RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609416 / FV RK 26-857
Datum uitspraak: 13 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende bij [verblijfplaats] in [plaats] ,
advocaat: mr. B. van Elst.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 1 april 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , specialist ouderengeneeskunde;
[B] , verpleegkundige.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft dementie. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 26 maart 2026.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat betrokkene onvoldoende in staat is om voor zichzelf te zorgen of zelfstandig te functioneren. Hij heeft 24 uur per dag begeleiding en zorg nodig. De specialisten ouderengeneeskunde en de verpleegkundige hebben toegelicht dat betrokkene, dat er veel toezicht nodig is bij de meeste algemene dagelijkse levensverrichtingen en betrokkene veel zorg nodig heeft, met name in de ochtend. Betrokkene verzet zich tegen de opname en geeft herhaaldelijk aan dat hij niet bij Beukenstein - Silverein wil verblijven en terug wil naar huis.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.