ECLI:NL:RBMNE:2026:2122

ECLI:NL:RBMNE:2026:2122

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer UTR 25/2501
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Omgevingswet. Uitbreiding horecafunctie locatie in Amersfoort. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2501

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder

(gemachtigde: mr. B.J. Eising).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. (vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats]

(gemachtigde: G.G. Prinsen).

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning die het college aan vergunninghouder heeft verleend voor het uitbreiden van de horecafunctie op de begane grond van [locatie] aan de [adres 1] in [plaats] . Eiser is het niet eens met deze vergunning en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat het bestreden besluit en de verleende omgevingsvergunning in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser woont aan de [adres 2] in [plaats] en kijkt vanuit zijn appartement op de achterzijde van [locatie] . In 2018 heeft het college een vergunning verleend voor het transformeren van [locatie] naar 24 woningen, 9 short-stay appartementen, een commerciële ruimte en horeca (restaurant), het verhogen van het pand met één bouwlaag en het toevoegen van balkons aan de achterzijde. In 2020 is met de transformatie van het pand begonnen.

4. Op 27 juni 2024 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd om de commerciële ruimte van 200 m2 aan de voorzijde van het pand bij de horecafunctie te voegen, waardoor de totale oppervlakte voor horeca 490 m2 zou worden.

5. Op 28 juni 2024 heeft de burgemeester aan [bedrijf] B.V. een horeca-exploitatievergunning en een terrasvergunning verleend voor het exploiteren van een restaurantbedrijf en een terras met een oppervlakte van 166 m2.

6. Met het besluit van 31 juli 2024 heeft het college aan vergunninghouder de gevraagde omgevingsvergunning voor het vergroten van het restaurant verleend.

7. Het college heeft eisers bezwaar met het bestreden besluit van 27 februari 2025 ongegrond verklaard.

8. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Daarop hebben eiser en vergunninghouder schriftelijk gereageerd.

9. De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghouder samen met projectleider J. van der Krol.

Beoordeling door de rechtbank

10. De rechtbank toetst in deze procedure het besluit waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het wijzigen van de commerciële functie van een deel van de begane grond naar horeca van de categorie a voor het vergroten van een restaurant in [locatie] .

Bestemming

Dit gedeelte van het pand heeft in het bestemmingsplan CSG-zuid, dat onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort, de bestemming Gemengd – 2. Artikel 6.1, aanhef en onder e, van het omgevingsplan regelt waarvoor deze gronden zijn bestemd. Voor dit gedeelte van het pand ontbreekt de aanduiding "specifieke vorm van horeca - horeca van categorie a".

Toetsingskader

11. Een activiteit die in strijd is met het (tijdelijk deel van) het omgevingsplan wordt een omgevingsplanactiviteit genoemd. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verleent. In artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

12. Partijen zijn het er over eens dat in dit gedeelte van het pand geen horeca van de categorie a is toegestaan. Het college kan dit gebruik wel toestaan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Zo’n omgevingsvergunning wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het college heeft beleidsruimte bij de beslissing om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij moet het college de betrokken belangen afwegen. De rechtbank beoordeelt niet zelf of de verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het recht.

Procesbelang

13. Het college heeft vraagtekens gezet bij het procesbelang van eiser omdat de exploitatie van het restaurant inmiddels is beëindigd. Eiser wijst er op dat de omgevingsvergunning niet persoons- of exploitant gebonden is en dat het pand inmiddels in de verhuur is gezet. De ruimtelijke en milieugevolgen van de verleende vergunning kunnen zich dus opnieuw voordoen. Hierover overweegt de rechtbank dat eiser er terecht op heeft gewezen dat deze omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft en dus zaaksgebonden is. Omdat er door een nieuwe exploitant nog steeds gebruik van de vergunning kan worden gemaakt, heeft eiser procesbelang.

Beroepsgronden

14. Eiser voert aan dat de [straat] tot 2020 een rustige straat was waar weinig verkeer langskwam. Sinds 2020 is het toeleveringsverkeer langs de [straat] ten behoeve van onder meer de appartementen exponentieel toegenomen. Sinds 2024 zorgt het geluidsvolume van het vrachtverkeer ten behoeve van het restaurant voor extreme overlast in zijn appartement (draaiende dieselmotoren, laad- en losactiviteiten en dichtslaande portieren). Door de uitbreiding van het restaurant zal de overlast toenemen. Ook het terrasgebruik zorgt voor geluidshinder, die zich met name manifesteert in de avondperiode. Door uitbreiding van het restaurant vreest eiser voor een toename van het aantal bezoekers op het terras en daarmee voor extra geluidsoverlast. Dit effect is door het college niet dan wel onvoldoende betrokken bij de beoordeling van de aanvraag.

Wat kan de rechtbank beoordelen in deze zaak?

15. De rechtbank stelt voorop dat zij in deze zaak alleen kan oordelen over de uitbreiding van de horecafunctie in het voorste gedeelte van [locatie] met 200 m². Vaststaat dat met deze omgevingsvergunning alleen ziet op een interne wijziging van het pand, waarbij het terras niet wordt uitgebreid en de laad- en losroute evenmin wijzigt. Wat eiser heeft aangevoerd over de bestaande overlast van het terras en de verplaatsing van de laad- en losroute van de voorzijde naar de achterzijde van het pand, laat de rechtbank dan ook buiten beschouwing. Ook kan de rechtbank geen oordeel geven over activiteiten die al zijn vergund met de omgevingsvergunning van 30 augustus 2018, de horeca-exploitatievergunning en de terrasvergunning van 28 juni 2024. Tijdens de zitting heeft eiser ook nog verklaard te vrezen voor een uitbreiding van het terras. Ook daarover zal de rechtbank zich niet uitlaten omdat de verleende vergunning zo’n uitbreiding niet toestaat en mogelijk maakt dat de zitplaatsen die er nu zijn, (maximaal) worden gebruikt. Mochten er plannen zijn om het terras met extra zitplaatsen uit te breiden, dan zal daar een aparte aanvraag voor moeten worden ingediend.

Inhoudelijke beoordeling

16. De rechtbank kan de motivering van het college dat in dit geval wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties volgen. Zo heeft het college overwogen dat het vergroten van het aantal vierkante meters horeca in dit pand bijdraagt aan het tegengaan van leegstand en ontmoetingsplekken toevoegt in dit gemengd gebied dat wordt gekenmerkt door een levendigheid met een verscheidenheid aan functies. Het college heeft ook onderbouwd waarom hij het niet aannemelijk vindt dat de inpandige uitbreiding van het restaurant onaanvaardbare gevolgen met zich brengt voor de omgeving. De entree van het

restaurant blijft aan de zijde van de [straat] en in de vergunningvoorschriften is vastgelegd dat bezoekers moeten parkeren elders in parkeergarages. Over de akoestische gevolgen en trillinghinder door bevoorradingsverkeer heeft het college overwogen dat niet te verwachten valt dat er meer bevoorradingsmomenten voor het restaurant zullen zijn dan nu het geval is. Bovendien geldt dat de in artikel 22.63, vierde lid, van het omgevingsplan gestelde geluidsnormen niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten tussen 7.00 en 19.00 uur. Dat de bevoorrading buiten deze periode plaatsvindt is door eiser niet gesteld en ook niet gebleken. De rechtbank voegt aan het voorgaande toe dat het college enkel een beoordeling moet maken of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover wordt afgeweken van het bestemmingsplan. En dat is hier de inpandige uitbreiding van het restaurant met 200 m2, waarvan niet aannemelijk is dat daarmee de reeds vergunde laad- en losactiviteiten van het restaurant wijzigen.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft en het betreffende gedeelte van het pand mag worden gebruikt voor horeca van de categorie a. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.H.L. Debets, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.A. Spee

Griffier

  • mr. M.H.L. Debets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand