RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5403
(gemachtigde: mr. G.W.M. de Leest)
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 17 september 2025 tegen het besluit van verweerder van 18 augustus 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 5 november 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 19 december 2025 per gewone post verzonden aan eiseres. Daarbij is vermeld dat de eerder in de brief van
5 november 2025 genoemde termijn twee weken na 19 december 2025 zal eindigen.
4. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.