ECLI:NL:RBMNE:2026:2075

ECLI:NL:RBMNE:2026:2075

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer UTR 26/2481 en UTR 26/2482
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Artikel 15 Wet op het notarisambt. Toewijzing van protocol oud-notaris aan Almeerse notaris is onzorgvuldig. Deze toewijzing kan niet worden gebaseerd op de adviezen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB. Het proces van toewijzen van het protocol van de oud-notaris moet opnieuw opgestart worden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

mr. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 26/2481 en UTR 26/2482

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

(gemachtigde: mr. B.J.P.G. Roozendaal),

en

(gemachtigden: mrs. Z.I. de Vos en C.A.M. Boekestein).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: mr. [de waarnemer] uit [woonplaats] (de waarnemer).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit om het protocol van oud-notaris mr. [oud-notaris] (hierna: de oud-notaris) per 28 april 2026 aan eiser toe te wijzen. Eiser is het daar niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter of de staatssecretaris het protocol van de oud-notaris aan eiser heeft kunnen toewijzen.

De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het besluit tot het toewijzen van het protocol aan eiser onzorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 17 maart 2026 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de toewijzing van het protocol van de oud-notaris aan eiser gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigden van de staatssecretaris en de waarnemer.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiser tegen het bestreden besluit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er aan het besluit vooraf gegaan?

3. De oud-notaris is in het verleden met eiser werkzaam geweest in de maatschap [maatschap] in [plaats] . Omdat eiser het niet eens was met de werkwijzen en bepaalde clientèle van de oud-notaris heeft hij in 2008 de samenwerking opgezegd, waarna een langdurig zakelijk conflict ontstond over de afwikkeling van de samenwerking.

4. Op 17 februari 2020 is de oud-notaris door de Kamer voor het Notariaat uit zijn ambt ontzet. In hoger beroep is deze beslissing op 9 februari 2021 door het gerechtshof Amsterdam bevestigd.

5. De oud-notaris is op 31 december 2020 gedefungeerd als notaris te [plaats] . Het protocol van de oud-notaris wordt sinds januari 2021 waargenomen door de waarnemer.

6. De waarnemer heeft op 17 januari 2025 bij de staatssecretaris gemeld dat zij het protocol wil overdragen aan een andere notaris. Voorafgaand aan dat verzoek heeft zij contact opgenomen met diverse notarissen in de regio [plaats] , met de vraag of zij interesse hadden om het protocol van de oud-notaris over te nemen. Er was volgens haar niemand bereid om het protocol over te nemen. De staatssecretaris heeft vervolgens ook telefonisch geïnventariseerd of er interesse was, maar ook zij heeft geen gegadigde gevonden. Volgens zowel de waarnemer als de staatssecretaris zouden diverse notarissen hebben gezegd dat eiser de meest aangewezen notaris is om het protocol van de oud-notaris over te nemen, gelet op hun arbeidsverleden.

Waarom heeft de staatssecretaris het protocol aan eiser toegewezen?

7. Als een notaris defungeert dan wijst Onze Minister, gehoord de KNB, een notaris aan om het protocol en eventueel de overige notariële bescheiden over te nemen. Deze opdracht aan de minister (de staatssecretaris) om het protocol aan een notaris toe te wijzen staat in artikel 15 van de Wet op het notarisambt (Wna).

8. In het bestreden besluit heeft de staatssecretaris het protocol van de oud-notaris aan eiser toegewezen omdat hij daarvoor de meest aangewezen notaris zou zijn. De staatssecretaris heeft ter onderbouwing van die conclusie gewezen op de adviezen van de KNB van 30 april 2025 en 17 juni 2025. Daaruit volgt dat er geen bezwaren zijn tegen toewijzing van het protocol van de oud-notaris aan eiser en dat toewijzing aan eiser het meest voor de hand ligt omdat hij een ervaren notaris is, gevestigd is in [plaats] , en ervaring heeft met het protocol van de oud-notaris. De staatssecretaris motiveert de toewijzing aan eiser, samengevat, als volgt. Het heeft in algemene zin de voorkeur een protocol toe te wijzen aan een kantoor in dezelfde vestigingsplaats, omdat dat voor cliënten makkelijker en toegankelijker is. De omstandigheid dat eiser en zijn kantoor niet langer ondernemingsrecht doen staat niet duidelijk op de website en staat niet in de weg aan toewijzing aan eiser omdat het protocol van de oud-notaris slechts ongeveer 5-10% uit ondernemingsrecht bestaat. De staatssecretaris heeft diverse notarissen als alternatief overwogen, maar minder geschikt geacht. Dat eiser gelet de strafbare feiten waarmee de oud-notaris wordt geassocieerd vreest voor imagoschade, is voor de staatssecretaris onvoldoende reden om het protocol niet aan hem toe te wijzen. De waarnemer van de oud-notaris heeft het protocol in de afgelopen jaren opgeschoond, zodat dat risico zo veel mogelijk is voorkomen.

9. Volgens het bestreden besluit gaat de toewijzing van het protocol aan eiser in op 28 april 2026. Tijdens de zitting heeft de staatssecretaris gezegd dat zij de toewijzing opschort tot zes weken na die datum (tot en met 9 juni 2026).

Heeft de staatssecretaris de juiste procedure gevolgd bij het openstellen van het protocol?

10. In de Beleidsregel protocollen notariaat (hierna: het beleid) van de staatssecretaris staat over het openstellen van vrijgekomen protocollen:“Om kandidaat-notarissen de mogelijkheid te bieden een benoemingsverzoek en ondernemingsplan in te dienen, wordt een redelijke termijn in acht genomen. Bij het vrijkomen van een protocol wordt het protocol daarom tenminste vijf maanden open gesteld en maximaal tien maanden indien zich binnen de vijfmaandstermijn van openstelling van het protocol een kandidaat-notaris heeft gemeld die de benoemingsprocedure moet doorlopen.”

11. Op de zitting heeft de staatssecretaris uitgelegd dat een openstelling in de praktijk tegenwoordig informeler verloopt dan in het beleid is omschreven. Een beschikbaar protocol wordt niet meer opengesteld via NotarisNet omdat dit medium niet meer bestaat. Wel wordt er in elke editie van het Notariaat Magazine een lijst weergegeven van notarissen die zijn overleden, uit hun ambt zijn ontzet of zich vestigen buiten hun betreffende arrondissement. Daaruit kan impliciet worden afgeleid dat hun protocollen beschikbaar zijn voor overname. Notarissen die interesse hebben in een dergelijk protocol kunnen daarop dan bij de staatssecretaris reageren.

12. Eiser voert naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht aan dat de uitvoeringspraktijk voor het openstellen van protocollen niet (meer) in lijn is met het beleid van de staatssecretaris. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad. Uit de ruime rondvraag van zowel de waarnemer als de staatssecretaris volgt dat er geen gegadigden waren om het protocol van de oud-notaris uit eigen beweging over te nemen, zodat een openstelling naar redelijke verwachting geen gegadigden zou opleveren. Het feit dat de staatssecretaris op dit punt niet in lijn met haar eigen beleid heeft gehandeld leidt daarom in dit geval niet tot een gegrond beroep.

Wat is de status van de adviezen van de KNB?

13. De staatssecretaris heeft de toewijzing van het protocol in overwegende mate gebaseerd op drie adviezen van de KNB (30 april 2025, 17 juli 2025 en 24 oktober 2025). Eiser betwist de status van deze adviezen als deskundigenadviezen. De KNB heeft in een e-mail van 22 augustus 2025 geschreven dat zij geen advies geven om het protocol aan eiser specifiek toe te wijzen omdat zij daar niet over gaan. Daarnaast wordt volgens eiser door de KNB slechts een relatieve voorkeur voor eiser uitgesproken op basis van een vooraf door de staatssecretaris afgebakende set van kandidaten.

14. In artikel 15 van de Wna staat: “indien de notaris overlijdt, defungeert of zich vestigt buiten het arrondissement waarin zijn plaats van vestiging is gelegen zonder medeneming van zijn protocol, wijst Onze Minister, gehoord de KNB, een notaris aan om het protocol en eventueel de overige notariële bescheiden over te nemen. Indien deze bescheiden moeten worden overgenomen door een nieuw benoemde notaris, kan de aanwijzing bij het koninklijk besluit van zijn benoeming plaatsvinden. Bij verordening worden nadere voorschriften gegeven over de wijze waarop de overdracht en de overname van het protocol en de overige notariële bescheiden dienen te geschieden.”

15. Uit dat artikel volgt dus dat de staatssecretaris – gehoord de KNB – een protocol toewijst. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wijst deze woordkeuze niet op een verplichting tot een vragen van een (deskundigen)advies. In de Wna wordt in verschillende artikelen namelijk een onderscheid gemaakt tussen advies vragen en horen. In artikel 8, tweede lid, van de Wna, wordt expliciet gesproken over het inwinnen van een advies door de minister bij de Commissie toegang notariaat. Daarnaast wordt in bijvoorbeeld artikel 27, vierde lid, en artikel 94a, vierde lid, van de Wna, gesproken over horen. De Wna maakt dan ook een onderscheid tussen het vragen van advies over een te nemen besluit en het horen van een derde voordat een besluit wordt genomen. In de toelichting op de wijziging van artikel 15 van de Wna in 2010 wordt gesproken over een “adviserende rol” van de KNB, maar uit die toelichting blijkt niet hoe de adviserende rol dan wel hoorplicht zou moeten worden ingevuld. Op de zitting kon de staatssecretaris geen duidelijkheid geven over het verschil in betekenis tussen beide vormen van het betrekken van een derde bij de besluitvorming.

16. In het beleid staat: “zoals bepaald in artikel 15 van de Wna vindt toewijzing van een protocol niet plaats zonder dat aan de KNB is verzocht een schriftelijk gemotiveerd advies uit te brengen. De KNB heeft dan één maand de tijd om advies uit te brengen. Indien de KNB geen of een – in de ogen van de Minister voor Rechtsbescherming – onvoldoende gemotiveerd advies uitbrengt dan zal de minister het protocol toewijzen.”

17. Op de zitting heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat artikel 15 van de Wna zo moet worden uitgelegd dat het advies van de KNB een deskundigenadvies is als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. Volgens de staatssecretaris mag zij van die adviezen uitgaan als zij aan haar vergewisplicht heeft voldaan en geconcludeerd dat het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aan sluiten. De voorzieningenrechter zal er in deze uitspraak daarom van uitgaan dat het advies van de KNB een deskundigenadvies is zoals bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. De KNB kan namelijk als vertegenwoordiger van de beroepsgroep in het algemeen als deskundig worden beschouwd voor beantwoording van de vraag wat de werkzaamheden die gemoeid gaan met de toewijzing van een bepaald protocol inhouden en welke notaris het meest geschikt is om die werkzaamheden op een efficiënte en zorgvuldige wijze uit te voeren. Voor de beoordeling van deze zaak kan dan in het midden blijven of uit artikel 15 van de Wna voor de staatssecretaris een hoorplicht voortvloeit of een adviesplicht.

18. De beroepsgrond dat de adviezen van de KNB niet als deskundigenadviezen moeten worden beschouwd, treft gelet op het voorgaande geen doel. De voorzieningenrechter is het verder met de staatssecretaris eens dat uit de e-mail van de KNB van 22 augustus 2025 niet geconcludeerd kan worden dat de KNB zich op het standpunt stelt dat zij geen advies in de zin van artikel 15 van de Wna heeft uitgebracht.

Mocht de staatssecretaris de toewijzing baseren op de adviezen van de KNB?

19. Gelet op de bewoordingen van artikel 15 van de Wna heeft de staatssecretaris beslisruimte bij het aanwijzen van de meest geschikte kandidaat voor overname van het protocol en het bepalen van de daarvoor relevante criteria. Hoe de staatssecretaris gebruik maakt van deze bevoegdheid heeft zij vastgelegd in het beleid. De weging van alle feiten en omstandigheden die de staatssecretaris (of de KNB) daarbij van belang acht moet de voorzieningenrechter daarom enigszins terughoudend toetsen. Dat neemt echter niet weg dat de voorzieningenrechter vol moet toetsen of de staatssecretaris (of de KNB) alle relevante feiten en omstandigheden bij de besluitvorming hebben betrokken, of de staatssecretaris aan die omstandigheden ook een concrete beoordeling heeft toegekend en of die concrete beoordeling ook feitelijk juist is. De bestuursrechter moet nagaan of de redenering van de staatssecretaris in objectieve zin begrijpelijk is. Dat wil zeggen, of de redenering aansluit bij de relevante feiten en omstandigheden van het voorliggende geval.

20. Het is vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting volgt in dit geval uit artikel 3:9 van de Awb. In het geval het advies niet als een deskundigenadvies moet worden gezien, vloeit deze zorgvuldigheidseis voort uit artikel 3:2 van de Awb. Als een partij concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan.

21. Eiser stelt dat de adviezen van de KNB niet aan het bestreden besluit ten grondslag mochten worden gelegd omdat ze onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. De KNB heeft namelijk geen eigen onderzoek gedaan naar het protocol en de feiten en omstandigheden rondom een overname. Daarnaast gaat het advies er vanuit dat eiser de geëigende kandidaat is en worden alternatieven niet serieus onderzocht. De adviesvraag van de staatssecretaris is te beperkt omdat alleen gevraagd is of er bedenkingen zijn om het protocol aan eiser toe te wijzen.

22. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser met wat hij heeft aangevoerd concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat de staatssecretaris zich niet op deze adviezen kon baseren voor de toewijzing van het protocol. Om te voldoen aan haar vergewisplicht moet het de staatssecretaris namelijk duidelijk zijn op welke feiten de KNB zijn advies baseert om te onderbouwen dat eiser de meest aangewezen notaris is om het protocol over te nemen, en dat volgt niet uit de stukken in het dossier. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de KNB alleen een zorgvuldig advies kan geven over de meest geschikte kandidaat voor toewijzing van het protocol als daarbij betrokken wordt wat de omvang van het protocol is, hoe het is samengesteld qua specialisaties, hoe complex de zaken zijn die eruit kunnen voortvloeien en wat de mogelijke risico’s zijn bij overdracht. Op grond daarvan kan een profiel worden gemaakt waaraan de aan te wijzen notaris moet voldoen op het gebied van werkervaring, praktijk (specialisaties), het vermogen van het kantoor om het betreffende protocol aan het bestaande toe te voegen, de vereiste mate van nabijheid van het protocol en eerdere betrokkenheid daarbij. Omdat toewijzing van een protocol niet in strijd mag zijn met het evenredigheidsbeginsel moet de KNB bij zijn advies ook betrekken of de toewijzing geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. In dat kader zullen de omstandigheden van alternatieve (geschikte) kandidaten tegen elkaar moet worden afgewogen. Daarbij dienen de belangen van de notariële ambtsbediening in het algemeen en de bediening van het protocol in het bijzonder, voorop te staan.

23. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de adviezen van de KNB niet volgt dat zij onderzoek heeft gedaan naar de omvang en aard van het protocol van de oud-notaris en de gevolgen van toewijzing van dat specifieke protocol aan een specifieke notaris of kantoor. Verder heeft de KNB ook niet met een open blik alle mogelijk geschikte kandidaten in de omgeving van [plaats] betrokken bij haar onderzoek. In dit kader wijst de voorzieningenrechter specifiek op de volgende overwegingen.

De KNB heeft het criterium “nabijheid” bij haar beoordeling kunnen betrekken. Het is niet onbegrijpelijk dat de staatssecretaris de voorkeur heeft om het protocol over te dragen aan een notaris uit [plaats] omdat dit relevant is voor de toegankelijkheid van het protocol. Dit speelt echter een grotere rol als het gaat om het overnemen van een lopend protocol van een kantoorgenoot dan wanneer een protocol moet worden overgenomen waar al enige jaren geen nieuwe zaken zijn bijgekomen, zoals in deze zaak het geval is. De voorzieningenrechter wijst daarbij op het feit dat het betreffende protocol al vijf jaar wordt waargenomen door de waarnemer in Amstelveen, zonder noemenswaardige problemen. De waarnemer heeft op de zitting verklaard dat zij incidenteel werk aan het protocol heeft en dat zij bij hoge uitzondering dan wel eens bij iemand op bezoek gaat omdat zij niet van de cliënten kan vergen dat zij naar Amstelveen komen. Hoe deze feiten en overwegingen ten aanzien van het criterium nabijheid een rol spelen in de toebedeling van het protocol volgt niet uit de adviezen van de KNB.

Ook het criterium van “eerdere betrokkenheid bij het protocol” vindt de voorzieningenrechter op zichzelf niet onredelijk. Een notaris die bekend is met het protocol en de bijbehorende cliënten heeft immers in algemene zin een streepje voor op notarissen voor wie het protocol onbekend is. In het geval van eiser kan de bekendheid met het protocol naar het oordeel van voorzieningenrechter echter niet los worden gezien van het beroepsmatige en zakelijke conflict dat eiser heeft (gehad) met de oud-notaris. De staatssecretaris stelt dat deze bedenkingen puur persoonlijk zijn, maar zo ziet de voorzieningenrechter dat niet. Eiser beschrijft zijn problemen met de oud-notaris en de druk die er destijds op hem werd uitgeoefend als een afbreukrisico voor zijn functioneren als notaris en voor het functioneren van zijn kantoor als geheel. Dat is een aspect waarvan zonder nadere motivering niet kan worden gezegd dat dit het functioneren van het ambt van notaris niet raakt. Dit aspect is, hoewel door eiser naar voren gebracht, niet in de adviezen van de KNB betrokken terwijl eiser wel stelt dat zijn verleden met de oud-notaris de notariële ambtsbediening negatief beïnvloedt. Daarnaast stelt eiser ook dat zijn betrokkenheid bij het protocol lang geleden is en dat anderen recentere betrokkenheid bij het protocol hebben, maar dat dit aspect niet kenbaar in de advisering is betrokken. De voorzieningenrechter is het daarmee eens.

Eiser wijst er verder specifiek op dat zijn kantoor geen ondernemingsrecht doet. Omdat het protocol deels bestaat uit ondernemingsrecht is dat volgens hem een contra-indicatie voor toewijzing omdat eiser daar iemand voor zou moeten inhuren. De KNB zegt niets over dit risico in haar adviezen, ondanks de opdracht van de staatssecretaris daartoe in haar aanvullende adviesaanvraag van 16 juli 2025 en de vermelding van dit criterium in het beleid van de staatssecretaris. De voorzieningenrechter vindt toewijzing van het protocol aan eiser zonder hierover advies te hebben ontvangen onbegrijpelijk, omdat de (mate van) specialisatie raakt aan de kwaliteit van de bediening van het protocol. Juist de KNB zou daar als beroepsgroep een zinnig advies over kunnen geven in het licht van de goede uitoefening van de notarispraktijk.

De voorzieningenrechter merkt op dit punt op dat de waarnemer op de zitting heeft verklaard dat het protocol zo’n 39.000 akten bevat en dat daarvan geschat 5 tot 10% ondernemingsrecht betreft. Uit de adviesaanvraag noch uit de adviezen van de KNB blijkt dat er op dat moment feitelijke kennis over de omvang en samenstelling van het protocol voorhanden was. Uit het primaire besluit blijkt dat de staatssecretaris van de waarnemer een schatting van het percentage ondernemingsrecht had ontvangen, maar uit de stukken blijkt niet dat dit percentage aan de KNB is verstrekt ten behoeve van de advisering of dat KNB op een andere wijze kennis had van deze feiten.

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het onduidelijk is hoe het aspect “ervaring” in de beoordeling is betrokken. De KNB wijst erop dat eiser zeer ervaren is omdat hij al ruim 20 jaar notaris is. Dit wordt afgezet tegen notarissen die minder dan drie jaar geleden zijn benoemd. Dat deze personen wel al geruime tijd als kandidaat-notaris verbonden zijn aan een kantoor wordt kennelijk niet meegewogen. De voorzieningenrechter vindt dat zonder nadere motivering niet te volgen. Ook een notaris met meerjarige ervaring als kandidaat-notaris kan immers zeer ervaren zijn dan wel voldoende ervaren om het protocol over te nemen. Dat het protocol van de oud-notaris mogelijke risico’s met zich meebrengt die onervaren notarissen wellicht moeilijker kunnen dragen dan meer ervaren notarissen, vindt de voorzieningenrechter op voorhand niet onaannemelijk, maar dan moet wel duidelijk worden hoe de KNB het aspect “ervaring” inhoudelijk beoordeeld.

Eiser heeft gesteld dat uit de adviezen en het daarop gebaseerde besluit niet inzichtelijk is hoe de weging van de aspecten nabijheid, specialisatie, eerdere betrokkenheid, eerder overgenomen protocollen en het noodzakelijke ervaringsniveau voor de in aanmerkingen komende groep notarissen heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter is het daarmee eens. Doordat een dergelijke weging niet kenbaar is, is de keuze om eiser aan te wijzen niet transparant. Inzicht in zo’n afweging is niet alleen van belang voor de voorzieningenrechter om te beoordelen of de aanwijzing van eiser een redelijke keuze is van de staatssecretaris, maar vooral ook voor de aangewezen notaris om een toegewezen protocol te aanvaarden.

24. De staatssecretaris heeft gelet op het voorgaande niet kunnen concluderen dat de adviezen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Zij mocht de adviezen van de KNB daarom niet ten grondslag leggen aan de toewijzing van het protocol aan eiser. Het besluit bevat ook geen nadere motivering die de gebreken in de adviezen herstellen. Het beroep is dan ook gegrond.

25. De voorzieningenrechter overweegt verder dat het bestreden besluit ook onzorgvuldig is voorbereid gelet op de onderzoeksvragen die de staatssecretaris aan het KNB heeft gesteld. Uit de adviesaanvragen blijkt niet dat aan de KNB een open vraag is gesteld over de meest geschikte kandidaat, wat verwacht zou mogen worden bij een adviesaanvraag over de toewijzing van een protocol waarvoor zich geen opvolger heeft gemeld.

De adviesaanvraag van 30 april 2025 luidt, voor zover van belang, als volgt: “Nu heb ik een belronde gehouden en heb o.a. notaris [eiser] gesproken en diverse andere notarissen in en om [plaats] en zelfs in Amstelveen. Bij ieder gesprek met notarissen (behalve tijdens het gesprek met [eiser]) was het duidelijke advies: het protocol hoort bij notaris [eiser]. Ik heb gisteren telefonisch contact gehad met notaris [eiser] en hem meegedeeld dat het ministerie het voornemen heeft om het aan hem toe te wijzen. Voorafgaand aan het opstellen van een voornemenbrief wordt advies van de KNB gevraagd: Vandaar mijn verzoek om advies te geven t.a.v. de protocoltoewijzing [oud-notaris] aan notaris [eiser].”

Deze adviesaanvraag berust, gelet op de bewoordingen, op informatie die uit informele contacten is verkregen van notarissen die niet bereid zijn om het betreffende protocol over te nemen en die eiser aanwijzen als de meest geschikte notaris. De staatssecretaris heeft de geschiktheid van eiser zelf niet onderzocht en evenmin kunnen baseren op de mening van notarissen die zelf niet bereid zijn om het protocol over te nemen. Deze adviesaanvraag is dan ook ingegeven door de niet objectief onderbouwde wens om het protocol aan eiser toe te wijzen. Bij de aanvullende adviesaanvraag van 16 juli 2025 heeft de staatssecretaris de KNB meegedeeld dat de motivering en advisering niet voldoende is om toewijzing van het protocol aan eiser [eiser] in stand te kunnen houden en is aanvullend advies gevraagd over de mogelijke toewijzing van het protocol aan mogelijke andere notarissen, rekening houdend met de kantoororganisatie van die betreffende notarissen, het tuchtverleden en de persoonlijke geschiktheid voor overname. Die aanvullende adviesaanvraag kan het gebrek in de eerste adviesaanvraag echter niet zonder meer compenseren. De voorzieningenrechter leest in het aanvullend advies geen inzichtelijk op feiten gebaseerd advies, zoals onder punt 23 en verder beschreven, terwijl ook in dat advies niet op alle vragen van de staatssecretaris is gereageerd. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat de focus van de eerste adviesaanvraag doorgewerkt heeft in de aanvullende adviesaanvraag en de daarop gebaseerde advisering. De onzorgvuldigheid van de eerste adviesaanvraag is dan ook niet hersteld met de tweede adviesaanvraag.

Conclusie en gevolgen

26. Omdat de KNB en de staatssecretaris beiden onvoldoende onderzoek hebben gedaan naar de feiten en omstandigheden rondom het over te dragen protocol is de toewijzing daarvan aan eiser onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is daarom gegrond. Dit betekent dat het besluit om het protocol van de oud-notaris aan eiser toe te wijzen wordt vernietigd. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien door ook het primaire besluit te herroepen omdat ook dat besluit tot toewijzing van het protocol aan eiser tekortkomingen bevat in de totstandkoming en er niet zozeer een heroverweging van de toewijzing van het protocol aan eiser moet plaatsvinden, maar een onderzoek op basis van transparant geformuleerde criteria, passend bij het protocol van de oud-notaris, naar welke notaris het meest geschikt is om het protocol over te nemen. Dit betekent dat de staatssecretaris ambtshalve een nieuw besluit zal moeten nemen waarin het protocol aan de meest geschikte notaris wordt toegewezen. Het is aan de staatssecretaris om daar onderzoek naar te doen of te laten doen door de KNB met inachtneming van deze uitspraak.

27. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

28. Omdat het beroep gegrond is moet de staatssecretaris het griffierecht (tweemaal € 200,-) aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand in bezwaar door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting). Die punten hebben een waarde van € 666,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.332,-. De bijstand in beroep door een gemachtigde levert 3 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 934,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 2.802,-. In totaal wordt € 4.134,- vergoed. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 400,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 4.134,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.

De griffier is verhinderd

om de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand