht en het account weer functioneerde en in gebruik was genomen. Aangezien [eiseres] heeft geweigerd om dat te doen, is de vordering van [eiseres] ook nu nog steeds niet opeisbaar. Dat betekent dat [gedaagde] (nog) niet hoeft te betalen. De kantonrechter zal de vorderingen van [eiseres] daarom afwijzen.
[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
Omdat [eiseres] in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten, omdat hij naar de mondelinge behandeling is gekomen en daar kosten voor heeft moeten maken.
4 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.