ECLI:NL:RBMNE:2026:2268

ECLI:NL:RBMNE:2026:2268

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer UTR 24/7716
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

MK. Faunabeheerplan. Deze uitspraak gaat over de vraag welke toetsingscriteria gedeputeerde staten moeten betrekken bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor het onderdeel jacht. Volgens eiseres hebben gedeputeerde staten bij het goedkeuren van het faunabeheerplan ten onrechte niet beoordeeld wat de staat van instandhouding is van de wildsoorten en of de wildsoorten schade veroorzaken. De rechtbank oordeelt dat gedeputeerde staten de staat van instandhouding en de door wildsoorten veroorzaakte schade niet hoeven te betrekken bij een besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht. Daaraan ligt onder andere ten grondslag dat wildsoorten een aparte categorie vormen binnen het beschermingsregime van de Wnb en dat de bevoegdheid tot jagen op de wildsoorten niet is gekoppeld aan de goedkeuring van het faunabeheerplan voor de jacht, maar aan het openstellen van de jacht op een wildsoort. Bij de vraag of de jacht op een soort al dan niet kan worden opgesteld wordt de staat van instandhouding van de soort betrokken. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

Stichting De Faunabescherming, gevestigd in Amstelveen, eiseres

(gemachtigde: mr. L. Mohammad),

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder,

(gemachtigde: mr. R. Bassie).

Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: de Faunabeheereenheid Flevoland gevestigd in Lelystad, de Wildbeheereenheid Zuidelijk Flevoland uit Vaassen, de Wildbeheereenheid Noordoostpolder uit Espel en de Wildbeheereenheid Oostelijk Flevoland uit Dronten.

Partijen worden in deze uitspraak eiseres, gedeputeerde staten, de Faunabeheereenheid en de wildbeheereenheden genoemd.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het Faunabeheerplan Jacht- en vrijgestelde soorten 2024-2028 (hierna: het faunabeheerplan) dat de Faunabeheereenheid op 30 november 2023 heeft vastgesteld. De Faunabeheereenheid is verplicht om een faunabeheerplan vast te stellen met daarin informatie over de manier waarop fauna-activiteiten zoals populatiebeheer, schadebestrijding en jacht in het werkgebied moeten plaatsvinden. Nadat een faunabeheerplan is vastgesteld behoeft het goedkeuring door gedeputeerde staten.

2. Gedeputeerde staten hebben het faunabeheerplan met het besluit van 20 december 2023 (het primaire besluit) goedgekeurd. Eiseres is een stichting die opkomt voor de belangen van in het wild levende dieren. Zij vindt dat er geen jacht op wildsoorten moet plaatsvinden omdat het niet goed gaat met deze soorten. Eiseres is het daarom niet eens met de goedkeuring van het faunabeheerplan en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 16 oktober 2024 (het bestreden besluit) hebben gedeputeerde staten het bezwaar van eiseres, voor zover gericht tegen het onderdeel vrijgestelde soorten, gegrond verklaard. Bij de beslissing op bezwaar is besloten geen goedkeuring te verlenen aan dit onderdeel. Voor zover gericht tegen het onderdeel jacht is het bezwaar ongegrond verklaard. Het faunabeheerplan is voor dit onderdeel, de jacht op wildsoorten, in stand gebleven.

3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Het beroep van eiseres is behandeld op de zitting van 5 februari 2026. Eiseres heeft zich daarbij laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Gedeputeerde staten hebben zich laten vertegenwoordigen door [A] , bijgestaan door hun gemachtigde. De Faunabeheereenheid heeft zich laten vertegenwoordigen door [B] .

4. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank een schriftelijke reactie van 5 februari 2026 van de wildbeheereenheden ontvangen. Vervolgens is gebleken dat de wildbeheereenheden niet op de juiste wijze zijn uitgenodigd voor de zitting van 5 februari 2026. De rechtbank heeft daarop het onderzoek heropend. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van de wildbeheereenheden zoals verwoord in de reactie van 5 februari 2026. Gedeputeerde staten, eiseres en de Faunabeheereenheid hebben gereageerd. Op 13 maart 2026 heeft de rechtbank partijen gevraagd om toestemming voor het sluiten van het onderzoek zonder nadere zitting. Partijen hebben niet gereageerd. Het onderzoek is op 30 maart 2026 gesloten.

Overwegingen

Toetsingskader

5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet (de Aanvullingswet) in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Aanvullingswet een aanvraag om een besluit op grond van de Wnb is ingediend, dan blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, van de Aanvullingswet het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk is. Dit betekent dat op deze zaak de Wnb en bijbehorende wetten van toepassing zijn.

6. In de Wnb zijn de fazant, de wilde eend, de houtduif, de haas en het konijn als wild aangewezen. Uit artikel 3.20, eerste lid, van de Wnb volgt dat het de jachthouder is toegestaan om in zijn jachtveld wild te vangen, te doden en te verontrusten, en met het oog daarop op te sporen ter uitoefening van de jacht.

7. Uit artikel 3.20, derde lid, van de Wnb volgt dat een jachthouder datgene doet wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van het in zijn jachtveld aanwezige wild te handhaven, dan wel, te bereiken, en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild te voorkomen.

8. Artikel 3.22, eerste lid, van de Wnb bepaalt dat het verboden is om de jacht op wild uit te oefenen als de jacht op de betreffende soort niet is geopend. De (toenmalige) Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) bepaalt of de jacht op een wildsoort is geopend en / of er beperkingen gelden naar tijd of provincie. Dit volgt uit artikel 3.22, tweede lid, van de Wnb en artikel 3.5 van de Regeling natuurbescherming.

9. Uit artikel 3.22, vijfde lid, van de Wnb volgt dat de jacht niet wordt geopend op soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is.

Standpunten van partijen

10. Tussen partijen is in geschil welke toetsingscriteria gedeputeerde staten moeten hanteren bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor het onderdeel jacht.

11. Eiseres stelt zich op het standpunt dat gedeputeerde staten het faunabeheerplan in het kader van het goedkeuringsbesluit voor het onderdeel jacht óók moeten toetsen aan de Wnb. Volgens eiseres betekent dit dat gedeputeerde staten moeten beoordelen wat de staat van instandhouding is van de wildsoorten en of er sprake is van schade door de wildsoorten in de jachtperiode. Eiseres motiveert haar standpunt als volgt.

12. Uit artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb volgt dat de jacht alleen mag worden uitgeoefend overeenkomstig een goedgekeurd faunabeheerplan. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 april 2021 en 19 april 2023. Voor de aangewezen wildsoorten waarop gejaagd mag worden geldt volgens eiseres dat getoetst moet worden aan de staat van instandhouding van de wildsoort en of er door de wildsoort in de jachtperiode schade zal worden veroorzaakt. Eiseres baseert zich daarbij ook op het bepaalde in artikel 3.20, derde lid, van de Wnb. Hieruit volgt volgens eiseres dat de jachthouder moet zorgen voor een redelijke wildstand en dat dus de staat van instandhouding van de wildsoort niet mag verslechteren. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst eiseres op de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 december 2024. In deze uitspraak bevestigt de rechtbank Gelderland het hiervoor weergegeven standpunt van eiseres.

13. Eiseres heeft in haar beroepschrift vervolgens per wildsoort uiteengezet dat sprake is van een ongunstige staat van instandhouding en dat door de wildsoort veroorzaakte schade onvoldoende is aangetoond. Volgens eiseres is het goedkeuringsbesluit daarom in strijd met het bepaalde in artikel 3.20, derde lid, van de Wnb.

14. Gedeputeerde staten stellen zich op het standpunt dat het faunabeerplan voor het onderdeel jacht uitsluitend moet voldoen aan de criteria die volgen uit artikel 3.12 van de Wnb en de Omgevingsverordening van de provincie Flevoland (hierna: de Omgevingsverordening). Volgens gedeputeerde staten volgt hieruit niet dat bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor jachtsoorten de redelijke staat van instandhouding en de veroorzaakte schade door wildsoorten moet worden betrokken. Volgens gedeputeerde staten zijn de uitspraken van de Afdeling van 7 april 2021 en 19 april 2023 niet van toepassing op een faunabeheerplan voor wat betreft het aspect jacht.

Beoordeling door de rechtbank

15. De rechtbank oordeelt dat gedeputeerde staten de staat van instandhouding van een wildsoort en de door de wildsoort veroorzaakte schade in het jachtgebied niet hoeven te betrekken bij een besluit tot goedkeuring van het faunabeheerplan voor de jacht. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

16. De Wnb heeft voor de soorten die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de bijlage bij de Wnb, het uitgangspunt deze in stand te houden en te beschermen. Dit betekent dat het in beginsel verboden is om deze beschermde soorten te doden of te verstoren. Dit beschermingsregime is opgenomen in de paragrafen 3.1 tot en met 3.3 van de Wnb. Op dit beschermingsregime kan een uitzondering gemaakt worden door het verlenen van een ontheffing of vrijstelling. In dat kader moet worden beoordeeld of er een andere bevredigende oplossing bestaat, of er een noodzaak is tot het verlenen van de ontheffing of vrijstelling en of het verlenen van de vrijstelling of ontheffing niet leidt tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de soort. Uit de Wnb volgt niet dat dit beschermingsregime ook van toepassing is op wildsoorten. Deze wildsoorten zijn een in artikel 3.20, tweede lid, van de Wnb apart aangewezen categorie waarvoor het juist in afwijking van dit beschermingsregime is toegestaan ze te doden, te vangen of te verontrusten.

17. Gelet op het hiervoor beschreven onderscheid dat de Wnb maakt tussen beschermde soorten en de jacht op wildsoorten zijn de uitspraken van de Afdeling van 7 april 2021 en 19 april 2023 naar het oordeel van de rechtbank niet van toepassing op het goedkeuringsbesluit van het faunabeheerplan voor de jacht. Uit deze uitspraken volgt, kort samengevat, dat gedeputeerde staten bij de beoordeling van een faunabeheerplan de landelijke en provinciale vrijstellingen voor het doden of verstoren van beschermde soorten moeten toetsen aan het soortenbeschermingsregime uit de Wnb. Dit betekent dat gedeputeerde staten in het kader van de goedkeuring van een faunabeheerplan dat ziet op beschermde soorten moeten beoordelen of er een andere bevredigende oplossing bestaat, of er een noodzaak is voor het verlenen van de ontheffing of vrijstelling en of er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Deze uitspraken van de Afdeling gaan niet over de jacht op wildsoorten. De rechtbank ziet ook geen reden om deze uitspraken overeenkomstig toe te passen op deze wildsoorten. Zoals hiervoor weergegeven volgt uit de Wnb dat wildsoorten, in tegenstelling tot beschermde soorten, een aparte categorie vormen waarbij het doden, vangen en verontrusten met het oog op de jacht is toegestaan. De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar standpunt dat de uitspraken van de Afdeling over de landelijke en provinciale vrijstellingen ook van toepassing zijn op een goedkeuringsbesluit van een faunabeheerplan voor wildsoorten.

18. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht nodig is om op een wildsoort te kunnen jagen. Voor beschermde soorten geldt wel dat een vrijstelling pas kan worden gebruikt na goedkeuring van het faunabeheerplan. Voor wildsoorten is de bevoegdheid om te jagen in de Wnb echter niet gekoppeld aan de goedkeuring van het faunabeheerplan, maar aan het openstellen van de jacht op een wildsoort. Uit artikel 3.22 van de Wnb volgt dat de minister bevoegd is om de jacht op de wildsoorten open te stellen. De minister kan daarbij beperkingen stellen voor het jagen op wildsoorten naar tijd en plaats. Uit artikel 3.22, vijfde lid, van de Wnb volgt dat de jacht op een soort niet wordt opengesteld wanneer de staat van instandhouding in het geding is. Voor de wildsoorten is in de Wnb de beoordeling van de staat van instandhouding dus gekoppeld aan de bevoegdheid van de minister om de jacht al dan niet open te stellen en niet aan de goedkeuring van een faunabeheerplan. Gelet daarop hoeven gedeputeerde staten de staat van instandhouding niet bij de goedkeuring van het faunabeheerplan voor de jacht te betrekken. Eiseres heeft verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 september 2009, waaruit volgt dat de opening van de jacht moet worden getoetst aan artikel 7, vierde lid, van de Vogelrichtlijn. Ook die verwijzing maakt het voorgaande niet anders, nu de bevoegdheid tot het openen van de jacht bij de minister ligt, en niet volgt uit de goedkeuring van het faunabeheerplan.

19. De rechtbank ziet, anders dan eiseres betoogt, ook geen aanleiding voor het oordeel dat uit artikel 3.20, derde lid, van de Wnb volgt dat de staat van instandhouding van een wildsoort bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht moet worden betrokken. In dit artikel is een zorgplicht voor de jachthouder geformuleerd om in zijn jachtveld een redelijke stand van het aanwezige wild te handhaven en om schade te voorkomen. De redelijke wildstand kan naar het oordeel van de rechtbank niet gelijk gesteld worden met de staat van instandhouding van een soort zoals die volgt uit de Habitatrichtlijn. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt tijdens de zitting nog gewezen op de totstandkomingsgeschiedenis bij de Wnb. Daaruit volgt volgens eiseres dat het handhaven van een redelijke wildstand betekent dat de staat van instandhouding van een wildsoort niet wordt aangetast. De rechtbank oordeelt daarentegen dat het kamerstuk waar eiseres naar verwijst juist onderschrijft dat een onderscheid bestaat tussen de redelijke wildstand en de staat van instandhouding van een soort. In het betreffende kamerstuk staat dat “De enige maatstaf die uit de wet volgt, is dat het faunabeheerplan de jachthouder ruimte moet bieden om invulling te geven aan zijn verplichting om een redelijke wildstand op zijn jachtveld te handhaven of te bereiken (artikel 3.20, vierde lid).” Vervolgens volgt uit het kamerstuk dat het in eerste instantie aan de jachthouder is om te bepalen wanneer in de praktijk sprake is van een redelijke wildstand. Om te bepalen welke inspanningen nodig zijn om een redelijke wildstand te handhaven of te bereiken moet de jachthouder het goedgekeurde faunabeheerplan in acht nemen. Naar het oordeel van de rechtbank sluit deze toelichting aan bij de gegevens die in het faunabeheerplan voor de jacht ten aanzien van de wildsoorten zijn opgenomen. In het faunabeheerplan voor de jacht zijn immers gegevens opgenomen over de staat van instandhouding van de wildsoorten, maar ook over populatietrends en de door een soort veroorzaakte schade in een gebied. Dit betekent niet dat deze informatie, waaronder de staat van instandhouding en de veroorzaakte schade, betrokken moeten worden bij de goedkeuring van het faunabeheerplan voor de jacht. Zoals ook volgt uit de door eiseres aangehaalde totstandkomingsgeschiedenis bij de Wnb heeft de jachthouder deze informatie nodig om vast te stellen wat voor zijn jachtgebied een redelijke wildstand is en welke inspanningen nodig zijn voor het bereiken of handhaven daarvan.

20. De rechtbank ziet in de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 december 2024 geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtbank overweegt daarover dat het aan de rechtbank Gelderland voorliggende faunabeheerplan grotendeels ging over vrijgestelde soorten waarvoor, gelet op de uitspraken van de Afdeling van 7 april 2021 en 19 april 2023, een ander toetsingskader geldt. Voor zover de uitspraak van de rechtbank Gelderland ook ziet op wildsoorten oordeelt de rechtbank dat de enkele verwijzing naar het bepaalde in artikel 3.20, derde lid, van de Wnb te beperkt is om de conclusies van de rechtbank Gelderland te kunnen volgen.

Conclusie

21. Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de rechtbank oordeelt dat gedeputeerde staten de staat van instandhouding van een wildsoort en de door een wildsoort veroorzaakte schade niet hoeven te beoordelen bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht. Dit betekent dat de rechtbank ook niet toekomt aan de beoordeling van de inhoudelijke gronden van eiseres over de staat van instandhouding van de wildsoorten en de door de wildsoorten veroorzaakte schade.

22. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat het goedkeuringsbesluit van gedeputeerde staten over het faunabeheerplan voor de jacht in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, voorzitter, en mr. J. Wolbrink en mr. S. Kole, leden, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

(De griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen.)

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand