proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
20 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Klinkhamer)
Inleiding
1. Eiser heeft 10 januari 2024 een evenementenvergunning aangevraagd voor het organiseren van Koningsnacht/dag en het Bevrijdingsfestival op de Grote Markt in Almere. De burgemeester van de gemeente Almere heeft de gevraagde evenementenvergunning aan eiser op 22 april 2024 verleend.
2. De heffingsambtenaar heeft op 11 juli 2024 aan eiser een legesaanslag van
€ 6.358,70 euro opgelegd in verband met het in behandeling nemen van de aanvraag voor een evenementenvergunning voor twee evenementen en voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een geluidsontheffing.
3. Tegen de legesaanslag heeft eiser bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van 19 februari 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft de legesaanslag gehandhaafd.
4. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser en de heffingsambtenaar, vergezeld door [A] .
6. Na afloop van zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering daarvan vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal.
Beslissing
7. De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 19 februari 2025;
- vermindert de legesaanslag tot € 1.956,70,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Overwegingen
8. Leges worden geheven door de gemeente in verband met vergunningaanvragen of andere gemeentelijke diensten. Ten tijde van het opleggen van de legesaanslag was de “Verordening op de heffing en invordering van leges 2024” van de gemeente Almere (de legesverordening) van toepassing. In deze verordening heeft de gemeenteraad vastgesteld voor welke diensten van de gemeente leges worden geheven en wat de tarieven zijn. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat eiser leges verschuldigd is als gevolg van het in behandeling nemen van zijn aanvraag.
9. Eiser voert aan dat een ambtenaar van de gemeente Almere heeft toegezegd dat de drie evenementdagen onder één evenementenvergunning vallen en dat de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag eenmalig € 943,- bedragen. Dat is het bedrag in de legesverordening voor een evenement met een bezoekerscapaciteit van meer dan 2000, maar niet meer dan 5000 personen. Ter onderbouwing van zijn beroepsgrond heeft eiser een e-mail van 16 april 2024 van een medewerker vergunningverlening overgelegd. In deze e-mail wordt toegezegd dat het evenement op 5 mei 2024 aan de reeds afgegeven evenementenvergunning voor koningsnacht en koningsdag wordt toegevoegd. De rechtbank ziet echter geen toezegging over de vraag hoeveel leges geheven zullen worden voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Uit deze e-mail kon eiser daarom niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de leges in totaal € 943,- bedragen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
10. Daarnaast voert eiser aan dat er maar één keer leges geheven mocht worden, omdat hij één vergunning heeft gekregen voor meerdere evenementdagen. De aangeleverde stukken waren bovendien voor alle dagen hetzelfde. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit de legesverordening volgt dat per evenement leges verschuldigd zijn. Met één besluit kunnen daarnaast meerdere vergunningen worden verleend en kunnen dus meerdere evenementen worden toegestaan. Dat is hier gebeurd. De aanvraag ziet in ieder geval op twee verschillende evenementen: Koningsnacht/dag en Bevrijdingsdag. De heffingsambtenaar is dus terecht uitgegaan van twee aparte evenementen. De stukken die door eiser aangeleverd zijn, zijn weliswaar hetzelfde, maar de burgemeester moest voor beide dagen een aparte beoordeling maken. De beroepsgrond van eiser dat voor zijn aanvraag maar één keer leges geheven mogen worden slaagt daarom niet.
11. Verder voert eiser aan dat de heffingsambtenaar een te hoog bedrag aan leges in rekening heeft gebracht. Volgens eiser heeft hij een evenement aangevraagd met een bezoekerscapaciteit van 5000 personen, terwijl de heffingsambtenaar is uitgegaan van een bezoekerscapaciteit van 7500 personen.
12. Met partijen is op de zitting vastgesteld dat de heffingsambtenaar is uitgegaan van de verkeerde bezoekerscapaciteit. Bij een bezoekerscapaciteit van meer dan 5000 personen geldt het tarief van € 3.144,- en voor een bezoekerscapaciteit van meer dan 2000, maar niet meer dan 5000 personen het tarief van € 943,-.In de aanvraag heeft eiser ingevuld dat hij 5000 bezoekers tegelijkertijd op het drukste moment en 7500 bezoekers over de hele dag verwacht. Met partijen is vastgesteld dat uit de aanvraag niet kan worden opgemaakt dat de bezoekerscapaciteit meer dan 5000 is. De heffingsambtenaar had daarom het lagere tarief moeten hanteren.
13. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door de legesaanslag vast te stellen. De legesaanslag voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een evenementenvergunning, bestaande uit twee evenementen met een tarief van € 943,-, bedraagt € 1.886,-. Verder is niet in geschil dat het tarief voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een geluidsontheffing € 70,70 is. Dat betekent dat de totale legesaanslag € 1.956,70,- is.
14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026 door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.