ECLI:NL:RBMNE:2026:2016

ECLI:NL:RBMNE:2026:2016

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer 16-173704-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

WVW rijden zonder rijbewijs, veroorzaken aanrijding met motorrijder die zwaar lichamelijk letsel oploopt, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en verlaten plaats ongeval. Straf: taakstraf van 180 uren, rijontzegging van 12 maanden en geldboete van 300 euro. Dat feit uit 2021 nu pas inhoudelijk is beoordeeld komt volledig voor rekening van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-173704-21

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 april 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1993] te [geboorteplaats] (Polen),

wonende te [woonplaats] , [adres] (Polen),

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 16 april 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

primair op 27 juni 2021 in Amersfoort, zich als bestuurder van een auto zodanig heeft gedragen (zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend) dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (zwaar lichamelijk) letsel is ontstaan bij [slachtoffer] ;

subsidiair is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar en/of hinder op de weg;

feit 2

op 27 juni 2021 in Amersfoort, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijk moest vermoeden dat [slachtoffer] daarbij letsel had opgelopen;

feit 3

op 27 juni 2021 in Amersfoort, als bestuurder van een auto, heeft gereden zonder rijbewijs.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat de verdachte ten laste gelegde feiten 1 primair, 2 en 3 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

De onderbouwing van het standpunt van de officier van justitie wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1,2 en 3.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.2.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 primair, 2 en 3 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen

Feit 1: het verkeersongeval

Vaststelling van de feiten van het ongeval op 27 juni 2021

Op 27 juni 2021 omstreeks 14.15 uur heeft op de kruising van de Ringweg-Kruiskamp en de Van Randwijcklaan in Amersfoort (hierna: de kruising) een ongeluk plaatsgevonden tussen een personenauto, waarvan de verdachte de bestuurder was, en een motorfiets, waarvan [slachtoffer] de bestuurder was. De verdachte is daarbij met zijn auto tegen de motorfiets van [slachtoffer] aangereden. [slachtoffer] heeft bij deze aanrijding lichamelijk letsel opgelopen. De kruising betreft een kruising met verkeerslichten. Uit de analyse van de data van verkeersregelinstallatie blijkt dat de verdachte de kruising is opgereden terwijl het verkeerslicht voor hem op dat moment al 2,5 seconden op rood stond. De verdachte heeft verklaard dat hij bij het oprijden van de kruising niet naar links of naar rechts heeft gekeken.

De rechtbank stelt verder vast dat de verdachte ten tijde van het ongeluk niet in het bezit was van een (geldig) rijbewijs en daar tot en met het moment van het ongeluk ook nooit de beschikking over heeft gehad. Dit blijkt uit de zich in het dossier bevindende uitdraai van de raadpleging van het Rijbewijsregister.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Aan de verdachte is primair overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) ten laste gelegd. Voor een bewezenverklaring hiervan moet in dit geval worden bewezen dat de verdachte schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor een ander (ernstig) lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarvoor is nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de handelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Verdachte was niet in het bezit van een rijbewijs. Dat betekent dat hij niet formeel heeft aangetoond over voldoende vaardigheden te beschikken om op verantwoorde wijze met een motorvoertuig aan het verkeer deel te nemen. Daarnaast is de verdachte door rood gereden, terwijl het verkeerslicht al langere tijd, namelijk 2,5 seconden, op rood stond. Ook heeft de verdachte bij het oprijden van de kruising niet naar links of rechts gekeken. Dit alles samengenomen maakt dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en/of oplettend heeft gehandeld en dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Dat namens de verdachte is aangevoerd dat hij zich aan de snelheid heeft gehouden en dat hij niet onder invloed van verdovende middelen was, maakt het voorgaande niet anders. Dat de verdachte zich aan de snelheid heeft gehouden doet immers niet af aan de hiervoor opgesomde feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank oordeelt dat hij schuldig is aan aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Voor wat betreft de stelling van verdachte dat hij niet onder invloed was van verdovende middelen merkt de rechtbank op dat deze stelling oncontroleerbaar is, nu hij, zoals hierna zal worden overwogen, de plaats van het ongeval heeft verlaten en de politie dus niet de gelegenheid heeft gegeven een controle op eventueel drank- en/of drugsgebruik uit te voeren.

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval lichamelijk letsel heeft opgelopen, bestaande uit:

een gebroken voet;

een scheur in het borstbeen;

een sleutelbeen dat uit de kom was dat spoed geopereerd moest omdat dit anders mogelijk voor een punctie in de slagader zou kunnen zorgen;

diepe verwondingen in het rechterscheenbeen; en

twee gebroken ribben.

Ten tijde van de aangifte in 2021 werd de herstelperiode geschat op 6 tot 12 weken. Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak is gebleken dat het slachtoffer nog steeds op dagelijkse basis lichamelijke gevolgen ondervindt van het ongeluk en daarvan niet helemaal is hersteld.

Gelet op de aard en omvang van het letsel, het noodzakelijke medische ingrijpen en de herstelperiode kwalificeert de rechtbank dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Feit 2: verlaten plaats ongeval

Aan verdachte is onder feit 2 ten laste gelegd dat hij de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander letsel was toegebracht. De rechtbank acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij wist dat hij op de kruising iemand had aangereden. Uit de bewijsmiddelen kan verder worden afgeleid dat verdachte na de aanrijding even is uitgestapt om te gaan kijken op de kruising, maar kort daarna weer in zijn auto is gestapt en is doorgereden. Verdachte heeft op geen enkele manier zijn identiteit kenbaar gemaakt. Dat de identiteit van de verdachte later alsnog kon worden vastgesteld, is enkel te danken aan een oplettende getuige die het kenteken van de auto van de verdachte heeft gezien en doorgegeven aan de politie.

De verdachte heeft gesteld dat hij eerst is gestopt om het slachtoffer te helpen en dat hij pas daarna is doorgereden, maar dit wordt weersproken door de in het dossier aanwezige getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] .

Namens de verdachte is aangevoerd dat hij is doorgereden omdat hij in shock was, maar, dit maakt het voorgaande niet ander. De verdachte heeft zich immers ook niet zelf, na enige tijd, alsnog bij de politie gemeld.

Feit 3: rijden zonder geldig rijbewijs

Zoals benoemd bij de vaststelling van de feiten, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte ten tijde van het ongeluk niet in het bezit was van een (geldig) rijbewijs en daar tot en met het moment van het ongeluk ook nooit de beschikking over heeft gehad. Dit blijkt uit de zich in het dossier bevindende uitdraai van de raadpleging van het Rijbewijsregister. De stelling van de verdachte dat hij wel degelijk bevoegd was om een auto te besturen, maar daarvan geen pasje heeft kunnen tonen, is niet onderbouwd. De rechtbank gaat daar dan ook aan voorbij.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

1

op 27 juni 2021, te Amersfoort, alsverkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),daarmede rijdende over de weg, de Ringweg-Kruiskamp en/of de kruising van deRingweg-Kruiskamp met de Van Randwijcklaan, zich zodanig heeft gedragen dateen aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van datmotorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs en- niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht datreeds (minimaal 2,5 seconden) rood licht uitstraalde en- (vervolgens) voornoemde kruising op te rijden en over te steken en- zich er (daarbij) niet van te vergewissen dat voornoemde kruising vrij was van verkeer en- (daarbij) geen voorrang te verlenen aan een voor zijn, verdachte, van rechtskomende motorrijder, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemdemotorrijder op dat moment (minimaal 2,3 seconden) groen licht uitstraalde en- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde motorrijder en/of- (vervolgens) in botsing te komen met voornoemde motorrijder,waardoor die motorrijder (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, teweten een gebroken voet en een scheur in het borstbeen en een sleutelbeenuit de kom en een (diepe) verwonding in het rechterscheenbeen en tweegebroken ribben werd toegebracht, zodat daaruittijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden isontstaan;

2

als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welkegedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welkverkeersongeval had plaatsgevonden in Amersfoort op/aan de Ringweg-Kruiskampen/of de kruising van de Ringweg-Kruiskamp met de Van Randwijcklaan, op ofomstreeks 27 juni 2021de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeftverlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aaneen ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht;

3

op of omstreeks 27 juni 2021, te Amersfoort, althans in Nederland, alsbestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, deRingweg-Kruiskamp en/of de kruising van de Ringweg-Kruiskamp met de VanRandwijcklaan, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, alsbedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs wasafgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

feit 2

overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 3

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid feiten en de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en/of maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte voor feit 1 primair en feit 2 wordt veroordeeld tot:

- een taakstraf van 240 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;

- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 2 (twee) jaar;

en voor feit 3 tot:

- een geldboete van € 300,-.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft verzocht rekening te houden met de broze gezondheid van de verdachte: hij heeft de ziekte van Crohn en een tumor in de dikke darm. Verder probeert de verdachte, die in Polen een tijd heeft vastgezeten, zijn leven weer vorm te geven en draagt hij de zorg voor zijn elfjarige dochter.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte voor feit 1 primair en feit 2 op:

- een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 12 maanden.

De rechtbank legt aan de verdachte voor feit 3 op:

- een geldboete van 300,-.

De rechtbank legt hieronder uit waarom.

Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in zijn auto gereden terwijl hij niet in het bezit is van een rijbewijs. De verdachte is op de kruising door rood licht gereden, heeft niet naar links of rechts gekeken om te zien of er ander verkeer was en heeft daarbij een motorrijder aangereden die daar zwaar lichamelijk letsel door heeft opgelopen. De verdachte heeft gevoeld dat hij iemand heeft aangereden, is kort gestopt om een blik te werpen op het ongeval dat hij had veroorzaakt, maar is vervolgens weggereden zonder zich over het slachtoffer te bekommeren en zonder zijn identiteit kenbaar te maken. De verdachte heeft in de daaropvolgende uren ook niet bij de politie gemeld dat hij betrokken is geweest bij het ongeval.

De verdachte heeft door zijn verkeersgedrag blijk gegeven van een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de veiligheid van andere verkeersdeelnemers, alsmede van het ontbreken van enig besef van de grote gevaren die het op de bewezen verklaarde wijze besturen van een auto teweegbrengt voor het menselijk leven, de lichamelijke integriteit en de verkeersveiligheid. Ook heeft de verdachte door na de aanrijding van het slachtoffer, de plaats van het ongeval verlaten zonder zijn identiteit prijs te geven, zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer miskend en geprobeerd zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de gevolgen van zijn handelen te ontlopen. Het is aan een oplettende getuige te danken dat de identiteit van de verdachte nog kon worden achterhaald.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het strafblad van 5 september 2025 van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder voor een dergelijk verkeersfeit is veroordeeld. Hiermee wordt niet in strafmatigende of strafverzwarende zin rekening gehouden.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld met als gevolg voor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van 6 maanden. Voor het verlaten van de plaats van het ongeval en het rijden zonder rijbewijs gelden geen oriëntatiepunten. Voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs (artikel 9 WVW), enigszins te vergelijken met de overtreding van artikel 107 WVW, geldt een oriëntatiepunt van 2 weken gevangenisstraf.

De verdachte beschikt op dit moment (nog) niet over een rijbewijs maar de rechtbank vindt het opleggen van een rijontzegging passend op grond van de normhandhaving en speciale preventie.

De rechtbank betrekt ook bij de beoordeling dat het een strafbaar feit uit 2021 betreft. Het komt volledig voor de rekening van de verdachte dat de strafzaak niet eerder inhoudelijk kon worden behandeld. De behandeling van de zaak stond eerder op 22 december 2022, 25 april 2023 en 24 maart 2025 op zitting gepland, maar kon niet doorgaan omdat de verdachte in Polen gedetineerd zat en omdat hij niet goed bereikbaar was.

De rechtbank wijkt wat af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank de oriëntatiepunten als uitgangspunt neemt.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en/of maatregel

- veroordeelt verdachte, vanwege de bewezenverklaring van feit 1 primair en feit 2, tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

- ontzegt verdachte, vanwege de bewezenverklaring van feit 1 primair en feit 2, de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden;

- veroordeelt verdachte, vanwege de bewezenverklaring van feit 3, tot een geldboete van € 300,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 3 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.R.H. Koekoek, voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij, op of omstreeks 27 juni 2021, te Amersfoort, althans in Nederland, alsverkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),daarmede rijdende over de weg, de Ringweg-Kruiskamp en/of de kruising van deRingweg-Kruiskamp met de Van Randwijcklaan, zich zodanig heeft gedragen dateen aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer,althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van datmotorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs en/of- niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht datreeds (minimaal 2,5 seconden) rood licht uitstraalde en/of- (vervolgens) voornoemde kruising op te rijden en/of over te steken en/of- zich er (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate, van te vergewissen datvoornoemde kruising vrij was van verkeer en/of- (daarbij) geen voorrang te verlenen aan een voor zijn, verdachte, van rechtskomende motorrijder, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemdemotorrijder op dat moment (minimaal 2,3 seconden) groen licht uitstraalde en/of- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet,althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde motorrijder en/of- (vervolgens) in botsing te komen met voornoemde motorrijder,waardoor die motorrijder (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, teweten een gebroken voet en/of een scheur in het borstbeen en/of een sleutelbeenuit de kom en/of een (diepe) verwonding in het rechterscheenbeen en/of tweegebroken ribben, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruittijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden isontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij, op of omstreeks 27 juni 2021, te Amersfoort, althans in Nederland, alsbestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, deRingweg-Kruiskamp en/of de kruising van de Ringweg-Kruiskamp met de VanRandwijcklaan,- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van datmotorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs en/of- niet is gestopt voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht datreeds (minimaal 2,5 seconden) rood licht uitstraalde en/of- (vervolgens) voornoemde kruising op is gereden en/of over is gestoken en/of- zich er (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate, van heeft vergewist datvoornoemde kruising vrij was van verkeer en/of- (daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een voor zijn, verdachte, van rechtskomende motorrijder, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemdemotorrijder op dat moment (minimaal 2,3 seconden) groen licht uitstraalde en/of- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende is afgeremd en/of niet,althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde motorrijderen/of- (vervolgens) in botsing is gekomen met voornoemde motorrijder,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd;

2 hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welkegedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welkverkeersongeval had plaatsgevonden in Amersfoort op/aan de Ringweg-Kruiskampen/of de kruising van de Ringweg-Kruiskamp met de Van Randwijcklaan, op ofomstreeks 27 juni 2021de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeftverlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aaneen ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht;

3hij, op of omstreeks 27 juni 2021, te Amersfoort, althans in Nederland, alsbestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, deRingweg-Kruiskamp en/of de kruising van de Ringweg-Kruiskamp met de VanRandwijcklaan, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, alsbedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs wasafgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

De verdachte heeft op 29 juni 2021 tijdens het politieverhoor bekend dat hij op 27 juni 2021 als bestuurder met zijn voertuig, een Skoda met kenteken [kenteken] , over een kruising reed en dat hij, toen hij daar reed, aan de rechterkant een klap voelde en zag dat een motor zijn auto heeft geraakt.Hij heeft niet naar links en rechts gekeken en heeft de motorrijder niet gezien.

Uit politieonderzoek blijkt onder meer het volgende:

Locatie ongeval

Datum 27 juni 2021

Plaats Amersfoort

Vermoedelijke toedracht

[slachtoffer] stond met zijn motor te wachten voor de verkeerlichten op de

kruising van de Ringweg Kruiskamp met de van Randwijcklaan in de richting van de

Ringweg Koppel en stond op de rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer.

Nadat [slachtoffer] groen licht had gekregen trok hij op.

Op dat moment komt er van links, vanaf de van Randwijcklaan een personenauto aan

rijden en ontstaat er een aanrijding tussen de auto en de motorrijder.

De motorrijder komt ten val en de personenauto, betrokken bij de aanrijding, rijdt

door zonder de identiteit van de bestuurde en van het voertuig kenbaar te maken

Betrokken voertuig

Voertuig Personenauto [kenteken] Skoda Fabia (Bondsrepubliek Duitsland)

Eigenaar/houder

[verdachte]

Bestuurder

[verdachte]

Rijbewijs

Bij controle bij het Rijbewijsregister bleek de bestuurder niet bevoegd te zijn een

motorrijtuig te besturen. Bij deze controle bleek mij het volgende:

aan de bestuurder was nooit een rijbewijs afgegeven voor de categorie motorrijtuigen

waartoe het door de bestuurder bestuurde voertuig behoorde.

Letsel

Bij het ongeval heeft onderstaand persoon letsel opgelopen.

Achternaam [slachtoffer]

Voornamen [voornamen]

Uit de analyse van de verkeersregelinstallatie (VRI) blijkt onder meer het volgende:

Gelet op het PD-onderzoek, de verklaringen en de analyse, waren er geen aanwijzingen dat de verkeersregelinstallatie niet naar behoren had gewerkt ten tijde van het ongeval. Alle lampen van de relevante verkeerslantaarns hadden naar behoren gewerkt en waren goed zichtbaar geweest voor de bij het ongeval betrokken bestuurders.

Uit de analyse van het faselog, bleek dat de bestuurder van de personenauto, op zondag 27 juni 2021, omstreeks 14:15:26,3 uur, de stopstreep was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 2,5 seconden rood licht uitstraalden. De bestuurder van de motorfiets, was op zondag 27 juni 2021, omstreeks 14:15:26,3 uur, de stopstreep gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 2,3 seconden groen licht uitstraalden.

Uit de Verkeersongevallen analyse (VOA) blijkt onder meer het volgende:

Toedracht:

De bestuurder van de motorfiets bereed de Ringweg Kruiskamp komende uit de richting van de Hogeweg en was voornemens rechtdoor te rijden in de richting van Ringweg Koppel.

Uit een getuigenverklaring, dashcambeelden en de VRI-analyse bleek dat de bestuurder van de motorfiets stond te wachten voor het rode verkeerslicht bij het kruispunt met de Van Randwijcklaan.

Toen het verkeerslicht groen werd, reed de bestuurder van de motorfiets het kruisingsvlak op en kwam in botsing met de personenauto.

Uit een getuigenverklaring, dashcambeelden en de VRI-analyse bleek dat de bestuurder van de personenauto reed over de Van Randwijcklaan, komende uit de richting van de Flierbeeksingel en het kruisingsvlak op reed.

Oorzaak:

Uit de VRI analyse blijkt dat de op de Van Randwijcklaan rijdende personenauto de stopstreep passeert op het moment dat het verkeerslicht 2,5 seconde rood licht uitstraalt en de motorrijder groen licht had.

Gevolg:

Ten gevolge van de roodlicht negatie door de bestuurder van de personenauto, zijn deze personenauto en de motorfiets met elkaar in botsing gekomen. Hierbij heeft de bestuurder van de motorfiets zwaar lichamelijk letsel opgelopen en raakten beide voertuigen beschadigd.

Uit de aangifte blijkt onder meer het volgende:

Toen het verkeerslicht groen werd, trok ik met normale snelheid op. Ik zag ineens, in een flits, een blauwe personenauto aan komen rijden. Ik kon een aanrijding niet voorkomen en ben vervolgens heel hard op het wegdek terecht gekomen. Ik voelde gelijk hevige pijn aan de rechterzijde van mijn lichaam. Ik ben blijven liggen, ook uit noodzaak, en er kwamen gelukkig meerdere mensen naar mij toe om te helpen.

De bestuurder van de blauwe personenauto heeft zich niet gemeld. Ik heb geen gegevens van de auto.

Ik ben afgevoerd met een ambulance naar het ziekenhuis. Daar is onder andere het

volgende letsel geconstateerd:

- gebroken voet

- scheur in borstbeen

- sleutelbeen uit de kom (hier ben ik met spoed aan geopereerd, aangezien de dokters

bang waren dat het sleutelbeen voor een punctie van een slagader zou zorgen, dit

hebben zij met de spoedoperatie gelukkig kunnen verhelpen)

- diepe verwonding in het rechterscheenbeen

- gebroken twee ribben

Ik mag de komende twee weken mijn arm niet gebruiken. Daarnaast zal mijn

herstelperiode sowieso 6 tot 9 weken in beslag nemen. Mogelijk dat ik daarna nog

onder behandeling van een fysiotherapeut moet blijven.

Ik ben werkzaam als offset drukker. Dit betekent dat ik de komende weken en misschien zelfs maanden niet kan werken en mijn inkomsten misloop.

Uit de geneeskundige verklaring van het onderzoek van [slachtoffer] op 27 juni 2021 blijkt onder meer dat de geschatte duur van de genezing 6 tot 12 weken is.

Getuige [getuige 2] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik zag dat de blauwe Skoda doorreed in de richting van de Zangvogelweg. Ik zag dat de blauwe Skoda stil stond. Ik zag dat er twee mannen uitstapte. Ik zag dat de mannen een blik wierpen naar het ongeval en weer in hun voertuig stapte. Ik vermoedde dat de twee mannen wilden weg rijden. Ik keerde mijn voertuig om achter de blauwe Skoda aan te gaan. Ik pakte mijn telefoon en ik ben gaan filmen zodat ik het kenteken op beeld had.

Getuige [getuige 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik zag dat de motorrijder werd geraakt met de rechterkant van de blauwe Skoda. Ik zag dat de motorrijder over de voorkant van de blauwe Skoda vloog. Ik zag dat de blauwe Skoda doorreed in de richting van de Zangvogelweg. Ik zag dat de blauwe Skoda een buitenlands kenteken voerde aan de voorzijde. Ik zag dat de kentekenplaat wit van kleur was. Ik vermoed een Pools kenteken. Ik zag dat de blauwe Skoda ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats stil stond. Ik zag dat er twee personen uitstapten. Ik zag dat het twee mannen waren. Ik zag dat de twee mannen in de richting van de motorrijder liepen. Ik zag dat de twee mannen terug liepen naar de blauwe Skoda en dat de Skoda wegreed.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand