ECLI:NL:RBMNE:2026:2254

ECLI:NL:RBMNE:2026:2254

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/16/597313 / FO RK 25-945
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vervangende toestemming voor erkenning, voorlopige omgangsregeling, nog geen beslissing over gezag en definitieve omgangsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/597313 / FO RK 25-945

erkenning, gezag, omgang

Beschikking van 9 april 2026

in de zaak van:

[de man] ,

wonende in [plaats 1] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. N. van Amsterdam,

tegen

[de moeder] ,

wonende in [plaats 2] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J. van Andel,

met als belanghebbende

mr. L.M. Bongers,

kantoorhoudende in Wijk bij Duurstede,

als bijzondere curator over het kind [minderjarige].

1. De procedure

De man heeft op 25 juli 2025 een verzoekschrift ingediend, met bijlagen.

In de beschikking van 27 augustus 2025 heeft de rechtbank mr. Bongers benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor zijn belang.

Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het advies van 20 oktober 2025 van de bijzondere curator;

het bericht van 5 november 2025 van de man;

het bericht van 2 maart 2026 van de man, met bijlagen;

het verweerschrift van de moeder, binnengekomen op 9 maart 2026;

het bericht van 9 maart 2026 van de moeder, met bijlagen;

het bericht van 11 maart 2026 van de man;

3 bijlagen van de man, binnengekomen op 11 maart 2026.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

de man met zijn advocaat,

de moeder met haar advocaat,

de bijzondere curator,

mevrouw [A.] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.

2. Waar de procedure over gaat

De moeder en de man hebben eenmalig geslachtsgemeenschap gehad.

De moeder is daarna bevallen van een zoon:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .

[minderjarige] is niet erkend.

De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat de moeder de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mag nemen.

Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

De man verzoekt om hem toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] . Dat wil zeggen dat de man voortaan in juridische zin als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt. De man stelt dat hij de biologische vader is van [minderjarige] . Eerst verzocht de man ook om opdracht te geven voor een DNA-onderzoek, maar de man heeft dit verzoek tijdens de procedure ingetrokken, omdat hij geen twijfels heeft over zijn verwekkerschap.

Ook verzoekt de man om samen met de moeder te worden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Daarnaast verzoekt de man om een zorgregeling/omgangsregeling vast te stellen tussen [minderjarige] en hem, waarbij [minderjarige] om de week het weekend bij de man verblijft.

De moeder heeft verweer gevoerd.

De bijzondere curator heeft geadviseerd om vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] door de man.

De rechtbank heeft bij beschikking van 5 september 2025, als provisionele voorziening, een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de man en [minderjarige] iedere zondag drie uren omgang met elkaar hebben.

Bij vonnis in kort geding van 18 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter de moeder veroordeeld tot nakoming van de omgangsregeling zoals vastgesteld in de uitspraak van 5 september 2025, in die zin dat de man en [minderjarige] iedere zondag drie uur omgang met elkaar hebben zonder de aanwezigheid van de vrouw.

3. De beoordeling

Conclusie

De rechtbank zal toestemming verlenen aan de man om [minderjarige] te erkennen.

Daarnaast zal de rechtbank een voorlopige omgangsregeling vaststellen tussen de man en [minderjarige] . Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

De rechtbank zal de verdere behandeling van de verzoeken over het gezag en de definitieve omgangsregeling aanhouden, in afwachting van het verloop en de uitkomst van de hulpverlening.

Erkenning

De rechtbank zal toestemming verlenen aan de man om [minderjarige] te erkennen. Dit wordt hierna toegelicht.

Tussen partijen staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige] . Het uitgangspunt van de wet is dat zowel het kind als de verwekker er recht op hebben dat hun familieband officieel wordt vastgelegd.

De rechter kan alleen in uitzonderlijke gevallen weigeren om vervangende toestemming te geven voor de erkenning. Dit kan als door de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind worden geschaad of als een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.

De rechtbank vindt het in het belang van (de identiteitsontwikkeling van) [minderjarige] dat officieel wordt vastgelegd wie zijn vader is. Niet is gebleken dat de erkenning door de man de ontwikkeling van [minderjarige] zal schaden of de relatie tussen de moeder en [minderjarige] zal verstoren.

Bij de moeder is sprake van (emotionele) weerstand tegen de erkenning van [minderjarige] door de man. Volgens de moeder is de zwangerschap ontstaan uit een situatie waarbij de man haar grenzen niet heeft gerespecteerd. Dit heeft bij de moeder tot PTSS geleid en zij staat op de wachtlijst voor EMDR therapie. De moeder heeft weinig vertrouwen in de man en in zijn opvoedingsvaardigheden. Zij wil afwachten hoe de omgang zal verlopen en hoe de man zijn vaderrol gaat invullen. Dit is begrijpelijk, maar voor de rechtbank onvoldoende reden om geen toestemming voor de erkenning te verlenen.

Volgens de rechtbank zal de band tussen [minderjarige] en de moeder niet veranderen door enkel de erkenning. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming zijn het daarmee eens. Door de erkenning wordt alleen de juridische werkelijkheid in overeenstemming gebracht met de biologische werkelijkheid, door de man te vermelden op de geboorteakte van [minderjarige] als zijn vader. De rechter vindt het belangrijk dat in officiële papieren staat wie de vader is van [minderjarige] , zodat niemand daarover later kan twijfelen. Enkel door de erkenning krijgt de man geen zeggenschap over [minderjarige] .

Zodra deze beslissing onherroepelijk is, kan de man met deze beslissing naar de gemeente gaan om de erkenning te regelen. De man moet dus nog zelf actie ondernemen, anders vindt de erkenning niet plaats.

Gezag en omgang

De rechtbank zal nu nog geen beslissing nemen over het gezag en de definitieve omgangsregeling. De behandeling van deze verzoeken wordt aangehouden voor de duur van een jaar, in afwachting van het verloop van het hulpverleningstraject dat partijen gaan volgen.

Partijen zijn via het CJG aangemeld voor een ouderschapstraject bij [instelling] . Dit traject zal waarschijnlijk in juni 2026 starten. Partijen willen hulp om te werken aan hun onderlinge vertrouwen, hun communicatie en de invulling van hun ouderschap. Daarnaast is het de bedoeling dat partijen tijdens het ouderschapstraject het verloop van de voorlopige omgangsregeling met elkaar evalueren. De rechtbank vindt het positief dat partijen hulp hebben gezocht en hoopt dat het partijen lukt om tijdens het traject samen afspraken te maken over de verzoeken die voorliggen.

Voorlopige omgangsregeling

De rechtbank zal de huidige omgangsregeling uitbreiden met een uur, waardoor de man voortaan iedere zondag van 10.00 uur tot 14.00 uur omgang zal hebben met [minderjarige] . De rechtbank ziet verder geen aanleiding om de frequentie en/of duur van de omgangsregeling uit te breiden vooruitlopend op het hulpverleningstraject dat partijen gaan volgen. Dit wordt hierna toegelicht.

De uitbreiding van de omgang van drie naar vier uur biedt de man meer mogelijkheden om iets met [minderjarige] te ondernemen. Gelet op de leeftijd van [minderjarige] moet deze omgangsregeling ook haalbaar zijn in combinatie met de borstvoeding die [minderjarige] nog krijgt. Voor de komende periode is het belangrijk dat bij de moeder het vertrouwen in de man en zijn opvoedingsvaardigheden zal groeien. Er is op dit moment regelmatig contact tussen de man en [minderjarige] , waardoor zij een band met elkaar kunnen opbouwen. Het is de bedoeling dat partijen tijdens het hulpverleningstraject samen afspraken gaan maken over de verdere uitbreiding van de omgangsregeling. De rechtbank zal hier verder niet op vooruitlopen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De man heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen ten aanzien van de toestemming voor de erkenning. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4. De beslissing

De rechtbank:

verleent aan [de man], geboren op [geboortedatum 2] 2000 in

[geboorteplaats 2] , toestemming om te erkennen:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ;

stelt de volgende voorlopige omgangsregeling vast:

De man zal iedere zondag van 10.00 uur tot 14.00 uur omgang hebben met [minderjarige] ;

verklaart deze beschikking ten aanzien van 4.2. uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van de verzoeken over het gezag en de definitieve omgangsregeling pro forma aan tot 9 april 2027,

met verzoek aan de beide advocaten om de rechtbank voor die datum schriftelijk te informeren over het verloop van het ouderschapstraject en de voorlopige omgangsregeling en daarnaast te laten weten:

of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;

of een nieuwe zitting nodig is;

of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Verouden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand