ECLI:NL:RBMNE:2026:2347

ECLI:NL:RBMNE:2026:2347

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer UTR 25/5763
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen een aan hem door het CBR opgelegd Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG). Eiser moet de EMG volgen omdat hij 119 km/u zou hebben gereden binnen de bebouwde kom in Lelystad waar 50 km/u was toegestaan. Eiser vindt de EMG onterecht omdat hij stelt niet zo hard te hebben gereden en het CBR dit niet heeft bewezen. Daarnaast zijn de gevolgen groot voor eiser omdat hij beroepschauffeur is. De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht de EMG heeft opgelegd omdat het CBR mocht uitgaan van het proces-verbaal van de politie waaruit blijkt dat eiser te hard heeft gereden. Daarnaast is de EMG evenredig. Er is geen sprake van een uitzonderlijk geval waardoor het CBR had moeten afzien van het opleggen van de EMG aan eiser. Het CBR heeft eiser wel ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank passeert dat gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb omdat eiser niet is benadeeld door dit gebrek. De rechtbank ziet wel aanleiding om het CBR het griffierecht aan eiser te vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5763

en

(gemachtigde: mr. J.A. Launspach).

1. Deze uitspraak gaat over een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) die het CBR aan eiser heeft opgelegd omdat eiser binnen de bebouwde kom in Lelystad 69 km/u te hard zou hebben gereden. Concreet houdt de EMG in dat eiser een cursus moet volgen. Eiser is het niet eens met de EMG. Eiser stelt dat hij niet zo hard heeft gereden en dat het CBR dat niet heeft bewezen. Daarnaast vindt hij de EMG onevenredig omdat het grote gevolgen voor hem heeft als beroepschauffeur. Ook voelt eiser zich niet gehoord door het CBR. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het CBR de EMG terecht heeft opgelegd en of de EMG evenredig is.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CBR de EMG terecht heeft opgelegd en dat de EMG evenredig is. De rechtbank stelt echter vast dat eiser in de bezwaarfase geen hoorzitting heeft gehad bij het CBR. Omdat eiser wel al zijn punten in deze procedure naar voren heeft kunnen brengen, passeert de rechtbank dit gebrek. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. De rechtbank ziet vanwege het achterwege blijven van de hoorzitting wel aanleiding om het griffierecht aan eiser te vergoeden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Op 16 april 2025 zou eiser 119 km/u hebben gereden op de Stationsdreef in Lelystad terwijl daar 50 km/u is toegestaan. Het CBR heeft daarom aan eiser een EMG opgelegd (het primaire besluit). Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Op 22 augustus 2025 heeft het CBR het bezwaar van eiser ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Dat betekent dat het CBR bij het primaire besluit is gebleven en eiser de EMG moet volgen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CBR heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het CBR.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser beroepsgronden heeft aangevoerd over de manier waarop de politieagenten hem na de snelheidsovertreding hebben aangesproken en met hem zijn omgegaan. Eiser heeft daarover ook een klacht ingediend bij de politie. Eiser heeft op de zitting nog een aantal keer zijn frustratie over het gedrag van de politieagenten geuit. De rechtbank heeft de frustratie van eiser daarover gehoord, maar benadrukt ook dat zij in deze procedure niet kan oordelen over het gedrag van de politie omdat de politie geen partij is in deze zaak. Het gaat in deze zaak over de vraag of het CBR de EMG terecht heeft opgelegd. Dat is het besluit waar de rechtbank over moet oordelen. De rechtbank zal dat hieronder doen.

Heeft het CBR terecht de EMG opgelegd?

4. Eiser vindt het onterecht dat hij de EMG moet volgen. Eiser stelt dat zijn auto een probleem had met de versnellingsbak. Daarom wilde eiser testen wat er met zijn auto aan de hand was en heeft hij vol gas gegeven. Daarbij heeft hij alleen naar het toerental gekeken. Eiser weet daarom niet goed hoe hard hij daadwerkelijk heeft gereden. Eiser erkent wel dat hij waarschijnlijk te hard heeft gereden, maar eiser stelt dat hij gelet op het vermogen, de acceleratieduur, de afstand en het gewicht van de auto nooit harder dan 85 km/u kan hebben gereden. Het stuk weg op de Stationsdreef was overigens ook te kort om zo hard te rijden. Daarbij vindt eiser dat hij niet roekeloos of buitensporig heeft gereden en niemand in gevaar heeft gebracht. Tijdens de zitting heeft eiser daarover nog toegelicht dat hij te hard reed op een rechte tweebaansweg. Hij vindt dat hij op die weg met zijn ervaring als beroepschauffeur goed kon inschatten wat hij deed. Daarnaast stelt eiser dat het CBR de overtreding ook niet heeft bewezen. De politieagenten hebben namelijk geen goede snelheidsmeting gedaan en eiser stelt ook dat het niet klopt dat hij specifiek op de Stationsdreef te hard heeft gereden. Het proces-verbaal klopt dus niet. Eiser geeft verder aan dat hij als beroepschauffeur regelmatig meldingen maakt over gevaarlijke weggebruikers en hij vindt het daarom onterecht dat hij nu de EMG moet volgen terwijl bijvoorbeeld influencers of andere (bekende) Nederlanders elke dag te hard rijden en dat vervolgens op YouTube of TikTok plaatsen. Ten slotte vindt eiser het onterecht dat er buiten zijn medeweten door de politieagenten melding is gedaan bij het CBR.

De rechtbank oordeelt dat het CBR de EMG terecht aan eiser heeft opgelegd. Daartoe is het volgende van belang.

De rechtbank oordeelt allereerst dat eiser de snelheidsovertreding heeft begaan. Het CBR mag namelijk in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan het vermoeden van het ontbreken van de rijvaardigheid ten grondslag kunnen worden gelegd.

In dit geval heeft eiser alleen gesteld dat hij niet zoveel te hard heeft gereden. Eiser heeft dat niet aannemelijk gemaakt aan de hand van bewijs dat zijn auto bijvoorbeeld op dat stuk niet zo hard kon rijden. Eiser geeft daarnaast zelf toe dat hij wel te hard heeft gereden en enkel op zijn toerental heeft gelet. Eiser heeft niet onderbouwd waarom hij nooit harder dan 85 km/u heeft kunnen rijden. Daarentegen hebben de politieagenten in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal wel uiteengezet dat zij eiser te hard hebben zien rijden. De rechtbank ziet ook geen reden om te twijfelen aan de door de politieagenten uitgevoerde snelheidsmeting. Zowel in het proces-verbaal als in het bestreden besluit is voldoende duidelijk uiteengezet dat de politieagenten via hun boordsnelheidsmeter hebben geconstateerd dat eiser 119 km/u heeft gereden. De rechtbank ziet daarnaast geen aanleiding om te twijfelen aan de locatie waar eiser te hard heeft gereden, namelijk de Stationsdreef in Lelystad. Eiser ontkent ook niet dat hij daar heeft gereden, maar dat zou niet het stuk zijn waar hij te hard reed (dat zou iets daarvoor op Houtribdreef zijn geweest). Deze stelling heeft eiser niet verder onderbouwd. Ten slotte doet het er in deze zaak ook niet toe of anderen ook snelheidsovertredingen begaan. Het gaat in deze namelijk zaak over de snelheidsovertreding van eiser en de aan hem opgelegde EMG.

Kortom, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bevindingen uit het proces-verbaal niet kloppen. Daarom mag het CBR uitgaan van de juistheid van dat proces-verbaal en staat de snelheidsovertreding dus vast.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat de politieagenten terecht bij het CBR melding hebben gemaakt dat zij vermoeden dat eiser niet langer beschikt over de rijvaardigheid voor het besturen van een motorrijtuig waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Eiser heeft namelijk meer dan 50 km/u te hard gereden. Bij zo’n snelheidsovertreding ontstaat het vermoeden dat de nodige rijvaardigheid ontbreekt en doen politieagenten op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) zo spoedig mogelijk een melding bij het CBR. De politieagenten zijn niet verplicht om eiser hiervan op de hoogte te stellen.

Nadat het CBR op de hoogte is gesteld door de politie, legt het CBR vervolgens in ieder geval een EMG op aan de bestuurder bij een overschrijding van de maximumsnelheid met 60 km/u of meer. Dat doet zich hier voor. De rechtbank benadrukt dat daarvan niet zomaar kan worden afgeweken. De Wvw en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) laten geen ruimte om de situatie, bijvoorbeeld het feit dat eiser beroepschauffeur is of dat hij vindt dat hij niemand in gevaar heeft gebracht, mee te laten wegen in dit oordeel. Dat eiser zo hard heeft gereden, is namelijk hoe dan ook in strijd met essentiële verkeersregels en bij zo’n snelheidsovertreding schrijft de wet voor dat hoe dan ook een EMG wordt opgelegd, ongeacht de situatie. De maximumsnelheid van 50 km/u dient namelijk eisers eigen veiligheid en die van zijn medeweggebruikers. Het is niet aan eiser om in te schatten of hij ergens wel of niet te hard kan rijden.

De rechtbank concludeert dat het CBR er terecht vanuit is gegaan dat eiser een snelheidsovertreding heeft begaan en vervolgens terecht de EMG heeft opgelegd.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Had het CBR moeten afzien van het opleggen van de EMG?

5. Eiser heeft verder aangevoerd dat de gevolgen van het opleggen van de EMG groot voor hem zijn. Eiser heeft bijna een maand niet kunnen werken en zijn tijdelijke contract is niet verlengd. Tijdens de zitting heeft eiser aangegeven dat hij twee weken later wel weer een baan had bij een nieuwe werkgever en op dit moment nog steeds werkt als beroepschauffeur. Eiser vindt ten slotte de kosten voor de EMG erg hoog en vindt het CBR een commerciële instelling. Zeker aangezien de EMG door een, door het CBR ingehuurde, derde partij wordt gegeven.

Zoals de rechtbank onder 4 al heeft geoordeeld, is voor een afweging van de situatie en de belangen van eiser geen ruimte. Dat betekent ook dat in beginsel de gevolgen voor eiser voor het opleggen van de EMG ook niet kunnen meewegen in de vraag of die EMG moet worden opgelegd. Dat is alleen anders als er sprake is van een zeer uitzonderlijk geval die maakt dat de regels in dit specifieke geval buiten toepassing moeten blijven, omdat de gevolgen van de regels onevenredig uitpakken. Daarvan is hier niet gebleken. Eiser heeft te hard gereden en het CBR besluit dan tot het opleggen van de EMG. Zijn situatie wijkt daarin niet af van andere personen of beroepschauffeurs die te hard hebben gereden. De kosten voor de EMG komen vervolgens voor rekening van eiser. Ook de financiële belangen van eiser kunnen hierin niet worden meegewogen. De al aan eiser opgelegde geldboete door het OM of de extra financiële last die het invorderen van zijn rijbewijs met zich heeft gebracht, zijn geen uitzonderlijke omstandigheden die dusdanig onevenredig zijn dat deze tot afwijking van de regels zouden moeten leiden.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Hoor en wederhoor?

6. Eiser heeft ten slotte zowel in bezwaar, als beroep en tijdens de zitting verschillende malen aangegeven dat hij zich in deze procedure zowel door de politie als door het CBR niet gehoord heeft gevoeld. Eiser stelt daarbij dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft deze beroepsgrond zo opgevat dat eiser het onterecht vindt dat er geen hoorzitting in de bezwaarfase heeft plaatsgevonden.

De rechtbank stelt vast dat er naar aanleiding van eisers bezwaar op 7 juli 2025 een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen eiser en een medewerker van het CBR. De aanleiding voor dit telefoongesprek was dat eiser de stukken van de politie had ontvangen. Tijdens dat telefoongesprek zijn een aantal bezwaargronden van eiser besproken en is ook afgesproken dat eiser alsnog zo snel mogelijk een schriftelijke reactie op de stukken van de politie aan het CBR zou sturen. Er is tijdens dat gesprek door het CBR niet gezegd dat het om een hoorzitting gaat. Uit de telefoonnotitie van het gesprek blijkt ook niet dat eiser uitdrukkelijk heeft afgezien van een hoorzitting. Eiser heeft op 12 juli 2025 de reactie gestuurd en daarmee zijn bezwaargronden aangevuld. Daarna heeft het CBR het bestreden besluit genomen.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat voordat een beslissing op bezwaar wordt genomen, het CBR een belanghebbende in de gelegenheid moet stellen te worden gehoord tijdens een hoorzitting. Van het horen kan worden afgezien, indien de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden gehoord.

De rechtbank oordeelt dat het telefoongesprek van 7 juli 2025 geen hoorzitting was. Daarin zijn weliswaar enkele bezwaargronden besproken, maar er is ook gevraagd aan eiser om zijn (aanvullende) reactie op schrift te stellen. Eiser heeft tijdens dat telefoongesprek ook niet verklaard dat hij geen behoefte heeft aan een hoorzitting. Het CBR had eiser dus nog moeten vragen of hij een hoorzitting wilde. Zonder uitdrukkelijke verklaring van eiser dat hij niet hoeft te worden gehoord, kan het CBR niet afzien van een hoorzitting. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het recht om te worden gehoord.

De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Eiser is namelijk door de schending van de hoorplicht niet benadeeld omdat eiser tijdens de behandeling van het beroep in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunten naar voren te brengen en verder toe te lichten.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser de EMG moet volgen en daarvoor moet betalen. Het CBR moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden, omdat eiser vanwege de schending van de hoorplicht beroep heeft moeten instellen. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die kunnen worden vergoed.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat het CBR het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.J. Woutersen, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand