ECLI:NL:RBMNE:2026:192

ECLI:NL:RBMNE:2026:192

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 16/132066-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefdochter, medeplegen van verkrachting van zijn stiefdochter, verkrachting en het verwerven en in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar. Daarnaast vindt haar aangifte voldoende steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 8 jaar op. Daarnaast legt de rechtbank de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren. Dit houdt in een contactverbod met aangeefster. Ten slotte legt de rechtbank verdachte de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op. Toewijzing van de gehele gevorderde materiële schade en toewijzing van de immateriële schade tot een bedrag van € 40.000,-.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/132066-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1966] in [geboorteplaats] ,

adres: [adres] , [woonplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 januari 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk, samen met een ander, zijn stiefdochter [slachtoffer] , die toen jonger was dan zestien jaar, getuige heeft laten zijn van het plegen van seksuele handelingen tussen hem en zijn partner [medeverdachte] , de moeder van [slachtoffer] ;

feit 2

primair

in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk samen met een ander zijn stiefdochter [slachtoffer] , die toen ouder was dan twaalf jaar maar nog geen zestien jaar was, seksueel heeft misbruikt;

subsidiair

in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk samen met een ander ontucht heeft gepleegd met zijn stiefdochter [slachtoffer] , die toen ouder was dan twaalf jaar maar nog geen zestien jaar was;

feit 3

primair

in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk samen met een ander zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer] , die hij opvoedde als behorend tot zijn gezin, heeft verkracht;

subsidiair

in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk samen met een ander ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer] ;

feit 4

in de periode van 26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk en/of Ermelo samen met een ander [slachtoffer] heeft verkracht;

feit 5

in de periode van 17 juni 2019 tot en met 1 maart 2023 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk, samen met een ander kinderporno heeft vervaardigd, verworven, in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe heeft verschaft.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1, feit 2 primair en subsidiair, feit 3 primair en subsidiair en feit 4. Met betrekking tot feit 5 refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2

De rechtbank oordeelt dat feit 2 primair (seksueel misbruik van zijn stiefdochter die tussen de twaalf en zestien jaar was) en feit 2 subsidiair (ontucht met zijn stiefdochter die tussen de twaalf en zestien jaar was) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.

Uit de aangifte en de aanvullende verklaring van aangeefster heeft de rechtbank afgeleid dat het seksueel misbruik door de verdachte en de medeverdachte is begonnen toen aangeefster zestien of zeventien jaar was. Ook uit de overige stukken in het dossier is niet gebleken dat het seksueel misbruik voor haar zestiende jaar is begonnen. De rechtbank spreekt de verdachte integraal vrij van de beschuldigingen onder feit 2.

Bewijsmiddelen feiten 1, 3 primair, 4 en 5

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 3 primair, 4 en 5 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

Juridisch kader

In een zedenzaak doet zich vaak de situatie voor dat alleen de aangeefster en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen en dat zij allebei iets anders verklaren over wat er is gebeurd.

Alleen een betrouwbare verklaring van een aangeefster kan als uitgangspunt dienen voor de verdere beoordeling van het aan de verdachte ten laste gelegde feit. Bij de beoordeling van een verklaring op haar betrouwbaarheid gaat het onder andere om consistentie, authenticiteit, spontaniteit en tot slot waargenomen emoties.

Gelet op het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is alleen de verklaring van de aangeefster, zelfs als die betrouwbaar is, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat – op grond van vaste rechtspraak – in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaringen van de aangeefster voldoende wettig bewijs kan opleveren. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van de aangeefster, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster

De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat haar verklaring op bepaalde punten niet concreet en gedetailleerd is. Daarbij komt dat aangeefster tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris op meerdere vragen geen antwoord kon geven.

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij pas vanaf haar achttiende seks met aangeefster heeft gehad en dat hij haar niet voor haar achttiende in seksueel opzicht heeft aangeraakt.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

De rechtbank is, anders dan de advocaat van de verdachte, van oordeel dat de verklaringen van aangeefster authentiek, consistent en voldoende specifiek zijn. Aangeefster heeft in december 2022 zowel tijdens het informatieve gesprek bij de politie als tijdens de aangifte gedetailleerd en concreet beschreven welke seksuele handelingen de verdachte bij haar heeft uitgevoerd. Deze verklaring heeft zij op grote lijnen herhaald bij de rechter-commissaris in september 2025. Dat zij tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris, bijna drie jaar na het doen van de aangifte, het antwoord op sommige vragen schuldig moest blijven, vindt de rechtbank niet onbegrijpelijk.

Zo heeft aangeefster onder meer omschreven hoe de medeverdachte haar voordeed hoe ze bepaalde seksuele handelingen bij de verdachte kon uitvoeren. Ook heeft zij consistent verklaard over de latere seksuele handelingen en de manipulerende wijze waarop de verdachte haar behandelde en benaderde. Een maand nadat aangeefster het huis van de verdachte en de medeverdachte heeft verlaten, heeft aangeefster haar stiefmoeder en een vriendin verteld wat haar is overkomen. Uit de verklaring bij de politie van haar stiefmoeder over wat aangeefster tegen haar heeft gezegd, blijkt dat ook deze verklaring van aangeefster in grote lijnen met haar verklaringen bij de politie overeenkomt.

De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de belastende verklaringen van aangeefster te twijfelen en acht haar verklaringen betrouwbaar en geloofwaardig.

Voldoende steunbewijs

De rechtbank is, anders dan de advocaat, van oordeel dat de aangifte op voor de tenlastelegging essentiële onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Zo vindt de verklaring van aangeefster allereerst op één belangrijk punt steun in de eigen verklaring van de verdachte. De verdachte heeft immers verklaard dat hij vanaf haar achttiende jaar meerdere malen seks heeft gehad met aangeefster. Daarnaast worden de verklaringen van aangeefster ondersteund door de grote aantallen chatberichten die zich in het dossier bevinden. Dit betreft zowel berichtenverkeer tussen aangeefster en de verdachte als berichten tussen de verdachte en de medeverdachte. In deze berichten worden de seksuele handelingen met aangeefster uitgebreid beschreven.

Seksuele fantasieën (alternatief scenario)

De verdachte en de medeverdachte bespreken al vanaf 2016 in hun chats seksuele handelingen met aangeefster. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat het tot het moment dat aangeefster achttien jaar was bleef bij gedeelde fantasieën tussen hem en de medeverdachte, die niet tot uitvoering zijn gekomen en waarvan aangeefster niets wist. Die verklaring komt erop neer dat aangeefster aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik dat bij toeval opvallend veel overeenkomsten vertoont met fantasieën tussen de verdachte en de medeverdachte, zonder dat aangeefster van die fantasieën op de hoogte was. De rechtbank vindt dit, gelet op de inhoud van de aangifte, de inhoud van de chats en andere bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig.

Medeplegen feit 1 en feit 3 primair

Een vraag die beantwoord moet worden, is of de verdachte de hiervoor besproken zedenmisdrijven samen met de medeverdachte heeft gepleegd. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend en zij overweegt daartoe als volgt.

Bij de beoordeling of sprake is van medeplegen stelt de rechtbank voorop dat daarvoor een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten is vereist. Op grond van vaste rechtspraak kan daarvan slechts sprake zijn als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachten aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of de bijdrage van voldoende gewicht is, kan de rechter onder andere rekening houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachten. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit, maar kan ook worden geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het delict.

Op grond van de bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat de medeverdachte zich jarenlang intensief met het seksueel misbruik van haar dochter door de verdachte heeft bemoeid. Op een vakantie in Frankrijk werd aangeefster door de medeverdachte gevraagd de caravan in te komen. Daar werd haar de penis van verdachte getoond. Aangeefster heeft verklaart dat dit gebeurde omdat zij ‘achterliep in de ontwikkeling’. In het begin van 2019 heeft de medeverdachte aangeefster voorgedaan hoe zij de verdachte moest pijpen. Ook heeft de medeverdachte gezegd dat aangeefster haar schaamhaar door verdachte moest laten scheren.

Veelzeggend zijn in dit verband de berichten van de verdachte aan de medeverdachte waarin hij erover spreekt dat aangeefster ‘een slet in opleiding’ is en dat de medeverdachte ervoor moet zorgen dat aangeefster zal worden opgeleid tot een ‘slet’. Hij draagt de medeverdachte ook op om aangeefster ‘actief te houden’. Ook schrijft de verdachte in een chat aan de medeverdachte ‘sinds jij voorgedaan hebt hoe je moet aftrekken’. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit op het gezamenlijk corrumperen van een minderjarige (feit 1) en op het gezamenlijk plegen van seksueel misbruik (feit 3 primair).

De medeverdachte vervulde een essentiële en soms ook sturende rol, die voor de verdachte van wezenlijk belang is geweest om de strafbare feiten te kunnen plegen. De bijdrage die de medeverdachte aan de delicten heeft geleverd, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook van dusdanig gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Dat de medeverdachte aangeefster niet zelf seksueel heeft misbruikt, maakt dat niet anders. Gelet op de intensiteit van de samenwerking met de verdachte, de onderlinge taakverdeling en haar rol in de voorbereiding van de feiten was immers sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 primair sprake is van medeplegen.

Dwang met betrekking tot de feiten 3 primair en 4

Dat sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld, is niet gebleken. De vraag resteert of sprake is geweest van ‘andere feitelijkheden’ waardoor de verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van de ten laste gelegde seksuele handelingen. Daarmee kan worden bedoeld een gedraging of een omstandigheid die geschikt was om aangeefster te dwingen te doen of te ondergaan wat van haar werd verlangd, waarbij in het bijzonder aan psychische druk kan worden gedacht. Uit vaste rechtspraak volgt dat in dat verband dan moet worden vastgesteld dat de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of aangeefster in een zodanige afhankelijkheidsrelatie heeft gebracht, dat zij zich daardoor niet tegen de seksuele handelingen kon verzetten, of dat de verdachte aangeefster heeft gebracht in een zodanige, door hem opzettelijk veroorzaakte (bedreigende) situatie waarin het voor aangeefster zo moeilijk was om zich aan die handelingen te onttrekken, dat er sprake was van dwang van de zijde van de verdachte. Hierbij kunnen ook omstandigheden worden meegewogen die voorafgaan aan de periode waarop de beschuldiging ziet.

De rechtbank heeft een opbouw in de ernst van de gedwongen seksuele handelingen vastgesteld. Toen aangeefster vijftien jaar was is het misbruik begonnen met het voordoen van seksuele handelingen bij de verdachte door de medeverdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster vervolgens de verdachte heeft moeten pijpen en dat hij haar uiteindelijk vaginaal heeft gepenetreerd toen zij zestien of zeventien was. Nadat aangeefster achttien jaar was geworden is de verdachte ook klaargekomen in haar en heeft hij anale seks met haar gehad.

Uit de chatberichten komt naar voren hoe de verdachte aangeefster manipuleerde en hoe dwingend hij was. Zo gebruikt hij in zijn berichten werkwoorden als ‘moeten’ of ‘gaan’ (“je moet sowieso pijpen”, “morgen gaan we neuken”). Daarbij heeft de verdachte aangeefster aangemoedigd tot verdergaande handelingen. Ook blijkt deze manipulatie uit de woorden van aangeefster wanneer zij zegt: “Ik heb wel zin, maar ook weer niet” en “Maar ik wil je niet teleurstellen”. Daarnaast blijkt uit de chatberichten tussen de verdachte en aangeefster dat de verdachte haar nieuwe kleding in het vooruitzicht stelt als ze seks met hem heeft.

Een deel van de seksuele handelingen is gepleegd toen aangeefster minderjarig was en de verdachte een volwassen man. Het leeftijdsverschil tussen hen bedraagt ruim zevenendertig jaar. Aangeefster bevond zich gelet op haar geestelijke en sociale ontwikkeling in een kwetsbare situatie. De verdachte had een relatie met de moeder van aangeefster (de medeverdachte) en hij was in die zin haar stiefvader. Onder die omstandigheden presenteerde de verdachte zich als vertrouwenspersoon voor aangeefster en zei hij dat hij van haar hield. Aangeefster nam hem vaak in vertrouwen. Binnen die vertrouwensband begon de verdachte toen zij zestien of zeventien jaar was met orale penetratie, daarop volgde vaginale penetratie en uiteindelijk ook anale seks toen zij achttien jaar was. Verdachte heeft aangeefster ertoe bewogen stapsgewijs haar grenzen te verleggen. Dat de verdachte misschien niet is gebleken van concreet verzet maakt geen verschil, omdat dat voor een bewezenverklaring van ‘dwang’ niet is vereist.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat sprake is geweest van dwang.

Het proces-verbaal van 3 april 2022 met de chats tussen de verdachte en [slachtoffer]

De advocaat heeft aangevoerd dat het proces-verbaal van 3 april 2024 inhoudende chatgesprekken tussen de verdachte en aangeefster moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat de herkomst van de gegevensdrager waarop deze gesprekken zijn aangetroffen onbekend zou zijn.

De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. Het laatste gedeelte van de chatcorrespondentie, betreffende de periode 31 oktober 2022 tot en met 9 november 2022 komt overeen met chats die zijn aangetroffen in de telefoon van aangeefster. Uit het proces-verbaal volgt dus onmiskenbaar dat het gaat om chatcorrespondentie tussen verdachte en aangeefster. De advocaat heeft aangevoerd dat sprake is van een vormverzuim, nu niet duidelijk is of en door wie de betreffende gegevensdrager (vrijwillig) ter beschikking is gesteld. Voor zover het gaat om een gegevensdrager van verdachte geldt dat hij de gegevensdragers vrijwillig heeft afgegeven bij de politie. Voor zover het gaat om een gegevensdrager van een derde (wat, gelet op de inhoud ervan, niet voor de hand ligt) geldt dat verdachte niet in zijn belangen is geschaad als ten opzichte van die derde mogelijk geldt dat de gegevensdrager niet vrijwillig ter hand is gesteld en er dus een machtiging van de rechter-commissaris vereist was. Bovendien heeft de advocaat ook niet gesteld dat aan de zijde van verdachte sprake is van enig nadeel.

Conclusie

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte aangeefster vóór haar zestiende jaar meermalen getuige heeft laten zijn van seksuele handelingen tussen hen. Daarnaast vindt de rechtbank bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte aangeefster meermalen seksueel heeft misbruikt toen zij tussen de zestien en achttien jaar was. Ten slotte vindt de rechtbank bewezen dat de verdachte aangeefster toen zij meerderjarig was meermalen heeft verkracht.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

Feit 1

in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg en in Frankrijk meermaals tezamen en in vereniging met een ander een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , waarvan verdachte wist dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij, verdachte,- zijn ontblote penis aan die [slachtoffer] getoond en - vervolgens die [slachtoffer] laten toekijken terwijl haar moeder zijn ontblote penis met haar hand(en) vastpakte en vervolgens in haar mond nam en hield;

Feit 3 primair

in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg tezamen en in vereniging met een ander door een andere feitelijkheid meermaals een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of zijn mededader, [medeverdachte] ,

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en bewegen, zodat hij, verdachte, vervolgens een erectie kreeg en

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten betasten en

- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en haar schaamlippen betast met zijn hand(en) en vinger(s) en

- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en zijn gezicht laten bewegen en

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en

- de borsten en tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en

- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden en

- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden en

- zijn, verdachtes, vinger(s) en penis tussen de schaamlippen en in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en gehouden, bestaande die andere feitelijkheid telkens hierin, dat verdachte en zijn mededader bij het plegen van voornoemde handelingen

- misbruik hebben gemaakt van zijn emotionele overwicht, mede gelet op verdachtes leeftijd en de minderjarige leeftijd van die [slachtoffer] en het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van zijn positie als stiefvader/verzorger van die [slachtoffer] en daarbij gebruik hebben gemaakt van de daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichte van verdachte en

- die [slachtoffer] op misleidende wijze hebben doen geloven dat deze praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar ontwikkeling en

- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk hebben gestimuleerd om seksuele handelingen bij hem, verdachte, te verrichten,

waarbij verdachte zich meermaals manipulatief en dwingend gedroeg jegens die [slachtoffer] en waarbij die [slachtoffer] vreesde voor verdachtes teleurstelling/afkeuring als zij niet zou dulden en doen wat hij, verdachte, wilde,

en aldus voor die [slachtoffer] een intimiderende/onderdrukkende situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon en durfde te onttrekken;

Feit 4

in de periode van 26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 te Bunschoten-Spakenburg en te Nijkerk en te Ermelo door een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte - zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten betasten en - het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en haar schaamlippen betast met zijn hand(en) en/of vinger(s) en

- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en zijn gezicht, laten bewegen en - zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en - de borsten en tepels van die [slachtoffer] betast met zijn handen en - zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden en - zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden en - zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en in de vagina en in de anus van die [slachtoffer] gebracht en gehoudenbestaande die andere feitelijkheid telkens hierin, dat verdachte bij het plegen van voornoemde handelingen- misbruik heeft gemaakt van zijn emotionele overwicht, mede gelet op verdachtes leeftijd en de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer] en het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van zijn positie als stiefvader/verzorger van die [slachtoffer] en/of daarbij gebruik heeft gemaakt van de daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichte van verdachte en - die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft doen geloven dat deze praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar ontwikkeling en - die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft gestimuleerd om seksuele handelingen bij hem, verdachte, te verrichtenwaarbij verdachte zich meermaals manipulatief en dwingend gedroeg jegens die [slachtoffer] en waarbij die [slachtoffer] vreesde voor verdachtes teleurstelling/afkeuring als zij niet zou dulden en/of doen wat hij, verdachte wilde en aldus voor die [slachtoffer] een intimiderende/onderdrukkende situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon en durfde te onttrekken en aldus voor die [slachtoffer] een situatie heeft doen ontstaan waarin seksuele handelingen met haar stiefvader zijn genormaliseerd en waardoor de vorming van de eigen vrije wil van [slachtoffer] niet/gebrekkig tot stand is gekomen, temeer door haar vanaf jonge leeftijd die handelingen te laten dulden en te laten verrichten;

Feit 5

op 17 juni 2019 te Bunschoten-Spakenburg een afbeelding, te weten een foto en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - te weten een mobiele telefoon van het merk iPhone - van seksuele gedragingen, waarbij een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:het gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de ontblote borsten van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

Medeplegen van met ontuchtig oogmerk een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd;

Feit 3

Primair

Verkrachting, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;

Feit 4

Verkrachting, meermalen gepleegd;

Feit 5

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en maatregelen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 7 jaar,

- een contactverbod met [slachtoffer] als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaar, met een week hechtenis voor de eerste keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, oplopend met een extra week per overtreding, met een maximum van 6 maanden hechtenis;

- de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: de 38z-maatregel).

De officier van justitie eist dat het contactverbod direct na de uitspraak van het vonnis ingaat en dadelijk uitvoerbaar is.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat de verdachte een blanco strafblad heeft. Het opleggen van een langdurige gevangenisstraf zou leiden tot het verlies van zijn huis en baan. De advocaat verzoekt de rechtbank om een zo laag mogelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen in combinatie met een voorwaardelijk deel met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft samen met zijn partner, de moeder van aangeefster, zijn stiefdochter minstens een half jaar lang getuige laten zijn van seksuele handelingen tussen hem en zijn partner. Zijn stiefdochter was toen slechts 15 jaar oud. Daarnaast heeft de verdachte samen met zijn partner gedurende een periode van twee jaar zijn stiefdochter, toen 16/17 jaar oud, verkracht. Ook toen zijn stiefdochter meerderjarig was, bleef hij haar ruim anderhalf jaar lang verkrachten. Ten slotte heeft de verdachte een pornografische afbeelding van zijn minderjarige stiefdochter verworven en in zijn bezit gehad.

Ondanks dat de verdachte bij de seks die hij met zijn stiefdochter had geen directe lichamelijke dwang of agressie heeft gebruikt, acht de rechtbank de feiten buitengewoon ernstig. De verdachte had, als stiefvader die naast zijn partner de zorg had over zijn minderjarige en kwetsbare stiefdochter, zijn verantwoordelijkheid moeten kennen en aangeefster moeten beschermen, in plaats van haar te misleiden en seksueel te misbruiken. Aangeefster mocht er op vertrouwen dat zij in het gezin van haar moeder en stiefvader veilig zou zijn en dat zij haar op een gewetensvolle manier zouden begeleiden en opvoeden. Het tegenovergestelde is gebeurd.

De verdachte had er rekening mee moeten houden dat aangeefster, vanwege haar leeftijd en haar verleden, kwetsbaar was op het gebied van seksualiteit. Hij moest zich beseffen dat zijn gedrag tot ernstige psychologische problemen bij haar kon leiden. Minderjarigen dienen tegen zulke vergaande manipulatie, zulke dwang en zulk jarenlang seksueel misbruik beschermd te worden, juist binnen het eigen gezin.

Daar komt nog bij dat aangeefster toen zij in 2019 bij de verdachte en de medeverdachte kwam wonen psychologische hulp had. Het dossier schetst het beeld dat de verdachte aangeefster weg wilde houden van de hulp die zij kreeg. Aangeefster is bijvoorbeeld op aandringen van de verdachte gestopt met het nemen van haar medicatie.

De verdachte en de medeverdachte gingen doelbewust steeds een stapje verder in het seksuele contact met aangeefster en zochten haar grenzen op, overschreden deze en verlegden de grenzen vervolgens. Het misbruik gebeurde vaak in de woning waar aangeefster met haar moeder en stiefvader woonde. De eigen woning is bij uitstek de plek waar zij zich veilig zou moeten voelen. De verdachte heeft op een extreme manier inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en integriteit van het slachtoffer en heeft haar normale en gezonde seksuele ontwikkeling ernstig doorkruist. Hij heeft geen enkel oog gehad voor haar welzijn en zich alleen bekommerd om zijn eigen seksuele bevrediging.

Uit de slachtofferverklaring die haar stiefmoeder tijdens de zitting namens aangeefster heeft voorgelezen, blijkt dat zij nog steeds veel last heeft van de gebeurtenissen. Haar vertrouwen in haar moeder en stiefvader is op een afschuwelijke manier geschaad. Ze verkeerde in de veronderstelling dat het normaal was zoals het er bij hen thuis aan toe ging. Pas door met anderen over haar thuissituatie te praten, ontdekte ze dat de situatie waarin de verdachten haar hadden gebracht verre van normaal was. Aangeefster vertelde een vriendin bijvoorbeeld dat zij en haar stiefvader ‘friends with benefits’ waren en pas door de reactie van haar vriendin besefte aangeefster dat dit niet in orde was. Zo werd haar duidelijk wat haar moeder en haar stiefvader haar hebben aangedaan. Met vallen en opstaan heeft ze haar leven weer proberen op te pakken.

Verder merkt de rechtbank de houding van de verdachte aan als strafverzwarend. Hij ontkent seks te hebben gehad met aangeefster toen zij minderjarig was. Hij heeft verklaard dat hij wel seks heeft gehad met aangeefster vanaf haar meerderjarigheid, maar dat dit vrijwillig was. Op de zitting heeft hij het initiatief met name aan aangeefster toegeschreven. Dit terwijl hij, als volwassene en als stiefvader van aangeefster, beter had moeten weten. Ook als aangeefster, als gevolg van de jarenlange manipulatie door haar moeder en haar stiefvader, initiatief nam tot seks, had hij haar tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. De verdachte lijkt het kwalijke en schadelijke van zijn handelen nog altijd niet te willen inzien.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank kijkt ook naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het strafblad van de verdachte van 9 december 2025 blijkt dat hij niet voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 10 juli 2025 dat over de verdachte is opgemaakt. Uit het rapport blijkt dat de verdachte zijn leven op sociaal-maatschappelijk gebied goed op orde heeft. Het risico op recidive kan door de reclassering niet worden ingeschat, omdat de verdachte ontkent. De reclassering adviseert bij oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden te stellen, waaronder diagnostisch onderzoek en eventuele ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer] .

Strafkader

De rechtbank heeft tevens gelet op straffen die in min of meer vergelijkbare strafzaken door rechters zijn opgelegd.

Gevangenisstraf

De rechtbank komt tot minder bewezen verklaarde feiten dan waar de officier van justitie bij zijn eis van is uitgegaan. Het verwijt dat de verdachte met de bewezen verklaarde feiten wordt gemaakt is echter zo ernstig dat de rechtbank de straf die de officier van justitie eist niet hoog genoeg vindt. De rechtbank zal, gelet op wat hiervoor is overwogen, aan de verdachte een gevangenisstraf van acht jaar opleggen. Dat is de straf die de rechtbank passend en geboden vindt.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte, vanwege zijn persoonlijkheid, na het ondergaan van de gevangenisstraf niet zonder behandeling terug kan keren in de maatschappij. De rechtbank vindt een gedwongen kader met een langdurig toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een behandeling, noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen.

Gelet op het voorgaande, in combinatie met de aard en de ernst van de feiten, de lange periode waarin die feiten zijn gepleegd en de hardnekkigheid waarmee de verdachte zijn gedrag heeft voortgezet, vindt de rechtbank een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht noodzakelijk. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld en kan in de verdere toekomst het recidiverisico worden teruggedrongen of op een aanvaardbaar niveau worden gehouden.

Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel langdurig toezicht is voldaan. De verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, waar een maximumstraf van 12 jaar op staat.

Vrijheidsbeperkende maatregelen

De rechtbank ziet aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte op geen enkele manier – direct of indirect – contact heeft of zoekt met aangeefster.

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregelen op voor 5 jaar. Gedurende die periode zal hier per overtreding een maand hechtenis tegenover staan, met een maximum van zes maanden. De rechtbank bepaalt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 72,291,22 voor de tenlastegelegde feiten, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 22.291,22 voor vergoeding van materiële schade en € 50.000,- voor vergoeding van immateriële schade.

De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

Eigen risico ziektekostenverzekering 2022: € 27,80;

Eigen risico ziektekostenverzekering 2023: € 369,32;

Eigen risico ziektekostenverzekering 2024: € 369,58;

Eigen risico ziektekostenverzekering 2025: € 355,52;

Eigen risico ziektekostenverzekering 2026: € 385,-;

Reiskosten: € 1.584,-;

Toekomstige reiskosten: € 500,-

Studievertraging: € 18.700,-.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Daarnaast heeft de benadeelde partij gevraagd om een contactverbod.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering volledig toe te wijzen, met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank primair de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraak. Met betrekking tot het eigen risico over de jaren 2024, 2025 en 2026 heeft de verdediging aangevoerd dat het causale verband tussen deze kosten en de feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd niet aanwezig is. Volgens de advocaat is een incident op 31 december 2023 de oorzaak geweest van nieuwe behandelingen bij de traumapsycholoog en niet het vermeende misbruik door de verdachte. Over de studievertraging heeft de advocaat opgemerkt dat onderbouwende stukken ontbreken. De advocaat heeft ten aanzien van de aangevoerde jurisprudentie over de gevorderde immateriële schade opgemerkt dat deze niet passend is.

Oordeel van de rechtbank

De materiële schade

De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1, 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Met betrekking tot het eigen risico over de jaren 2024, 2025 en 2026 overweegt de rechtbank dat de eerder ontstane psychische klachten bij aangeefster na een grensoverschrijdend incident eind 2023, dat qua ernst in geen enkele verhouding staat tot de bewezenverklaarde feiten, weer op de voorgrond zijn getreden. Om deze reden is de behandeling bij de psycholoog in maart 2024 weer hervat. Dit onderstreept naar het oordeel van de rechtbank dat bij aangeefster sprake was van een wankel evenwicht als gevolg van de bewezenverklaarde feiten, ook al was de behandeling voor dat moment beëindigd. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het verweer van de advocaat.

Ten aanzien van de toekomstige schade (eigen risico 2026 en reiskosten voor behandelingen) staat voldoende vast dat benadeelde deze schade zal lijden, gelet op de nog lopende behandelingen. Deze schadeposten zullen daarom worden toegewezen.

Anders dan de advocaat van de verdachte heeft bepleit, oordeelt de rechtbank dat tussen de studievertraging van aangeefster en het bewezenverklaarde voldoende causaal verband bestaat. Over de gestelde schade vanwege opgelopen studievertraging overweegt de rechtbank dat aan de benadeelde partij geen strenge eisen mogen worden gesteld met betrekking tot het te leveren bewijs voor de causaliteit tussen het bewezenverklaarde feit en de gestelde studievertraging. De benadeelde partij heeft in dit geval gemotiveerd onderbouwd dat de studievertraging is ontstaan als gevolg van de gedragingen van de verdachte en de medeverdachte.

De hoogte van het bedrag, ontleend aan de Letselschade Richtlijn Studievertraging, komt de rechtbank redelijk voor. In deze richtlijn wordt een normbedrag van € 18.700,- genoemd voor een jaar studievertraging op het mbo. De benadeelde partij heeft een jaar studievertraging opgelopen. De rechtbank stelt de schade daarom vast op dit bedrag.

De rechtbank zal de gevraagde materiële schade daarom geheel toewijzen (€ 22.291,22).

De immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij haar is PTSS vastgesteld. Zij heeft als gevolg van het bewezenverklaarde, dat in totaal ruim vier jaar heeft geduurd, al ruim 100 EMDR-therapiesessies bij een psycholoog gehad. Uit het behandelverloop en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat ze veel last heeft van stressklachten, waaronder nachtmerries, paniek, slaapproblemen, dwanghandelingen en somberheidsklachten. Al voor het misbruik was aangeefster kwetsbaar. De sociaal-emotionele en relationele ontwikkeling van aangeefster is door het misbruik negatief beïnvloed. Haar complexe problematiek vraagt om specialistische hulp die is toegesneden op de problemen met gedrag, trauma en gehechtheid. Er is nog geen concrete inschatting te maken over het behandelverloop of wanneer de therapie kan worden beëindigd. De behandeling richt zich momenteel op het verminderen van stressklachten en het ondersteunen van haar in het verwerkingsproces.

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding.

De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daarbij kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.

In deze zaak is sprake van geestelijk letsel (posttraumatische stressstoornis - PTSS) die, gelet op het verloop tot nu toe en de verwachting voor de toekomst als ernstig (categorie b) kan worden aangemerkt. De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bandbreedte van € 16.000 - € 41.000 tot uitgangspunt. In dit geval is sprake van een jong slachtoffer en is sprake van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de verdachte. Gelet op die omstandigheden acht de rechtbank een vergoeding van € 40.000 aan immateriële schade passend. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe.

Totale schade

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 22.291,22 aan materiële schade en € 40.000,- aan immateriële schade voor rekening van de verdachte komt en dus voor toewijzing in aanmerking komt. In totaal wijst de rechtbank dus een bedrag van € 62.291,22 toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeling in de kosten

De verdachte wordt ook veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Wettelijke rente - meer ingangsdata

De bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De ingangsdatum per bedrag staat vermeld in het dictum. Uit de door de benadeelde partij verstrekte informatie blijkt niet in alle gevallen op welke datum de schade is geleden (oftewel: wanneer de kosten zijn betaald). De rechtbank stelt de ingangsdatum van de wettelijke rente als volgt vast:

materiele schade

- voor het eigen risico: de laatste kalenderdag van het desbetreffende jaar;

- voor de reiskosten: halverwege de periode waarop de reiskosten betrekking hebben;

- voor de toekomstige reiskosten: de laatste kalenderdag van het jaar;

- voor de studievertraging: de oorspronkelijke afstudeerdatum zonder vertraging;

immateriële schade

- halverwege de bewezenverklaarde totale pleegperiode (1 juni 2018 tot en met 13 november 2022).

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van

€ 62.291,22 aan de Staat moet betalen.

De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals hieronder vermeld, tot de dag van volledige betaling.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Gijzeling

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte voor een deel de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij voor die schadevergoeding samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38w, 38z, 47, 57, 240b (oud), 242 (oud), 248 (oud) en 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

immateriële schade

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 primair en feit 2 subsidiair heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3 primair, 4 en 5 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en maatregelen

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) JAREN;

gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

vrijheidsbeperkende maatregel

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (ten aanzien van de feiten 1, 3 primair, 4 en 5)

Wettelijke rente

veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:

materiële schade

- over een bedrag van € 27,80 met ingang van 31 december 2022 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 369,32 met ingang van 31 december 2023 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 369,58 met ingang van 31 december 2024 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 355,52 met ingang van 31 december 2025 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 385,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 1.584,- met ingang van 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 500,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 18.700,- met ingang van 31 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 40.000,- met ingang van 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling;

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 62.291,22 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente

materiele schade

- over een bedrag van € 27,80 met ingang van 31 december 2022 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 369,32 met ingang van 31 december 2023 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 369,58 met ingang van 31 december 2024 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 355,52 met ingang van 31 december 2025 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 385,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 1.584,- met ingang van 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 500,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 18.700,- met ingang van 31 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;

immateriële schade

- over een bedrag van € 40.000,- met ingang van 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling;

gijzeling

- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 318 dagen gijzeling;

Hoofdelijkheid

- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] dan wel aan de Staat te betalen;

Kwijting

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, voorzitter, mrs. A.M.M. Lemmen en S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. van Loon als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 teBunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk gevalbinnen Europa, (meermaals, althans eenmaal) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin,te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , waarvan verdachte wist dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij, verdachte,- zijn ontblote penis aan die [slachtoffer] getoond en/of- (vervolgens) die [slachtoffer] laten toekijken terwijl haar moeder zijn ontblote penismet haar hand(en) vastpakte en/of (vervolgens) in haar mond nam en/of hield( artikel 248d Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en lid 2 Wetboek vanStrafrecht )( art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 248d Wetboek van Strafrecht )

2hij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 teBunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk gevalbinnen Europa, (meermaals, althans eenmaal) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of zijn mededader, te weten [medeverdachte] ,- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en/of bewegen, zodat hij,verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of- zijn, verdachts, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche en/of- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast metzijn hand(en) en/of vinger(s) en/of- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,althans zijn lichaam,laten bewegen en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en/of- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en/of- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/ofgehouden en/of- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vaginaen/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden( art 245 Wetboek van Strafrecht, art 248 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht )( art 245 Wetboek van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 teBunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk gevalbinnen Europa, (meermaals, althans eenmaal) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,hebbende verdachte en/of zijn mededader, te weten [medeverdachte] , - die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en/of bewegen, zodat hij,verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche en/of- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast metzijn hand(en) en/of vinger(s) en/of- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,althans zijn lichaam, laten bewegen en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en/of- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en/of- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/ofgehouden( artikel 247 Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en lid 2 Wetboek vanStrafrecht )( art 247 Wetboek van Strafrecht )

3hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 teBunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleendoor geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een anderefeitelijkheid, (meermaals, althans eenmaal)een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of zijn mededader, te weten [medeverdachte] ,- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en/of bewegen, zodat hij,verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of- zijn, verdachts, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche en/of- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast metzijn hand(en) en/of vinger(s) en/of- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,althans zijn lichaam, laten bewegen en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en/of- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en/of- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/ofgehouden en/of- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vaginaen/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden,en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid geweld en/of die bedreiging metgeweld of die andere feitelijkheid (telkens) hierin, dat verdachte en/of zijnmededader bij het plegen van voornoemde handelingen- misbruik heeft/hebben gemaakt van zijn emotionele overwicht ((mede) gelet opverdachtes leeftijd en/of de minderjarige leeftijd van die [slachtoffer] ) en/of- het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van zijn positie alsstiefvader/verzorger van die [slachtoffer] en/of (daarbij) gebruik heeft/hebben gemaaktvan verdachte en/of- die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft/hebben doen geloven dat dezepraktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aanhaar ontwikkeling en/of- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft/hebben gestimuleerd omseksuele handelingen bij hem, verdachte, te verrichten,waarbij verdachte zich (meermaals) manipulatief en/of dwingend gedroeg jegensdie [slachtoffer] en/ofwaarbij die [slachtoffer] vreesde voor verdachtes teleurstelling/afkeuring als zij niet zoudulden en/of doen wat hij, verdachte, wilde,en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (intimiderende/onderdrukkende) situatie heeftdoen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon en/of durfdete onttrekken( artikel 242 Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en lid 2 Wetboek vanStrafrecht )( art 242 Wetboek van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 teBunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (meermaals, althans eenmaal) ontucht heeft gepleegdmet zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] , geboren op [2003] , hebbende verdachte en/of zijn mededader, te weten [medeverdachte] ,- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en/of bewegen, zodat hij,verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of- zijn, verdachts, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche en/of- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast metzijn hand(en) en/of vinger(s) en/of- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,althans zijn lichaam, laten bewegen en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en/of- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en/of- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/ofgehouden en/of- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vaginaen/of in de anus van die [slachtoffer] te brengen en/of houden( art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht juncto art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht )( art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

4hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 teBunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk en/of te Ermelo, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleendoor geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een anderefeitelijkheid, (meermaals, althans eenmaal) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of zijn mededader, te weten [medeverdachte] ,- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot laten zitten en/of bewegen, zodat hij,verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of- zijn, verdachts, penis door die [slachtoffer] laten betasten en/of- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche en/of- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast metzijn hand(en) en/of vinger(s) en/of- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,althans zijn lichaam, laten bewegen en/of- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten kussen en/of- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met zijn hand(en) en/of- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/ofgehouden en/of- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vaginaen/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehoudenen bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid geweld en/of die bedreiging metgeweld of die andere feitelijkheid (telkens) hierin, dat verdachte en/of zijnmededader bij het plegen van voornoemde handelingen- misbruik heeft/hebben gemaakt van zijn emotionele overwicht ((mede) gelet opverdachtes leeftijd en/of de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer] ) en/of- het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van zijn positie alsstiefvader/verzorger van die [slachtoffer] en/of (daarbij) gebruik heeft/hebben gemaaktvan de daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichtevan verdachte en/of- die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft/hebben doen geloven dat dezepraktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aanhaar ontwikkeling en/of- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft/hebben gestimuleerd omseksuele handelingen bij hem, verdachte, te verrichten, en/of- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd “ik sla je in elkaar of ikneuk je zo heftig dat je niks liever meer wilt”, althans woorden van gelijke dreigendeaard of strekking,waarbij verdachte zich (meermaals) manipulatief en/of dwingend gedroeg jegensdie [slachtoffer] en/ofwaarbij die [slachtoffer] vreesde voor verdachtes teleurstelling/afkeuring/agressie als zijniet zou dulden en/of doen wat hij, verdachte, en/of zijn mededader wilde(n),en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (intimiderende/onderdrukkende) situatieheeft/hebben doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen konen/of durfde te onttrekkenen/of (aldus) voor die [slachtoffer] een situatie heeft/hebben doen ontstaan waarinseksuele handelingen met haar stiefvader zijn genormaliseerd en/of (waardoor) devorming van de eigen vrije wil van [slachtoffer] niet/gebrekkig tot stand is gekomen,(temeer) door haar vanaf jonge leeftijd die handelingen te laten dulden en/of telaten verrichten( art 242 Wetboek van Strafrecht juncto art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht )( art 242 Wetboek van Strafrecht )

5hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juni 2019 tot en met 01 maart 2023 te Bunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een afbeeldingen, te weten een foto en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - te weten een mobiele telefoon (van het merk iPhone) van seksuele gedragingen, waarbij een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,heeft vervaardigd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijkde leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of ineen (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passenen/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of dewijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/filmsnadrukkelijk de (ontblote) borsten van die persoon in beeld gebracht worden,(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/ofstrekt tot seksuele prikkeling(Foto ‘ [bestandsnaam] .jpg’, procesdossier pagina 435)( artikel 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en lid 2 Wetboekvan Strafrecht )

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

De verklaring van de verdachte op de zitting:

Het klopt dat ik vanaf 2019 tot en met begin november 2022 in [plaats] een aantal keer met [slachtoffer] onder de douche heb gestaan en dat ik ook het schaamhaar van [slachtoffer] heb geschoren.

Vanaf haar achttiende jaar heb ik seks met [slachtoffer] gehad. Ik heb haar gepenetreerd en kwam klaar in haar. Ook hebben we anale seks gehad.

Ik heb op 17 juni 2019 een foto ontvangen van mijn partner met daarop [slachtoffer] met ontbloot bovenlijf.

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: Wat heeft je stiefvader gedaan?A: Ja, het begon denk ik in de zomer, ik was 15 jaar.

V: Wat heeft hij bij jou gedaan?A: Ja, mijn moeder was er ook in het begin bij, de eerste paar keer. Toen ging zij hem pijpen waar ik bij was en proberen zijn piemel stijf te maken en ik moest ook altijd mee doen. Daarna ging het verder ook, wat ook terug te lezen is uit de berichten van 2019, het begon met brutale vragen stellen. Dan moest ik weer zoveel brutale vragen bedenken en dan bedacht hij ze weer. Het is daarna over gegaan tot geen schaamte meer hebben, dat je langzaam jezelf laat zien. Dat je geen schaamte hebt over je lichaam, dat je naaktheid laat zien. Ik heb ook een paar keer met hem gedoucht.

V: Wie bedoel je met hem?A: Met [verdachte] . (de rechtbank begrijpt: de verdachte [verdachte] )

V: Wanneer was de eerste keer?A: Dat was in 2018 op de camping in Frankrijk. [verdachte] en mijn moeder waren buiten de caravan. Mijn moeder kwam naar mij toe en ik moest de caravan in van haar. Ik dacht wat is er. Ik ging mee naar binnen.Ze zeiden dat ik een paar jaar achterliep in ontwikkeling. Daarom deden ze dit.

In 2018 en begin 2019 begon mijn moeder, dat wij zijn piemel stijf gingen maken, dat mijn moeder hem ging pijpen waar ik bij was. Ik kan mij heel goed herinneren dat het in de slaapkamer was bij hun, dat was in [plaats] . Mijn stiefvader lag in bed, mijn moeder en ik gingen proberen zijn piemel stijf te maken over zijn broek heen.

V: Wanneer werden de dingen over snel opgroeien gezegd?

A: Dat moet rond de vakantie of na de vakantie zijn geweest, toen ik er net woonde,

ergens tussen 2018 en 2019.

V: Wie zei dat dan?

A: Mijn stiefvader [verdachte] . Ik mocht het verder ook tegen niemand vertellen.

V: Die keer pijpte je moeder [verdachte] je weet niet of jij dat die keer moest doen, maar je weet wel dat jij [verdachte] daarna een keer hebt gepijpt.A: Ja meerdere keren.

V: We hebben het over pijpen, wat is pijpen?

A: Zijn piemel in je mond en dan heen en weer gaan met je mond.

Ik had geen idee, ik vond het raar en vies, maar ik geloofde dat zij mij zouden helpen en dat ik sneller zou opgroeien en dat ik er beter van zou worden en dat het met mij beter zou gaan.

A: Ik kon iemand nooit echt goed vertrouwen en toen probeerde hij duidelijk te maken dat ik hem honderd procent kon vertrouwen. Ik geloofde daarom ook dat wat hij deed alles goed was.

V: Hoe is het na het pijpen verder gegaan?A: De weken, maanden erna ging het over geen schaamte meer hebben. Het waren allemaal onderdelen van het ontwikkelingsproces.

A: Ik vertel het even in chronologische volgorde. Het ging eerst over foto's maken, dat was in de fase van geen schaamte hebben. Eind 16/17 was het 2019/2020 toen ging hij voor de eerste keer met zijn piemel in mijn vagina. Hij heeft toen mijn maagdenvlies gebroken, dat deed heel veel pijn.

V: Wanneer was de eerste keer?A: Ik denk dat ik toen eind zestien begin zeventien was.

V: Het deed pijn, hoe vaak gebeurde het dat je stop zei?A: Het was een paar keer, maar dan gebeurde het op een ander moment weer. Net zo lang tot het geen pijn meer zou doen.

V: Heeft hij er nog dingen bij gezegd?A: Ja hij zei dat het de eerste keren pijn deed en dat ik moest doorzetten en dat ik door de pijn heen moest zetten. Voordat hij die handeling deed, moest ik hem dan ook pijpen om hem stijf te maken.

V: Hoe vaak is het ongeveer gebeurd dat hij met zijn piemel in jouw vagina ging?A: Ik denk zeker wel een keer of vijftig of meer.

A: Maar als ik afgesproken had om het te doen of ik had geen zin meer, dan zei ik het niet, ik voelde dan die teleurstelling. Ik dacht dan zeg ik het maar niet, maar hij liet altijd die teleurstelling merken, dat vond ik altijd, hij liet het altijd merken dat ik het niet deed.

A: Ik zei dat ik het wilde, ik dacht dat ik het wilde, maar nu achteraf weet ik niet

meer wat ik zelf wilde.

V: Hoe kwam dat denk je?

A: Ik denk dat ik niet beter wist. Als het al vanaf je vijftiende begint denk je dat

het normaal is.

Hij is toen ook, toen ik achttien werd, ging hij zo lang door dat hij klaar kwam.

A: In het nieuwe huis in [woonplaats] is er ook nog contact geweest tussen hem en mij in mijn kamer.

V: Hoe begon dat?A: We gingen naar die kamer en dan ging ik hem eerst pijpen en ging ik op een kleedje liggen, een verhuisdeken en toen ging hij met zijn piemel in mijn vagina en ging hij door tot hij klaar kwam.

V: Is het weleens gebeurd dat hij niet klaar kwam?A: Ja dat was nog voor mijn achttiende.

V: De laatste paar keren was in [woonplaats] ?A: De meeste keren waren in de [straat] (de rechtbank begrijpt in [plaats] ) in de keuken, de laatste paar maanden waren daar. Als ik ongesteld was, dan deed hij het achterin mijn kont. Dat deed echt heel veel pijn, dat heeft hij maar twee of drie keer gedaan.

V: Wanneer was de laatste keer?A: Ik denk een week voordat ik uit huis ben gegaan.

V: Wanneer ben je uit huis gegaan?A: Ik heb in mijn telefoon gekeken en het was 9 november (de rechtbank begrijpt 9 november 2022).

A: Afgelopen zomer zijn we nog naar de camping gegaan in [plaats] en daar heb ik ook nog seksueel contact met hem gehad.

V: Wat voor seksueel contact was dat?

A: Met zijn piemel in mijn vagina en klaar komen.

V: Nog andere dingen?

A: Dat hij mij ging vingeren.

Het proces-verbaal van aanvullend verhoor van [slachtoffer] (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

O: In jouw aangifte zeg jij dat " het normaal zou zijn wat jouw stiefvader bij jou heeft gedaan, jij hierdoor sneller oud zou worden en dat het gebeurde om jou te helpen."

V: Hoe is dat idee bij jou ontstaan?

A: Als ik seks zou hebben dan zou ik ouder worden en dan zou ik ouder worden. Ik was toen 12. Op dat moment klonk het heel logisch voor mij. Nu klinkt het helemaal niet meer logisch.

V: Wat weet jij hiervan?

A: Ik weet wel dat ik met hem eens douchte. Dat was omdat ik geen schaamte moest

hebben. Ik moest mezelf leren scheren. Mijn stiefvader ging het aan mij leren.

V: Waar scheerde jouw stiefvader jou?

A: Bij mijn geslachtsdeel.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 18 september 2025 (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Weet je nog waar dat was op de camping in Frankrijk?

Camping ‘ [naam] ’ in het oosten van Frankrijk in een caravan.

Wat gebeurde daar in die caravan?

Zijn geslachtsdeel laten zien aan mij.

[verdachte] toonde zijn geslachtsdeel aan jou?

Ja.

Wie waren erbij toen hij dat deed?

Mijn moeder en [verdachte] zelf.

Weet je nog in welk jaar dat was?

In 2018 in de zomer.

Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat jij op de schoot van [verdachte] moest zitten en moest bewegen?Ja.

Was je toen al 18 jaar?Nee, ik was jonger.

Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat [verdachte] jouw schaamhaar moest scheren?Ja.Wanneer was dat?Vrijwel in het begin.

Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat jij je borsten langs de penis van [verdachte] moest bewegen?Ja.

Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal chat gebruikt in verhoren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Inbeslaggenomen telefoon [verdachte]

Tijdens de verdachte verhoren van verdachten [medeverdachte] en [verdachte] zijn er meerdere vragen gesteld over hun WhatsApp gesprekken. Deze WhatsApp gesprekken komen uit de inbeslaggenomen telefoon van [verdachte] .

In dit proces-verbaal wordt de chat getoond waarover in de verhoren gesproken wordt.

Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal WhatsAppgesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer] (waarvan de woorden als gevolg van een technisch proces niet in de juiste volgorde staan), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De telefoon, Apple Iphone 11, van verdachte [verdachte] is in beslag genomen. In de telefoon zag ik dat [verdachte] en [slachtoffer] via de WhatsApp met elkaar contact hadden. De belangrijkste stukken van de WhatsApp gesprek zijn hieronder weergeven:

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Door digitaal plateau van Midden-Nederland is een chat veiliggesteld uit een gegevensdrager waarvan de herkomst onbekend is. Het betreft een chat tussen aangeefster [slachtoffer] en verdachte [verdachte] . Deze chat begint op 1-11-2021 en eindigt op 9-11-2022.

Ik, verbalisant, heb deze chat vergeleken met de chats in de inbeslaggenomen telefoon van [slachtoffer] . Het laatste gedeelte van deze chat, vanaf 31-10-2022 tot en met 9-11-2022, komt namelijk overeen met de aangetroffen chat in de inbeslaggenomen telefoon van aangeefster [slachtoffer] .

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 december 2022 is de telefoon van aangeefster [slachtoffer] in beslag genomen. Deze is door digitale rechercheurs veilig gesteld.

In de avond van 31 oktober 2022 stuurt [verdachte] [slachtoffer] een bericht waarin hij schrijft dat [slachtoffer] heel veel dingen niet meer leuk vind, zoals kutfoto’s, vingeren of neuken. Hij zegt dat [slachtoffer] dat voorheen wel plezier aan had. Hij zegt haar daartoe wel uit te dagen maar dat [slachtoffer] daar niet meer op reageert.

Op 4-11-2022 is de eerste chat er weer. Op die avond stuurt [slachtoffer] [verdachte] een bericht met de vraag of ze hem al kan pijpen. [verdachte] stuurt terug “altijd”. [slachtoffer] stuurt terug dat ze er aan komt. [verdachte] begint over “neuken”. [slachtoffer] zegt dat ze niet aan vanavond had gedacht maar dat hij kon kontneuken. [verdachte] zegt daarop dat hij dacht dat [slachtoffer] liever in haar kut geneukt werd.

8-11-2022 en 9-11-2022

[slachtoffer] heeft het gevoel dat ze ondervraagd wordt.

[verdachte] zegt dat hij het jammer vind dat [slachtoffer] hem niet meer vertrouwd en dat [slachtoffer] zeker van plan is om bij [A] te gaan wonen. Als [slachtoffer] zegt dat ze er misschien wel gaat wonen dan zegt [verdachte] direct dat hij de slaapkamer van [slachtoffer] in [woonplaats] niet gaat afmaken, dat hij er geen geld meer in gaat stoppen, dat hij hoopt dat [slachtoffer] weet waar ze aan begint want als [A] een vriend krijgt, [slachtoffer] er alleen voor staat.

[slachtoffer] reageert er niet op. De volgende dag stuurt [verdachte] dat hij [slachtoffer] het huis niet uitzet. [slachtoffer] stuurt terug dat ze dacht dat het niet mee mag naar [woonplaats] overeen komt met er uit gezet worden. Dat betreft ook het laatste bericht van [slachtoffer] .

Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal telefoon [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 21 maart 2023 werd onder de verdachte [verdachte] , een mobiele telefoon in beslag genomen.

Aangetroffen foto's

De aangetroffen foto's zijn genomen in een woning, een achtertuin, de buitenlucht en in en rondom een caravan.

Aangetroffen foto

Name: [bestandsnaam] .jpg

Created: 17-6-2019 12:33:07

Een eigen waarneming van de rechtbank op de zitting van de foto met de naam [bestandsnaam] .jpg:

De rechtbank heeft waargenomen dat op de getoonde afbeelding een meisje van onder de achttien jaar te zien is met ontblote borsten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?