ECLI:NL:RBMNE:2026:2360

ECLI:NL:RBMNE:2026:2360

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer 12135344 MV EXPL 26-32 RD/960
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Kort geding, huur woonruimte, overlast, ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 12135344 MV EXPL 26-32 RD/960

Kort geding vonnis van 12 mei 2026

inzake

de besloten vennootschap

DdeG VASTGOED B.V.,

gevestigd te Hilversum,

verder ook te noemen de verhuurder,

eisende partij,

gemachtigde: mr. R. van Domselaar,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1. De procedure

Bij dagvaarding, met producties, van 7 april 2026 is [gedaagde partij] opgeroepen voor de terechtzitting van 28 april 2026.

Op de zitting is B.V. [A] verschenen namens de verhuurder met de gemachtigde. [gedaagde partij] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De verhuurder heeft dit gedaan aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[gedaagde partij] huurt van (de rechtsvoorganger van) de verhuurder al lange tijd de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

Onder voornoemde woning is kapsalon [naam] gevestigd.

Sinds 2023 ontvangt de verhuurder klachten over door [gedaagde partij] veroorzaakte overlast, bestaande uit geluidsoverlast van zeer harde muziek, geschreeuw, beledigingen en bedreigingen tegen de medewerkers van de kapsalon en bewoners, boos en intmiderend gedrag.

Op 17 juli 2025 heeft (uiteindelijk)een gesprek plaatsgevonden tussen de verhuurder, [gedaagde partij] , de bovenbuurvrouw van [gedaagde partij] , medewerkers van de kapsalon en medewerkers van de Gemeente Gooise Meren. Van dit gesprek is een verslag gemaakt.

[gedaagde partij] heeft dit verslag voor akkoord ondertekend:

“(..) 2. Aanleiding voor dit gezamenlijke gesprek

• [B] is op 14 juli 2025 bedreigd door [gedaagde partij] .

• [B] woont aan de [adres] boven de woning van [gedaagde partij] op [adres] .

• Ze voelt zich door [gedaagde partij] structureel bedreigd en onveilig in haar woning.

• Daarnaast ervaren meerdere bewoners en de medewerkers van [naam] (geluids)overlast van [gedaagde partij] en voelen zij zich ook door hem bedreigd.

• Uitzetting [gedaagde partij] vanwege meerdere incidenten en waarschuwingen vanuit verhuurder

• [gedaagde partij] geeft aan dot hij wordt uitgescholden. Zowel door [B] als door hoor collega's van de kapsalon [naam] aan de [adres] waar [B] werkt.

• Gemeente is betrokken vanwege signalen over mogelijke escalatie die zij ontvingen van [gedaagde partij] en de uitzetting of verplaatsing.

3. Gedragsklachten en Incidenten

• [B] meldt een concreet incident dat op maandag 14-07-2025 heeft plaatsgevonden, waarbij ze werd bedreigd en is aangerookt door [gedaagde partij] op de trap in het trappenhuis van haar woning. De gemeente geeft aan van dit incident niet op de hoogte te zijn.

• [C] noemt [gedaagde partij] een "tikkende tijdbom" en vindt het een dreigende situatie. Hij verwijst naar eerdere incidenten, waaronder die met een andere huurster die is verhuisd omdat zij zich ook bedreigd voelde door [gedaagde partij] . Hij wil pertinent dat hier nu een einde aan komt.

• [D] en [E] geven aan dat er jarenlang geen problemen waren. moor dot de situatie de afgelopen jaren ernstig is geworden en ook is geëscaleerd. Zij geven als voorbeeld o.a. het draaien van zeer horde muziek door [gedaagde partij] die ernstige hinder veroorzaakt, tijdens de werkzaamheden met klanten in de kapsalon. Ze refereren ook naar de term likkende tijdbom en benoemen hiertoe de onvoorspelbaarheid van [gedaagde partij] zijn gemoedstoestand die zeer plotseling kan omslaan naar een toestand die vijandig van aard is. Alles bij elkaar heeft dit er inmiddels toe geleid dat de huidige situatie met [gedaagde partij] door alle medewerkers als onveilig wordt beschouwd.

• Ook geven ze aan totaal niet bezig te zijn met [gedaagde partij] behalve wanneer hij dit gedrag vertoont en ze zich door hem bedreigd en onveilig voelen.

• [gedaagde partij] ontkent de intentie tot bedreiging en stelt dat hij zich onterecht aangevallen voelt.

• [gedaagde partij] geeft aan in zijn woning last te hebben van geluidsoverlast, zich terug te trekken en bedreigd te voelen door de omgeving (verbale intimidatie). Hij is van mening dat hij negatief bejegend wordt door de medewerkers van [naam] .(..)”

De bovenbuurvrouw van [gedaagde partij] heeft op 17 juli 2025 aangifte van bedreiging tegen [gedaagde partij] gedaan.

Verhuurder heeft aan [gedaagde partij] alternatieve woonruimte aangeboden.

Op 14 januari 2026 heeft een geweldsincident plaatsgevonden tussen [gedaagde partij] en de huurder van de [adres] te [plaats] [bedrijf] .

3. Het geschil

De verhuurder vordert bij vonnis in kort geding, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde partij] te veroordelen om binnen één (1) maand na betekening van het vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, de woning aan de [adres] te [woonplaats] , met al het zijne en al degenen die zich vanwege hem in het gehuurde bevinden, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van de verhuurder te stellen en vervolgens te verlaten en ontruimd te houden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag dat [gedaagde partij] nalaat aan deze ontruimingsveroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000,- althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum;

II. [gedaagde partij] te veroordelen om aan de verhuurder te voldoen ten titel van de huurpenningen, dan wel gebruiksvergoeding, een bedrag van € 659,46 per maand (gelijk aan de huur), over de periode vanaf de dag, volgend op het einde van de periode die bestreken wordt door het petitum onder I, althans vanaf een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van de ontruiming;

III. [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te

vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de bedoelde termijn

voor voldoening tot aan de dag van algehele voldoening;

IV. al datgene meer of anders te bepalen als de voorzieningenrechter in goede justitie

passend acht.

De verhuurder voert aan dat [gedaagde partij] al langere tijd structurele, ernstige en langdurige overlast veroorzaakt in en om de woning. De overlast gaat gepaard met bedreigingen en intimidatie. Het is een patroon dat zich over meerdere jaren heeft ontwikkeld en steeds ernstiger is geworden. Ondanks waarschuwingen van verhuurder is het gedrag van [gedaagde partij] niet verbeterd. Er zijn alle verschillende huurders vertrokken door het gedrag van [gedaagde partij] . Er is sprake van een explosieve situatie. De verhuurder heeft [gedaagde partij] andere woningen aangeboden, maar deze heeft hij niet willen accepteren.

[gedaagde partij] ontkent dat hij overlast veroorzaakt. De verhuurder wil hem uit de woning hebben. Hij wordt geprovoceerd en tegengewerkt door zijn buren. De woning is volgens hem erg gehorig. In de kapsalon zijn al zijn woongeluiden te horen. Als hij langs de kapsalon loopt hebben de medewerkers het over hem. [gedaagde partij] weigert te verhuizen op grond van ongefundeerde beschuldigingen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het beoordelingskader

Een veroordeling tot ontruiming van woonruimte in kort geding is een maatregel die diep ingrijpt in het woonrecht, het woonbelang en de huurbescherming van een huurder. Daarom moet de kantonrechter terughoudend zijn met toewijzing van een dergelijke vordering.

Dat betekent dat voor een veroordeling tot ontruiming in kort geding alleen plaats is als het zeer waarschijnlijk is dat die vordering in een bodemprocedure ook wordt toegewezen, en als de belangen van de verhuurder bij ontruiming van de woning zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde partij] bij behoud van de woning.

De overlast

Partijen verschillen van mening of [gedaagde partij] zich al dan niet als goed huurder heeft gedragen, omdat hij – kort gezegd – (geluids)overlast veroorzaakt en zich intimiderend opstelt tegenover buren.

De verhuurder heeft haar vordering onderbouwd aan de hand van e-mailberichten die zij vanaf oktober 2023 aan [gedaagde partij] heeft gestuurd en waarin laatstgenoemde wordt aangesproken op door hem veroorzaakte overlast. Daaruit komt een beeld naar voren van geluidsoverlast vanuit het gehuurde, intimiderend gedrag tegenover meerdere buren en het door [gedaagde partij] slaan op de ramen en het schreeuwen tegen medewerkers van de kapsalon. Buren voelen zich hierdoor onveilig. Ondanks waarschuwingen van de verhuurder en de op 17 juli 2025 gemaakte afspraken is het gedrag van [gedaagde partij] niet veranderd. Op 26 januari 2026 heeft wederom een incident plaatsgevonden. Dit keer was dat met de winkeleigenaar die is gevestigd naast de kapsalon. Daarnaast heeft de verhuurder naar voren gebracht dat al verschillende huurders uit angst voor [gedaagde partij] zijn vertrokken. Dit onderbouwt zij aan de hand van verklaringen van deze voormalige huurders. Uit deze verklaringen komt eveneens een beeld naar voren van (geluids)overlast en intimiderend gedrag door [gedaagde partij] .

Verklaring van [E] , mede-eigenaar van de kapsalon [adres] :

Ik verklaar dat het gedrag van [gedaagde partij] structureel van aard is, dat het ondanks waarschuwingen en gemaakte afspraken is voortgezet en dat dit gedrag heeft geleid tot een blijvend onveilig werkklimaat. Zolang [gedaagde partij] in of nabij het pand verblijft, ervaren wij geen veilige werkomgeving.

Verklaring van [F] van [bedrijf] [adres] :

Sinds het incident loopt hij nog steeds bijna dagelijks langs mijn winkel. Hij kijkt mij dan op een dreigende en intimiderende manier aan. Dat geeft mij een onveilig gevoel. Volgens mij durft hij niet naar binnen te komen omdat er een camera hangt. Na de vechtpartij ben ik hem nog één keer buiten tegengekomen. Ik dacht toen dat hij mij opnieuw wilde slaan. Dat deed hij niet, maar hij bedreigde mij wel met de dood. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt. De hele situatie zorgt voor spanning en stress. Ik voel mij niet veilig in en rond mijn eigen winkel.

Verklaring [G] [adres] :

1. Tijdens mijn bewoning van het appartementen aan de [adres] heb ik ernstige overlast ervaren van de huurder [gedaagde partij] , die in hetzelfde complex woonachtig is.

2. Deze overlast uitte zich in intimiderend gedrag, spanningen in het pand en incidenten die bij mij gevoelens van angst en onveiligheid hebben veroorzaakt.

3. Door dit gedrag voelde ik mij in mijn eigen woning niet langer veilig. De situatie had een grote impact op mijn woongenot en mijn gevoel van persoonlijke veiligheid.

Verklaring [B] [adres] :

Mijn beslissing om de woning te verlaten is, dus niet ingegeven door persoonlijke of financiële redenen, maar puur en alleen door angst voor de huurder [gedaagde partij] en diens gedrag.

Verklaring [H] [adres] :

Als gevolg van het structurele gedrag van [gedaagde partij] en in het bijzonder het incident van 14 januari 2026 voelde ik mij niet langer veilig in het pand. Ik heb daardoor besloten mijn woning te verlaten. Mijn vertrek per 1 februari 2026 houdt uitsluitend verband met de door [gedaagde partij] veroorzaakte overlast en de daaruit voortvloeiende onveilige situatie.

Ik verklaar dat mijn vertrek geen andere reden had dan het hierboven omschreven gedrag van [gedaagde partij] en de impact daarvan op mijn woongenot en persoonlijke veiligheid.

Ter zitting heeft de verhuurder naar voren gebracht dat zij bang is voor een escalatie in het gedrag van [gedaagde partij] en mogelijke onverhuurbaarheid van haar woningen.

De enkele blote ontkenning ter zitting van het veroorzaken van overlast door [gedaagde partij] is onvoldoende om de onderbouwde stellingen van de verhuurder te weerleggen.

[gedaagde partij] heeft, in het licht van zijn betwisting van overlast, ook geen steekhoudende verklaring kunnen geven voor het door hem voor akkoord ondertekenen van het onder 2.4 genoemde verslag. Uit de ondertekening door [gedaagde partij] lijkt immers een erkenning van het veroorzaken van overlast voort te vloeien. Aanleiding voor het gesprek was, aldus dit verslag, de bedreiging van de bovenbuurvrouw door [gedaagde partij] en de overlast die in de kapsalon wordt ervaren door het gedrag van [gedaagde partij] . Tijdens dit gesprek zijn afspraken gemaakt over het vermijden van contact tussen [gedaagde partij] en zijn bovenbuurvrouw evenals het vermijden van contact tussen [gedaagde partij] en medewerkers van de kapsalon. De verhuurder zou volgens het verslag op zoek gaan naar alternatieve woonruimte voor [gedaagde partij] .

Niet aannemelijk is geworden dat buren het bovenbeschreven gedrag van [gedaagde partij] uitlokken.

Gelet op het bovenstaande acht de kantonrechter de gestelde overlast voldoende aannemelijk geworden en komt hij tot het oordeel dat [gedaagde partij] zich niet als een goed huurder heeft gedragen.

De belangenafweging

Het belang van de verhuurder bij ontruiming is erin gelegen dat zij als verhuurder de taak heeft om – naast [gedaagde partij] – ook aan de overige huurders, waaronder die van de kapsalon, huurgenot te garanderen. De verhuurder wil het gehuurde op korte termijn aan een ander verhuren, zodat de rust en veiligheid in en rondom het pand terugkeert.

Tegenover de belangen die de verhuurder heeft gesteld staat het belang van [gedaagde partij] om in het gehuurde te kunnen blijven wonen.

De belangenafweging valt in het voordeel van de verhuurder uit. [gedaagde partij] heeft in een periode van enkele jaren structureel overlast in en rondom het gehuurde veroorzaakt. Waarschuwingen en gesprekken hebben niet tot een verandering in zijn gedrag geleid. [gedaagde partij] is verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn gedrag. De verhuurder heeft bovendien aan [gedaagde partij] alternatieve woonruimte aangeboden, zoals ook is besproken in het gesprek van 17 juli 2025. [gedaagde partij] heeft daarvan geen gebruik willen maken.

Samenvattend is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde partij] overlast heeft veroorzaakt in en rondom het gehuurde. Daarmee is komen vast te staan dat hij tekort geschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de wet. Gelet hierop en gelet op de belangenafweging, is het in hoge mate aannemelijk dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde zullen worden toegewezen. De door de verhuurder gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. [gedaagde partij] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van een maand na dagtekening van het vonnis. Tot de ontruiming zal [gedaagde partij] de huur moeten blijven betalen.

De dwangsom zal als onderstaand worden vastgesteld en gemaximeerd.

De proceskosten

[gedaagde partij] zal de proceskosten van de verhuurder moeten betalen. Deze worden tot op heden begroot op € 1.274,46, bestaande uit € 139,00 aan griffierecht, € 126,46 aan dagvaardingskosten, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen één maand na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] , met al het zijne en al degenen die zich vanwege hem in het gehuurde bevinden, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van de verhuurder te stellen en vervolgens te verlaten en ontruimd te houden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagde partij] nalaat aan deze ontruimingsveroordeling te voldoen, met een maximum van € 25.000,00;

veroordeelt [gedaagde partij] om aan de verhuurder te voldoen een bedrag van € 659,46 aan huur per maand over de periode vanaf de dag, volgend op het einde van de periode die bestreken wordt door de beslissing onder 5.1 tot aan de dag van de ontruiming;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verhuurder, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.274,46, waarin begrepen € 865,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling. Als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde partij] ook de kosten van betekening betalen;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.M. Berendsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand