RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/604905 / FZ RK 26-2
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend en verblijvend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. C. Stroobach.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 31 december 2025;
- het bericht met bijlagen van 6 januari 2026 van het Openbaar Ministerie.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- Betrokkene (telefonisch aangesloten), bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige verbonden aan GGz Centraal;
[B] , als persoonlijk begeleider verbonden aan [instelling] .
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden en wijst het overige af. Er is namelijk voldaan aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum- en/of andere psychotische stoornis en een middelgerelateerde en/of verslavingsstoornis. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 29 december 2025.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
De advocaat van betrokkene heeft primair verzocht de zorgmachtiging af te wijzen, omdat betrokkene op vrijwillige basis de zorg wil ontvangen. Volgens de advocaat heeft betrokkene altijd vrijwillig meegewerkt. De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige heeft tijdens de zitting bevestigd dat betrokkene een lange periode vrijwillig heeft meegewerkt. Door de ongelukkige omstandigheid dat de medicatie van betrokkene een periode niet geleverd kon worden, is hij nu niet meer goed ingesteld op de medicatie. Dit heeft ervoor gezorgd dat betrokkene sneller geagiteerd en geïrriteerd raakt, minder goed in contact is met de hulpverlening en niet meer goed kan inschatten wat goed voor hem is. Daarnaast wordt betrokkene sneller boos en komt hij daardoor in de problemen op straat. Betrokkene roept hiermee gevaar af over zichzelf en anderen. Het is gebleken dat de zorg nu niet op vrijwillige basis geleverd kan worden. Daarvoor is het nodig dat betrokkene eerst weer goed is ingesteld op medicatie. Dit wordt nu geprobeerd met andere medicatie dan voorheen, waardoor de effecten daarvan nog niet goed ingeschat kunnen worden. Gelet op de toelichting van de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige tijdens de zitting, is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Een wisseling in medicatie is een spannende periode waarbij het risico bestaat dat betrokkene een terugval krijgt en niet meer bereid is om mee te werken. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
De advocaat heeft verzocht, bij toewijzing van de zorgmachtiging, om voor verschillende vormen van verplichte zorg een maximale duur op te nemen per keer dat deze vormen van zorg worden ingezet. Zo verzoekt zij op te nemen dat ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ maximaal twee weken per keer toegepast mag worden. Daarnaast verzoekt zij op te nemen dat opname en de andere vormen van verplichte zorg die horen bij een opname voor een maximale duur van drie maanden per keer toegepast mogen worden. Volgens de advocaat is betrokkene namelijk nooit langer dan zes weken opgenomen geweest. Hoewel de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige hiermee kon instemmen, gaat de rechtbank niet mee in dit verzoek. Uitgangspunt van de Wvggz is dat gedwongen zorg nooit langer wordt verleend dan nodig en daarnaast voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Bij dit uitgangspunt past niet dat de rechter binnen de toegewezen vormen van zorg gaat differentiëren in de duur van individuele vormen van zorg. Dat eerdere opnames nooit langer dan zes weken geduurd hebben doet hier niet aan af. Bij het toepassen van de vormen insluiten en toezicht past dat daar, gelet op de aard van deze vormen van zorg, terughoudend mee omgegaan wordt. De verantwoordelijkheid om op een passende manier met deze vormen van verplichte zorg om te gaan, ligt bij de behandelaren.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
De advocaat heeft verzocht de zorgmachtiging, indien deze wordt toegewezen, in duur te beperken tot zes maanden. De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat een periode van zes maanden voldoende moet zijn om betrokkene goed in te stellen op medicatie. De verwachting is dat de zorg daarna weer vrijwillig verleend kan worden. De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden passend is.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 door mr. L.P. de Haas, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Bonarius, griffier en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.