RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,
de minister van Klimaat en Groene Groei, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6899
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend op 2 december 2025
omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn Woo-verzoek van
9 juli 2025.
Verweerder heeft op 19 december 2025 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoeker. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek en heeft er geen bezwaar tegen het griffierecht te vergoeden.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Door verzoeker is niet duidelijk gemaakte van welke proceskosten hij vergoeding wil zijn. Nu hij niet is bijgestaan door een professioneel gemachtigde, kan het in ieder geval niet om die kosten gaan. Maar ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
4. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder wel verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.
5. De rechtbank wijst het verzoek af.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.