RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/068582-25, 16/066854-22 (vord. tul) en 16/323043-24 (vord. tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 mei 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1986] in [geboorteplaats] (Turkije),
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,
verblijvende in de [verblijfplaats] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 21 april 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1 op 3 maart 2025 in Utrecht/Apeldoorn (telefonisch) wijkagent [wijkagent] heeft bedreigd met de dood, zware mishandeling en/of een voor de algemene veiligheid gevaarzettend misdrijf;feit 2 op 3 maart 2025 in Utrecht (telefonisch) wijkagent [wijkagent] heeft beledigd;
feit 3 op 27 maart 2025 in Utrecht (via e-mail) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met de dood, zware mishandeling en/of een voor de algemene veiligheid gevaarzettend misdrijf;
Feit 4 op 18 juni 2025 in Utrecht (via een terugbelverzoek) agent [agent] heeft bedreigd met de dood en/of zware mishandeling;
feit 5 primair in de periode van 1 januari 2018 t/m 23 oktober 2025 in Utrecht (online) [slachtoffer 3] heeft belaagd;
feit 5 subsidiair in de periode van 1 januari 2018 t/m 23 oktober 2025 in Utrecht (online) smaadschriften heeft verspreid over [slachtoffer 3] ;
feit 6 op 19 september 2025 in Utrecht (online) smaadschriften heeft verspreid over [slachtoffer 4] ;
feit 7 op 5 en 6 oktober 2025 in Utrecht (online) smaadschriften heeft verspreid over [aangever 1] ;
feit 8 op 7 oktober 2025 in Utrecht (online) smaadschriften heeft verspreid over [aangever 2] ;
feit 9 op 1 oktober 2025 in Amsterdam (online) [slachtoffer 5] heeft bedreigd met de dood en/of zware mishandeling.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 3 en 4. De advocaat voert over deze feiten verweren. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3. Ten aanzien van de andere feiten refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feiten 7 en 8
De rechtbank oordeelt dat de feiten 7 en 8 (smaadschriften jegens [aangever 1] en [aangever 2] ) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Om tot een bewezenverklaring te komen van smaadschrift vereist artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht dat de dader het slachtoffer heeft beschuldigd van (de “tenlastelegging” van) een “bepaald feit”. Van tenlastelegging van een “bepaald feit” als bedoeld in voornoemd artikel is sprake indien het feit op een zodanige wijze door de verdachte is tenlastegelegd dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst.
Daarvan is geen sprake indien het “feit” niet het gedrag van de betrokkene betreft, maar een eigenschap die hem wordt toegedicht.
In deze zaak heeft de verdachte een afbeelding van de aangevers op een online platform geplaatst met daarbij de teksten ‘H.eil H.itler tell 113’ in het geval van aangever [aangever 1] en ‘H.eil H.itler’ in het geval van aangever [aangever 2] . Voor de rechtbank is onduidelijk gebleven welke boodschap verdachte met deze teksten heeft willen overbrengen. Deze teksten kunnen, in combinatie met de afbeeldingen van de aangevers, beledigend van aard zijn. De verdachte wordt echter niet vervolgd voor (eenvoudige) belediging van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] , maar voor smaadschrift. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat sprake is van smaadschrift, omdat de teksten geen duidelijk te onderkennen concrete gedragingen van de aangevers aanwijzen. Om die reden wordt de verdachte vrijgesproken van deze twee feiten.
Bewijsmiddelen
Feiten 1, 2, 5, 6 en 9.
De verdachte bekent dat hij de feiten 1, 2, 5 primair, 6 en 9 (de bedreiging en belediging van [wijkagent] , de belaging van [slachtoffer 3] , het smaadschrift jegens [slachtoffer 4] en de bedreiging van [slachtoffer 5] ) heeft gepleegd, zoals deze feiten hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 21 april 2026;
een proces-verbaal van bevindingen (uitwerking telefoongesprek);
- een proces-verbaal van bevindingen (herkenning gerichtheid bedreiging);
- een proces-verbaal van aangifte door [wijkagent] ;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] op 18 augustus 2024;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] op 1 april 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] op 1 juli 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] op 7 oktober 2025;
- een proces-verbaal van bevindingen (melding van [slachtoffer 3] ) op 23 oktober 2025;
- een proces-verbaal van ontvangst klacht van [slachtoffer 3] op 7 oktober 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] op 24 september 2025;
- een proces-verbaal van ontvangst klacht van [slachtoffer 4] op 20 november 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , namens [slachtoffer 5] , op 20 oktober 2025.
Feiten 3 en 4
De rechtbank oordeelt dat ook de feiten 3 en 4 (de bedreiging van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de bedreiging van [agent] ) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverwegingen
Feit 3: Bedreiging [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
De verdachte heeft op 27 maart 2025 twee e-mailberichten verstuurd. Het eerste e-mailbericht bevatte onder andere de tekst: ‘zal ik anders met een machine geweer alles naar de kanker gaan schieten gewoon?’ Deze e-mail was gericht aan [slachtoffer 1] . Het tweede e-mailbericht is gericht aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Dit bericht bevat het doorgestuurde eerste e-mailbericht en de tekst: ‘jullie = maatschappij.. niet direct persoonlijk jullie.’
De advocaat betoogt dat de bedreiging niet gericht was aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Allereerst omdat het eerste e-mailbericht niet naar [slachtoffer 2] is verstuurd, waardoor [slachtoffer 2] geen kennis heeft kunnen nemen van de bedreiging. Ten tweede omdat het tweede e-mailbericht een contra-indicatie bevat dat de bedreiging aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gericht, namelijk dat de bedreiging is gericht aan de maatschappij. De advocaat stelt voorts dat niet in redelijkheid de vrees bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kon ontstaan dat de verdachte de daad bij het woord zou voegen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 2] wel degelijk kennis kunnen nemen van de bedreiging in het eerste e-mailbericht. Weliswaar was de eerste e-mail niet direct aan [slachtoffer 2] geadresseerd, maar in het tweede bericht stuurde de verdachte het eerste e-mailbericht door en het tweede e-mailbericht kan alleen begrepen worden met kennisneming van het eerste. De verdachte schrijft bovendien ook zelf in het tweede e-mailbericht dat de bedreiging in het eerste bericht niet aan “jullie” gericht is, wat impliceert dat ook het eerste e-mailbericht voor meer dan meer één persoon bedoeld was, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Om deze redenen kon ook [slachtoffer 2] zich als beoogde ontvanger van het eerste bericht beschouwen.
De rechtbank verwerpt ook het tweede verweer van de advocaat. Voor een bewezenverklaring van bedreiging is niet nodig dat de ontvangers zelf het slachtoffer zouden worden van het misdrijf waarmee wordt gedreigd. Ook met een misdrijf gericht op anderen kan worden gedreigd. Dat is hier het geval, nu de verdachte dreigt om ‘met een machinegeweer alles naar de kanker’ te schieten.
De rechtbank is van oordeel dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigden de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee werd gedreigd. Daarbij betrekt de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat de verdachte binnen Top-X werd aangemerkt als ‘OGG’, dat staat voor ‘Onbegrepen Gedrag en Hoog Gevaarsrisico’.
Feit 4: Bedreiging [agent]
Op 18 juni 2025 is politieagent [agent] bedreigd door een persoon die een terugbelverzoek achterliet met onder andere de tekst: 'Dag [agent] , vieze huichelaar. Zal ik je keer van achter door je kk hoofd komen schieten? Viese kanker hufter Beetje me in de zeik nemen .. me jaren lang negeren me mn huis erdoor uitlaten zetten doordat je die meldingen niet serieus neemt’. Uit onderzoek blijkt dat dit bericht is geplaatst vanaf een IP-adres dat – kort gezegd – gebruikt wordt door de aanbieder van de VPN-service ‘VPN Unlimited’. De verdachte maakt gebruik van deze VPN-service en hij heeft verklaard dat hij het zich niet kan herinneren, maar dat het zou kunnen dat hij het terugbelverzoek met de bedreiging heeft gedaan.
De advocaat stelt dat er geen wettig bewijs is dat de verdachte degene is geweest die deze bedreiging heeft gedaan omdat [agent] als politieagent met meer mensen problemen kan hebben en er heel veel mensen zijn die VPN gebruiken.
De rechtbank volgt de advocaat niet en acht wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die [agent] heeft bedreigd. De rechtbank baseert dit oordeel op de omstandigheden 1) dat de verdachte aangeeft dat het zou kunnen dat hij deze bedreiging heeft gedaan, 2) dat hij aantoonbaar gebruik maakt van de VPN-service die is gebruikt bij het plaatsen van het terugbelverzoek, 3) dat [agent] direct dacht dat de bedreiging van de verdachte afkomstig was, omdat [agent] vaker via terugbelverzoeken zulke berichten van de verdachte had gekregen met hetzelfde taalgebruik en 4) dat in de bedreiging wordt gezegd ‘me mn huis erdoor uitlaten zetten’, terwijl de verdachte in de periode rond de bedreiging zijn huis uit is gezet.
Periode belaging [slachtoffer 3]
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting bewezen is dat de verdachte in de periode van 14 mei 2024 tot en met 23 oktober 2025 in naam van aangever [slachtoffer 3] berichten heeft geplaatst.
Aangever [slachtoffer 3] heeft hier meerdere aangiftes van gedaan. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij in 2018 al is veroordeeld voor uitlatingen die hij destijds heeft gedaan met betrekking tot aangever [slachtoffer 3] . Dat de verdachte in 2018 is veroordeeld, vindt bevestiging in de verklaring van aangever. Aangever heeft verder verklaard dat hij gedurende een lange periode niets van de verdachte had vernomen en dat de verdachte hem vervolgens in 2024 (weer) begon te besmaden. De verdachte heeft op de zitting bekend dat hij de onder feit 5 (subsidiair) opgenomen berichten heeft geplaatst. Het eerste bericht dateert van 14 mei 2024, en het laatste van 23 oktober 2025.
Gelet daarop en gelet op de (deels bekennende) verklaring van de verdachte, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte berichten heeft geplaatst vanaf 14 mei 2024. Dat hij daarvoor ook berichten heeft geplaatst, blijkt onvoldoende concreet uit het dossier.
De verdachte heeft gedurende een periode van ruim 17 maanden foto’s van aangever [slachtoffer 3] online geplaatst met daarbij uit naam van de aangever (a) berichten die inhouden dat aangever [slachtoffer 3] zich schuldig zou maken aan het (laten) misbruiken van kinderen (in zijn club) en (b) berichten met voor moslims beledigende teksten. De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij met deze berichten beoogde dat (de club van) de verdachte door pro-Palestina demonstranten of pedo-hunters te grazen zou worden genomen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan – gelet op de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven van aangever [slachtoffer 3] – worden gesproken van belaging: verdachte heeft met het plaatsen van de berichten een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangever [slachtoffer 3] gemaakt, terwijl hij wist dat aangever [slachtoffer 3] van deze berichten in het geheel niet gediend was.
Zoals uit het voorgaande blijkt, verklaart de rechtbank een kortere periode bewezen dan de officier van justitie heeft geëist.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1 op 3 maart 2025 in Nederland [wijkagent] (wijkagent voor het […] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen, door naar het Regionaal Service Centrum Oost-Nederland te bellen en tegen die medewerker te zeggen: "Ehm, hé het is heel belangrijk dat jij even aan de wijkagent doorgeeft, dat als hij met zijn grote kankersmoel mij niet gaat helpen aan een woning. Oké, mij een verbod geeft om hulp te zoeken bij ehm buurtteam. Als hij mij niet voor 31 maart een woning geeft, pleeg ik een aanslag en daar gaan heel veel mensen bij sterven. Oké? Kankerhoer";
feit 2 op 3 maart 2025 in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [wijkagent] (wijkagent voor het […] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening mondeling heeft beledigd, door hem – middels een telefoongesprek naar het Regionaal Service Centrum Oost-Nederland en de medewerker aldaar - de woorden toe te voegen: “Ehm, hé het is heel belangrijk dat jij even aan de wijkagent doorgeeft, dat als hij met zijn grote kankersmoel mij niet gaat helpen aan een woning”;
feit 3 op 27 maart 2025 in Nederland [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen, door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een bericht via e-mail te sturen, inhoudende “bedoel zal ik anders met een machine geweer alles naar de kanker gaan schieten gewoon? ik heb geen zin in sleep in hoor. en ook niet in begeleiding... vragen stellen mag he .. is nog niet dat ik zeg ermee dat ik doe dus ik mag altijd vragen of ik de kankerzooi zal neerschieten oke mail maar naar politie jullie = maatschappij.. niet direct persoonlijk jullie”;
feit 4 op 18 juni 2025 in Nederland, [agent] (politieambtenaar bij politie […] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door een terugbelverzoek achter te laten met daarin de tekst: “Dag [agent] , vieze huichelaar. Zal ik je keer van achter door je kk hoofd komen schieten? Viese kanker hufter Beetje me in de zeik nemen .. me jaren lang negeren me mn huis erdoor uitlaten zetten doordat je die meldingen niet serieus neemt . Kom gewoon van achter naar binnen in je vieze kanker hufter kut joden hoofd he Voornaam Je kk moeder Tussenvoegsel Je kknmoed Achternaam Je kanker moeder Straatnaam Je kanker moeder Huisnummer [huisnummer] Huisnummer toevoeging [huisnummer] Postcode [postcode] Woonplaats [woonplaats] Telefoonnummer [telefoonnummer] Email [e-mail adres] @gmail.com”;
feit 5 primair in de periode van 14 mei 2024 tot en met 23 oktober 2025 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door veelvuldig op Grindr, en Bullchat bedreigende en beledigende en lasterlijke en opruiende berichten te plaatsen over en/of met verwijzingen naar en/of gericht aan die [slachtoffer 3] , met het oogmerk die [slachtoffer 3] te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 6 op 19 september 2025 in Nederland opzettelijk door middel van een geschrift en afbeelding te verspreiden de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 4] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door- op de website van Bullchat een profiel aan te maken, waarbij de profielgegevens sterk gelijkend zijn op de gegevens van die [slachtoffer 4] en- op de website van Bullchat een foto van die [slachtoffer 4] te plaatsen en- een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: " [slachtoffer 4] .. zoekt tienerss. Zoek tiener die me in mijn kont wil neuken voor eerste keer";
feit 9 op 1 oktober 2025 in Nederland, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door- op de website van Bullchat een foto van die [slachtoffer 5] te plaatsen en- een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: “!K wil neergschtn worden" en/of “Omdat ik de chat niet sluit als Burgemeester van de stad waar de chatmods zitten".
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat;
feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
feit 3: bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, meermalen gepleegd;
feiten 4 en 9: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
feit 5: belaging;
feit 6: smaadschrift.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden, kort gezegd: een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met de slachtoffers, het meewerken aan de beheersing van het middelengebruik, een klinische opname en aansluitend aan de klinische opname een ambulante behandeling en verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan een klinische opname, maar dat hij de duur daarvan eigenlijk te lang vindt. Het liefst zou hij ambulant behandeld worden.
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde een ambulante behandeling in plaats van een klinische opname.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft bijna anderhalf jaar lang één van de aangevers belaagd door bedreigende, beledigende en opruiende berichten te plaatsen op online platforms, waarbij verdachte zich voor die aangever of zijn café uitgaf. Daarbij gebruikte verdachte de naam en foto van die aangever, en plaatste teksten waarmee de aangever wordt neergezet als pedofiel, die zich bezighoudt met (het faciliteren van) kindermisbruik en die een hekel heeft aan moslims. Eén van de berichten bevatte onder andere de tekst: ‘Weg met alle Palestijnen! Wij zijn Joden en die horen er!’ De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij dit bericht had geplaatst in de periode dat er protesten waren tegen de oorlog in Gaza en dat zijn hoop was dat demonstranten het café van de aangever zouden ‘pakken’. Met zijn teksten over pedofilie/kindermisbruik hoopte de verdachte dat pedo-hunters het op (de club van) de aangever zouden munten. De rechtbank rekent het de verdachte zeer aan dat hij de aangever op deze wijze heeft belaagd en bewust heeft geprobeerd hem schade toe te brengen. Zijn handelen moet buitengewoon kwetsend en op momenten ook beangstigend zijn geweest voor de aangever. Bovendien zijn berichten die op het internet worden geplaatst niet zomaar verdwenen, waardoor de aangever hier nog lang hinder van zal kunnen ondervinden.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vier bedreigingen. Twee van deze bedreigingen waren gericht aan politieambtenaren. Eén bedreiging was gericht aan de reclasseringswerker en de bewindvoerder van de verdachte. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij personen heeft bedreigd die juist vanwege hun hulpverlenende beroep klaar staan voor anderen, waaronder voor de verdachte. De laatste bedreiging was gericht aan de burgemeester van Amsterdam. De burgemeester moet haar publieke taak te allen tijde kunnen uitoefenen zonder dat zij aan bedreigingen wordt blootgesteld. De verdachte heeft door zijn handelen bij de burgemeester gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij deze bedreigingen deed uit onvrede over allerlei problemen in zijn leven. De verdachte realiseert zich niet dat dergelijke bedreigingen beangstigend zijn en de persoonlijke levenssfeer van de aangevers schaden. Daarnaast brengen dergelijke bedreigingen gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving teweeg. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte aan.
Tot slot heeft de verdachte een smaadschrift verspreid door een bericht op een online platform te plaatsen met een foto van een aangever met de tekst ‘Zoek tiener die me in mijn kont wil neuken voor eerste keer’ en heeft de verdachte een politieambtenaar beledigd. Hiermee is de eer en goede naam van deze aangevers aangetast. Ook hier gaat het weer om aangevers die juist vanwege hun hulpverlenende beroep klaar staan voor anderen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte kennelijk niet of nauwelijks een drempel ervaart om mensen via het internet ernstig te bedreigen, te beledigen of te belagen. Zodra dingen in zijn leven niet gaan zoals hij wil, reageert hij zich op deze wijze af op mensen die daar niet of nauwelijks iets mee te maken hebben gehad, zonder erbij stil te staan wat dat met die mensen doet. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij op deze manier met mensen omgaat.
Strafblad
Er is gekeken naar het strafblad van de verdachte van 15 december 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte al veel vaker is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad wordt daarom in strafverzwarende zin meegenomen bij het bepalen van de straf.
Reclasseringsrapport
Op 15 april 2026 heeft de reclassering een rapport over de verdachte uitgebracht. De reclassering schrijft dat het psychosociaal functioneren en de houding van de verdachte de voornaamste risicofactoren zijn. De verdachte is meermaals (ambulant en klinisch) onderzocht en daarbij zijn in ieder geval een autismespectrumstoornis (type MCDD), ADHD en een stoornis in het gebruik van cannabis vastgesteld. Sinds de vroege kinderleeftijd is er sprake van forse problemen met de impulsregulatie, heftige stemmingswisselingen, voorbijgaande (rand)psychotische symptomen met paranoïde, identiteitsproblemen en problemen in de communicatie met anderen. De verdachte heeft meermaals in een toezicht bij de reclassering gelopen, maar tot op heden heeft de reclassering geen gedragsverandering teweeg kunnen brengen. Ambulante behandelingen werden afgerond zonder effect op de lange termijn en werkten zelfs averechts door de spanning en weerstand die deze behandelingen bij betrokkene opriepen.
De reclassering schat het recidiverisico als onverminderd hoog in. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer om binnen een toezicht met een ambulante behandeling te werken aan recidivebeperking. De problematiek van de verdachte moet worden behandeld in het strakkere kader van een klinische opname, aldus de reclassering.
Uit het rapport blijkt dat de verdachte in eerste instantie heeft aangegeven hieraan niet te zullen meewerken. Nadat voor de verdachte duidelijk werd dat in dat geval de volgende stap een onderzoek naar een tbs-maatregel zou zijn, heeft de verdachte aangegeven wel mee te zullen werken. Inmiddels zijn er meerdere intakegesprekken geweest bij verschillende klinieken. Na een aantal afwijzingen is de verdachte aangenomen bij [instelling] onder voorbehoud dat het voor de verdachte duidelijk is dat het geen kortdurende opname betreft, maar dat zijn opname naar verwachting zes tot twaalf maanden zal duren. De wachtlijst bedraagt enkele maanden. Ter overbrugging van de tijd tussen detentie en de opname in de kliniek zal worden gezocht naar een overbruggingskliniek.
De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte, kort gezegd:
zich houdt aan een meldplicht bij de reclassering;
zich laat opnemen en behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorginstelling, waarbij voorgeschreven medicatiegebruik onderdeel van de behandeling kan zijn;
zich na de klinische behandeling ambulant laat behandelen door een zorgverlener, waarbij voorgeschreven medicatiegebruik onderdeel van de behandeling kan zijn;
na de klinische behandeling verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met de slachtoffers;
meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen.
Strafkader
De rechtbank is van oordeel dat de enige passende reactie op de veelheid aan de door de verdachte gepleegde feiten een gevangenisstraf van langere duur is. Nu de verdachte van twee feiten wordt vrijgesproken en omdat er een kortere periode van de belaging onder feit 5 bewezen wordt verklaard zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan geëist door de officier van justitie. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van veertien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Hierbij legt de rechtbank de bijzondere voorwaarden op zoals de reclassering die heeft geadviseerd. De rechtbank zal bepalen dat deze dadelijk uitvoerbaar zijn. De rechtbank legt hierna uit waarom.
De rechtbank oordeelt dat een klinische opname nodig is om de problematiek van de verdachte goed te kunnen behandelen. Uit het reclasseringsrapport wordt duidelijk dat een ambulante behandeling een gepasseerd station is: ambulante behandelingen hebben in het verleden niet de gewenste resultaten opgeleverd. Daarnaast heeft de politierechter op 16 juni 2025 de toen geldende bijzondere voorwaarden in zijn geheel laten vervallen, omdat bleek dat het reclasseringstoezicht en de ambulante behandeling niet werkten. De rechtbank ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan het opleggen van een klinische opname als bijzondere voorwaarde. De rechtbank legt ook de andere bijzondere voorwaarden op die door de reclassering zijn geadviseerd. De verdachte heeft zich ook bereid verklaard aan alle voorwaarden mee te werken. De rechtbank legt een proeftijd van drie jaar op vanwege de ernst en de veelheid van de feiten en omdat zij het van belang acht dat er voldoende tijd is om aan de complexe problematiek van de verdachte te werken.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren. Dit kan op grond van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht wanneer er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit is een hoge lat, maar de rechtbank is van oordeel dat hier in dit specifieke geval aan wordt voldaan en zal uitleggen waarom.
Zoals eerder uiteen is gezet heeft de verdachte verklaard dat hij berichten op online platforms heeft geplaatst met het doel dat (het café van) de aangever zou worden ‘gepakt’ door pro-Palestina demonstranten en pedo-hunters. Naast dat dit gevaar oplevert voor goederen (het café), brengt dit ook gevaar mee voor de aangever als men aanneemt dat hij het bericht heeft geplaatst. De aangever heeft zelf ook verklaard dat hij bang was dat hij zou worden aangevallen door zogenoemde ‘pedojagers’. Het voorgaande en het hoge recidivegevaar dat volgt uit het reclasseringsrapport maken dat de rechtbank van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De voorlopige hechtenis
Het bevel tot voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.
6. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16/066854-22
De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/066854-22 op 8 juni 2022 een gevangenisstraf van vier weken voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is ingegaan op 23 juni 2022.
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16/323043-24
De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/323043-24 op 11 oktober 2024 een gevangenisstraf van 17 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is ingegaan op 26 oktober 2024.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vorderingen toewijst, zodat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straffen ten uitvoer worden gelegd. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de officier van justitie in de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 16/066854-22 niet-ontvankelijk te verklaren omdat op basis van het strafblad onduidelijk is hoe lang de proeftijd duurt/heeft geduurd en de officier van justitie hier ook geen helderheid over kan geven. De advocaat laat de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 16/323043-24 aan de rechtbank over.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich binnen bovengenoemde proeftijden opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zoals bewezenverklaard in dit vonnis. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 16/066854-22 geldt dat de proeftijd op 23 juni 2022 aanving en vanaf dat moment in ieder geval twee jaar duurde. Ongeacht de uiteindelijke duur van de proeftijd valt het bewezenverklaarde begin van de belaging van [slachtoffer 3] (feit 5) binnen deze proeftijd.
De rechtbank zal beide vorderingen toewijzen en bepalen dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen alsnog ten uitvoer moeten worden gelegd. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat het om soortgelijke strafbare feiten gaat.
De rechtbank geeft de Minister van Justitie en Veiligheid ter overweging om de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen aansluitend te laten plaatsvinden op de opgelegde gevangenisstraf in deze zaak. De rechtbank is zich ervan bewust dat het aaneensluitend tenuitvoerleggen van vrijheidsstraffen al wordt gedaan wanneer dat mogelijk is. In dit geval heeft dat ook de uitdrukkelijke voorkeur, nu de verdachte nog op de wachtlijst staat voor een kliniek ( [instelling] ) en er nog geen overbruggingskliniek is gevonden. Verdachte heeft er – ook naar eigen zeggen ter zitting – baat bij dat hij in detentie kan blijven totdat zijn klinische opname kan aanvangen. De rechtbank maakt hierbij wel de kanttekening dat de tenuitvoerlegging de klinische opname bij [instelling] niet zou moeten belemmeren.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 261, 266, 267, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart de feiten 7 en 8 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 9 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:
o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
o gedurende de proeftijd contact heeft met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
o zich tijdens de proeftijd voor twaalf maanden of zoveel korter als de reclassering of kliniek nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zodra de proeftijd aanvangt of zoveel later als er een behandelplaats beschikbaar is voor de verdachte. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren;
o indien bij aanvang van de proeftijd geen plek beschikbaar is in [instelling] of een soortgelijke zorginstelling, zich voorafgaand aan de opname in de voornoemde zorginstelling, zal laten opnemen in een kliniek ter overbrugging tot de datum van opname in de voornoemde zorginstelling;
o als de reclassering aansluitend aan de opname in [instelling] of een soortgelijke zorginstelling ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, meewerkt aan de daarvoor benodigde indicatiestelling en plaatsing;
o zich gedurende de proeftijd, na de klinische behandeling ambulant laat behandelen door een zorgverlener, nader te bepalen door de reclassering, indien en zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
o na de klinische behandeling, indien en zolang de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
o gedurende de gehele proeftijd, of zoveel korter als het Openbaar Ministerie dat nodig vindt, op geen enkele wijze — direct of indirect — contact zoekt of heeft met de volgende slachtoffers in deze zaak:
[wijkagent] , geboren op [1984] in [geboorteplaats] (Tunesië);
[slachtoffer 2] ;
[agent] , geboren op [1989] in [geboorteplaats] ;
[slachtoffer 3] , geboren op [1961] in [geboorteplaats] ;
[slachtoffer 4] , geboren op [1980] ;
[slachtoffer 5] , geboren op [1966] in [geboorteplaats] .
De politie ziet toe op handhaving op dit verbod;
o gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en/of lijst II (softdrugs) en/of en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het door de reclassering uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16/066854-22
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 8 juni 2022 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf van parketnummer 16/323043-24
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 11 oktober 2024 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 17 dagen;
voorlopige hechtenis
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Sanders, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. M. Pieplenbosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1 hij, op of omstreeks 3 maart 2025, te Utrecht en/of Apeldoorn, althans in Nederland, [wijkagent] (wijkagent voor het […] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, door naar het Regionaal Service Centrum Oost-Nederland te bellen en tegen die medewerker te zeggen: "Ehm, hé het is heel belangrijk dat jij even aan de wijkagent doorgeeft, dat als hij met zijn grote kankersmoel mij niet gaat helpen aan een woning. Oké, mij een verbod geeft om hulp te zoeken bij ehm buurtteam. Als hij mij niet voor 31 maart een woning geeft, pleeg ik een aanslag en daar gaan heel veel mensen bij sterven. Oké? Kankerhoer.", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
feit 2 hij, op of omstreeks 3 maart 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [wijkagent] (wijkagent voor het […] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem – middels een telefoongesprek naar het Regionaal Service Centrum Oost-Nederland en de medewerker aldaar - de woorden toe te voegen: “Ehm, hé het is heel belangrijk dat jij even aan de wijkagent doorgeeft, dat als hij met zijn grote kankersmoel mij niet gaat helpen aan een woning. (…)”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
feit 3 hij, op of omstreeks 27 maart 2025, te Utrecht, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een bericht via e-mail te sturen, inhoudende (onder meer) “bedoel zal ik anders met een machine geweer alles naar de kanker gaan schieten gewoon? ik heb geen zin in sleep in hoor. en ook niet in begeleiding... vragen stellen mag he .. is nog niet dat ik zeg ermee dat ik doe dus ik mag altijd vragen of ik de kankerzooi zal neerschieten oke mail maar naar politie jullie = maatschappij.. niet direct persoonlijk jullie”,althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
feit 4 hij, op of omstreeks 18 juni 2025, te Utrecht, althans in Nederland, [agent] (politieambtenaar bij politie […] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een terugbelverzoek achter te laten met daarin de tekst: “Dag [agent] , vieze huichelaar. Zal ik je keer van achter door je kk hoofd komen schieten? Viese kanker hufter Beetje me in de zeik nemen .. me jaren lang negeren me mn huis erdoor uitlaten zetten doordat je die meldingen niet serieus neemt . Kom gewoon van achter naar binnen in je vieze kanker hufter kut joden hoofd he Voornaam Je kk moeder Tussenvoegsel Je kknmoed Achternaam Je kanker moeder Straatnaam Je kanker moeder Huisnummer [huisnummer] Huisnummer toevoeging [huisnummer] Postcode [postcode] Woonplaats [woonplaats] Telefoonnummer [telefoonnummer] Email [e-mail adres] @gmail.com”;
feit 5 primair hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 23 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door veelvuldig, althans meermalen, op (onder meer) Grindr en/of Bullchat en/of Facebook bedreigende en/of beledigende en/of lasterlijke en/of opruiende berichten te plaatsen over en/of met verwijzingen naar en/of gericht aan die [slachtoffer 3] , met het oogmerk die [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 5 subsidiair hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 23 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 3] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door- op een website van Bullchat een account/profiel aan te maken, waarbij een deel van de profielgegevens (sterk) gelijkend zijn op de gegevens van die [slachtoffer 3] en/of- daarop een foto van die [slachtoffer 3] te plaatsen en/of- (vervolgens) een of meerdere bijschrift(en) te plaatsen met daarin (onder meer) de tekst(en):o “Ik ben eigenaar van bodytalk en pdfl.. Ik regel kndrn voor seks met klanten binnen de pdscene. Ik hoor door mijn hoofd gekakt te worden." en/ofo “Weg met alle Palestijnen! Wij zijn Joden en die horen er! Geen moslims in ons land! Alle knddnrrnn van moslims horen vrkrcht te worden, daar houden wij als homosexuele Joodse mensen van & vinden wij geil! Alleen blanke westerse mensen welkom in Body Talk.” en/ofo “Wij staan er achter dat er krdndrnen binnen de gayscene worden gedkdnapped gedroggeerrrd en vrrkrracht.. wij vinden dat lekker gezamenlijk als homo cafe en we er een gemeenschap zijn binnen het café.” en/ofo “Feibe wil kleutterttjes snot laten eten en erna in hun keel urineren.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- op Facebook een of meer berichten te plaatsen met daarin (onder meer) de tekst(en) dat Body Talk de deelname van Israël zou steunen tijdens Songfestival en/of dat Body Talk tegen Palestina en/of Palestijnen zou zijn, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 6 hij, op of omstreeks 19 september 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk, door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 4] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door- op een website van Bullchat een account/profiel aan te maken, waarbij (een deel van de profielgegevens (sterk) gelijkend zijn op de gegevens van die [slachtoffer 4] en/of- op een website van Bullchat een foto van die [slachtoffer 4] te plaatsen en/of- (vervolgens) een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: " [slachtoffer 4] .. zoekt tienerss. Zoek tiener die me in mijn kont wil neuken voor eerste keer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 7
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 oktober 2025 tot en met 6 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk, door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of de goede naam van [aangever 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door- op een website van Bullchat een account/profiel aan te maken, waarbij (een deel van de profielgegevens (sterk) gelijkend zijn op de gegevens van die [aangever 1] en/of- op een website van Bullchat een foto van die [aangever 1] te plaatsen en/of- (vervolgens) een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: “H.eil H.itler tell 113”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 8 hij, op of omstreeks 7 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk, door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of de goede naam van [aangever 2] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door- op een website van Bullchat een account/profiel aan te maken, waarbij (een deel van de profielgegevens (sterk) gelijkend zijn op de gegevens van die [aangever 2] en/of- op een website van Bullchat een foto van die [aangever 2] te plaatsen en/of- (vervolgens) een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: “H.eil H.itler”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
feit 9 hij, op of omstreeks 1 oktober 2025, te Amsterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door- op een website van Bullchat een foto van die [slachtoffer 5] te plaatsen en/of- (vervolgens) een bijschrift te plaatsen met daarin de tekst: “!K wil neergschtn worden" en/of “Omdat ik de chat niet sluit als Burgemeester van de stad waar de chatmods zitten.", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
De verklaring van de verdachte op de zitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De bedreiging en belediging van [wijkagent] heb ik gedaan. Dat was in de periode dat ik mijn huis uit werd gezet. Daardoor raakte ik in paniek, heb ik gebeld en dat gezegd.
De bedreiging van mijn bewindvoerder en de reclasseringsmedewerker (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) heb ik gedaan. Dat kwam ook door de situatie rondom mijn woning. Dat ik eruit werd gezet. Ik heb die e-mailberichten verstuurd. Ik ben over de schreef gegaan, dit keer ook naar hen toe.
Het zou kunnen dat de geuite bedreiging naar [agent] door mij is gedaan maar ik kan het me niet herinneren. Het zou best kunnen dat ik dat heb uitgesproken.
Ik maak gebruik van VPN Unlimited. Dat heb ik standaard op mijn telefoon aanstaan.
Proces-verbaal van bevindingen (overtreden schorsingsvoorwaarden), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op do 27 mrt 2025 om 09:01 schreef [e-mail adres verdachte] @gmail.com>:
Van: [e-mail adres verdachte] @gmail.com>
Date: do 27 mrt 2025 om 08:47
Subject: Re: Hoi [slachtoffer 1] ..
To: [slachtoffer 1] < [e-mail adres] .nl>
bedoel zal ik anders met een machine geweer alles naar de kanker gaan schieten
gewoon?
ik heb geen zin in sleep in hoor.
en ook niet in begeleiding ...
vragen stellen mag he .. is nog niet dat ik zeg ermee dat ik doe
dus ik mag altijd vragen of ik de kankerzooi zal neerschieten oke
mail maar naar politie
Van: [e-mail adres verdachte] @gmail.com>
Verzonden: donderdag 27 maart 2025 09:09
Aan: [slachtoffer 2] < [e-mail adres] .nl>; [slachtoffer 1]
< [e-mail adres] .nl>
Onderwerp: Re: Hoi [slachtoffer 1] ..
Jullie = maatschappij .. niet direct persoonlijk jullie
Proces-verbaal van aangifte door [agent] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 18 juni 2025, om 08:00 uur, was ik in dienst als politieambtenaar bij de politie […] . Ik zag dat er een terugbelverzoek vanuit het coördinatieportaal op mijn naam gezet was. Ik zag in de terugbelverzoek de volgende tekst staan:
'Dag [agent] , vieze huichelaar. Zal ik je keer van achter door je kk hoofd komen
schieten? Viese kanker hufter Beetje me in de zeik nemen .. me jaren lang negeren me
mn huis erdoor uitlaten zetten doordat je die meldingen niet serieus neemt . Kom gewoon van achter naar binnen in je vieze kanker hufter kut joden hoofd he Voornaam Je kk moeder Tussenvoegsel Je kknmoed Achternaam Je kanker moeder Straatnaam Je kanker moeder Huisnummer [huisnummer] Huisnummer toevoeging [huisnummer] Postcode [postcode] Woonplaats [woonplaats] Telefoonnummer [telefoonnummer] Email [e-mail adres] @gmail.com'.
Ik zag dat het IP-adres van de persoon het volgende betrof: [IP-adres] .
Ik moest direct denken aan de persoon: ' [verdachte] '.
Proces-verbaal aanvullend verhoor aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Nadat jij de bedreiging had gelezen, dacht jij direct dat [verdachte] , de verzender van dit bericht moet zijn. Waarom dacht jij dit?
A: [verdachte] is de enige persoon waar ik dit soort teksten van herken. Ik heb met niemand anders tijdens contacten soortgelijke berichten gehad. Ik kreeg dit soort berichten met soortgelijk taalgebruik vaker van [verdachte] binnen de tijd dat ik nog wijkagent van hem was. Het is mij bekend dat [verdachte] recent zijn woning uit is gezet. Ik ben nooit bij andere casussen betrokken geweest dat mensen die hun woning uit zijn gezet, op soortgelijke wijze communiceren. Verder heeft de bedreiger het over jarenlang negeren van zijn meldingen. Het is mij bekend dat [verdachte] van mening is dat ik zijn meldingen niet serieus heb genomen.
V: Heeft [verdachte] jou eerder benaderd via de servicemodule/coördinatieportaal?
A: Ja, met terugbelverzoeken.
V: Heeft [verdachte] eerder berichten aan jou gericht gestuurd waarbij hij bepaalde scheldwoorden gebruikte?
A: Ja dit heeft hij eerder gedaan via de servicemodule/coördinatieportaal van politie.nl. Hierbij schold hij dan met het woord "kanker", of gebruikte de afkorting "kk".
Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek IP-adres), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit een CIOT-bevraging naar het IP-adres [IP-adres] bleek dat het IP-adres behoorde bij het bedrijf [bedrijf] . Uit nader onderzoek bleek dat het betreffende deel van de server in gebruik is bij [naam] . Een zoekslag op internet naar [naam] leverde op dat [naam] de maker is van de softwareapp VPN Unlimited. Het VPN bedrijf achter het IP adres waarvandaan de bedreiging is verstuurd is hetzelfde VPN bedrijf van de applicatie op de telefoon van [verdachte] .