ECLI:NL:RBMNE:2026:1920

ECLI:NL:RBMNE:2026:1920

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer C/16/607015 / KL ZA 26-45
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Kort geding: nakoming/schorsing van beschikking over omgang en kinderalimentatie. Belangenafweging: ECLI:NL:HR:2019:2026.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Familiekamer

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/607015 / KL ZA 26-45

Vonnis in kort geding van 30 maart 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. E. Uijt de boogaardt,

tegen

1. [bewindvoerder] , maat van Mijn Geldcoach,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

advocaat: mr. M.G. Blokziel,

handelend in hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van:

2. [de vader],

te [plaats] ,

advocaat: mr. M.G. Blokziel,gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: de vader.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding(en) met bijlagen van 24 februari 2026,- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met bijlagen van 10 maart 2026,

- het bericht met bijlage van de moeder van 12 maart 2026,

- het bericht met bijlagen van de vader van 13 maart 2026,- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aanwezig waren: de ouders met hun advocaten, de bewindvoerder en [A] , begeleider van de vader van het Leger des Heils (beiden via Teams) en [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2. De feiten

De ouders hebben een relatie gehad.

Zij hebben samen kinderen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] .

De kinderen wonen bij de moeder.

De moeder heeft alleen het gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij zelfstandig de

belangrijke beslissingen over de kinderen kan nemen.

In de beschikking van deze rechtbank van 18 december 2025 is een omgangsregeling

tussen de vader en de kinderen vastgesteld: één weekend in de veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur verblijven de kinderen bij de vader. Verder is er ook een vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld en is er bepaald dat de vader vanaf 9 april 2025 een bedrag van € 375,- per kind per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

3. Het geschil (de vorderingen van de ouders)

in conventie

De moeder vordert - samengevat - nakoming van de beschikking van deze rechtbank

van 18 december 2025 ten aanzien van de omgangsregeling en de vakantie- en feestdagenregeling, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,-, met een maximum van € 50.000,-.

De vader voert verweer. De vader concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de

moeder.

in reconventie

De vader vordert de moeder te veroordelen tot staking van de tenuitvoerlegging van de

beschikking van 18 december 2025, totdat in hoger beroep zal zijn beslist door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat en de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

De moeder voert geen verweer tegen schorsing van de beslissing over de

kinderalimentatie, maar wel tegen schorsing van de omgangsregeling. De moeder concludeert tot afwijzing van die vordering van de vader.

4. De beoordeling van de vorderingen van de ouders (in conventie en reconventie)

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor

toewijzing is het nodig dat de moeder en de vader daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat beide ouders een spoedeisend belang

hebben bij hun vorderingen. De moeder heeft er belang bij dat de kinderen contact hebben met de vader. De vader heeft er belang bij dat de tenuitvoerlegging van de beschikking van 18 december 2025 wordt geschorst, omdat het voor hem niet mogelijk is de omgangsregeling na te komen en hij financieel niet in staat is om de kinderalimentatie te voldoen.

De beslissing

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de moeder af en wijst de vordering

van de vader toe. De tenuitvoerlegging van de beschikking van 18 december 2025 wordt geschorst totdat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep heeft beslist. Hierna zal worden uitgelegd waarom zij deze beslissing neemt.

Het juridisch kader

Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, tijdens een hoger

beroepsprocedure, uitvoerbaar moet zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Hiervan kan worden afgeweken. Op grond van de wet kan de voorzieningenrechter de uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen. De Hoge Raad heeft bepaald dat er in dat geval op dezelfde manier moet worden getoetst als wanneer er in hoger beroep schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt gevraagd. Concreet betekent dat dat de voorzieningenrechter moet bekijken of de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring is gemotiveerd. Als dat zo is, kan er namelijk alleen een schorsing daarvan plaatsvinden wanneer er sprake is van nieuwe, na de uitspraak ontstane feiten of van een ‘kennelijke misslag’ (dus: een fout). Dit is dus een heel streng toetsingskader. Als de uitvoerbaar bij voorraadverklaring niet is gemotiveerd, moet de rechter toetsen of het belang van degene die schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad vraagt zwaarder weegt dan het belang van degene die wil executeren, daarbij meewegend dat uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is.

In de beschikking van 18 december 2025 is de uitvoerbaarheid bij voorraad niet

gemotiveerd. Er is gezegd dat de beslissing uitvoerbaarheid bij voorraad wordt verklaard, omdat dat is verzocht. Dat betekent dat de voorzieningenrechter in dit kort geding een belangenafweging moet maken, waarbij uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is.

Schorsing van de beslissing over de kinderalimentatie

De voorzieningenrechter wijst de vordering van de vader tot schorsing van de

beslissing over de kinderalimentatie toe, omdat de moeder daartegen geen verweer heeft gevoerd. Ook heeft de (bewindvoerder van de) vader aannemelijk gemaakt dat zijn belang bij schorsing van de beslissing over de kinderalimentatie zwaarder weegt dan het belang van de moeder om deze ten uitvoer te leggen. De vader staat al geruime tijd onder bewind en tijdens de verzoekschriftprocedure – die heeft geleid tot de beschikking van 18 december 2025 – is de bewindvoerder van de vader niet als verwerende partij in de procedure betrokken. Bovendien heeft de vader geen verweer gevoerd in die procedure en is hij ook niet verschenen. Ter zitting is verder gebleken dat de vader is toegelaten tot de WSNP en is het van groot belang dat hij geen nieuwe schulden maakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende vaststaat dat de vader in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren als de werking van de bestreden beschikking niet wordt geschorst en hij met ingang van 9 april 2025 een bedrag van € 375,- per kind per maand aan de moeder zal moeten betalen.

Schorsing van de beslissingen over de omgangsregeling en vakantie-en feestdagenregeling

De voorzieningenrechter zal daarnaast ook de beslissing over de omgangsregeling en de

vakantie- en feestdagenregeling schorsen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het van groot belang is dat de kinderen de vader zien en omgang met hem te hebben. Maar dit moet wel kunnen zonder dat de kinderen gevaar lopen en (fysiek) onveilig zijn. De vader heeft voldoende gesteld dat dat niet het geval is als de vastgestelde omgangsregeling en vakantie- en feestdagenregeling worden uitgevoerd. In zijn huurwoning is namelijk sprake van ongedierte. Er lopen volgens de vader grote ratten in de woning, waarvoor hij een val heeft gekocht bij de Praxis. De advocaat van de vader is ook van plan een klacht daarover in te dienen bij Centrada (de woningcorporatie). Verder heeft de begeleider van het Leger des Heils – die één keer per week bij de vader thuis komt – toegelicht dat de woning van de vader nog niet klaar is om de kinderen te ontvangen. Het huis is op dit moment deels onleefbaar en er is sprake van schimmelvorming, omdat de vader lange tijd verstoken is geweest van heet water en verwarming. De moeder heeft dit niet betwist, zodat de stellingen van de vader zijn komen vast te staan.

De voorzieningenrechter overweegt dat het niet hebben van een behangetje op de muur,

vloerbedekking op de betonvloer en/of bedden voor de kinderen (die de moeder overigens wel heeft en aan de vader heeft aangeboden) geen reden is dat er geen omgang zou kunnen plaatsvinden. Maar als het zo onhygiënisch is, zoals nu door de vader en zijn begeleider wordt geschetst, kunnen de eerder vastgestelde regelingen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden nagekomen. De gezondheid en veiligheid van de kinderen komen bij uitvoering van de regelingen in gevaar.

Omdat in deze procedure (alleen) de vraag voorligt of de vastgestelde omgangsregeling

moet worden nagekomen of moet worden geschorst, is er voor de voorzieningenrechter geen ruimte om een tijdelijke regeling vast te stellen die rekening houdt met de woonsituatie van de vader. Wel acht de voorzieningenrechter het – net als de Raad – in het belang van de kinderen als er op korte termijn omgang opgestart wordt, omdat zij (zoals de moeder heeft gesteld en door de vader niet is betwist) de vader erg missen. De vader heeft tijdens de zitting een handreiking aan de moeder gedaan en gezegd elke dag met de kinderen te willen bellen en op een zaterdagmiddag of zondagmiddag de kinderen te willen opvangen. Dat heeft de moeder niet geaccepteerd. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat het de ouders alsnog lukt om voor de komende periode afspraken te maken, zodat de kinderen hun vader niet nog langer hoeven te missen.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De vordering van de vader wordt uitvoerbaarheid bij voorraad verklaard, zoals is

verzocht.

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden

gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

wijst de vorderingen van de moeder af,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de

eigen kosten draagt,

in reconventie

schorst de tenuitvoerlegging van de beschikking van deze rechtbank van 18 december

2025, totdat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep heeft beslist,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de

eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.G. de Jong, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.

JT

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand