ECLI:NL:RBMNE:2026:1974

ECLI:NL:RBMNE:2026:1974

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer UTR 25/4265
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Beleidsregel, beroep ongegrond, geen bezwaar mogelijk tegen beleidsregel Recycleplan Zeewolde, wel proceskostenvergoeding wegens gebrek in bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde

Samenvatting

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4265

en

(gemachtigden: mr. C.A. Adema en M. Gesman).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van 15 juli 2025 van het college, waarin het bezwaar van eiser tegen het Recycleplan 2025-2030 van gemeente Zeewolde (het Recycleplan) niet-ontvankelijk is verklaard. Eiser is het niet eens met het besluit dat zijn bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen het Recycleplan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Eiser krijgt wel zijn griffierecht vergoed en het college wordt veroordeeld in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 20 februari 2025 is het Recycleplan vastgesteld.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 op het bezwaar van eiser is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

3. Op 20 februari 2025 heeft de gemeenteraad het Recycleplan vastgesteld. Hierin zijn een aantal maatregelen opgenomen om de afvalscheiding in de gemeente Zeewolde te verbeteren. Het uitgangspunt is om de hoeveelheid restafval die wordt verbrand te verminderen en het hergebruik van grondstoffen te optimaliseren. Een van de maatregelen is het recycletarief, waardoor inwoners een rekening krijgen voor het aantal keren dat ze een bak of zak met fijn huishoudelijk restafval aanbieden.

4. Eiser is het niet eens met het Recycleplan. Eiser stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat het college ten onrechte geen enkele compensatie biedt voor jonge gezinnen die onvermijdelijk luierafval hebben. Er is geen expliciet beleid voor luiers, terwijl gezinnen met jonge kinderen meer kosten zouden maken met het recycletarief. Wasbare luiers zijn volgens eiser geen volwaardig alternatief. Dit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het Recycleplan is volgens eiser een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor het bezwaar niet niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden. Subsidiair voert eiser aan dat het Recycleplan exceptief getoetst moet worden, indien het geen besluit zou zijn.

5. Het college heeft ter onderbouwing van het bestreden besluit het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie overgenomen. Daarin is overwogen dat het Recycleplan een algemeen verbindend voorschrift is. Uit artikel 8:3 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb, volgt dat geen bezwaar kan worden ingesteld tegen een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel. In het verweerschrift stelt het college zich op het standpunt dat het geen algemeen verbindend voorschrift is, maar een beleidsregel. Het college stelt zich op het standpunt dat dit gebrek gepasseerd kan worden met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad. Het bezwaar van eiser is ook in dat geval niet-ontvankelijk.

Wat beoordeelt de rechtbank?

6. Het besluit van het college om het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk te verklaren, is het besluit dat de rechtbank in deze zaak moet beoordelen. Dit betekent dat de rechtbank in deze zaak alleen kan toetsen of het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiser heeft ook beroepsgronden aangevoerd tegen de inhoud van het Recycleplan, maar daar gaat de rechtbank in deze procedure daarom niet op in.

Is er sprake van onzorgvuldig handelen van het college in de voorbereiding van het besluit?

7. Eiser voert aan dat sprake is van onzorgvuldig handelen van het college, omdat het college ten onrechte de termijn heeft overschreden voor het nemen van een beslissing op bezwaar. Ook voert eiser aan dat het college het onnodig lastig maakt om in bezwaar te gaan, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Zo wordt het indienen van bezwaar beperkt tot post of webformulier, is er een eis van een schriftelijke handtekening, wordt de communicatie vertraagd door briefpost en is het bezwaar onjuist gelabeld.

8. De rechtbank overweegt als volgt. Het college moet binnen twaalf weken beslissen op een bezwaar, gerekend vanaf het moment waarop de termijn voor het indienen van een bezwaar is verstreken. Dat staat in artikel 7:10 en 7:13 van de Awb. Het Recycleplan is op 20 februari 2025 vastgesteld door de raad. De beslistermijn is aangevangen na de bezwaartermijn van zes weken, die volgt uit artikel 6:7 van de Awb. De beslistermijn van twaalf weken is daarom aangevangen op 3 april 2025 en liep tot 26 juni 2025. Deze termijn is verder met elf dagen verlengd, wegens het ontbreken van een handtekening onder het bezwaarschrift. Hierdoor liep de beslistermijn tot 7 juli 2025. Bij de brief van 18 juni 2025 heeft het college de beslistermijn met zes weken verdaagd op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb. Daartoe was het college bevoegd. Het moest dus uiterlijk beslissen op 18 augustus 2025. Het college heeft op 15 juli 2025 een beslissing genomen op het bezwaar van eiser. Gelet op het voorgaande heeft het college dit tijdig gedaan en is het niet buiten de bezwaartermijn geraakt.

9. Ten aanzien van de onnodig lastige drempels die eiser ervaart voor het in bezwaar gaan, overweegt de rechtbank als volgt. Het vereiste om via een webformulier in bezwaar te gaan volgt uit het Besluit nadere eisen elektronisch berichtenverkeer gemeente Zeewolde 2013. Hierin heeft het college nadere eisen gesteld over het indienen van bezwaarschriften. Het is de rechtbank niet gebleken dat deze nadere eis het eiser onnodig lastig maakt om in bezwaar te gaan. Verder volgt het vereiste dat een ondertekend bezwaarschrift ondertekend moet worden uit artikel 6:5, eerste lid, van de Awb. Dit is een wettelijk vereiste, waar het college niet vanaf kan wijken. De rechtbank ziet in hetgeen verder is aangevoerd geen aanleiding om te concluderen dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard?

10. De vraag die moet worden beantwoord is wat de juridische status is van het Recycleplan. Eiser voert aan dat het een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het college stelt dat het Recycleplan beleidsregels betreft.

11. Op grond van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb wordt onder beleidsregel verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

12. Op grond van artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb is het niet mogelijk om beroep in te stellen tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.

13. In artikel 7:1, eerste lid, aanhef, van de Awb, is bepaald dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen tegen een besluit, dat pas kan doen als hij eerst bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit. Het systeem van de wet brengt met zich dat als het niet mogelijk is om tegen een besluit beroep in te stellen, het ook niet mogelijk is om tegen het besluit bezwaar te maken. Als iemand toch bezwaar instelt tegen een besluit waartegen geen beroep openstaat, dan moet dit bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het inhoudelijk niet wordt behandeld.

14. Het Recycleplan is een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb. De beleidsregel gaat namelijk over de wijze waarop het college in zijn algemeenheid invulling geeft aan zijn wettelijke bevoegdheid uit artikel 229 van de Gemeentewet, die bepaalt dat er een heffing mag worden geheven over inzameling en verwijdering van afval. Gemeenten hebben zelf de ruimte om te bepalen hoe ze dit inrichten en hoe hoog de kosten hiervoor zijn. Dit is dus een reeds bestaande bestuursbevoegdheid. Het Recycleplan is niet algemeen verbindend, omdat het geen bindende werking heeft voor derden. Het bindt alleen het college in de uitoefening van zijn bevoegdheid. In het verweerschrift heeft het college toegelicht dat het daadwerkelijke recycletarief pas is vastgesteld op 18 december 2025.

15. Zoals hiervoor is overwogen, is het niet mogelijk om tegen een beleidsregel in bezwaar te gaan. Omdat het Recycleplan een beleidsregel is, is het bezwaar van eiser hiertegen niet mogelijk en is zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard door het college. Omdat het college in het bestreden besluit heeft overwogen dat het Recycleplan een algemeen verbindend voorschrift is (en niet een beleidsregel, zoals het in het verweerschrift heeft gesteld), kleeft er echter een gebrek aan het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gebrek worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad. Ook in geval het wel een algemeen verbindend voorschrift zou zijn, zou dit namelijk tot gevolg hebben dat er geen bezwaar open stond en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk zou zijn verklaard.

Exceptieve toetsing

16. Eiser heeft verzocht om exceptieve toetsing van het Recycleplan. Exceptieve toetsing van regelgeving is alleen mogelijk als er een besluit is genomen dat op die regelgeving is gebaseerd. Omdat er geen besluit ligt waar het Recycleplan aan ten grondslag ligt, is er ook geen mogelijkheid tot exceptieve toetsing van het Recycleplan via zo’n besluit. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Het college heeft het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

Gelet op het geconstateerde gebrek onder rechtsoverweging 15, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb te bepalen dat het college het door eiser betaalde griffierecht vergoedt. Verder vindt de rechtbank het aannemelijk dat eiser kosten heeft moeten maken voor deze procedure. De kosten die eiser heeft opgegeven, te weten € 366,38, waarvan € 352,- aan verletkosten en € 14,38 aan reiskosten, acht de rechtbank niet onaannemelijk. De rechtbank veroordeelt het college in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 366,38.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Wagenaar, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.W. Wagenaar

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand