ECLI:NL:RBMNE:2026:2375

ECLI:NL:RBMNE:2026:2375

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer UTR 26/1461
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vovo urgentie toegewezen. Aangeboden woning niet passend vanwege afstand tot woning mantelzorgverlener. Intrekking urgentie daarom ten onrechte. Vovo toegewezen; urgentie herleeft + toevoeging zoekprofiel straal 5 km rondom woning mantelzorgverlener.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1461

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

(gemachtigden: mr. J.H.S. Biervliet en K.K. Bahora).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het zoekprofiel bij de aan verzoeker toegewezen urgentieverklaring. Ook gaat het over de intrekking van die urgentieverklaring omdat verzoeker een aangeboden woning heeft geweigerd. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe omdat de aangeboden woning niet passend is gelet op de eisen die de Huisvestingsverordening Almere 2024 (hierna: de Hvv) daaraan stelt. In de Hvv staat namelijk dat de reisafstand tussen de aangeboden woning en de woning van de mantelzorgverlener niet groter mag zijn dan vijf kilometer. Het college mocht de intrekking van de urgentie daarom niet baseren op de weigering van verzoeker om die woning te accepteren. De voorzieningenrechter volgt verzoeker verder niet in zijn stelling dat de aangeboden woning gelet op zijn medische situatie niet passend is omdat dit niet met stukken is onderbouwd. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor urgentie voor mantelzorg. De dochter van verzoeker is mantelzorger. Zij woont in [plaats] met haar gezin. Verzoeker woont in [plaats] . Zijn vrouw is overleden en hij heeft daar geen (familie)netwerk. Om de mantelzorg te kunnen blijven verlenen is het noodzakelijk dat verzoeker in [plaats] komt wonen. Verzoeker is slechtziend als gevolg van een beroerte (CVA) en heeft ernstige evenwichtsstoornissen. Ook heeft verzoeker diabetes en een hernia. Hij heeft langdurige dagelijkse zorg nodig.

3. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 15 december 2025 toegewezen. Het college baseert dit besluit op een advies van de urgentiecommissie. Zij hebben – kortgezegd – overwogen dat de medische situatie van verzoeker maakt dat het dringend noodzakelijk is dat hij dichter bij zijn dochter woont zodat hij de noodzakelijke mantelzorg kan blijven ontvangen. Aan de urgentie is als zoekprofiel verbonden: een tweekamerappartement op de begane grond of met lift. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

4. Op 12 februari 2026 is aan verzoeker een woning aangeboden aan de [adres] in [plaats] . Verzoeker heeft dat aanbod geweigerd omdat het appartement volgens hem niet geschikt is in verband met zijn medische klachten. Volgens het college is de aangeboden woning passend en is de weigering dus gebaseerd op persoonlijk voorkeur. Om die reden heeft het college bij besluit van 24 februari 2026 de verleende urgentie ingetrokken. Verzoeker heeft ook tegen de intrekking van de urgentie bezwaar gemaakt.

5. Partijen zijn het erover eens dat het verzoek om voorlopige voorziening zich mede richt tegen de intrekking van de urgentieverklaring.

6. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Heeft verzoeker spoedeisend belang?

7. De voorzieningenrechter vindt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat zijn gezondheidssituatie slecht is en hij daardoor langdurige dagelijkse zorg nodig heeft. De zorg wordt verleend door zijn dochter die op grote afstand van hem woont. Het college erkent in de verleende urgentie dat de afstand tussen de huidige woonplaats van verzoeker en [plaats] dit ernstig bemoeilijkt. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom inhoudelijk behandelen.Heeft het college aan verzoeker een passende woning aangeboden?

8. De op 12 februari 2026 door de woningstichting aangeboden woning is volgens verzoeker niet geschikt gelet op zijn medische situatie. Het appartement is gelegen in het centrum van [plaats] in een drukke omgeving. Naast de woning is een vestiging van het Leger des Heils, waar cliënten wonen. Deze personen staan regelmatig op straat te roken of te bedelen. In deze omstandigheden kan verzoeker als zeer slechtziende oudere man met diabetes niet functioneren. Hij kan dan niet zelfstandig naar buiten en de kans op vallen of aanrijdingen is aanzienlijk. Op de zitting heeft verzoeker daarnaast aangevoerd dat een omgeving met veel prikkels zijn evenwichtsstoornis verergert. Verder heeft de woning maar één slaapkamer, wat maakt dat een mantelzorger bij ziekte of verslechtering van de gezondheid daar (tijdelijk) niet kan overnachten. Verzoeker vindt dat het besluit tot intrekking van de urgentie moet worden geschorst en dat het zoekprofiel moet worden aangepast in die zin dat de aan te bieden woning drie kamers heeft en gelegen is in een rustige omgeving (bij voorkeur in dezelfde wijk waar zijn dochter woont).

9. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college ten onrechte overwogen dat de aan verzoeker aangeboden woning passend is, omdat die woning op een reisafstand van meer dan vijf kilometer is gelegen van de woning van de mantelzorgverlener. Dat is in strijd met de Hvv omdat daarin is overwogen dat één van de voorwaarden voor verlening van urgentie voor mantelzorg is dat “de reisafstand tussen het huidige woonadres van de mantelzorgverlener en dat van de mantelzorgontvanger meer [is] dan vijf kilometer en na verhuizing minder dan vijf kilometer [wordt].”De aan verzoeker aangeboden woning is per fiets ongeveer zes kilometer verwijderd van de woning van de mantelzorgverlener en per auto ongeveer elf kilometer. Dat heeft het college op de zitting ook erkend.

10. De voorzieningenrechter volgt verzoeker verder niet in zijn standpunt dat de aangeboden woning medisch gezien niet passend is omdat de omgeving een nadelige invloed zou hebben op zijn gezondheidstoestand. Ook volgt de voorzieningenrechter verzoeker niet dat een extra kamer noodzakelijk is om adequate mantelzorg te verlenen. Verzoeker heeft deze stellingen namelijk niet onderbouwd met medische stukken. In het verlengde daarvan heeft verzoeker dus ook onvoldoende onderbouwd dat het zoekprofiel in die zin te beperkt is. Uit de stukken die bij de aanvraag zijn overgelegd valt namelijk niet af te leiden dat de evenwichtsstoornis van verzoeker verergert door veel prikkels uit de omgeving en ook niet dat een extra slaapkamer noodzakelijk is.

10. In het kader van de aanvraag is niet aan de orde gekomen dat er op grond van medische redenen eisen aan de omgeving gesteld zouden moeten worden en evenmin dat er overnachtingsaspecten zijn. Gelet op de aanvraag en de behandeling daarvan ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen dat het college op basis van de verstrekte informatie op deze punten nader onderzoek had moeten doen. Deze punten kan verzoeker in de bezwaarprocedure aan de orde stellen. Het is daarbij van belang dat verzoeker aan het college (medische) stukken verstrekt die zijn stellingen onderbouwen. Het college kan die dan bij haar heroverweging van het bestreden besluit betrekken. Conclusie en gevolgen

10. Gelet op wat is overwogen in punt 9 is de voorzieningenrechter van oordeel dat het door het college vastgestelde zoekprofiel niet in overeenstemming is met de Hvv. In het zoekprofiel staat ten onrechte niet vermeld dat de reisafstand tussen de woning van de mantelzorgverlener en de aan te bieden woning niet groter mag zijn dan vijf kilometer. Daarom kan de aangeboden woning niet als passend worden aangemerkt en heeft het college in de weigering van die woning dus ten onrechte aanleiding gezien om de verleende urgentie in te trekken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bezwaren van verzoeker bij de huidige stand van zaken dan ook een redelijke kans van slagen hebben.

10. De voorzieningenrechter ziet gelet hierop aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal de intrekking van de urgentie van 24 februari 2026 schorsen totdat er op het bezwaar is beslist. Dit betekent dat de eerder aan verzoeker verleende urgentieverklaring van 15 december 2025 herleeft. Het college moet weer een éénmalig woningaanbod aan verzoeker doen met een woning die passend is. In dat kader zal de voorzieningenrechter bepalen dat aan het zoekprofiel moet worden toegevoegd dat de aan te bieden woning binnen een reisafstand van vijf kilometer van de woning van de mantelzorgverlener ligt.

10. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Er zijn verder geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- schorst de intrekking van de urgentieverklaring van 24 februari 2026 en treft de voorlopige voorziening dat aan het zoekprofiel van de herleefde urgentieverklaring wordt toegevoegd dat de aan te bieden woning binnen een reisafstand van vijf kilometer van de woning van de mantelzorgverlener ligt;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B.L. Kosterman-Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand