RECHTBANK Midden-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Utrecht
Rekestnummer: NL:TZ:2607076:R-RK
Uitspraakdatum: 23 maart 2026
Uitspraak op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet
In de zaak van
[verzoeker] ,
handelend onder de naam [handelsnaam] en [handelsnaam] ,
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
tegen
Stichting Portaal,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
hierna te noemen: Stichting Portaal,
gemachtigde: Jongerius gerechtsdeurwaarders .
Samenvatting
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank wijst het verzoek af.
1. De procedure
Het verloop van de procedure bestaat uit:
- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Fw inclusief bijlagen, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
- de zitting van maandag 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- [A] , namens [bedrijf] B.V.;
- [B] , namens Jongerius gerechtsdeurwaarders .
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank om Stichting Portaal te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 21 januari 2026. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert tot een schuldsaneringsregeling met zijn schuldeisers te komen.
3. Het verweer
Stichting Portaal stelt zich op het standpunt dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen. [verzoeker] is meerdere keren in de gelegenheid gesteld om zijn huurachterstand in te lopen en heeft meerdere keren de kans gekregen om een schuldregeling op te starten.
Stichting Portaal voert hiervoor aan dat [verzoeker] sinds het aangaan van de huurovereenkomst het nalaat om de huurpenningen tijdig te voldoen. [verzoeker] is sinds 2017 al aangemeld bij [bedrijf] en alsnog laat hij bij herhaling een huurachterstand ontstaan. Stichting Portaal stelt dat [verzoeker] zich enkel en alleen jegens haar en de hulpverlenende partijen wendt en zich begeleidbaar opstelt op het moment dat hem een gerechtelijke procedure of ontruiming van zijn woning boven het hoofd hangt. [verzoeker] wist na het ontruimingsvonnis van 21 januari 2026 dat het zijn laatste kans was om de huurachterstand in te lossen, ook deze laatste kans is [verzoeker] , ondanks diverse betalingsherinneringen, niet nagekomen.
4. De beoordeling
De voorlopige voorziening van artikel 287b Fw strekt ertoe om een adempauze te creëren die schuldenaren in staat stelt het minnelijk traject voort te zetten om met hun schuldeisers een regeling te bereiken of af te ronden. Voor het geven van de voorziening is van belang dat er zicht is op een mogelijke schuldregeling en dat de lopende verplichtingen gedurende de adempauze kunnen worden voldaan.
De rechtbank wijst het verzoek af, omdat het belang van Stichting Portaal om de woning vanwege de huurachterstand te ontruimen zwaarder weegt dan het belang van [verzoeker] om gedurende het schuldhulpverleningstraject in de woning te mogen blijven wonen. De rechtbank weegt mee dat Stichting Portaal al langere tijd bezig is met [verzoeker] , en ook al veel kansen heeft geboden om [verzoeker] , zoals het aanbieden van betalingsregelingen, om de achterstand in te lopen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verzoeker] veel kansen gehad om hulp in te schakelen, en heeft hij dit niet tijdig of onvoldoende gedaan.
De rechtbank kijkt daarnaast ook naar de belangen van de overige schuldeisers, en wat hun belang is bij het wel of niet ontruimen van [verzoeker] uit de woning. De rechtbank heeft geen belang van de overige schuldeisers kunnen vaststellen. [verzoeker] heeft, als hij in de woning blijft, geen afloscapaciteit en kan niks sparen voor zijn schuldeisers. Hier komt bij een afwijzing van het verzoek geen verandering in.
Verder is de rechtbank van oordeel dat het niet zeker is dat [verzoeker] zal worden toegelaten tot een wettelijke schuldsaneringsregeling nu [verzoeker] een onderneming heeft en daar geen administratie van heeft gevoerd. Hierdoor is [verzoeker] ten aanzien van deze mogelijke schulden niet te goeder trouw.
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal op een nader te bepalen datum worden beslist.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.