RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Het college van burgemeester en wethouders van Almere, het college
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1777
(gemachtigde: G.B. Yasar),
en
(gemachtigde: mr. N. Doran).
Procesverloop
1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 2 september 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 20 januari 2025 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
2. Het college heeft de aanvraag van eiser voor een financiële bijdrage voor het afkopen van de dienstplicht en de boete afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk zijn voor het faciliteren van een nieuwe start op basis van de maatschappelijke doelstelling op het leefgebied gezin. Het is voor eiser mogelijk om op een andere wijze niet meer dienstplichtig te zijn. Eiser is in Nederland arbeidsongeschikt verklaard. Hij kan zich laten keuren bij het Turkse consulaat en gezien zijn arbeidsongeschiktheid in Nederland is de kans groot dat hij dan wordt vrijgesteld van de militaire dienstplicht. Verder is het college van mening dat het afkopen van de dienstplicht valt onder Turkse wetgeving en een Nederlandse gemeente zich daar niet in kan mengen.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft tegen verschillende overwegingen van de minister beroepsgronden ingediend.
Toetsingskader
4. Een onderdeel van de hersteloperatie toeslagen is de brede ondersteuning door gemeenten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor (potentieel) gedupeerden, na de problemen die zijn ervaren als gevolg van het toeslagenschandaal. Het uitgangspunt is dat de betrokkene en zijn of haar gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen.
5. Op grond van artikel 2.21 van de Wht kan het college gedupeerden brede ondersteuning bieden op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Nadere regels hierover zijn opgenomen in de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 (Spuk). Daarin wordt geregeld waarvoor gemeenten middelen krijgen en hoe deze verantwoord moeten worden.
6. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning en het opstellen van een plan van aanpak geformuleerd. Hierin staat onder meer dat de geboden ondersteuning maatwerk en van tijdelijke aard is, dat de ondersteuning gericht is op de toekomst en dat materiële verstrekkingen onderdeel zijn van de brede ondersteuning als de verstrekking noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start.
7. Bij het bepalen of brede ondersteuning wordt toegekend en, zo ja, in welke vorm dat gebeurt, heeft het college beleids- en beoordelingsruimte om een eigen afweging te maken. Binnen die ruimte is het aan het college om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is. Het college heeft beleidsregels opgesteld over de brede ondersteuning. De rechtbank moet de invulling hiervan dan gezien de beleids- en beoordelingsruimte van het college terughoudend toetsen.
Standpunt van eiser
8. Eiser stelt dat de afwijzing van de financiële bijdrage voor het afkopen van zijn dienstplicht onevenredig zware impact heeft op zijn financiële situatie en die van zijn gezin. Het gaat om een bedrag van € 6.547,57. Doordat eiser slachtoffer is van het toeslagenschandaal heeft hij onvoldoende middelen om zijn dienstplicht zelf af te kopen. Eiser kan Turkije nu niet inreizen en kan zijn familie al lange tijd niet bezoeken. Dat heeft ernstige psychologische en sociale gevolgen voor zijn herstelproces. Het college had moeten onderzoeken of een gedeeltelijke vergoeding mogelijk was. De dienstplicht en de boete daarvan vormen een aanzienlijke financiële last die direct gevolgen heeft voor de gezinssituatie van eiser. Verder is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het besluit is enkel op formele gronden afgewezen en het standpunt van het college dat de dienstplicht onder de Turkse wetgeving valt, waar het college zich niet in kan mengen, gaat voorbij aan de kern van de aanvraag.
Oordeel van de rechtbank
9. De rechtbank stelt voorop dat het college het standpunt dat afkoping van de dienstplicht valt onder de Turkse wetgeving en het college zich daar niet in kan mengen ter zitting heeft laten vallen.
10. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft mogen oordelen dat niet is gebleken dat financiële ondersteuning voor het afkopen van de dienstplicht noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Daarbij heeft het college zwaar gewicht mogen toekennen aan het feit dat het mogelijk is voor eiser om een andere weg te bewandelen. Het is immers, zo heeft het college onbestreden aangevoerd, mogelijk voor eiser om naar het Turkse consulaat in Nederland te gaan en zich daar te laten keuren. Als hij dat doet is de kans aanwezig dat hij afgekeurd wordt voor de Turkse dienstplicht, omdat hij in Nederland arbeidsongeschikt is verklaard. Het is aan eiser om in elk geval eerst deze weg te bewandelen. De enkele stelling van eiser dat hij deze weg niet wil bewandelen en het niet het label arbeidsongeschikt achter zijn naam wil hebben staan is onvoldoende. Eiser heeft verder niet toegelicht waarom hij deze weg niet wil of kan bewandelen.
11. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel. Het college heeft een discretionaire bevoegdheid om te beoordelen of de gevraagde financiële ondersteuning noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Het college heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat zorgvuldig moet worden omgegaan met gemeenschapsgeld van waaruit de brede ondersteuning wordt betaald. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze financiële ondersteuning in zijn geval noodzakelijk is om een nieuwe start te kunnen maken. De enkele stelling dat de dienstplicht die boven zijn hoofd hangt impact heeft op zijn (financiële) situatie en die van zijn gezin is daartoe onvoldoende. Eiser heeft dit verder niet onderbouwd.
12. Gelet op wat onder 10. en 11. is overwogen slagen de beroepsgronden niet.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.