5. De op te leggen straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
Inleiding
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
De ernst en omstandigheden van de gepleegde feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een zestal oplichtingen / diefstallen, waarbij telkens sprake was van (hoog)bejaarde slachtoffers. Uit geldzucht hebben zij op een geraffineerde manier misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hun kwetsbare slachtoffers in de politie stelden. Zij hebben daarbij hun slachtoffers op kwetsbaarheid geselecteerd. De kwetsbaarheid de slachtoffers blijkt ook uit het feit dat [benadeelde 8] een paar weken na de oplichting en dus ook nog vóór de behandeling ter terechtzitting is overleden. De rechtbank vindt het uiterst verwerpelijk dat de daders bewust slachtoffers op (hoge) leeftijd kozen. Met een ongekende brutaliteit hebben ze van deze slachtoffers alles van (emotionele) waarde meegenomen. Zelfs de sieraden die de slachtoffers droegen moesten ze afdoen en afstaan aan de verdachte en zijn medeverdachten. Verdachte en de mededaders hebben er kennelijk geen moment over nagedacht wat voor impact hun handelen op de slachtoffers zou kunnen hebben. De misdrijven waar de verdachte en zijn mededaders zich aan hebben schuldig gemaakt, getuigen daarom van een laffe, kille en berekenende houding.
Bij deze oplichtingen en diefstallen zijn vooral sieraden buitgemaakt, die naast een grote financiële waarde vaak een onschatbare emotionele waarde hadden voor de slachtoffers, zoals trouwringen, erfstukken en andere aandenkens aan familieleden.
De slachtoffers hebben ter zitting of in hun vordering aangegeven dat naast de financiële en emotionele schade die door de oplichtingen is toegebracht, hun vertrouwen in de medemens is geschaad, zij zich op pijnlijke wijze bewust zijn geworden van hun kwetsbaarheid en dat zij zich niet meer veilig voelen in hun eigen huis. [benadeelde 4] , zoon van [benadeelde 8] , heeft aangegeven dat zij zo aangedaan was door wat er gebeurd was en het wegnemen van haar dierbare sieraden, dat dit het “laatste zetje” was geweest. Drie weken na het tenlastegelegde is [benadeelde 8] op 95-jarige leeftijd overleden. Zijn moeder had kort voor haar overlijden nog gezegd, dat ze “nu kaal in haar kist” zou liggen. De rechtbank vindt het diep triest dat het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens en hun kijk op de wereld in de laatste fase van hun leven door het toedoen van verdachte en zijn medeverdachten is veranderd, en dat rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
Ook voor de sociale omgeving van de slachtoffers en de maatschappij in zijn algemeenheid zijn dergelijke oplichtingen schokkend.
De verdachte heeft zich bij de politie beroepen op zijn zwijgrecht en is niet ter zitting verschenen. Hij heeft daarmee geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden.
De rechtbank rekent dit alles de verdachte ernstig aan.
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit de justitiële documentatie van de verdachte in het dossier blijkt dat hij eerder en recent meermalen is veroordeeld voor vergelijkbare vermogensdelicten.
Door de reclassering is op 13 april 2026 een rapport over de verdachte opgemaakt. De verdachte heeft bij de reclassering verteld een taxirit als chauffeur te hebben aangenomen en zodoende de medeverdachte naar de locaties van de slachtoffers te hebben gebracht. Er kan volgens de reclassering dan ook gesproken worden van een delictpatroon aangaande hoofdzakelijk vermogensdelicten, al dan niet gepleegd met geweld.
De reclassering schat het recidiverisico hoog in, omdat er sprake is van een delictpatroon en vanwege het psychosociaal functioneren van de verdachte, zijn schuldenproblematiek en zijn mogelijke middelengebruik en negatieve sociale netwerk. Omdat verdachte eerdere en recente reclasseringsinterventies heeft laten mislukken, adviseert de reclassering om bij een voorwaardelijk strafdeel geen bijzondere voorwaarden op te leggen.
De op te leggen straf
Om te bevorderen dat door rechtbanken voor vergelijkbare feiten ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld (de LOVS-oriëntatiepunten). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken.
Voor oplichting en daarmee samenhangende diefstal, waarbij de daders zich voordoen als politieagenten en zich daardoor toegang tot een woning verschaffen, zijn geen oriëntatiepunten geformuleerd. Voor diefstal waarbij de daders zich toegang tot de woning verschaffen door inbraak, is wel een oriëntatiepunt geformuleerd, te weten drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank is echter, op grond van hetgeen onder 5.3.2. is uiteengezet, van oordeel dat de onderhavige oplichtingen/diefstallen ernstiger zijn dan een woninginbraak. De rechtbank vindt dat oplichting via een babbeltruc, waarbij de slachtoffers (anders dan bij een woninginbraak) via de telefoon en in hun woning geconfronteerd worden met de daders, een zwaarder verwijt betreft. Anders dan bij een inbraak, waarbij geselecteerd wordt op een woning, is hier geselecteerd op personen met een hoge leeftijd. Met de babbeltruc werd hun vertrouwen gewonnen. Het slachtoffer gaf in goed vertrouwen geld en waardevolle spullen mee. De rechtbank acht, (evenals Rechtbank Gelderland, 6 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1777 en Rechtbank Gelderland, 12 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8420), vanwege de grote impact die het handelen van verdachte en de mededaders had, per oplichting als uitgangspunt een gevangenisstraf van 5 maanden passend voor elke (mede)pleger. De rechtbank zal bij de strafoplegging daarom uitgaan van een gevangenisstraf van vijf maanden voor een dergelijke oplichting/diefstal.
De verdachte wordt veroordeeld voor zes oplichtingen/diefstallen. Dit betekent dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden zal worden opgelegd.
De rechtbank wijkt met de straf af van de eis van de officier van justitie, omdat die eis geen recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten en het leed dat de slachtoffers is aangedaan. Tevens dient aan de maatschappij een signaal te worden afgegeven dat dit soort strafbare feiten niet worden getolereerd.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
6. De vorderingen door de benadeelde partijen
De benadeelde partij [benadeelde 6]
Benadeelde partij [benadeelde 6] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin zij van verdachte een bedrag van € 3.000,- vordert, als vergoeding voor de materiële schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 2.
De benadeelde partij vordert hierbij een verhoging van dit bedrag met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering in zijn geheel toe te wijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel, met gebruikmaking van de schattingsbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 6:97 BW, dat de materiële schade die de benadeelde partij heeft geleden in redelijkheid kan worden geschat op € 3.000,-. De vordering is hiervoor voldoende onderbouwd en zal dan ook worden toegewezen.
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De benadeelde partij [benadeelde 1]
Benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin zij van verdachte een bedrag van € 190.451,10 vordert, als vergoeding voor de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 2.
Het gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd:
- € 180.451,10 als vergoeding voor materiële schade, waarbij zij heeft toegelicht dat haar verzekering niet tot vergoeding is overgegaan omdat de verzekering zich op het standpunt stelt dat zij de sieraden vrijwillig heeft afgegeven;
- € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade.
De benadeelde partij vordert hierbij een verhoging van deze bedragen met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering ten aanzien van de materiële schade in zijn geheel toe te wijzen.
De officier van justitie heeft ten aanzien van de immateriële schade verzocht de vergoeding te matigen tot € 1.000,-, vanwege de bedragen die in vergelijkbare zaken binnen de rechtspraak als vergoeding voor immateriële schade zijn toegekend.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De materiële schade
De rechtbank is van oordeel, met gebruikmaking van de schattingsbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 6:97 BW, dat de materiële schade die de benadeelde partij heeft geleden in redelijkheid kan worden geschat op € 120.000,-. De vordering is hiervoor voldoende onderbouwd en zal ten aanzien van de materiële schade dan ook tot dit bedrag worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft een hogere vergoeding voor materiële schade gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat dit onvoldoende is onderbouwd, en aanhouding van de behandeling van de strafzaak voor nadere onderbouwing een te grote belasting voor het strafproces zou betekenen. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De immateriële schade
De rechtbank zal ook de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade gedeeltelijk toewijzen.
Op grond van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een benadeelde partij aanspraak maken op een vergoeding voor immateriële schade, als deze partij door de verdachte in zijn persoon is aangetast.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een dergelijke aantasting in de persoon kan worden vastgesteld, op grond van de ernst van het strafbare feit en de geestelijke gevolgen daarvan voor het slachtoffer.
Gelet op de ernst van de feiten, zoals deze onder 5.3.2. is uiteengezet, en de geestelijke gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals deze uit de vordering, het dossier en het verhandelde ter zitting zijn gebleken, is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten in haar persoon is aangetast.
Gelet op de bedragen die in vergelijkbare zaken als schadevergoeding worden toegekend, zal de rechtbank de immateriële schade, alles overwegende, vaststellen op € 1.000,-.
De benadeelde partij heeft een hogere vergoeding voor immateriële schade gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat dit onvoldoende is onderbouwd, en aanhouding van de behandeling van de strafzaak voor nadere onderbouwing een te grote belasting voor het strafproces zou betekenen. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De benadeelde partij [benadeelde 3]
Benadeelde partij [benadeelde 3] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin zij van verdachte een bedrag van € 450,- vordert, als vergoeding voor de immateriële schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 3.
De benadeelde partij vordert hierbij een verhoging van dit bedrag met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering, vanwege de gerequireerde vrijspraak.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van de oplichting/diefstal van deze benadeelde partij.
Omdat de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de rechtbank bepalen dat zij en de verdachte ieder hun eigen proceskosten dragen.
De benadeelde partij [benadeelde 2]
Benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin hij van verdachte een bedrag van € 1.300,- vordert, als vergoeding voor de schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 3.
Het gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd:
- € 100,- als vergoeding voor materiële schade;
- € 1.200,- als vergoeding voor immateriële schade.
De benadeelde partij vordert hierbij een verhoging van deze bedragen met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, vanwege de gerequireerde vrijspraak.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van de oplichting/diefstal van deze benadeelde partij.
Omdat de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de rechtbank bepalen dat hij en de verdachte ieder hun eigen proceskosten dragen.
De benadeelde partij [benadeelde 5]
Benadeelde partij [benadeelde 5] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin zij van verdachte een bedrag van € 4.000,- vordert, als vergoeding voor de materiële schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 2. Daarnaast heeft de benadeelde partij voor deze feiten een door de rechtbank te bepalen bedrag gevorderd, als vergoeding voor immateriële schade.
De benadeelde partij vordert hierbij een verhoging van deze bedragen met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering ten aanzien van de materiële schade in zijn geheel toe te wijzen. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de vergoeding hiervoor vast te stellen op € 450,-.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De materiële schade
De rechtbank is van oordeel, met gebruikmaking van de schattingsbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 6:97 BW, dat de materiële schade die de benadeelde partij heeft geleden in redelijkheid kan worden geschat op € 4.000,-. De vordering is hiervoor voldoende onderbouwd en zal dan ook worden toegewezen.
De immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een benadeelde partij aanspraak maken op een vergoeding voor immateriële schade, als deze partij door de verdachte in zijn persoon is aangetast.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een dergelijke aantasting in de persoon kan worden vastgesteld, op grond van de ernst van het strafbare feit en de geestelijke gevolgen daarvan voor het slachtoffer.
Gelet op de ernst van de feiten, zoals deze onder 5.3.2. is uiteengezet, en de geestelijke gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals deze uit de vordering, het dossier en het verhandelde ter zitting zijn gebleken, is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten in haar persoon is aangetast.
Gelet op de bedragen die in vergelijkbare zaken als schadevergoeding worden toegekend, zal de rechtbank de immateriële schade, alles overwegende, vaststellen op € 1.000,-.
De proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Het slachtoffer [benadeelde 8] en benadeelde partij [benadeelde 4]
Door [benadeelde 4] is een verzoek tot schadevergoeding ingediend, waarin hij van verdachte een bedrag van € 8.766,- vordert, als vergoeding voor de materiële schade die de moeder van [benadeelde 4] , het overleden slachtoffer [benadeelde 8] , zou hebben geleden als gevolg van de feiten 1 en 2.
Door [benadeelde 4] is hierbij een verhoging van dit bedrag gevorderd met de verschuldigde wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht [benadeelde 4] niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, vanwege de gerequireerde vrijspraak.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht [benadeelde 4] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, vanwege de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, en overweegt daartoe als volgt.
Op grond van artikel 51f van het Wetboek van strafvordering kan alleen het slachtoffer, dat wil zeggen degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich als benadeelde partij voegen in het strafproces. Dit is alleen anders, wanneer het slachtoffer als gevolg van het strafbare feit is overleden. In de onderhavige zaak is dat niet het geval. Dit betekent dat [benadeelde 4] , de zoon van het slachtoffer, zich niet als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.
Omdat [benadeelde 4] niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de rechtbank bepalen dat hij en de verdachte ieder hun eigen proceskosten dragen.
Een strafrechter kan ambtshalve, los van een door de benadeelde partij ingestelde vordering, de in artikel 36f, eerste lid, Sr bedoelde schadevergoedingsmaatregel opleggen indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Artikel 36f Sr betreft een strafrechtelijke sanctie, die los van de beslissing in de voegingsprocedure kan worden opgelegd. De rechtbank zal op grond van artikel 36f van het Wetboek van strafrecht aan de verdachte wel een schadevergoedingsmaatregel opleggen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 8] , en overweegt daartoe als volgt.
Op grond van het dossier, waaronder het taxatierapport dat onderdeel uitmaakt van de door [benadeelde 4] ingediende vordering, stelt de rechtbank vast dat door de verdachte en zijn mededaders van het slachtoffer [benadeelde 8] sieraden zijn weggenomen ter waarde van, minimaal, € 8.766,-. Omdat de rechtbank vaststelt dat de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor deze schade zal
de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen om ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 8] een bedrag van € 8.766,- aan de Staat te betalen.
De wettelijke rente
De hiervoor genoemde bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen en het slachtoffer moet vergoeden, worden vermeerderd met de wettelijke rente, telkens vanaf de datum van het ontstaan van de schade, zoals hieronder in paragraaf 8 in de beslissing is weergegeven.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk).
Voor zover een van de mededaders een bedrag aan een van de benadeelde partijen heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan die benadeelde partij te betalen.
De schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt ook ten behoeve van alle benadeelde partijen (waarvan de vordering of een deel daarvan wordt toegewezen) de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet.
Gijzeling
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan per geval gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in paragraaf 8 in de beslissing is weergegeven. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van de verplichting tot betaling van de aan de benadeelde partijen toegewezen schadevergoeding, maar dient slechts als prikkel tot nakoming van die verplichting. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Met betrekking tot het bepalen van de duur van de gijzeling geldt dat in totaal niet meer dan één jaar (365 dagen) gijzeling mag worden opgelegd. In de onderhavige zaak moet de verdachte (grote) geldbedragen aan meerdere benadeelde partijen betalen. Gelet op het totale bedrag waarvoor de schadevergoedingsmaatregelen in de onderhavige zaak worden opgelegd, zou het aantal dagen gijzeling, opgeteld per maatregel, het maximum van één jaar overschrijden. De rechtbank heeft het aantal dagen gijzeling daarom naar evenredigheid berekend.
Kwijting
De verdachte kan de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
7. De toegepaste wetsartikelen
De beslissing van de rechtbank berust op de artikelen 36f, 47, 55, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
8. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder feit 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 3.4 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
oplegging straf en maatregel
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
benadeelde partij [benadeelde 6]
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] toe tot een bedrag van
€ 3.000,-, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
benadeelde partij [benadeelde 1]
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toe tot een bedrag van
€ 121.000,-, bestaande uit een vergoeding van € 120.000,- voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- voor immateriële schade;
benadeelde partij [benadeelde 3]
benadeelde partij [benadeelde 2]
benadeelde partij [benadeelde 5]
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] toe tot een bedrag van
€ 5.000,-, bestaande uit een vergoeding van € 4.000,- voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- voor immateriële schade;
-benadeelde partij [benadeelde 4]
slachtoffer [benadeelde 8]
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mr. M.J. Terstegge en
mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van A. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2026.
Mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. van den Brink en A. van der Zwan zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij, in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Wassenaar en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Werkhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere personen te weten:
- [benadeelde 1] (zaak 1),
- [benadeelde 5] (zaak 2),
- [benadeelde 6] (zaak 3),
- [benadeelde 7] (zaak 4),
- [benadeelde 8] (zaak 5),
- [benadeelde 9] (zaak 6),
- [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] (zaak 8),
en/of een of meer anderen,
heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag en/of bankpassen en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, althans enig goed, en/of het ter beschikking stellen van
pincode(s), althans gegevens, door:
- voornoemde personen te bellen en/of zich onder valse naam voor te doen als een medewerker van de politie,
- voornoemde personen te vertellen dat er in de omgeving veel werd ingebroken en/of dat er een overval en/of inbraak had plaatsgevonden en/of te vertellen dat er mogelijk bij voornoemde personen zal worden ingebroken en/of te vertellen dat er een briefje/notitieboekje/lijst is aangetroffen met zijn/haar/hun gegevens,
- voornoemde personen te vertellen dat er een medewerker van de politie langs zou komen om contant geld en/of bankpassen en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen op te halen, teneinde deze te scannen en/of te fotograferen en/of veilig te stellen,
- bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of zich voor te doen als medewerker van de politie en/of daar om afgifte van voomoemde sieraden en/of andere
waardevolle voorwerpen en/of bankpassen en/of contant geld te vragen en/of daarbij een code te noemen,
- voornoemde personen te vragen de pincode van het/de bankaccount(s) af te geven en/of in te spreken na het horen van een pieptoon,
waarna voornoemde personen werden bewogen tot de afgifte van geld en/of bankpassen
en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen en/of pincode(s);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Wassenaar en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Werkhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere personen te weten:
- [benadeelde 1] (zaak 1),
- [benadeelde 5] (zaak 2),
- [benadeelde 6] (zaak 3),
- [benadeelde 7] (zaak 4),
- [benadeelde 8] (zaak 5),
- [benadeelde 9] (zaak 6),
- [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] (zaak 8),
en/of een of meer anderen,
heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag en/of bankpassen en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, althans enig goed, en/of het ter beschikking stellen van pincode(s), althans gegevens, door:
- voornoemde personen te bellen en/of zich onder valse naam voor te doen als een medewerker van de politie,
- voornoemde personen te vertellen dat er in de omgeving veel werd ingebroken en/of dat er een overval en/of inbraak had plaatsgevonden en/of te vertellen dat er mogelijk bij voornoemde personen zal worden ingebroken en/of te vertellen dat er een briefje/notitieboekje/lijst is aangetroffen met zijn/haar/hun gegevens,
- voornoemde personen te vertellen dat er een medewerker van de politie langs zou komen om contant geld en/of bankpassen en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen op te halen, teneinde deze te scannen en/of te fotograferen en/of veilig te stellen,
- bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of zich voor te doen als medewerker van de politie en/of daar om afgifte van voornoemde sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen en/of bankpassen en/of contant geld te vragen en/of daarbij een code te noemen,
- voornoemde personen te vragen de pincode van het/de bankaccount(s) af te geven en/of in te spreken na het horen van een pieptoon,
waarna voornoemde personen werden bewogen tot de afgifte van geld en/of bankpassen en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen en/of pincode(s);
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Wassenaar en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Werkhoven, in elk geval in Nederland,
(telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, met de auto naar de woning van voornoemde personen te brengen en/of door zijn auto ter beschikking te stellen;
2
hij, in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Wassenaar en/of Leidschendam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of bankpas(sen) en/of sieraden en/of andere
waardevoUe voorwerpen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
toebehoorde(n) aan
- [benadeelde 1] (zaak 1),
- [benadeelde 5] (zaak 2),
- [benadeelde 6] (zaak 3),
- [benadeelde 7] (zaak 4),
- [benadeelde 8] (zaak 5),
- [benadeelde 9] (zaak 6),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel (s), te weten door met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen verkregen, en/of door misdrijf verkregen bankpas(sen) en/of pincode(s), in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,
en/of
het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een politiemedewerker en/of bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of voornoemde personen te bewegen tot de afgifte van een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of bankpas(sen) en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Wassenaar en/of Leidschendam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of bankpas(sen) en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan
- [benadeelde 1] (zaak 1),
- [benadeelde 5] (zaak 2),
- [benadeelde 6] (zaak 3),
- [benadeelde 7] (zaak 4),
- [benadeelde 8] (zaak 5),
- [benadeelde 9] (zaak 6),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),
te weten door met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen verkregen, en/of door misdrijf verkregen bankpas(sen) en/of pincode(s), in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,
en/of
het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een politiemedewerker en/of bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of voornoemde personen te bewegen tot de afgifte van een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of bankpas(sen) en/of sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 13 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Soest en/of Achterveld en/of Hooglanderveen en/of Soesterberg en/of Wassenaar en/of Leidschendam, in elk geval in Nederland, (tekens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, met de auto te brengen naar de woning van voornoemde personen en/of naar de locatie waar het geld is opgenomen en/of naar de locatie waar de betalingen zijn verricht en/of door zijn auto ter beschikking te stellen;
3
hij, op of omstreeks 24 september 2024 te Werkhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] (zaak 8), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die
weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een politiemedewerker en/of bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of voornoemde personen te bewegen tot de afgifte van sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voomoemde [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [benadeelde 2] te duwen.
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 24 september 2024 te Werkhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] (zaak 8),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een politiemedewerker en/of bij de woning van voornoemde personen langs te gaan en/of voornoemde personen te bewegen tot de afgifte van sieraden en/of andere waardevolle voorwerpen, in elk geval enig goed,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [benadeelde 2] te duwen;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op of omstreeks 24 september 2024 te Werkhoven, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen, met de auto naar de woning van voornoemde personen te brengen en/of door zijn auto ter beschikking te stellen.
Bijlage II: De bewijsmiddelen
Ten aanzien van alle zaken
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Op donderdag 26 september 2024 werden [medeverdachte 2] ( [geboorteplaats] , 2006), [verdachte] ( [geboorteplaats] , 1998) en [medeverdachte 1] ( [geboorteplaats] , 2000) in Lunteren op heterdaad aangehouden als verdachten van oplichtingen door nepagenten.Bij de verdachten werden in totaal vijf telefoons in beslaggenomen.
Telefoon van verdachte [verdachte]
Ik bekeek de veiliggestelde gegevens voor de iPhone SE die op donderdag 26 september 2024 in beslaggenomen was bij [verdachte] .Ik zag in de veiliggestelde data één gebruikersaccount: [accountnaam] @icloud.com.Ik zag dat het mailadres [accountnaam] @icloud.com voorkwam in een registratie van de Financial Intelligence Unit, waarbij geld uit een Marktplaats oplichting via een Revolutrekening gekoppeld aan het adres [accountnaam] @icloud.com doorgestuurd werd naar rekening [rekeningnummer] op naam van [verdachte] .Ik zag een email van 24 september 2024 afkomstig van no-reply@ [emailadres] .com gericht aan [emailadres] @gmail.com. Ik zag in de mail de tekst: “Beste [verdachte] ”. Ik zag een email van 25 september 2024 afkomstig van [emailadres] .nl met als onderwerp “Laatste info [locatie] ” gericht aan [emailadres] @gmail.com.Het is zeer aannemelijk dat de bij verdachte [verdachte] in beslag genomen iPhone SE ook daadwerkelijk in gebruik was bij verdachte [verdachte] .
Ik zag de onderstaande account die gemarkeerd was als account van de gebruiker van de telefoon:Snapchat, username [username] , schermnaam [schermnaam] .Het is aannemelijk dat dit account in gebruik was bij verdachte [verdachte] .
Telefoon van verdachte [medeverdachte 1]
Ik bekeek op vrijdag 24 januari 2025 de veiliggestelde gegevens voor de iPhone 7 die in beslag genomen was bij [medeverdachte 1] .Ik zag de onderstaande gegevens voor het toestel: imei nummer [IMEI-nummer]Ik zag in de veiliggestelde emailberichten tientallen berichten die verstuurd werden, of ontvangen door het adres [emailadres] @gmail.com. Ik herkende in dit adres de naam [medeverdachte 1] van verdachte [medeverdachte 1] .Het is aannemelijk dat de bij [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 daadwerkelijk door verdachte [medeverdachte 1] gebruikt werd.Ik zag de onderstaande account die gemarkeerd was als account van de gebruiker van de telefoon:Snapchat: username [username] .Het is aannemelijk dat dit account in gebruik was bij verdachte [medeverdachte 1] .
Samenhang van de in de verschillende zaken gebruikte telefoonnummers en telefoontoestellen.
In de zaken 1, 4 en 5 wordt door de bellers gebeld vanaf de locatie [locatie] .
In de zaken 2, 3, 6 en 8 wordt door de bellers gebeld vanaf de locatie [locatie] .
In de zaken 2, 6 en 8 wordt gebeld met het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Met dit telefoonnummer wordt ook het nummer gebeld waarmee in zaak 5 is gebeld.
In de zaken 2, 3, 6 en 8 wordt gebeld met het telefoontoestel met imeinummer # [IMEI-nummer] .
Ten aanzien van zaak 3
Aangever [aangever] heeft het volgende verklaard:
Pleegdatum: 13 september 2024.
Mijn moeder, [benadeelde 6] (geboortedatum [geboortedatum] -1937; wonend [adres 1] , [postcode] [plaats] ) is rond 18:00 uur telefonisch benaderd door iemand die zich uitgaf voor politiemedewerker. Hij gaf aan dat er in de buurt inbraken waren geweest en dat zij op een lijst stond van mogelijke adressen voor volgende inbraken. Hij overtuigde haar ervan dat hij haar wilde helpen door langs te komen. Zij heeft daarin toegestemd en heeft hem binnengelaten.Eenmaal binnen verzocht hij haar dat ze haar sieraden bijeen moest zoeken en vroeg ook naar contant geld en of ze op haar bankrekening wilde kijken.De sierraden heeft ze verzameld, contant geld had ze niet in huis en online toegang tot haar bankgegevens heeft ze niet.Hij is met de sierraden naar buiten gegaan om “er een foto van te maken in zijn bus”. Toen hij vervolgens niet terugkwam heeft ze mij om 20:15 gebeld en gezegd dat ze dacht dat ze was opgelicht.De man heeft drie gouden sierraden meegenomen, een ring en twee trouwringen met inscriptie [datum] -1963.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor 13 september 2024.Ik zag tussen 13.00 uur en 13.17 uur 18 Snapchat notificaties met de tekst “[schermnaam] heeft je een chat gestuurd”.Ik zag dat de emoji van het gezichtje met een vingertje voor de mond (de zgn. [schermnaam] ) in gebruik was als schermnaam bij het Snapchat account [username] dat in gebruik was op de iPhone 7, inbeslaggenomen bij verdachte [medeverdachte 1] .
13-09-2024 14.59 uurIk zag een afbeelding van een zoekresultaat van de toepassing Google Maps. Ik zag onderin de afbeelding dat er gezocht was op de termen “bejaardenhuis amersfoort”. Ik zag dat het zoekresultaat “Verzorgingshuis [locatie] ” aan de [adres 2] in [plaats] liet zien.
13-09-2024 18.08 uurIk zag een afbeelding van een telefoon. Ik zag op het scherm van deze telefoon een website die ik herkende als de website van De Telefoongids. Ik zag gegevens van twee personen waarbij er één doorgekrast was en een omcirkeld.Ik zag dat “ [benadeelde 6] , [adres 1] , [postcode] [plaats] ” omcirkeld was. Ik zag dat dit exact overeenkwam met de naam en het adres van het slachtoffer van de oplichting in [plaats] .Het is aannemelijk dat deze onderliggende afbeelding op een Samsungtoestel is gemaakt en via Snapchat naar de gebruiker van de iPhone SE is gestuurd.
13-09-2024 18.08 uurIk zag een afbeelding van het adres [adres 1] , dat exact overeenkwam met het adres van het slachtoffer. Ik zag een autosymbool met daaronder de tekst “9 min”. Het is aannemelijk dat de afbeelding gemaakt is op een locatie vanaf waar het ongeveer 9 minuten rijden naar het adres van het slachtoffer van de fraude in [plaats] was.
13-09-2024 18.28 uurIk zag een afbeelding van een navigatieroute. Ik zag de naam [straat] . Ik zag een blauwe cirkel met een witte pijl erin. Ik herkende dit als de huidige locatie van de telefoon waarmee de route gevolgd wordt.Ik zag de tijd “18.30” bij de tekst “Aankomst” en “2,0 km”.Ik bekeek de [straat] op een kaart. Ik zag dat de in de afbeelding getoonde locatie overeenkwam met de [straat] in [plaats] ter hoogte van nummer [nummer] .Ik berekende in Google Maps een route van nummer [nummer] naar nummer [adres 1] . Ik zag dat de berekende route 2,0 kilometer lang was.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1]
Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor 13 september 2024.
Ik zag dat er omstreeks 18.31 uur een notificatie vastgelegd was waarin vermeld stond: “Nieuwe tag van [accountnaam] in Chat”.Ik zag dat de notificatie gestuurd was door de chat-app Snapchat. Ik zag dat de deelnemers aan de chat waren: [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] en [schermnaam] .Omdat deze berichten op de iPhone 7 werden ontvangen is het zeer waarschijnlijk dat het account [username] ook deelnam aan deze groep.Ik zag geen inhoud uit de chat. Ik zag dat er tussen 18.31 uur en 19.18 uur tientallen notificaties waren vastgelegd waarin vermeld werd dat er nieuwe berichten van de deelnemers uit de genoemde chat waren.
13-09-2024 18.42 uurIk zag een afbeelding van een foto met een goudkleurige ketting en een goudkleurige ring.13-09-2024 18.43 uurIk zag een afbeelding van een foto met twee ringen en een goudkleurig medaillon.13-09-2024 18.43 uurIk zag een afbeelding van een foto met een ring en een goudkleurig kruisje.13-09-2024 18.43 uurIk zag een afbeelding van een foto met twee ringen, een medaillon en nog twee voorwerpen.Ik zag sterke overeenkomsten tussen de sieraden op de foto’s en de bij het slachtoffer weggenomen sieraden, waarbij ik vooral het kruisje opvallend vond.
Ik bekeek de aangeleverde gegevens voor het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , het IMEI-nummer van het toestel dat op donderdag 26 september 2025 bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen.Ik zag dat het toestel met het nummer # [telefoonnummer] op 13 september 2024 omstreeks 15.54 uur verbinding had gemaakt met de antenne 204-08-000-10227489 in zuidwestelijke richting van de mast aan de [adres 3] in [plaats] .Ik zag dat het adres van het slachtoffer op ongeveer 5 kilometer van deze mast lag.
Ten aanzien van zaak 1
Aangever [benadeelde 1] heeft het volgende verklaard:
Op donderdag 19 september 2024, omstreeks 15.00 uur, was ik in mijn woning. Mijn woning is gelegen aan de [adres 4] te [plaats] . Ik hoorde dat ik gebeld werd op de vaste lijn.Ik hoorde dat ik een vrouw aan de lijn kreeg. Ik hoorde dat zij zei dat zij van de politie was en dat er in de omgeving veel werd ingebroken. Ik hoorde dat zij vertelde dat zij onze waardevolle goederen kon scannen. Als er dan bij ons ingebroken zou worden, dan zouden de sieraden al gescand zijn.Ik kreeg de instructies om alle sieraden te verzamelen. Ik heb dit gedaan omdat ik onze spulletjes veiliger wilde maken.Ik ben naar de kelder gegaan waar onze kluis staat. Ik heb de spullen uit de kluis gehaald en deze in een bigshopper van de Blokker gedaan. Ik heb ook zilveren bestek verzameld en deze in de bigshopper gedaan.Ik kreeg van de mevrouw aan de telefoon een code: [nummer] . Deze code zou de politie aan de deur geven zodat ik wist dat het om de politie ging. Ik moest de gehele tijd aan de lijn blijven met de vrouw.Omstreeks 15:30 uur kwam er een man aan de deur.
Ik vroeg daarop de code aan de man, Ik hoorde dat hij de juiste code opnoemde. Ik liet de man daarop binnen. Wij zijn daarop de bigshopper uit de kelder op gaan halen.Hij vroeg of ik nog wat spullen voor hem had wat hij zou kunnen scannen. Ik gaf hem nog een ketting van mijn nek af. Dit was een familiestuk van mijn grootmoeder.De man vertrok daarop met de bigshopper en hij liep de straat uit.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd;
Ik zag dat er van drie camera’s beelden beschikbaar waren. Voordeur, Zijdeur en Oprit.Voordeur15.21:01Ik zag linksboven in beeld een donkerblauwe auto, die ik herkende als een Peugeot 206 of 207, vanuit de richting van de [straat] over de [straat] rijden.15:21:04Ik zag de blauwe Peugeot rechts uit beeld rijden.
Zijdeur 15:21:37Ik zag rechtsboven in de hoek een persoon het beeld in lopen. Ik zag deze persoon achter een heg verdwijnen. Ik zag dat de heg en de locatie waar de persoon verdween overeenkwam met de [adres 4] .15:28:36Ik zag rechtsboven een persoon van de [adres 4] richting de straat lopen. Ik zag dat de kleuren van de kleding van deze persoon overeenkwam met de kleuren van de kleding van de persoon die omstreeks 15:21:37 richting de [adres 4] liep. Ik zag dat de persoon nu een wit voorwerp in de linker hand hield.15:29:08Ik zag een donkerblauwe Peugeot 206 of 207 van rechts naar links door het beeld rijden. Ik zag dat de kleur, het model en de velgen overeenkwamen met de Peugeot die om 15:21:01 op de beelden te zien was.
Voordeur 15:31:50Ik zag boven in beeld een blauwe Peugeot 206 of 207 van links naar rechts voorbijrijden. 15:31:52Ik zag dat er een persoon naast de bestuurder van de Peugeot zat.
Zijdeur 15:32:40Ik zag een persoon vanaf de weg richting de [adres 4] lopen. Ik zag dat de kleuren van de kleding van deze persoon overeenkwamen met de kleuren van de kleding van die persoon die om 15:21:37 richting de [adres 4] liep.15:33:35Ik zag een persoon vanaf de [adres 4] richting de weg lopen. Ik zag dat de kleuren van de kleding van deze persoon overeenkwamen met de kleuren van de kleding van die persoon die om 15:32:40 richting de [adres 4] liep.
Op donderdag 26 september 2024 vonden er meerdere fraudes of pogingen daartoe plaats in Lunteren en Barneveld. Bij deze fraudes gaven bellers en koeriers zich uit als agent.Bij twee van de fraudes werd het kenteken [kenteken] gezien van een mogelijk betrokken voertuig. Het voertuig werd kort daarna aangetroffen en bij de doorzoeking van de auto werden onder andere sieraden aangetroffen die bij de slachtoffers waren weggenomen.
Op donderdag 26 september 2024 ontving het onderzoeksteam van de Eenheid Oost-Nederland foto’s van de Peugeot 207 waarin de verdachten van de fraudes rond Barneveld aangetroffen waren.Op dinsdag 1 oktober 2024 en woensdag 2 oktober 2024 vergeleek ik deze foto’s met de beeldopnames rond de fraude in Soest.
De afbeelding laat de linkerkant van de Peugeot uit Soest zien in een uitsnede van de “Zijdeur” camera met de timestamp 2024-09-19 16:29:08, overeenkomend met 15.29 uur lokale tijd.Ik zag een donkerblauwe Peugeot die uiterlijk sterke overeenkomsten vertoonde met de Peugeot op de beelden uit Barneveld.Ik zag dat:- beide Peugeots donkerblauw waren;- beide Peugeots grijze wieldoppen hadden met zeven spaken;- beide Peugeots de uitvoering waren met de grote ronde grijze verstralers onder de koplampen. Ik zag daarnaast dat bij beide specifieke Peugeots de wieldoppen linksvoor meer vervuild waren dan de wieldoppen linksachter.
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor 19 september 2024.Ik zag dat er een Snapchatgroepsgesprek actief was. Ik herkende enkele van de deelnemers uit dit gesprek uit het gesprek van 13 september 2024.
19-09-2024 15.03 uurIk zag een afbeelding van een kaart met daarop het adres [adres 4] in [plaats] . Ik zag dat dit exact overeenkwam met het adres van het slachtoffer.Ik zag een icoon van een auto met daaronder de tekst “18 min”. Het is aannemelijk dat de telefoon zich om 15.03 uur op ongeveer 18 minuten rijden van de [adres 4] in [plaats] bevond.
19-09-2024 15.13 uurIk zag een afbeelding van een kaart met daarop een route. Ik zag dat de markering voor de huidige locatie op de A28 stond. Ik zag een aankomst van 15:23 uur en een afstand van 11 kilometer.Ik zag dat de locatie ongeveer ter hoogte van de [locatie] was.Ik zag in mijn berekende route dat de [adres 4] in [plaats] op 10,4 kilometer en 9 minuten rijden vanaf deze locatie lag. Ik zag dat voor deze route afslag 4 naar Soesterberg/Soest vanaf de A28 genomen moest worden. Ik zag dat dit overeenkwam met de tekst boven in de afbeelding.
19-09-2024 15.19 uurIk zag een afbeelding van een route met een huidige locatie op de [straat] en een instructie om over 1,9 kilometer een afslag naar links te nemen naar de [straat] . Ik zag een verwachte aankomst van 15:21 uur. Ik zag dat de locatie overeenkwam met de N413 nabij Restaurant “ [horecagelegenheid] in Soest.In proces-verbaal 20240927.0853.264064 zijn bevindingen vastgelegd aan de hand van camerabeelden die gemaakt zijn vanaf de [adres 5] in [plaats] . Op deze beelden is om 15.21 uur een blauwe Peugeot te zien die vanaf de [straat] over de [straat] richting nummer [nummer] rijdt. Ik zag dat deze tijd overeenkwam met de verwachte aankomsttijd die bij de route uit de iPhone SE getoond werd.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1]
Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor 19 september 2024.Ik zag in de veiliggestelde data een notificatie van 19 september 2024 omstreeks 14.23 uur. Ik zag de tekst: “ [schermnaam] heeft je aan de groep toegevoegd.”Ik zag bij deze notificatie het onderwerp:[accountnaam] , [accountnaam] , , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] ”
Ik zag een afbeelding met aanmaakdatum 19 september 2024 omstreeks 15.02 uur van de naam van de echtgenoot en het adres van het slachtoffer uit Soest.Ik zag afbeeldingen die omstreeks 15.21 uur aangemaakt werden.Ik herkende deze afbeeldingen als de afbeeldingen die ik ook in de iPhone SE (van [verdachte] ) gezien had. Het is aannemelijk dat deze afbeeldingen via Snapchat ontvangen zijn en als aanmaakdatum de datum en tijd van ontvangst gekregen hebben.
Ik bekeek de aangeleverde gegevens voor het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , het IMEI-nummer van het toestel dat op donderdag 26 september 2025 bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen.Ik zag dat het toestel met het nummer # [telefoonnummer] op 19 september 2024 omstreeks 15.24 uur verbinding had gemaakt met de antenne 204-08-000-2829067 in noordelijke richting van de mast aan de [straat] in Soestduinen.Ik zag dat het adres van het slachtoffer op ongeveer 200 meter van deze mast in de richting van de antenne lag.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft het volgende verklaard:
V: Op donderdag 19 september 2024 omstreeks 15:00 uur is er een oplichting geweest aan de [adres 4] in Soest. Wat kun je daarover vertellen?A: In was in de auto gewoon, zitten.V: Welke auto was dat dan?A: Die blauwe, die Peugeot.
O: Er worden foto’s getoond van de Peugeot aan de [straat] in Soest. Zat jij in de auto op 19 september 2024?A: Ik heb in die auto gezeten. V: Jouw telefoon is rond het tijdstip van de oplichting in de buurt van het adres van het slachtoffer. Hoe kan je dit verklaren?A: Dat klopt, ik zat in de auto.
Ten aanzien van feit 4
Aangever [benadeelde 7] heeft het volgende verklaard:
Op maandag 23 september 2024, omstreeks 17.00 uur, was ik thuis. Plots ging de huistelefoon.Ik nam de telefoon op en hoorde een mannenstem. Ik hoorde dat hij zich voorstelde als “ [naam 3] ” en dat hij van de politie was. Hij vertelde dat ze een inbrekersbende hadden opgerold en dat er een notitieblokje gevonden was waarop mijn naam, adres, bankrekeningnummer en pincode stond. Ik hoorde dat hij zei dat ze mijn sieraden wilden fotograferen voor het geval dat deze gestolen zouden worden.Vervolgens hoorde ik dat hij mij vertelde dat hij mij doorverbond met de wijkagent “ [naam 2] ” en vervolgens hoorde ik een andere mannenstem. Ik hoorde dat deze “ [naam 2] ” hetzelfde verhaal opnieuw vertelde en vertelde dat er iemand langskwam om foto’s te maken van mijn spullen van waarde. Hij vertelde dat “ [naam 4] ” van de recherche langs zou komen om deze foto’s te maken. Ik hoorde dat hij zei dat als deze “ [naam 4] ” langs zou komen dat hij dan een code zou zeggen en dat ik hiermee zeker wist dat hij van de recherche was. Deze code was “ [nummer] ”.Ik vertelde de man dat de enige sieraden die ik had aan mijn handen zaten. Aan mijn handen zaten de trouwringen van mij en mijn overleden man. Verder had ik ook een gouden ring met een diamantje erin en een slavenarmband om mijn rechterpols. Ik hoorde dat hij zei dat ik ook deze af moest doen en dat ze hier dan ook foto’s van gingen maken. Ik probeerde ze af te doen, maar kreeg deze sieraden niet af. Ik hoorde dat de man zei dat ik dit met water en zeep moest proberen om ze af te krijgen. Dit deed ik en legde ik klaar op tafel.Ik hoorde plots dat de man aan de telefoon zei: “U heeft ook nog een rood doosje”. Vervolgens heb ik dit rode doosje opgehaald van mijn slaapkamer en klaargelegd bij de andere sieraden.Diezelfde dag, omstreeks 17.30 uur, ging de deurbel en deed ik de deur open met de dievenketting.Ik zag dat er een man aan de deur stond. Ik hoorde dat hij zei dat hij “ [naam 4] ” was. Ik hoorde dat hij zei dat hij de code had en deze noemde.Vervolgens opende ik de deur volledig en liet ik hem binnen. Ik zag dat hij de sieraden van tafel pakte en deze wegstopte in zijn zak.Hierna zei hij dat ik in mijn nachtkastje moest gaan kijken. Vervolgens kwam ik terug in de huiskamer en zag ik dat de man weg was.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor de middag van 23 september 2024.
23-09-2024 14.18 uurIk zag een afbeelding van een hand met daarin een telefoon. Ik zag op het scherm van de telefoon een afbeelding die herkende als detelefoongids.nl. Ik zag de gegevens van [benadeelde 10] met adres [adres 6] in [plaats] in beeld.Ik zag in de mij beschikbare politiesystemen een mutatie van een poging tot oplichting aan de [adres 6] in [plaats] op maandag 23 september 2024 omstreeks 14.00. Ik zag dat het slachtoffer gebeld was door [naam 5] met dienstnummer [nummer] .
23-09-2024 16.56 uurIk zag een afbeelding van een kaart met een pin bij het adres [adres 7] in [plaats] . Ik herkende hierin het adres van het slachtoffer van de oplichting in [plaats] .Ik zag een icoontje van een auto met daaronder de tekst “14 min”. Het is aannemelijk dat de gebruiker van de telefoon op 14 minuten rijden van het adres van het slachtoffer was.
23-09-2024 16.56 uurIk zag een afbeelding van een kaart met daarop de [straat] . Ik herkende dit als de naam van een straat in de wijk Vathorst in Amersfoort. Ik herkende getoonde locatie als “ [locatie] ” op de [straat] .Ik berekende met Google Maps een route van deze locatie naar [adres 7] in [plaats] . Ik zag dat de route 1,9 kilometer was en vier minuten zou kosten. Ik zag dat dit vergelijkbaar was met de 1,8 kilometer en 3 minuten uit de afbeelding.
Ik zag dat er een Snapchatgroepsgesprek actief was met daarin de deelnemers:[accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] .Omdat deze chat op de iPhone SE aangetroffen werd is het zeer waarschijnlijk dat het snapchataccount uit de iPhone SE “ [schermnaam] ” ook deel uitmaakte van deze chat.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1]
Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor de middag van 23 september 2024.Ik zag een notitie die op 23 september 2024 omstreeks 17.00 uur aangemaakt was. Ik zag dat de notitie op 26 september 2024 omstreeks 15.19 uur voor het laatst bewerkt was. Ik zag dat de inhoud van de notitie was: [naam 1] [nummer] huisnr [nummer] .Het is waarschijnlijk dat de inhoud van de notitie de inhoud is na de laatste bewerking op 26 september 2024. Ik kon niet zien wat de inhoud van de notitie was na het aanmaken op 23september 2024.
23-09-2024 17.22 uurIk zag een afbeelding van een foto van een goudkleurige armband.Ik zag in de metadata van de afbeelding dat de afbeelding met een iPhone 7 gemaakt was. Het is zeer waarschijnlijk dat deze afbeelding met de onderzochte iPhone 7 is gemaakt.Ik zag naast de afbeelding ook een filmbestand met de naam IMG_0162.M0V. Ik zag in dit bestand een filmopname van ongeveer twee seconden waarbij de camera boven de armband hing.
23-09-2024 17.22 uurIk zag een afbeelding van een foto met een vergelijkbare ondergrond als de vorige afbeelding.Ik zag een goudkleurige ketting met een goudkleurige, waaiervormige hanger. Ik zag daar naast drie goudkleurige ringen.Ik zag in de metadata van de afbeelding dat de afbeelding met een iPhone 7 gemaakt was. Het is zeer waarschijnlijk dat deze afbeelding met de onderzochte iPhone 7 is gemaakt.
23-09-2024 17.22 uurIk zag een afbeelding van een doosje met daarin vijf munten. Ik zag op een van de munten de tekst:. “1995 10 GULDEN” en op een andere “BEATRIX KONINGIN DER NEDERLANDEN”.Ik zag in de metadata van de afbeelding dat de afbeelding met een iPhone 7 gemaakt was. Het is zeer waarschijnlijk dat deze afbeelding met de onderzochte iPhone 7 is gemaakt.
23-09-2024 17.24 uurIk zag een afbeelding van een foto met een doosje op een ondergrond die vergelijkbaar is met de eerdere foto’s. Ik zag in het doosje een horloge, een ring, een medaillon en drie spelden.Ik zag dat het doosje een rode voering had. Ik zag dat de buitenste rand van het doosje en het deksel ook een rode kleur had.Ik zag overeenkomsten tussen de objecten op de foto’s en de in de aangifte van de oplichting uit Hooglanderveen vermeldde sieraden. Ik zag overeenkomsten tussen de drie ringen, de slavenarmband en het rode doosje.
23-09-2024 17.29 uurIk zag een filmopname van 17.29 uur. Ik zag in beeld een deel van een turquoise gekleurd shirt met daaruit een arm met een donkere huidskleur. Ik zag onder arm een object dat leek op de middenconsole van een auto. Ik hoorde in de opname een stem zeggen: “Nee, nee, hij komt nu terug mevrouw, even rustig.”Ik zag dat het bestand in een folder van de applicatie snapchat was opgeslagen. Het is aannemelijk dat 17.29 uur de tijd van het ontvangen van dit bestand is.
Ik bekeek de aangeleverde gegevens voor het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , het IMEI-nummer van het toestel dat op donderdag 26 september 2025 bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen.Ik zag dat het toestel met het nummer # [telefoonnummer] op 23 september 2024 omstreeks 17.21 uur verbinding had gemaakt met de antenne 204-08-000-2496277 in noordelijke richting van de mast aan de [adres 8] in [plaats] . Ik zag dat het adres van het slachtoffer op ongeveer 1500 meter van deze mast in de richting van de antenne lag.
Ten aanzien van zaak 5
Aangeefster [benadeelde 8] heeft het volgende verklaard:
Vandaag, maandag 23 september 2024 bevond ik mijn in mijn woning aan de [adres 9] in [plaats] . Omstreeks 17:30 werd ik gebeld op mijn huistelefoon.Ik nam de telefoon op en hoorde een mannenstem. Ik hoorde dat deze man zichzelf voorstelde als zijnde [naam 2] werkzaam bij de politie. Zijn dienstnummer is [nummer] . Ik hoorde hem zeggen dat er een groep Roemenen was aangehouden. Ze hadden bij de aangehouden verdachten een lijst gevonden waar mijn naam op stond.De politieman vroeg vervolgens of ik al mijn sieraden nog had. Ik moest vervolgens al mijn sieraden op de tafel neerleggen. Ik moest zelfs de trouwring, welke ik om mijn vinger had, per se erbij leggen. Dit heb ik vervolgens gedaan. Ik heb al mijn sieraden, sommige sieraden inclusief sieradendoosje, neergelegd op de salontafel.Ik hoorde [naam 2] zeggen dat hij zijn collega, genaamd [naam 1] , naar mijn woning ging sturen om de sieraden te scannen en om het hang en sluitwerk van mijn woning te controleren. De man zou bij aankomst bij mijn woning de volgende meldcode doorgeven: [nummer] .Vervolgens werd er bij de voordeur aangebeld en aangeklopt. Ik deed vervolgens de deur open en zag een man staan. Ik hoorde dat deze man zichzelf voorstelde als [naam 1] en hij gaf de vooraf afgesproken meldcode aan mij door.Ik ben met deze [naam 1] naar mijn woonkamer gelopen. Ik had mijn sieraden neergelegd op de salontafel in de woonkamer. Ik zag en hoorde dat [naam 1] foto’s maakte van mijn sieraden.Ik hoorde dat [naam 1] vervolgens vroeg om een tas om de sieraden in te stoppen. Ik zei tegen [naam 1] dat hij een plastic tas kon pakken vanuit mijn loggia. Ik zag dat hij twee plastictassen had gepakt uit mijn loggia. Eén witte plastictas één bigshopper van de Albert Heijn. Ik zag dat hij de witte plastic tas op de grond, naast de salontafel, liet vallen en vervolgens mijn sieraden, sommige sieraden met doosje en al, in de bigsshopper stopte.Op de salontafel had ik ook een blauw plasticzakje neergelegd met hierin mijn zilveren sieraden. Dit zakje heeft [naam 1] ook leeggegooid in de bighopper.In de tussentijd was ik nog steeds aan het bellen met de politieagent [naam 2] .Nadat [naam 1] de woning had verlaten hoorde ik [naam 2] , die ik nog aan de telefoon had, zeggen dat ik televisie moest gaan kijken en dat [naam 1] zo dadelijk terug zou komen met mijn sieraden.Tijdens het gesprek gaf [naam 2] het volgende telefoon door: [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer kon ik altijd bellen als ik nog vragen had. Dit telefoonnummer heb ik gebeld maar hoorde dat deze niet in gebruik was. Ik heb hierna 112 gebeld.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Op de plaats delict, [adres 9] , [postcode] [plaats] , is een stuk van overtuiging veiliggesteld en in beslag genomen.
Sporendrager: SIN AASF3519NL
Inhoud/specificatie: witte plastic tas zonder opdruk.
Spoor: SIN AASU0715NLSpooromschrijving: vingerafdrukPlaats veiligstellen: De binnenzijde van de tas AASF3519NL.
Het vergelijkend onderzoek in Havank heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank onder SKN-nummer: [SKN-nummer] .Overzicht van de gegevens onder SKN [SKN-nummer] :[medeverdachte 1] , geboortedatum [geboortedatum] 2000.
In een deskundigenrapportage van het NFI staat het volgende:
Onderstaand materiaal is ontvangen van de politie.Sin: AASF3519NL.Omschrijving: witte plastic tas zonder opdruk.
Bemonstering: Sin AASF3519NL#04, rand van de opening- binnenkant. DNA kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, waaronder [medeverdachte 1] , bewijskracht meer dan één miljard.
Bemonstering: Sin AASF3519NL#05, rand van de handvatten – buitenkant.
DNA kan afkomstig zijn van minimaal drie personen, waaronder [medeverdachte 1] , bewijskracht ongeveer een miljoen.
Bemonstering: Sin AASF3519NL#06, rand van de handvatten – buitenkant.
DNA kan afkomstig zijn van minimaal drie personen, waaronder [medeverdachte 1] , bewijskracht ongeveer meer dan één miljard.
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor de middag van 23 september 2024.
Ik zag dat er een Snapchatgroepsgesprek actief was met daarin de deelnemers:[accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] .Omdat deze chat op de iPhone SE aangetroffen werd is het zeer waarschijnlijk dat het snapchataccount uit de iPhone SE “ [schermnaam] ” ook deel uitmaakte van deze chat.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1]
Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor de avond van 23 september 2024.
23-09-2024 18.02 uurIk zag een afbeelding van een hand met een telefoon. Ik zag op het scherm van deze telefoon een afbeelding van detelefoongids.nl met daarop de gegevens van [benadeelde 4] , [adres 9] in [plaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer] geselecteerd was.Ik zag in de aangifte dat het adres van de fraude in [plaats] was: [adres 9] . Ik zag dat het slachtoffer gebeld was op het nummer [telefoonnummer] . Ik zag dat dit overeenkwam met de gegevens in de afbeelding.De afbeelding stond in een folder die hoort bij Snapchat. Het is aannemelijk dat deze afbeelding om 18.02 uur op de iPhone 7 ontvangen is.
Ik zag een notitie die op 23 september 2024 omstreeks 17.00 uur aangemaakt was. Ik zag dat de notitie op 26 september 2024 omstreeks 15.19 uur voor het laatst bewerkt was. Ik zag dat de inhoud van de notitie was: [naam 1] [nummer] huisnr [nummer] .
Ik zag een notitie die op 23 september 2024 omstreeks 18.39 uur aangemaakt was. Ik zag dat de notitie op 25 september 2024 omstreeks 16.42 uur voor het laatst bewerkt was. Ik zag dat de inhoud van de notitie was: Nr [nummer] [naam 1] [nummer] .
Ik bekeek de aangeleverde gegevens voor het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , het IMEI-nummer van het toestel dat op donderdag 26 september 2025 bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen.Ik zag dat het toestel met het nummer # [telefoonnummer] op 23 september 2024 omstreeks 18.32 uur verbinding had gemaakt met de antenne 204-08-000-14067477 in noordelijke richting van de mast aan de [adres 10] in [plaats] . Ik zag dat deze mast zich op het dak van het appartementencomplex met daarin de woning van het slachtoffer aan de [adres 9] bevond.
Ten aanzien van zaak 6
Aangever [benadeelde 9] heeft het volgende verklaard:
Ik was op maandag 23 september 2024 rond 19.00 uur in mijn woning aan de [adres 11] te [plaats] . Ik had net de afwas gedaan toen de telefoon ging.Ik hoorde dat ik een dame aan de lijn kreeg die zei dat ze [A 2] heet en dat ze hoofdrechercheur was met dienstnummer [nummer] .Ik hoorde haar zeggen dat er in een woning aan de [straat] was ingebroken. Daarbij was een auto betrokken en die hadden ze gevonden op de [straat] . Er was een notitieboekje gevonden met allerlei adressen erin, waaronder mijn adres. Er zou dus ook nog bij mij ingebroken kunnen worden. Ze gaf vervolgens haar collega aan de lijn. Dit zou [naam 6] met dienstnummer [nummer] zijn.Ik hoorde hem vragen of ik antiek of schilderijen van waarde in huis heb waarop ik antwoordde dat ik dat niet heb.Toen hoorde ik hem vragen of ik sieraden en geld in huis heb waarop ik ja antwoordde. Dat geld moest ik alvast klaarleggen op tafel. Ook moest ik mijn sieraden pakken zodat ze deze voor de politie zouden fotograferen.De man aan de telefoon zou een collega langs sturen, genaamd [naam 1] , met een dienstnummer waar de cijfers [nummer] in voorkwamen.Deze collega kwam rond 19.30 uur aan de deur van mijn woning en liep met mij mee naar boven om de sieraden te pakken. De sieraden zaten nog in de dozen en het zakje waarin ik deze bewaar.Eenmaal beneden zag ik dat de man de sieraden uit de doosjes en het zakje haalde en deze in de plastic zak deed die ik even daarvoor alvast had gepakt. Verder zag ik dat hij het briefgeld meenam dat ik op tafel had gelegd.
Daarna zag ik dat de man mijn woning uitliep om in zijn auto foto’s te maken van mijn sieraden en mijn briefgeld.Ik dacht dat de man terug zou komen om alles terug te brengen maar de man kwam niet meer terug.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Inbeslagneming: 24 september 2024 om 00:11 uurLocatie: [adres 11] , [postcode] te [plaats]Datum en tijd: 24 september 2024 om 00:11 uurOmstandigheden: De man die de sieraden kwam ophalen heeft het sieradendoosje vastgehouden toen hij de sieraden hieruit haalde.Uniek Voorwerp Nummer: BZAE5108.
Omschrijving: sieradendoos.
Sporendrager:Uniek Voorwerp Nummer: BZAE5108SIN: AASF2402NL.Ik heb deze sporendrager onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AARM0126NL en verzegeld.
In een deskundigenrapportage van Eurofins staat het volgende:
Sporenmateriaal:SIN AARM0126NL, bemonstering zijkant deksel.Resultaat: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren.Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.Mogelijke donor van DNA: [medeverdachte 1] (DNA-hoofdprofiel).
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor de middag van 23 september 2024.
Ik zag dat er een Snapchatgroepsgesprek actief was met daarin de deelnemers:[accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] , [accountnaam], [accountnaam] .Omdat deze chat op de iPhone SE aangetroffen werd is het zeer waarschijnlijk dat het snapchataccount uit de iPhone SE “ [schermnaam] ” ook deel uitmaakte van deze chat.
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor de avond van 23 september 2024.
23-09-2024 19.44 uurIk zag een afbeelding van een foto van een tafel. Ik zag op de tafel een schoteltje met een briefje van tien euro erop. Ik zag onder het briefje van tien euro nog meer briefjes waarvan er een de blauwe kleur en een zilverkleurige strip leek te hebben overeenkomstig een briefje van twintig euro. Ik zag een ketting met witte kralen.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1]
Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor de avond van 23 september 2024.23-09-2024 19.25 uurIk zag een afbeelding met de tijd 19.25 uur van een hand met een telefoon. Ik zag op het scherm van deze telefoon de tijd 19:23 uur. De afbeelding stond in een folder die hoort bij Snapchat. Het is aannemelijk dat deze afbeelding om 19.25 uur op de iPhone 7 ontvangen is.Ik zag naast de tijd een symbool van een telefoon met daarachter 10:45. Ik herkende dit als een indicatie van een telefoongesprek dat 10 minuten en 45 seconden bezig was. Dit past bij een telefoongesprek dat omstreeks 19.12 uur begonnen is.Ik zag op het scherm ook de website detelefoongids.nl met daarop de gegevens van [benadeelde 9] , [adres 11] , [plaats] . Ik zag dat dit de naam en het adres van het slachtoffer van de oplichting uit [plaats] was.
Ten aanzien van zaak 2
Aangever [benadeelde 5] heeft onder meer het volgende verklaard:
Op 25 september 2024 omstreeks 15.15 werd ik gebeld op mijn vaste telefoon.Ik hoorde een vrouwenstem aan de telefoon, ik hoorde dat ze zich voorstelde als [B] met nummer [B] .Ik hoorde dat [B] zei dat er gisternacht een man overvallen was op de [straat] in Wassenaar. Hier zou ook een voertuig bij betrokken zijn geweest. In dat voertuig zou een briefje gevonden zijn waar mijn naam en adres op te zien waren.Vervolgens kreeg ik een andere persoon aan de telefoon. Ik hoorde een mannenstem welke zich voorstelde als [naam 7] van de recherche.[naam 7] vroeg vervolgens of ik sieraden had of goud. Ik zei dat ik twee armbanden met kinderkopjes had. Ik hoorde [naam 7] zeggen dat ik deze moest klaar leggen op de tafel. [naam 7] vertelde vervolgens dat er “zo” iemand langs zou komen om spullen op te halen.[naam 7] vertelde mij meerdere keren om de telefoon vast te houden en aan de telefoon te blijven.Ik weet niet meer precies hoe laat, maar ik denk dat ik rond 17.30 mijn deurbel af hoorde gaan. Ik liep naar de deur. Ik had op dat moment nog steeds [naam 7] aan de telefoon.Ik deed de deur open en ik zag een man voor mijn deur staan. Ik hoorde hem zeggen dat hij van de politie was en hij stelde zich voor als [naam 1] .Ik liet [naam 1] binnen. Ik liep met hem naar de tafel in de woonkamer waar ik mijn sieraden had gelegd. Ik hoorde [naam 1] vragen of ik alle sieraden in een zakje kon doen.Ik wilde mijn armbanden, welke ik op dat moment om mijn linker pols had ook af doen om mee te geven. Ik kreeg de armbanden niet af en vertelde dit aan de telefoon tegen [naam 7] . [naam 7] vertelde mij vervolgens dat [naam 1] mij kon helpen. [naam 1] deed vervolgens mijn armbanden af en deed deze ook in het zakje.Ik hoorde [naam 1] vervolgens vragen of ik nog meer had en of ik geld had of een pinpas. Ik gaf hem vervolgens mijn pinpas van de ING. Hierop zei [naam 1] dat hij de pas moest scannen en dat hij een kwartiertje weg zou blijven.[naam 1] ging vervolgens met het zakje sieraden en mijn pinpas mijn woning uit.Ik was op dat moment nog steeds aan de telefoon met [naam 7] . Deze gaf aan dat ik een nieuw pasje zou krijgen. Mijn oude pas zou zijn geblokkeerd. Ik hoorde hem zeggen dat ik een nieuw pasje zou krijgen van de ING.[naam 7] vertelde mij dat ik mijn pincode van mijn pinpas moest opzeggen in mijn telefoon. Dit moest ik dan doen nadat er een pieptoon op mijn telefoon te horen was. [naam 7] vertelde mij dat zij dit niet konden zien. Ik gaf vervolgens mijn pincode.[naam 7] gaf aan dat ik een nieuwe pas zou krijgen. Hierop ben ik nog aan de telefoon gebleven maar hoorde ik niks meer. Na ongeveer 10 minuten hing ik de telefoon op. Ik vertrouwde het niet meer en ik belde vervolgens direct de ING, dit was om 18.25 uur.Ik vroeg de ING of er geld was opgenomen aangezien ik zelf vandaag geen geld had opgenomen. Ik hoorde dat er vandaag 1500 euro was opgenomen.
De politie Midden-Nederland heeft het volgende gerelateerd:
Onderzoek telefoon [verdachte]
Ik bekeek de bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen iPhone SE voor 25 september 2024.Ik zag een afbeelding die om 13.40 uur gemaakt was. Ik zag in de foto verschillende boodschappen in papieren tassen bij een geopende achterkant van een auto.Ik zag een afbeelding met precies dezelfde foto. Ik zag dat aan deze foto de GPS coördinaten [nummer] , [nummer] gekoppeld waren. Ik bekeek deze coördinaten op een kaart. Ik zag dat de locatie overeenkwam met de [adres 12] in [plaats] . Het is aannemelijk dat de gebruiker van de iPhone SE om 13.40 uur aan de [adres 12] in [plaats] was.
25-09-2024 15.11 uurIk zag een afbeelding van een kaart met een pin bij het adres [adres 13] in [plaats] . Ik zag in de mij beschikbare politiesystemen in registratie PL1500-2024311112 een mutatie over een bankhelpdeskfraude gepleegd op 25 september 2024 aan de [adres 13] in [plaats] . Ik zag dat het slachtoffer het telefoongesprek had afgebroken voordat er iemand aan de deur was gekomen.
Ik zag dat er omstreeks 19.57 uur op de telefoon, met de Safari browser, via de site google.com gezocht was op de termen “9 karaat goud prijs”.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1] Ik bekeek de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen iPhone 7 voor 26 september 2024. 2024.26-09-2024 16.35 uur.Ik zag een afbeelding van een telefoon met daarop de tijd 15:18 en de website detelefoongids.nl. Ik zag op deze site de gegevens van [benadeelde 5] , [adres 14] , [plaats] . Ik herkende hierin de naam en het adres van het slachtoffer.
Ik zag dat de eerder genoemde notitie die op 23 september 2024 aangemaakt werd op 25 september 2024 omstreeks 16.42 uur voor het laatst bewerkt was. Ik zag dat de inhoud van de notitie na deze bewerking was: Nr [adres 14] [naam 1] [nummer]Ik zag dat het huisnummer [adres 14] en de naam [naam 1] overeenkwamen met de aangifte van de fraude aan de [adres 14] in [plaats] , waarbij de koerier ongeveer 48 minuten na het bewerken van deze notitie aan de deur was geweest.
26-09-2024 16.59 uur
Ik zag een afbeelding met de tijd 16.59 uur in een folder die hoort bij Snapchat. Het is aannemelijk dat deze afbeelding om 16.59 uur op de iPhone 7 ontvangen is.
Ik zag in de afbeelding een foto met daarop verschillende sieraden. Ik zag meerdere goud- en
zilverkleurige armbanden, kettingen en ringen.
Ik zag een op een Post-it note gelijkend voorwerp. Ik maakte een uitsnede van dit voorwerp waar ik het contrast van verhoogde. Ik zag op het voorwerp de teksten:
“ [B] ”“ [B] ”“recher??ge”“? [naam 7] ”
“ [naam 7]
“112”
Ik zag sterke overeenkomsten tussen deze teksten en de aangifte waarin genoemd worden:
[B]
[naam 7] van de recherche.
26-09-2024 17.49 uur
Ik zag een filmopname met de tijd 17.49 in een folder die hoort bij Snapchat. Het is aannemelijk dat deze afbeelding om 17.49 uur op de iPhone 7 ontvangen is.
Ik zag in het filmpje een scherm dat ik herkende als een Geldmaat pinautomaat.
Ik zag dat het filmpje begon op het moment dat er 4 cijfers van een pincode ingevoerd waren. Ik kon niet zien wat de pincode was. Ik zag dat de persoon die de Geldmaat bediende het saldo opvroeg.
Ik zag dat er 500 euro opgenomen kon worden en dat het saldo 5612,91 euro was.
Ik zag dat er gekozen werd voor de optie om geld op te nemen. Ik zag dat het filmpje eindigde voordat er een bedrag ingevoerd werd.
Ik zag een vergelijkbaar filmpje. Ik zag dat het bedrag 490 euro ingetoetst werd en dat het filmpje direct hierna eindigde.
Ik zag in de iPhone 7 een snapchatgesprek tussen [username] (de waarschijnlijke gebruiker van de iPhone SE) en [username] (de gebruiker van de iPhone 7) van 25 september 2024.
17:53:10 [username] : Door
18:05:39 [username] : Dus niet 1. 4x in 1. Eerst 2. En dan 2?
18:06:09 [username] : Ja gwn 4. Is limiet 2x2. 2 gold 2 red.
18:06:54 [username] : Doe nu. 2. Red. 2 gold.
18:07:13 [username] : Cool.
18:07:40 [username] : Pas doet t niet.
18:07:44 [username] : Andere ooh niet?
18:07:49 [username] : Nee.
Ik zag in registratie PL 1500-2024311435 dat er om 17.53 uur voor het laatst gebruik gemaakt was van de pas van het slachtoffer.
Onderzoek telefoon [medeverdachte 1] . Ik bekeek de aangeleverde gegevens voor het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , het IMEI-nummer van het toestel dat op donderdag 26 september 2025 bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen.Op woensdag 25 september 2025 vond er een oplichting plaats in [plaats] . Ik zag in de aangifte dat het slachtoffer niet precies wist hoe laat, maar dacht dat er omstreeks 17.30 uur aangebeld was door [naam 1] .Ik zag dat het toestel met het nummer # [telefoonnummer] op 25 september 2024 omstreeks 17.14 uur verbinding had gemaakt met de antenne 204-08-000-4388128 in zuidoostelijke richting van de mast aan de [adres 15] in [plaats] . Ik zag dat het adres van het slachtoffer op ongeveer 200 meter van deze mast in de richting van de antenne lag.
Onderzoek naar pin-opnames met de gestolen pinpas.
Na de voltooide babbeltruc, was de verdachte naar de pinautomaat van Geldmaat, gelegen aan de [adres 16] , te [plaats] gegaan. Aldaar had de verdachte voor 1000,- euro gepind met de bankpas van het slachtoffer.De gevorderde camerabeelden van de Geldmaat had ik ontvangen op 27 september 2024.Op de camerabeelden zag ik op tijdstip 17.12 uur en 18 seconden, linksboven in beeld een persoon verschijnen.Ik zag dat de verdachte met het bovengenoemde signalement een pinpas in de automaat stak en vervolgens geld begon te pinnen. Ik zag dat hij, terwijl hij bezig was met pinnen, druk aan het bellen/op zijn telefoon bezig was.
Uit onderzoek bleek dat er op woensdag 25 september 2024 met het slachtoffer haar pinpas
om 17.46 uur en 17.53 uur pintransacties zijn geweest, bij de Shell op de [adres 17] te [plaats] .
Wij zagen op de beelden dat de transactie door een man wordt gedaan. Wij zagen dat de verdachte eerst richting de Shell loopt uit de richting van het parkeerdeck van de Mall aan de Noordsingel. Wij verbalisanten zagen op de beelden dat de verdachte 2 sloffen sigaretten afrekent me een oranje pinpas. Wij zagen vervolgens dat de verdachte weer in de richting van de Mall loopt.
Wij zagen op de beelden dat na enkele minuten de verdachte weer uit de zelfde richting riching de Shell loopt en hier nogmaals 2 sloffen sigaretten afrekent met een oranje pinpas. Wij verbalisanten zagen dat de verdachte wederom weer terug loopt in de richting van de Mall.
Wij zagen op de beelden dat de verdachte in de richting van de parkeerplaats P5 van de West Field Mall liep.
Wij zagen dat de beveiliger naar eerdere beelden keek en wij zagen op die beelden dat de verdachte met 2 overige nog onbekende verdachte in een Peugeot, blauw van kleur, voorzien van kenteken: [kenteken] aan komt rijden.
Wij zagen dat de verdachte die de sloffen sigaretten heeft afgerekend, aan een van de andere twee verdachten overhandigd.
Ik heb het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] in het voor mij beschikbare politieraadplegingssysteem VI-IB bevraagd. Ik zag dat het voertuig te naam gesteld is op: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1998 te [geboorteplaats] .
Ik zag dat de bestuurder van het eerder genoemde voertuig dat parkeerde bij the Mall, hoogstwaarschijnlijk de tenaamgestelde [verdachte] is. [verdachte] zijn SKB-foto komt overeen met de persoon welke te zien is op de beelden in de parkeergarage.
Ik zag tevens dat er een aandacht vestiging op betreffend persoon was. Ik zag dat er het volgende in deze aandacht vestiging stond vermeld: Bij betrokkene een telefoon aangetroffen met telefoonbestanden die als tekst hadden: “Oudjes Friesland, adressen Friesland”.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft het volgende verklaard:
O: In de Iphone 7 zien wij een snapchatgesprek op woensdag 25 september 2024 tussen [username] en [username] . Dit gesprek vindt plaats rond 17.53 uur. Dit is rond het tijdstip dat er met de pinpas van het slachtoffer wordt gepind. V: Wie is [username] ?A: Dat is mijn snapchat account.