RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609717 / FV RK 26-897
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. D. van den Broek.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 8 april 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A] , psychiater.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
De psychiater heeft uitgelegd dat de samenwerking met betrokkene goed gaat. Zo komt betrokkene zijn afspraken na voor het innemen van de medicatie en blijft hij goed in contact. Wel blijft het alcoholgebruik volgens de psychiater een risico op ontregeling. Op het moment dat er sprake is van een psychose zal de samenwerking weer moeilijker zijn en op dat moment is in de visie van de psychiater een zorgmachtiging nodig.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene staat achter de zorg die aan hem wordt verleend, neemt zijn medicatie en is goed in de samenwerking. Dit alles maakt dat er voldoende basis is voor zorg op vrijwillige basis. Daarnaast brengt de advocaat naar voren dat de onafhankelijke psychiater van de medische verklaring dit eveneens beschrijft.
De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging afwijzen. Uit de processtukken en toelichtingen ter zitting is gebleken dat betrokkene goed in de samenwerking is en bereidt is om vrijwillig mee te werken aan de zorg. Dit wordt ter zitting niet betwist. Daarnaast blijkt uit de medische verklaring dat er mogelijkheden zijn om de zorg op vrijwillige basis te verlenen. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd waarom de zorgmachtiging noodzakelijk is, los van het achter de hand houden van de zorgmachtiging ‘voor het geval dat’. Er zijn geen signalen die erop wijzen dat betrokkene zal stoppen met de medicatie en zijn afspraken niet meer nakomt, zodat de zorg op vrijwillige basis kan worden verleend.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.