[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. I. Car),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
(gemachtigde: M. Journée).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om een urgentieverklaring.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 7 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. N. Talhaoui als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker. Het college heeft zich afgemeld voor de zitting.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De voorzieningenrechter stelt ter zitting vast dat het griffierecht niet op tijd is betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de
voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. In dit geval is het griffierecht niet betaald, terwijl verzoeker wel is gewezen op de verplichting hiertoe.
4. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026 door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: