ECLI:NL:RBMNE:2026:1989

ECLI:NL:RBMNE:2026:1989

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer UTR 24/8142
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/8142

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigden: mr. W.G. Vos en S. Moenesar).

Procesverloop

In de beschikking van 2 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.

Met de uitspraak op bezwaar van 20 november 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 30 maart 2026. De gemachtigden van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen, zonder bericht van verhindering.

Overwegingen

2. Op 17 september 2024 stond het voertuig van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd op de Nolenstraat in Utrecht, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] om 12:49 uur opgelegd.

3. Eiser voert aan dat hij niet geparkeerd heeft. Wellicht was het toen niet mogelijk om direct voor de deur te parkeren. Daardoor moest hij een aantal keer een stuk lopen met goederen naar de auto. De afstand tussen de woning en de auto was dusdanig groot dat het volgens eiser onveilig was de portieren van de auto open te laten. Daarnaast heeft de woning twee voordeuren, pas na de tweede voordeur betreedt men de woning. Daardoor is het volgens eiser redelijk waarschijnlijk dat het laden niet te zien is op de foto’s. Er is op slechts één moment gefotografeerd. Er is volgens eiser door de heffingsambtenaar iets geconcludeerd op grond van een onvolledige waarneming (gezien vanaf slechts één punt in ruimte en tijd). Gezien de loopafstand heeft het 3 á 6 minuten geduurd om alle goederen in te laden. Dat is hoe kort de auto er heeft gestaan.

4. De heffingsambtenaar geeft aan dat in artikel 225, lid 2, van de Gemeentewet staat dat onder parkeren wordt verstaan: “Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig waarbij onder parkeren wordt verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet

ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.”

Volgens vaste rechtspraak moet het bij “onmiddellijk laden of lossen van zaken” gaan om het bij voortduring inladen of uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Voor de vraag of er sprake is van “het onmiddellijk laden of lossen” rust de bewijslast op eiser. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat daarvan geen sprake was althans dat dit niet aannemelijk is gemaakt door eiser. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen. De beroepsgronden slagen niet.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand