ECLI:NL:RBMNE:2026:1973

ECLI:NL:RBMNE:2026:1973

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-02-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer UTR 25/2024
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Niet-ontvankelijk. Geen machtiging overgelegd en geen gronden ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 de zaak tussen

[gemachtigde] , veronderstellenderwijs handelend namens [eiser] , uit [plaats] ,

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2024

en

(gemachtigde: P.J.G. Jansen).

Procesverloop

In de beschikking van 31 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op € 333.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

In de uitspraak op bezwaar van 31 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.

[gemachtigde] heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 23 februari 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. [gemachtigde] is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Overwegingen

2. Het beroep is ingesteld door [gemachtigde] .

3. De rechtbank heeft per brief van 14 maart 2025 [gemachtigde] de ontvangst van het beroepschrift bevestigd en bericht dat het beroepschrift niet voldoet aan de gestelde voorwaarden. De rechtbank heeft [gemachtigde] daarom in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken de volgende stukken alsnog aan te leveren:

- het beroepschrift te ondertekenen;

- te vermelden waarom [gemachtigde] in beroep is gegaan (de gronden van beroep);

- een schriftelijke machtiging in te dienen waaruit blijkt op welke za(a)k(en) deze betrekking heeft en waaruit blijkt dat deze machtiging zich uitstrekt tot het verrichten van proceshandelingen en het aanwenden van rechtsmiddelen.

4. In de hiervoor genoemde brief is nadrukkelijk vermeld dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren, indien de geconstateerde verzuimen niet tijdig worden hersteld. Op 14 april 2025 is er nogmaals een brief gestuurd waarmee [gemachtigde] in de gelegenheid gesteld werd om de geconstateerde verzuimen op tijd te herstellen. Op 23 mei 2025 is voor de derde maal een brief met dezelfde strekking en inhoud gestuurd, waarin er wederom op werd gewezen dat als de verzuimen niet op tijd hersteld zouden worden de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Deze laatste brief is aangetekend verstuurd. De aangetekende brief is door de rechtbank op 27 mei 2025 retour ontvangen. Daarop is deze brief, ter voldoening aan artikel 8:38 van de Algemene wet bestuursrecht nogmaals per gewone post gestuurd. [gemachtigde] heeft hier niet op gereageerd.

5. Naar oordeel van de rechtbank heeft [gemachtigde] de geconstateerde verzuimen niet hersteld. Hij heeft voldoende kans gehad om de geconstateerde verzuimen te herstellen.

6. De rechtbank kan vanwege het ontbreken van een machtiging niet vaststellen of [gemachtigde] bevoegd was om namens [eiser] beroep in te stellen. Ook zijn er geen beroepsgronden ingediend en is het beroep niet herleidbaar ondertekend. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

7. Voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht is geen sprake.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2026 door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand