ECLI:NL:RBMNE:2026:2159

ECLI:NL:RBMNE:2026:2159

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 03-05-2026
Zaaknummer 12027644 \ UC EXPL 25-10242
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Geldlening, flexibel krediet. Na opeising alleen wettelijke rente over het restant verschuldigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12027644 \ UC EXPL 25-10242

Vonnis van 22 april 2026

in de zaak van

ABN AMRO BANK N.V.,

te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: ABN AMRO,

gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord, mondeling gegeven op de rolzitting van 31 december 2025,- de conclusie van repliek.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te reageren op de conclusie van repliek, maar heeft daar geen gevolg aan gegeven.

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] sloot in 2008 een geldlening (flexibel krediet) af bij ABN AMRO. In de loop van de tijd ontstond een achterstand in de maandelijkse afbetalingen en in 2022 heeft ABN AMRO het openstaande saldo in zijn geheel opgeëist. ABN AMRO vordert nu € 2.673,68 plus rente. De kantonrechter wijst dat toe.

3. De beoordeling

De kantonrechter heeft beoordeeld of ABN AMRO de destijds geldende consumentenbeschermende bepalingen heeft nageleefd. Dat blijkt het geval. [gedaagde] is voldoende geïnformeerd over de hoogte van de rente en de voorwaarden voor afbetaling. Volgens [gedaagde] wist hij niet dat de rente destijds ruim 14% bedroeg en had hij de lening niet afgesloten als dat wel het geval zou zijn geweest. Dat verweer slaagt niet. De hoogte van de rente is expliciet en duidelijk vermeld op de kredietovereenkomst (productie 1 van ABN AMRO). Volgens ABN AMRO moet [gedaagde] destijds ook de gelegenheid hebben gehad om de overeenkomst rustig door te lezen en moet ook de hoogte van het rentepercentage zijn besproken. Omdat [gedaagde] dat allemaal niet weerspreekt, gaat de kantonrechter daarvan uit. ABN AMRO heeft tot slot naar behoren onderzocht of [gedaagde] destijds voldoende kredietwaardig was (zie productie 4 van ABN AMRO).

Omdat [gedaagde] de hoogte van de gevorderde hoofdsom (€ 2.673,68) niet weerspreekt, wordt de hoofdsom toegewezen.

ABN AMRO vordert de contractuele rente over de hoofdsom, maar dat wordt afgewezen. De verschuldigdheid van contractuele rente ná opeising moet duidelijk en expliciet zijn overeengekomen. ABN AMRO verwijst niet duidelijk waar dat in de overeenkomst of voorwaarden (producties 1 en 2 van ABN AMRO) zou staan, en de kantonrechter heeft een duidelijke bepaling ook niet gezien. De subsidiair gevorderde wettelijke rente kan wel worden toegewezen, gerekend over de hoofdsom vanaf de datum van opeising (12 augustus 2022) tot de betaling.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagde] voert wel aan dat hij uit het niets een dagvaarding zou hebben ontvangen, maar dat heeft ABN AMRO voldoende weersproken. Vanaf het moment van opeising is [gedaagde] meermaals gesommeerd om het resterende saldo te betalen. De door [gedaagde] te betalen proceskosten van ABN AMRO worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

146,14

- griffierecht

514,00

- salaris gemachtigde

506,00

(2 punten × € 253,00)

- nakosten

126,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.292,64

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan ABN AMRO te betalen een bedrag van € 2.673,68, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 augustus 2022, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.292,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. J.G. Nicholson op 22 april 2026.

RW1368

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand