RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/610164 / KG ZA 26-213
Vonnis in kort geding van 4 mei 2026
in de zaak van
NAC BREDA B.V.,
te Breda,
eisende partij,
hierna te noemen: NAC,
advocaat: mr. T.A. Wilms,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,
te Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: KNVB,
advocaat: mr. M.I. van Dijk.
1. De procedure
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding en producties 1 t/m 19,
- de conclusie van antwoord en producties 1 t/m 22,- de pleitnota van NAC,- de pleitnota van KNVB.
De mondelinge behandeling heeft op 28 april 2026 plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat uiterlijk op 4 mei 2026 uitspraak wordt gedaan.
2. De kern van de zaak
Op 15 maart 2026 heeft NAC een wedstrijd gespeeld tegen Go Ahead Eagles. Tijdens die wedstrijd speelde er in het elftal van Go Ahead Eagles een speler mee die niet speelgerechtigd was. Volgens NAC moet daarom die wedstrijd overgespeeld worden. NAC krijgt ongelijk.
3. De beoordeling
Spoedeisend belang
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
NAC heeft voldoende aangetoond dat zij spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Het voetbalseizoen loopt ten einde en als de wedstrijd overgespeeld moet worden dan moet dat voor afloop van het seizoen.
Het algemene toetsingskader
Het gaat in dit kort geding om een besluit van een rechtspersoon. Namelijk het besluit van 8 april 2026 van het competitiebestuur betaald voetbal (hierna: het competitiebestuur). Het competitiebestuur is een orgaan van de KNVB en is belast met de vaststelling van en het toezicht op wedstrijden in de mannen eredivisie en eerste divisie. Een besluit van een rechtspersoon is vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als dat in strijd is met een reglement of als dat in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW.
Het besluit is niet in strijd met een reglement
NAC stelt dat het besluit van 8 april 2026 in strijd is met artikel 7 van het Regelement wedstrijden betaald voetbal (RWBV of het reglement). Op grond van het tweede en vierde lid van dit artikel moet volgens NAC een wedstrijd overgespeeld worden als er een niet speelgerechtigde speler heeft deelgenomen aan die wedstrijd. De voorzieningenrechter komt tot een andere conclusie. Het is aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure NAC’s uitleg van artikel 7 RWBV, niet zal volgen.
De relevante bepalingen uit het reglement
Artikel 7 RWBV luidt - voor zover relevant voor dit kort geding - als volgt:
‘2 a. Indien een belanghebbende betaaldvoetbalorganisatie meent dat een speler aan een wedstrijd heeft deelgenomen die niet speelgerechtigd was, kan die betaaldvoetbalorganisatie ter zake aangifte doen bij het bevoegde tuchtrechtelijk orgaan.
b. Bovendien kan de betaaldvoetbalorganisatie ( … ) het competitiebestuur betaald voetbal ( … ) verzoeken de wedstrijd opnieuw te doen vaststellen.
3. Een aangifte of verzoek, hiervoor genoemd in lid 2, dient schriftelijk binnen acht dagen nadat de desbetreffende betaaldvoetbalorganisatie kennis heeft genomen dan wel redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het deelnemen van een niet speelgerechtigde speler, bij het genoemde orgaan te zijn ingediend onder opgave van de naam, althans van een zo duidelijk mogelijke omschrijving van de desbetreffende speler.
4 a. Indien uit het door de aanklager betaald voetbal ingestelde onderzoek blijkt dat een niet speelgerechtigde speler aan de wedstrijd heeft deelgenomen, kan de aanklager betaald voetbal de zaak (doen) behandelen conform de bepalingen van het Reglement Tuchtrechtspraak Betaald Voetbal.
b. In het hiervoor onder a genoemde geval, kan het ( … ) competitiebestuur betaald voetbal ( … ) de wedstrijd ongeldig verklaren, indien daarom wordt verzocht. Het ( … ) competitiebestuur betaald voetbal ( … ) bepaalt of de wedstrijd zal worden overgespeeld.
c. Het ( … ) competitiebestuur betaald voetbal ( … ) is bevoegd een wedstrijd niet te laten overspelen, wanneer de uitslag daarvan niet van invloed is op het bezetten van een plaats die ( … ) degradatie ten gevolge kan hebben, noch op een plaats die recht kan geven op deelname aan Europacupvoetbal, aan de nationale bekercompetitie of aan de nacompetitie.’
De vraag
Het staat vast dat Go Ahead Eagles in de wedstrijd tegen NAC op 15 maart 2026 [A] heeft opgesteld. Die was toen niet-speelgerechtigd. Dat blijkt uit het onderzoek van de aanklager betaald voetbal. Ook staat vast dat NAC het competitiebestuur tijdig heeft gevraagd de wedstrijd ongeldig te verklaren en te bepalen dat de wedstrijd overgespeeld moet worden. De vraag is of uit het reglement volgt dat het competitiebestuur de wedstrijd moet laten overspelen. Als de wedstrijd wordt overgespeeld heeft NAC een extra mogelijkheid om degradatie te voorkomen (door het verlies tegen Go Ahead Eagles om te zetten in gelijk spel of winst). Volgens NAC wordt de ‘kan’-bepaling van ongeldigverklaring in 7 lid 4 sub b van het reglement ingevuld door de beperking in c van dat artikel. Als er sprake is van – in dit geval – mogelijke degradatie, dan moet het competitiebestuur de wedstrijd ook ongeldig verklaren of moet in ieder geval de wedstrijd worden overgespeeld. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is uitleg van artikel 7 lid 4 RWBV nodig.
De toetsingsmaatstaf
Omdat het hier gaat om een bepaling uit een reglement dat eenzijdig is opgesteld (door de KNVB) en geldt voor een grote groep derden die niet bij het opstellen van dat reglement betrokken zijn geweest (leden van de KNVB), is in beginsel het woordgebruik en de context waarin die woorden zijn geplaatst het belangrijkst. De uitleg van de bepaling is dus zuiver taalkundig. Dat wordt ook wel de cao-norm genoemd. De betekenis van de gebruikte woorden moet aan de hand van objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als de bewoordingen niet duidelijk genoeg zijn, kan daarbij ook gekeken worden naar bewoordingen die elders in de regeling gebruikt worden, hoe aannemelijk de rechtsgevolgen zijn van de verschillende interpretaties van de bepaling, eventuele eerdere of latere versies van de regeling en een eventuele schriftelijke toelichting bij de regeling.
De KNVB heeft beleidsvrijheid
In de eerste zin van onderdeel b van het vierde lid van artikel 7 RWBV staat dat het competitiebestuur de wedstrijd ongeldig kan verklaren. Het woord kan betekent over het algemeen dat er sprake is van beleidsvrijheid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft NAC dat ook erkend. In de tweede zin van onderdeel b staat dat het competitiebestuur bepaalt of de wedstrijd zal worden overgespeeld. Het woord bepaalt in combinatie met het woord of wijst ook op beleidsvrijheid van het competitiebestuur. Kortom het gebruik van deze woorden in artikel 7 lid 4 onder b geeft aan dat het competitiebestuur de vrijheid heeft om te beslissen of een wedstrijd ongeldig wordt verklaard en of die over wordt gespeeld. Dit is niet alleen taalkundig een aannemelijke uitleg van de woorden kan en bepaalt of, maar wordt bevestigd door het feit dat het woord kan ook in onderdeel a van artikel 7 lid 4 wordt gebruikt. Daar geeft het aan dat de aanklager de vrijheid heeft om te beslissen of een zaak wordt behandeld conform de bepalingen van het regelement Tuchtrechtspraak Betaald Voetbal. Het zou niet zonder meer logisch zijn als binnen hetzelfde artikel het woord kan voor de aanklager beleidsvrijheid zou betekenen en voor het competitiebestuur niet. De conclusie is dan ook dat artikel 7 lid 4 onder b de KNVB de vrijheid geeft om te beslissen of een wedstrijd ongeldig wordt verklaard en of die overgespeeld wordt.
Eerst ongeldig verklaren dan pas overspelen
Het woord overspelen kan betekenen dat je iets herhaalt. Bijvoorbeeld een zelfde muziekstuk dat je iedere avond speelt. Maar overspelen kan ook betekenen dat je iets over doet met het doel om een eerder resultaat ongedaan te maken. Die laatste betekenis is in dit geval het meest logisch. Anders zouden er twee wedstrijduitslagen naast elkaar bestaan. Het feit dat in artikel 7, lid 2 onder b gesproken wordt over een verzoek om de wedstrijd opnieuw te doen vaststellen bevestigt deze lezing. Verder brengt een redelijke lezing van artikel 7 lid 4 onder b mee dat een wedstrijd pas overgespeeld kan worden als de uitslag van die wedstrijd ongedaan gemaakt wordt, oftewel ongeldig verklaard wordt. Een andere interpretatie van deze bepaling, namelijk dat de wedstrijd overgespeeld kan worden zonder dat de eerdere wedstrijd ongeldig is verklaard, zou leiden tot twee naast elkaar bestaande uitslagen. Dat zou naar alle andere deelnemers in de competitie onredelijk zijn. Go Ahead Eagles en NAC zouden dan een wedstrijd meer mogen spelen en 2 of 3 extra punten mogen verdelen. Dit gevolg sluit deze interpretatie uit. Dat betekent dat – anders dan NAC stelt – het reglement inhoudt dat de eerste stap is dat het competitiebestuur beslist over het ongeldig verklaren van de wedstrijd. Pas als het competitiebestuur de wedstrijd ongeldig heeft verklaard, beslist zij of de wedstrijd moet worden overgespeeld.
Alleen voor al of niet overspelen is de beleidsvrijheid van het competitiebestuur beperkt
Onderdeel c van artikel 7 vierde lid beperkt de bevoegdheid van het competitiebestuur om te bepalen of een wedstrijd overgespeeld wordt. Omdat NAC op degradatie staat, moet de wedstrijd worden overgespeeld. De uitslag van de wedstrijd tussen Go Ahead Eagles en NAC kan immers van invloed zijn op degradatie van NAC. Volgens NAC betekent dit dat de wedstrijd hoe dan ook moet worden overgespeeld en dus de bevoegdheid van het competitiebestuur om de wedstrijd niet ongeldig te verklaren ook wordt beperkt. NAC verwijst daarvoor naar de uitspraak van de reglementscommissie van 18 april 2016 waarin staat hoe artikel 7 lid 4 onder c uitgelegd moet worden.
Deze uitspraak gaat alleen over de uitleg van onderdeel c van artikel 7 lid 4 en niet over onderdeel b. Uit de uitspraak blijkt dat de beperking genoemd in onderdeel c strikt uitgelegd moet worden, in die zin dat alleen als de uitslag van een wedstrijd niet van invloed is op de in onderdeel c genoemde situaties het competitiebestuur mag beslissen dat een wedstrijd niet wordt overgespeeld. Anders gezegd, als de uitslag van een wedstrijd wél van invloed is op de in onderdeel c genoemde situaties moet het competitiebestuur de wedstrijd laten overspelen. Dat zij daartoe ook verplicht is als de wedstrijd niet ongeldig is verklaard staat niet in de uitspraak. De bijzin in de uitspraak ‘ook al is die ongeldig verklaard conform artikel 7 lid 4 sub b’ duidt erop dat ondanks ongeldigverklaring en dus het verval van een eerdere uitslag het competitiebestuur in sommige gevallen de wedstrijd niet hoeft te laten overspelen. In ieder geval betekent dit dat ook de reglementscommissie ervan uitgaat dat het gaat om twee opvolgende beslissingen; eerst al of niet ongeldig verklaren en daarna al of niet overspelen. Voor zover de reglementscommissie ook heeft bedoeld dat de mogelijkheid om de wedstrijd al of niet ongeldig te verklaren hiermee zou zijn beperkt, had zij dat nader moeten motiveren.
Samengevat moet artikel 7 lid 4 RWBV zo uitgelegd worden dat:
lid 4 onder b een discretionaire bevoegdheid bevat voor het competitiebestuur om een wedstrijd al dan niet ongeldig te verklaren
het competitiebestuur een wedstrijd eerst ongeldig moet verklaren voordat zij een beslissing neemt over het al dan niet overspelen van een wedstrijd
lid 4 onder c alleen een beperking vormt op de bevoegdheid van het competitiebestuur als het gaat om de beslissing om een wedstrijd over te laten spelen (de laatste zin van lid 4 onder b) en niet ook beperking van de bevoegdheid om een wedstrijd ongeldig te verklaren (de eerste zin van lid 4 onder b).
Het besluit is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid
De toetsing van het besluit van 8 april 2026 aan de redelijkheid en billijkheid is een terughoudende toets. Uitgangspunt is namelijk dat het bestuur beleidsvrijheid heeft. Dat betekent dat alleen wordt getoetst of het competitiebestuur bij het nemen van het besluit zorgvuldig alle betrokken belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen. De conclusie is dat onvoldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure het besluit van het competitiebestuur zal vernietigen, omdat dit besluit in redelijkheid niet genomen kon worden. De argumenten die NAC tegen het besluit heeft aangevoerd worden hierna besproken.
De belangen van NAC zijn voldoende meegewogen
In het besluit zijn de belangen van NAC niet expliciet benoemd, maar dat betekent niet dat het competitiebestuur die belangen niet heeft meegewogen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de KNVB gezegd dat de belangen van NAC, te weten de dreigende degradatie en daarbij horende financiële gevolgen, voor de hand liggen en dat zij die ook heeft meegewogen. Omdat NAC haar concrete belangen bij haar verzoek om de wedstrijd over te spelen ook niet expliciet had benoemd en ingevuld, hoefde het competitiebestuur geen expliciete overweging te wijden aan de belangen van NAC. Dit argument slaagt dus niet.
De uitspraak van de reglementscommissie hoefde niet te worden meegewogen.
Het competitiebestuur hoefde de uitspraak van de reglementscommissie over de uitleg van artikel 7, lid 4 onder c RWBV niet mee te wegen. Die uitleg is niet relevant als de wedstrijd niet eerst ongeldig is verklaard (zie het oordeel hierover onder 3.10 en 3.11). Zij mocht dan ook oordelen dat er geen reden was om die uitleg mee te wegen of de reglementscommissie om een nadere uitleg te vragen. Het vragen om een nadere uitleg is een bevoegdheid van het competitiebestuur, geen plicht. Ook dit argument slaagt niet.
Geen ongelijke behandeling
Tijdens de mondelinge behandeling heeft KNVB bevestigd dat het staand beleid is om een wedstrijd over te laten overspelen als een niet speelgerechtigde speler heeft deelgenomen. Het competitiebestuur mocht besluiten dat hier anders te doen omdat het beleid ziet op individuele gevallen, incidenten. De voorbeelden die in deze procedure door NAC zijn genoemd, bevestigen dat ook. Hier gaat het niet om een individueel geval maar om een groot gedeelte van de alleen al in deze competitie gespeelde wedstrijden. Volgens de KNVB hebben in deze competitie in 133 wedstrijden niet speelgerechtigde spelers meegespeeld. Dan is te volgen dat de KNVB een andere keus maakt, ook als nog niet zeker is of er meer verzoeken komen om een wedstrijd ongeldig te verklaren en over te laten spelen. Dit levert geen ongelijke behandeling op, omdat er geen sprake is van vergelijkbare gevallen.
Bekendheid met het probleem en verwijtbaarheid
Volgens NAC is op diverse momenten in de media aan de orde gekomen dat de speelgerechtigdheid van spelers die uitkwamen voor andere nationale teams dan Nederland, problematisch was. Zo is in het tijdschrift Voetbal International (VI) al benoemd dat spelers hun Nederlanderschap kwijt waren en daarom niet speelgerechtigd waren zonder tewerkstellingsvergunning. Ook de belangenorganisatie van de voetballers VVCS heeft spelers hiervoor gewaarschuwd. Dit probleem had daarom volgens NAC al veel eerder bij de clubs en de KNVB bekend kunnen en moeten zijn. Dat blijkt wel uit het feit dat Ajax bij het aantrekken van een speler die de Indonesische nationaliteit had aangenomen, wel een tewerkstellingsvergunning heeft aangevraagd.
Het klopt dat al op 20 maart 2025 een artikel in VI is gepubliceerd, waarin het verlies van het Nederlanderschap wordt genoemd en waarbij naast een aantal andere spelers ook de naam van [A] wordt genoemd. Hoewel er dus al ruim een jaar informatie beschikbaar was over mogelijk niet speelgerechtigde spelers in het betaald voetbal, heeft vrijwel de hele sector betaald voetbal dat niet onderkend. Alleen Ajax heeft voor één van haar spelers, [B] , een tewerkstellingsvergunning aangevraagd. Maar dat was een andere situatie, want daar ging het om een transfer, oftewel om een speler met wie een nieuw contract werd gesloten. Dan ligt het voor de hand dat een club kijkt naar de speelgerechtigdheid. Bij [A] en ook andere spelers in het betaald voetbal was er geen sprake van een transfer. Zij hadden namelijk vóór het verlies van hun Nederlanderschap al een contract bij een Nederlandse club en waren ook speelgerechtigd. Tijdens de duur van dat contract zijn zij door het aannemen van een andere nationaliteit van rechtswege het Nederlanderschap verloren en daardoor ook hun speelgerechtigdheid.
Het oordeel van het competitiebestuur dat de clubs geen verwijt kan worden gemaakt dat zij niet-speelgerechtigde spelers hebben opgesteld, dient zonder meer genuanceerd te worden. Dit gezien de informatie die er wel was, waaronder het artikel in VI dat iedereen had kunnen lezen. De clubs hadden op basis daarvan eerder onderzoek kunnen doen naar met name de speelgerechtigdheid van spelers die deel gingen nemen aan de nationale selectie van Indonesië (zoals [A] ). Daarbij geldt wel dat – anders dan NAC stelt – niet zonder meer eenvoudig was te achterhalen dat de voetballers hun Nederlanderschap kwijt waren. De voetballer zelf merkt daar kennelijk verder weinig van zolang deze nog een niet verlopen Nederlands paspoort heeft. Ook is de toepassing van de bepaling over het verval van het Nederlanderschap niet zonder meer eenvoudig. Zo is het de vraag wanneer het aannemen van een andere nationaliteit als vrijwillig geldt en zijn er voor het aannemen van sommige nationaliteiten afwijkende regels. Voetballers die deelnemen aan de Surinaamse selectie, hebben kennelijk een ‘sportpaspoort’ gekregen dat voor de internationale voetbalautoriteiten voldoende was om aan de Surinaamse selectie deel te mogen nemen. Met dat sportpaspoort is de Nederlandse nationaliteit niet vervallen, zo heeft KNVB onweersproken gesteld. Verder kan een voetballer ook onder de uitzonderingsbepalingen vallen. Op de overwegingen van het competitiebestuur in het besluit van 8 april 2026 dat de clubs geen verwijt treft, valt dus wel wat af te dingen. Dit is onvoldoende om te oordelen dat het besluit daarom niet in stand zal blijven in een bodemprocedure.
Onevenredige gevolgen
De gevolgen van een beslissing om de wedstrijd tussen Go Ahead Eagles en NAC ongeldig te verklaren en over te laten spelen, zijn potentieel omvangrijk, maar niet zo omvangrijk als de KNVB stelt. De omvang is beperkt omdat een termijn van 8 dagen geldt voor het indienen van een verzoek om een wedstrijd ongeldig te verklaren en opnieuw te laten spelen. Het is niet in geschil dat die termijn van 8 dagen inmiddels is verstreken. Top Oss in de eerste divisie heeft echter tijdig een verzoek ingediend om wedstrijden ongeldig te verklaren en over te spelen. In de eredivisie hebben met name de clubs in de degradatie-/nacompetitiezone van de eredivisie brieven/e-mails gestuurd, die zouden kunnen worden beschouwd als tijdige verzoeken om wedstrijden ongeldig te laten verklaren en over te laten spelen. Dat het doorzetten van die verzoeken afhankelijk is gemaakt van het al of niet overspelen van de wedstrijd Go Ahead Eagles tegen NAC, betekent niet zonder meer dat het competitiebestuur met die verzoeken geen rekening mocht houden bij haar afweging over de gevolgen van het ongeldig verklaren van de wedstrijd van Go Ahead Eagles tegen NAC. Een belangrijk gevolg is dat er mogelijk in de eerste divisie en vooral de eredivisie nog veel meer wedstrijden moeten worden overgespeeld, terwijl de competitie al bijna ten einde is.
Op het moment van de mondelinge behandeling zijn er nog 4 speeldagen in de eredivisie waarvan de laatste plaatsvindt op 17 mei. De finale van de nacompetitie waar de nummer 16 uit de eredivisie (NAC is nummer 17) speelt tegen de winnaar van de eerste divisie vindt plaats op 28 mei. De over te spelen wedstrijden zouden dus plaats moeten vinden vóór 28 mei, of de competitie moet verlengd worden met alle organisatorische gevolgen van dien. Daar staat tegenover dat NAC met het overspelen van de wedstrijd tegen Go Ahead Eagles een extra mogelijkheid heeft om een beter resultaat te behalen. Als dat zou lukken en als ook de uitkomsten van de andere nog te spelen wedstrijden positief zijn kan NAC (directe) degradatie voorkomen. Als NAC deze extra mogelijkheid krijgt, hebben clubs die ook strijden tegen (directe) degradatie er belang bij om verloren wedstrijden ongeldig te laten verklaren en dan te kunnen overspelen. Het is niet onredelijk dat het competitiebestuur de potentieel grote gevolgen voor de competitie zwaarder laat wegen dan het belang van NAC. Ook als NAC alsnog zou winnen of gelijk spelen tegen Go Ahead Eagles, moeten de drie andere wedstrijden tot het einde van de competitie voor NAC beter aflopen dan de clubs direct boven haar. Het belang van NAC is in die zin beperkt.
Geen onzorgvuldigheid bij de totstandkoming van het besluit
NAC voert aan dat het competitiebestuur naar buiten heeft gebracht dat zij het voornemen had om de wedstrijd niet te laten overspelen, binnen vier dagen nadat NAC had verzocht om de wedstrijd over te spelen. Dat maakt het besluit niet onzorgvuldig. Bij de clubs was grote bezorgdheid ontstaan over de gevolgen van het eventueel overspelen van deze wedstrijd voor het verdere verloop van de competitie. Er waren veel meer spelers die (wellicht) de Nederlandse nationaliteit hadden verloren als gevolg van het aannemen van een andere nationaliteit Als dat zo zou zijn, dan zouden er wellicht veel meer wedstrijden ongeldig zijn en mogelijk overgespeeld moeten worden. Onder deze omstandigheden is het niet onredelijk dat het competitiebestuur het nodig vond om alvast dit signaal te geven aan de clubs.
Ook is het besluit niet onzorgvuldig tot stand gekomen omdat het competitiebestuur NAC niet heeft gehoord voordat zij een definitieve beslissing heeft genomen. In het reglement is niet bepaald dat de competitiebestuur moet horen. Het competitiebestuur hoefde dus niet in te gaan op een verzoek van NAC om een gesprek over dit voornemen.
Conclusie
De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure het besluit van 8 april 2026 niet zal vernietigen. De vorderingen van NAC worden daarom afgewezen.
Belangenafweging
Zoals hiervoor onder 3.20 al is overwogen, wegen de belangen van NAC bij het mogen overspelen van een wedstrijd niet zonder meer op tegen de belangen van de KNVB bij het voorkomen van potentieel grote problemen bij afronding van de competitie in de eredivisie.
NAC moet de proceskosten betalen
NAC is het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de KNVB betalen.
De kosten van de KNVB worden begroot op:
- griffierecht
€ 735,00
- salaris advocaat
€ 1.177,00
(gemiddeld tarief )
- nakosten
€ 189,00
(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€ 2.101,00
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van NAC af,
veroordeelt NAC in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NAC niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.