RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4584
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).
Procesverloop
In de beschikking van 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van onroerende zaak op het adres [adres 1] in [plaats] (de woning) voor belastingjaar 2024 vastgesteld op
€ 607.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 6 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2026. Eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verlaagt de waarde van de woning aan de [adres 1] in [plaats] tot € 579.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- bepaalt dat de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig worden verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet terugbetalen.
Overwegingen
2. Tijdens de behandeling van het beroep op de zitting is met name de beroepsgrond van eiser ten aanzien van de WOZ-waardes van volgens hem nagenoeg identieke woningen aan de [straat] in [plaats] besproken (het gelijkheidsbeginsel). Na een korte schorsing, waarin de taxateur aan de hand van oblieke foto’s is nagegaan of er sprake was van identieke woningen, is door de heffingsambtenaar en de taxateur aangegeven dat de woningen aan de [adres 2] en [adres 3] inderdaad identiek zijn. Daarbij is opgemerkt dat bij [adres 2] een aantal onderdelen niet is meegenomen in de waardering, waardoor bij deze woning de WOZ-waarde te laag is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft aangegeven voor de waarde van de woning van eiser aan te willen sluiten bij de WOZ-waarde van [adres 3] , zijnde € 579.000,-.
3. Eiser heeft daarop aangegeven met een waarde van € 579.000,- akkoord te kunnen gaan, dan heeft hij namelijk het gevoel dat hij betaalt wat hij moet betalen.
Conclusie en gevolgen
4. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, de uitspraak op bezwaar vernietigen en de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2023 voor het belastingjaar 2024 verlagen tot € 579.000,-. Ook moet de heffingsambtenaar het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.