ECLI:NL:RBMNE:2026:2247

ECLI:NL:RBMNE:2026:2247

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 12181218 \ UV EXPL 26-88 RvdH/1037
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verbeurde dwangsommen na overtreding contactverboden en verhoging van maximum dwangsom voor nieuwe overtredingen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12181218 \ UV EXPL 26-88 RvdH/1037

Vonnis in kort geding van 8 mei 2026

in de zaak van

de stichting

HET STICHT, stichting voor Katholiek en Algemeen Bijzonder Primair Onderwijs,

gevestigd in Zeist,

eisende partij,

hierna te noemen: Het Sticht,

gemachtigde: mr. D. Andringa en mr. S.L.D. van den Brink,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 17, - de e-mails van 10, 13 en 18 april 2026 van [gedaagde partij] met onder meer zijn (aanvullend) verweer en verschillende bijlagen,

- de akte van Het Sticht met producties 18 tot en met 22,

- de e-mail van 22 april 2026 van [gedaagde partij] met zijn reactie op de akte van Het Sticht, - de mondelinge behandeling van 24 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van Het Sticht.

De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2. De achtergrond

De relatie tussen partijen

Het Sticht is een onderwijsstichting met acht basisscholen. In de periode van 14 augustus 2023 tot 4 november 2023 had [gedaagde partij] de leiding over één van die basisscholen. Het Sticht heeft de met [gedaagde partij] gesloten ‘Tweepartijenovereenkomst van opdracht’ op 4 november 2023 beëindigd.

De procedure die heeft geleid tot het vonnis van 3 juli 2024

[gedaagde partij] heeft in een procedure bij deze rechtbank (zaaknummer 10872251 UC EXPL 24-194) wedertewerkstelling gevorderd. Het Sticht heeft in die procedure diverse tegenvorderingen geformuleerd die – kort gezegd – tot doel hadden dat [gedaagde partij] stopte met het versturen van berichten over organisatieaangelegenheden van [gedaagde partij] aan mensen binnen en buiten de organisatie.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 3 juli 2024 heeft de kantonrechter de vordering van [gedaagde partij] tot wedertewerkstelling afgewezen en de tegenvorderingen van Het Sticht toegewezen als volgt:

gebiedt [gedaagde partij] om tegenover derden (waaronder wordt verstaan: alle natuurlijke personen en rechtspersonen die geen (leden van een) bestuurlijk en/of toezichthoudend orgaan zijn van Het Sticht) strikte geheimhouding te betrachten ter zake van alle informatie waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht bij Het Sticht kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen, voor zover het gaat om organisatieaangelegenheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze geheim of vertrouwelijk zijn en verbiedt [gedaagde partij] om dergelijke informatie in zijn contacten met genoemde derden te gebruiken;

verbiedt [gedaagde partij] om, behoudens een uitdrukkelijk andersluidend verzoek van of namens Het Sticht, (organen van) Het Sticht in woord of (elektronisch) geschrift te benaderen, voor zover het gaat om organisatieaangelegenheden van Het Sticht in de ruimste zin van het woord;

verbiedt [gedaagde partij] om, al dan niet op zijn initiatief, contact te hebben met individuele medewerkers respectievelijk opdrachtnemers van Het Sticht, voor zover het gaat over organisatieaangelegenheden van Het Sticht in de ruimste zin van het woord;

verbiedt [gedaagde partij] om, al dan niet op zijn initiatief, contact te hebben met derden (waaronder wordt verstaan: alle natuurlijke personen en rechtspersonen die niet behoren tot de hiervoor onder 4.5 tot en met 4.7 genoemde categorieën) over organisatieaangelegenheden van Het Sticht in de ruimste zin van het woord;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan Het Sticht van een dwangsom van € 5.000 voor iedere overtreding van het onder 4.5 tot en met 4.8 bepaalde, tot een maximum van € 50.000.

[gedaagde partij] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 juli 2024. Het hoger beroep is nog niet op zitting behandeld.

De procedure die heeft geleid tot het vonnis van 25 februari 2025

In een brief van 12 december 2024 heeft Het Sticht aan [gedaagde partij] gemeld dat hij zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan overtreding van het vonnis van 3 juli 2024. Volgens Het Sticht heeft [gedaagde partij] het maximumbedrag van € 50.000,00 aan dwangsommen verbeurd. Het Sticht heeft [gedaagde partij] gesommeerd dit bedrag uiterlijk 13 december 2024 over te maken aan Het Sticht. Op 30 januari 2025 heeft Het Sticht [gedaagde partij] opnieuw gesommeerd het bedrag van € 50.000,00 aan [gedaagde partij] over te maken. Het Sticht heeft bovendien geconstateerd dat [gedaagde partij] ook na 12 december 2024 de ge- en verboden in het vonnis heeft overtreden.

[gedaagde partij] is hierna een kortgedingprocedure bij de kantonrechter begonnen waarin hij heeft gevorderd dat de executie van het vonnis van 3 juli 2024 wordt gestaakt. Het Sticht heeft in reconventie gevorderd dat de kantonrechter voorshands vaststelt dat het maximum aan verbeurde dwangsommen is bereikt en dat de kantonrechter de dwangsom en het maximum verhoogt.

In het vonnis van 25 februari 2025 heeft de kantonrechter de vordering van [gedaagde partij] afgewezen. De kantonrechter heeft voorshands vastgesteld dat het maximum aan verbeurde dwangsommen ter zake de veroordeling zoals opgelegd aan [gedaagde partij] bij vonnis van 3 juli 2024 is bereikt en dat [gedaagde partij] aan Het Sticht een dwangsom moet betalen van € 10.000,00 voor iedere keer dat hij na betekening van dit vonnis niet aan de in 4.5. tot en met 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 uitgesproken veroordeling voldoet, totdat opnieuw door hem € 50.000,00 aan dwangsommen zal zijn verbeurd. De kantonrechter heeft het maximum aan te verbeuren dwangsommen verhoogd tot € 100.000,00.

De onderhavige procedure

Volgens Het Sticht heeft [gedaagde partij] de verboden (opnieuw) overtreden en dwangsommen verbeurd. Daarom vordert zij in deze procedure dat de kantonrechter voorshands oordeelt dat het (verhoogde) maximum van € 50.000,00 aan verbeurde dwangsommen zoals opgelegd in het vonnis van 25 februari 2025 is bereikt. Het Sticht vordert ook dat de dwangsom per overtreding wordt verhoogd tot € 25.0000,00 en het maximum aan te verbeuren dwangsom tot € 500.000,00.

3. De beoordeling

De kantonrechter stelt vast dat het eerder opgelegde maximum aan dwangsommen is verbeurd en verhoogt het maximum tot een bedrag van (totaal) € 150.000,00. De dwangsom per overtreding blijft ongewijzigd. Hierna wordt deze beslissing uitgelegd.

Het Sticht heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Het Sticht daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Omdat [gedaagde partij] ook recent nog berichten heeft verstuurd die volgens Het Sticht onder het gebod en de verboden uit het vonnis van 3 juli 2024 vallen en deze berichten volgens Het Sticht schadelijk zijn, is de kantonrechter van oordeel dat Het Sticht een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. De zaak leent zich bovendien voor een beoordeling in kort geding.

Het beoordelingskader

De kantonrechter moet beoordelen of de voorwaarden zijn vervuld waaronder de dwangsom verschuldigd is. Ook bij die beoordeling heeft de kantonrechter nadrukkelijk niet de taak om de door de bodemrechter (in het vonnis van 3 juli 2024) besliste rechtsverhouding opnieuw te beoordelen.

De kantonrechter moet de handelingen van [gedaagde partij] , die volgens Het Sticht een overtreding vormen van de in het vonnis neergelegde verplichtingen, toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Als de veroordeling, zoals in dit geval, mede een verbod betreft, is op grond van vaste rechtspraak de draagwijdte van dat verbod beperkt te achten tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat die, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken als door de rechter verboden opleveren. De stelplicht en de bewijslast dat dwangsommen zijn verbeurd rusten in de executiefase op de schouders van de executant - Het Sticht. In het kader van dit kort geding betekent dit dat Het Sticht de voor de beoordeling relevante feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk moet hebben gemaakt.

[gedaagde partij] heeft het gebod en de verboden uit het vonnis van 3 juli 2024 opnieuw overtreden

Het Sticht stelt dat [gedaagde partij] na het vonnis van 25 februari 2025 het gebod en de verboden uit het vonnis van 3 juli 2024 opnieuw meerdere malen heeft overtreden. Het Sticht heeft een aantal e-mailberichten overgelegd en daarbij gemotiveerd toegelicht waarom zij vindt dat [gedaagde partij] met de betreffende uitlatingen, die [gedaagde partij] heeft geciteerd, de verboden in het vonnis heeft overtreden. De kantonrechter zal de berichten die [gedaagde partij] heeft geschreven en op grond waarvan volgens Het Sticht dwangsommen zijn verbeurd, hierna dus (voorlopig) toetsen aan de inhoud van de veroordelingen 4.5. tot en met 4.8. in het vonnis van 3 juli 2024.

[gedaagde partij] voert in het algemeen aan dat zijn uitlatingen in alle genoemde gevallen vallen onder wettelijk beschermde klokkenluidersactiviteiten. Dat [gedaagde partij] klokkenluider is in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders is in deze procedure voorshands niet aannemelijk geworden. Of de uitlatingen van [gedaagde partij] vallen onder wettelijk beschermde klokkenluidersactiviteiten wordt daarom niet beoordeeld.

De berichten van 6 mei 2025 en 8 juni 2025 aan Hendrikx Advocaten

De advocaten van Het Sticht (Hendrikx Advocaten) zijn opdrachtnemers van Het Sticht als bedoeld in artikel 4.7. van het vonnis van 3 juli 2024. Omdat [gedaagde partij] hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 3 juli 2024 moet communicatie tussen [gedaagde partij] en de advocaten van Het Sticht wel mogelijk zijn. [gedaagde partij] heeft verschillende berichten aan (medewerkers van) Hendrikx Advocaten verstuurd.

Het e-mailbericht van 6 mei 2025 (productie 7 bij de dagvaarding) van [gedaagde partij] ziet niet op ‘gewone communicatie’ over de procedure. [gedaagde partij] weidt namelijk uit over organisatieaangelegenheden van Het Sticht, waaronder een audit bij Het Sticht en hoe volgens hem de auditeur en het proces door het personeel werden ervaren. [gedaagde partij] voert aan dat deze toelichting relevant is, maar ook als dat objectief gezien waar is, geldt dat hij die volgens het vonnis van 3 juli 2024 niet met de geadresseerde had mogen delen. [gedaagde partij] heeft hiermee het verbod uit 4.7. van het vonnis van 3 juli 2024 overtreden.

Ook in zijn brief van 8 juni 2025 (productie 10 bij de dagvaarding) aan Hendrikx advocaten, weidt [gedaagde partij] uit over organisatieaangelegenheden van Het Sticht. De kantonrechter is van oordeel dat (in ieder geval een deel van) de inhoud van de brief ook verder reikt dan de toegestane ‘gewone communicatie’ over de lopende procedure. [gedaagde partij] schrijft namelijk over een (voormalig) bestuurder, zijn indruk van hem en wat er volgens hem door derden over hem werd gezegd. Ook schrijft [gedaagde partij] over (vermeende) standpunten van de Raad van Toezicht. Volgens [gedaagde partij] is deze brief een reactie op een actie van Het Sticht zelf, maar nog los van dat onduidelijk is welke actie van Het Sticht [gedaagde partij] hier precies bedoelt, is dit op zichzelf niet relevant voor de beoordeling van de vraag of [gedaagde partij] het vonnis van 3 juli 2024 heeft nageleefd. [gedaagde partij] had zich aan het verbod te houden. [gedaagde partij] heeft met zijn brief van 8 juni 2025 het verbod uit 4.7. van het vonnis van 3 juli 2024 overtreden.

De berichten van 2 juni 2025 en 10 juni 2025 aan Stichting COPV

Een voormalig bestuurder van Het Sticht is nu werkzaam bij een ander schoolbestuur: Stichting COPV. [gedaagde partij] heeft volgens Het Sticht twee berichten aan deze stichting verzonden waarin hij over organisatieaangelegenheden van Het Sticht vertelt.

In het e-mailbericht van 2 juni 2025 (productie 9 bij de dagvaarding) schrijft [gedaagde partij] dat het personeel de betreffende bestuurder volgens hem al snel zat was en dat [gedaagde partij] door hem is ingehuurd om de koepel en hemzelf te helpen. [gedaagde partij] zegt over dit bericht dat deze stichting contact met hem heeft gezocht, maar ook als dat zo is staat het [gedaagde partij] niet vrij om zich (op deze wijze) uit te laten over interne organisatieaangelegenheden en had hij dat aan de stichting kunnen laten weten. [gedaagde partij] heeft met deze e-mail het verbod uit 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 overtreden.

In het e-mailbericht van 10 juni 2025 (productie 11 bij de dagvaarding) schrijft [gedaagde partij] volgens Het Sticht opnieuw over een interne organisatieaangelegenheid en de kantonrechter volgt Het Sticht daarin. Anders dan [gedaagde partij] stelt, gaat het bericht althans gaan delen van het bericht wel over de interne organisatie van Het Sticht, namelijk over het vermeende functioneren van de heer [A] in de periode dat hij bestuurder was van Het Sticht. [gedaagde partij] heeft ook met deze e-mail het verbod uit 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 overtreden.

Het bericht van 28 mei 2025 aan de deurwaarder

Ook in het bericht van 28 mei 2025 (productie 8 bij de dagvaarding) heeft [gedaagde partij] zich uitgelaten over interne organisatieaangelegenheden van Het Sticht. Dat heeft [gedaagde partij] op zichzelf ook niet betwist, hij merkt alleen op dat het deurwaarderskantoor inmiddels ‘verdwenen’ is en dat de deurwaarder ook verbaasd was over de gang van zaken bij Het Sticht. Deze opmerkingen zijn echter niet relevant bij de beoordeling van de vraag of [gedaagde partij] het verbod heeft overtreden. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde partij] de verboden uit 4.7. en 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 heeft overtreden door aan de door Het Sticht ingeschakelde deurwaarder te schrijven over de door hem gestelde onrust, spanningen en weerstand binnen Het Sticht.

Conclusie

Het maximum aan dwangsommen uit het vonnis van 25 februari 2025 is verbeurd

De kantonrechter is voorshands van oordeel dat ten aanzien van in ieder geval de hiervoor genoemde vijf berichten van [gedaagde partij] moet worden geconcludeerd dat [gedaagde partij] daarin uitlatingen heeft gedaan waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat die, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken zijn op de verboden in het vonnis van 3 juli 2024. Dit betekent dat voorshands ook voldoende aannemelijk is dat [gedaagde partij] het (verhoogde) maximum aan dwangsommen van € 50.000,00 heeft verbeurd. Een bespreking van de overige door Het Sticht gestelde overtredingen kan daarom achterwege blijven.

Het maximum wordt opnieuw verhoogd

In de rechtspraak is aanvaard dat de mogelijkheid tot verhoging van een opgelegde dwangsom open staat als sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder ook wordt verstaan het feit dat inmiddels is gebleken dat de eerder opgelegde dwangsom een onvoldoende prikkel heeft gevormd voor nakoming. Deze situatie doet zich hier voor, zoals het hierna blijkt.

In totaal heeft [gedaagde partij] nu € 100.000,00 aan dwangsommen verbeurd. Hoewel hij tijdens de zitting heeft verklaard dat de uitlatingen hem in feite geen geld kosten, omdat hij geen verhaal biedt, is de kantonrechter van oordeel dat Het Sticht er nog steeds belang bij heeft dat aan het gebod en de verboden uit het vonnis van 3 juli 2024 een dwangsom wordt verbonden. De tot nu toe opgelegde dwangsom was geen prikkel voor [gedaagde partij] om te stoppen met de verboden uitlatingen. Tijdens de zitting is namens Het Sticht verklaard dat zij (althans haar medewerkers) daar veel last van heeft; zij wordt naar aanleiding van die uitlatingen door derden bevraagd en de uitlatingen schaden haar reputatie. De kring van personen en organisaties waaraan [gedaagde partij] zijn berichten verstuurt breidt zich uit en de belastende informatie wordt dus steeds verder verspreid. Het belang van Het Sticht dat [gedaagde partij] zich houdt aan de uitspraak van de bodemrechter is daardoor onverminderd aanwezig. Volgens Het Sticht biedt [gedaagde partij] overigens wel verhaal, omdat hij een eigen woning bezit.

De kantonrechter zal [gedaagde partij] veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere keer dat hij na betekening van dit vonnis niet voldoet aan de in 4.5. tot en met 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 uitgesproken veroordeling. Daaraan zal de kantonrechter een maximum verbinden van opnieuw € 50.000,00. Dit maximum moet vooralsnog als een voldoende prikkel tot nakoming worden beschouwd, mede nu het [gedaagde partij] door dit vonnis duidelijk moet zijn dat dwangsommen niet voor niets worden opgelegd en daadwerkelijk worden verbeurd. Samen met de reeds verbeurde dwangsommen uit hoofde van het vonnis van 3 juli 2024 van totaal € 50.000,00 en uit het vonnis van 25 februari 2025 van totaal € 50.000,00 wordt het totale nieuwe maximum dus € 150.000,00.

De toegewezen dwangsom is lager dan door Het Sticht gevorderd, omdat er onvoldoende aanleiding is om de dwangsom per overtreding te verhogen. Eerder weerhield de dwangsom van de toegewezen omvang [gedaagde partij] er weliswaar niet van om uitlatingen te doen, maar de situatie is nu anders omdat er inmiddels € 100.000,00 aan dwangsommen zijn verbeurd. De kantonrechter acht onder deze omstandigheden een maximum van € 50.000,00 (in totaal € 150.000,00) redelijk.

[gedaagde partij] moet de proceskosten van Het Sticht betalen

[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Het Sticht worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,02

- griffierecht

1.504,00

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.666,02

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

verstaat voorshands dat € 50.000,00 aan verbeurde dwangsommen ter zake de veroordeling zoals opgelegd aan [gedaagde partij] bij vonnis van 25 februari 2025 (onder verwijzing naar het vonnis van 3 juli 2024) is bereikt,

veroordeelt [gedaagde partij] om aan Het Sticht een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere keer dat hij na betekening van dit vonnis niet aan de in 4.5. tot en met 4.8. van het vonnis van 3 juli 2024 uitgesproken veroordeling voldoet, totdat opnieuw door hem

€ 50.000,00 aan dwangsommen zal zijn verbeurd, ofwel verhoogt het maximum aan te verbeuren dwangsommen tot € 150.000,00,

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 2.666,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand