RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12142962 \ LV EXPL 26-11
Vonnis in kort geding van 13 mei 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING CENTRADA,
te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. L. Wanders,
tegen
1. [gedaagd sub 1] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagd sub 1] c.s.,
gemachtigde: mr. N. de Vos.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 april 2026, met producties 1 tot en met 22- de producties 23 tot en met 29
- de door de gemachtigde van [gedaagd sub 1] c.s. toegezonden stukken- de mondelinge behandeling van 29 april 2026- de pleitaantekeningen van Centrada.
2. De feiten
Centrada verhuurt aan [gedaagd sub 1] c.s. een woning in [plaats] (hierna te noemen: de woning), gelegen aan het adres [adres] , sinds januari 2013.
Op dinsdagavond 24 februari 2026 heeft zich bij de woning een explosie voorgedaan. De gemeente [.] heeft op 25 februari 2026 het besluit genomen om de woning, op grond van de Gemeentewet, te sluiten voor de duur van twee weken.
Centrada heeft de huurovereenkomst met [gedaagd sub 1] c.s. bij brief van 27 februari 2026 buitengerechtelijk ontbonden.
Met een brief van 4 maart 2026 heeft de (burgemeester van de) gemeente [.] , onder meer, het volgende geschreven aan [gedaagd sub 1] c.s.:
“Op woensdag 25 februari 2026 heb ik besloten om de woning, gelegen aan de [adres] […] met ingang van 25 februari 2026 tot 11 maart 2026 te sluiten. […]
Ik ben van mening dat het algemeen belang van de bescherming van de openbare orde en de veiligheid van omwonenden zwaarder weegt dan uw belang en dat van de medebewoners om de woning in de tussentijd te kunnen blijven gebruiken. Daarbij komt dat wij nog in het duister tasten over de achterliggende reden(en) voor de explosie. […]”
3. Het geschil
Centrada vordert – verkort en zakelijk weergegeven – primair de ontruiming van de woning aan het adres [adres] te [plaats] . Subsidiair vordert Centrada een gedragsaanwijzing, met daaraan gekoppeld de ontruiming van de woning, indien [gedaagd sub 1] c.s. nalaat om uitvoering te geven aan de gedragsaanwijzing, en meer subsidiair een gedragsaanwijzing, op straffe van een dwangsom.
Centrada legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Op 24 februari 2026 heeft zich bij de woning een explosie voorgedaan. Daarbij is gebruik gemaakt van een vuurwerkbom, die aanzienlijke schade aan de voorzijde van de woning heeft veroorzaakt. De explosie heeft de openbare orde ernstig verstoord en omwonenden zijn erg geschrokken. Om die reden heeft de gemeente de woning de dag na de explosie voor twee weken gesloten. Uit de rapportage van de politie volgde dat de kans aanwezig was dat zich op korte termijn een volgende explosie, of een soortgelijk incident, zou voordoen. Deze inschatting bleek juist. Op 26 februari 2026 ontving de politie een melding van de vernieling van een ruit van de woning en omstanders zagen dat een voorwerp in de woning werd gegooid. Centrada heeft [gedaagd sub 1] c.s. vervolgens uitgenodigd voor een gesprek. [gedaagd sub 1] c.s. heeft in dit gesprek aangegeven dat zij geen idee heeft waarom er een explosie bij de woning is geweest. Centrada heeft [gedaagd sub 1] c.s. te kennen gegeven dat zij de huurovereenkomst niet wenst voort te zetten, omdat er sprake is van een ernstig en structureel probleem, waarbij ook omwonenden in gevaar zijn gebracht. Centrada heeft de huurovereenkomst met [gedaagd sub 1] c.s. per brief van 27 februari 2026 buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagd sub 1] c.s. heeft echter laten weten dat zij niet vrijwillig zal meewerken aan de oplevering van de woning. Centrada stelt zich primair op het standpunt dat zij de huurovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden en subsidiair dat er sprake is van ernstige tekortkomingen aan de zijde van [gedaagd sub 1] c.s., die een ontruiming van de woning rechtvaardigen. Op grond van de huurovereenkomst (en het huurreglement) is [gedaagd sub 1] c.s. verplicht zich zodanig te gedragen dat geen hinder, overlast of gevaar voor omwonenden ontstaat en uit de feiten blijkt dat bij de woning meerdere zeer ernstige incidenten hebben plaatsgevonden. Dat deze situatie in de omgeving als bedreigend wordt ervaren, blijkt wel uit de verklaringen van omwonenden. Het is volgens Centrada bovendien aannemelijk dat de overlast zal blijven bestaan. Volgens Centrada is er aldus sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
Meer subsidiair is, volgens Centrada, een minder verstrekkende voorziening, dan een ontruiming, aangewezen in de vorm van een gedragsaanwijzing voor de duur van twee jaar, in ieder geval inhoudende dat [gedaagd sub 1] c.s. haar oudste zoon de toegang tot de woning ontzegt.
[gedaagd sub 1] c.s. voert verweer. Kort gezegd, heeft [gedaagd sub 1] c.s. verklaard dat zij geen idee heeft waarom derden het op haar woning hebben gemunt en waarom de diverse incidenten in en om de woning hebben plaatsgevonden. [gedaagd sub 1] c.s. heeft vier kinderen en haar oudste zoon (met diens kind) woont niet meer thuis. Deze zoon is in het verleden strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld, maar de beschuldiging dat haar oudste zoon contacten heeft in het criminele circuit en in drugs zou handelen (in en om de woning), heeft zij verre van zich geworpen. [gedaagd sub 1] c.s. is er, naar eigen zeggen, in ieder geval niet mee bekend dat er vanuit haar woning of de schuur of in het steegje, achter de woning, gedeald zou worden, al dan niet (mede) door haar oudste zoon. En, als het allemaal om de oudste zoon te doen zou zijn, zo heeft [gedaagd sub 1] c.s. verder verklaard, dan ziet zij niet in waarom zij daarom haar woning zou dienen te verlaten. Voor een gedragsaanwijzing ziet [gedaagd sub 1] c.s. evenmin aanleiding. Het gaat haar te ver om haar oudste zoon de toegang tot haar woning te ontzeggen en het moet voor haar mogelijk blijven om haar eigen zoon en kleinkind thuis te ontvangen. [gedaagd sub 1] c.s. heeft al met al geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Centrada.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een – diepgaand – onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Centrada heeft naar het oordeel van de kantonrechter een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen in dit kort geding, nu zij hieraan ten grondslag heeft gelegd dat de veiligheid van omwonenden van de woning in gevaar is, vanwege een aantal ernstige incidenten rondom de woning, en zij zich voor de veiligheid dient in te spannen. [gedaagd sub 1] c.s. heeft het spoedeisend belang ook niet betwist.
De meest verstrekkende vordering van Centrada is de ontruiming van de woning, primair vanwege de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en subsidiair omdat er sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen, die voor [gedaagd sub 1] c.s. voortvloeien uit de huurovereenkomst. De kantonrechter is niet gebleken dat het daarbij gaat om gedragingen van [gedaagd sub 1] c.s. zelf, of om gedragingen die haar persoonlijk kunnen worden verweten. De incidenten lijken zich toe te spitsen op de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s., die niet bij haar inwoont, maar wel in de buurt woont, met zijn vriendin en hun kind. Centrada heeft gesuggereerd dat de incidenten verband houden met (criminele) activiteiten van de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s., die in en om de woning in drugs zou handelen, onder meer vanuit de schuur, die bij de woning hoort, en het steegje erachter. In verklaringen van omwonenden wordt deze link gelegd en wordt gesproken van verdachte personen die zich in de omgeving van de woning en in het steegje ophouden, waarbij ook weer de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s. wordt betrokken. Centrada heeft echter naar het oordeel van de kantonrechter geen overtuigende stukken in het geding gebracht waaruit een direct verband kan worden afgeleid tussen de incidenten rondom de woning en de aanwezigheid of de activiteiten van de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s.. Hoewel de genoemde incidenten zonder meer als ernstig zijn aan te merken en daardoor ook invoelbaar is dat buurtbewoners en direct omwonenden van de woning van [gedaagd sub 1] c.s., zich hierbij onprettig voelen, kan niet met enige mate van zekerheid worden vastgesteld dat (het handelen of de aanwezigheid van) de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s. de directe aanleiding vormt voor hetgeen is voorgevallen. De overgelegde verklaringen afkomstig van, onder meer, de politie en de gemeente, wijzen enigszins in die richting, maar het blijft bij aannames en verdachtmakingen. Ten tijde van de mondelinge behandeling heeft [gedaagd sub 1] c.s. categorisch ontkend dat er drugs aanwezig zijn in de woning, dat er wordt gedeald vanuit de schuur, behorende bij de woning, of in het steegje achter de woning, en dat haar oudste zoon hier enige betrokkenheid bij heeft of heeft gehad. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Centrada het tegendeel onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Tegen deze achtergrond is het niet zonder meer aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Centrada de huurovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden of dat er sprake is van een (zeer ernstige) tekortkoming in de nakoming van de voor [gedaagd sub 1] c.s. voortvloeiende verplichtingen uit de huurovereenkomst, die een ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen en, vooruitlopend daarop, een ontruiming van de woning in dit kort geding.
De kantonrechter neemt ten slotte nog in ogenschouw dat [gedaagd sub 1] c.s. al ruim dertien jaar de woning huurt van Centrada en dat, anders dan aan het begin van dit jaar, zich niet eerder ernstige of minder ernstige incidenten hebben voorgedaan. Centrada heeft geen melding gemaakt van betalingsachterstanden of andere problemen in het verleden, althans hier is de kantonrechter niet van gebleken. Na de incidenten van eind februari 2026 zijn er ook geen verdere voorvallen rondom de woning van [gedaagd sub 1] c.s. gemeld. Een ontruiming van de woning, met alle ingrijpende gevolgen die dit voor [gedaagd sub 1] c.s., haar gezin en familie zal hebben, voert daarom op dit moment te ver. Dit alles klemt te meer nu Centrada ten tijde van de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat het haar in deze procedure niet langer te doen is om de ontruiming van de woning.
Het voorgaande neemt niet weg dat goed valt in te zien dat Centrada aan [gedaagd sub 1] c.s. het signaal heeft willen afgeven dat zij de – zonder meer als ernstig te bestempelen – incidenten uiterst serieus neemt. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de door de omwonenden geuite zorgen reëel en rust er een verplichting op Centrada om voor al haar huurders in de buurt van de woning van [gedaagd sub 1] c.s. voor een rustige en veilige woonomgeving te zorgen. Het moet voor [gedaagd sub 1] c.s. duidelijk zijn dat Centrada de situatie nauwlettend zal volgen en wederom zal moeten handelen, mocht zich onverhoopt een volgend incident voordoen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de meer subsidiair gevorderde gedragsaanwijzing aangewezen is, nu deze maar beperkt ingrijpt in het persoonlijke leven van [gedaagd sub 1] c.s. De aanwijzing zal zich verder beperken tot de oudste zoon van [gedaagd sub 1] c.s., nu er geen anderen zijn genoemd die mogelijk enige betrokkenheid bij de verstoringen hebben.
De gedragsaanwijzing zal, op de hierna te bepalen wijze, worden opgelegd, voor de beperkte duur van drie maanden. Voor een langere periode ziet de kantonrechter in dit kort geding geen aanleiding, te meer nu er, na de incidenten van eind februari 2026, geen verdere voorvallen zijn geweest. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, op de hierna te vermelden wijze.
Omdat partijen over en weer voor een deel in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, op de hierna te vermelden wijze.
5. De beslissing
De kantonrechter
legt [gedaagd sub 1] c.s. met onmiddellijke ingang de volgende gedragsaanwijzing op, voor de duur van drie maanden, na de datum van dit vonnis:
- [gedaagd sub 1] c.s. moet met onmiddellijke ingang de toegang tot de woning ontzeggen aan haar oudste zoon, althans hem niet toelaten in of rondom de woning,
- [gedaagd sub 1] c.s. moet actief en aantoonbaar maatregelen treffen maatregelen treffen om te voorkomen dat haar oudste zoon zich in of rondom de woning ophoudt,
- [gedaagd sub 1] c.s. moet Centrada desgevraagd, en na voorafgaande aankondiging, toegang verlenen tot de woning ter controle op naleving van deze verplichtingen;
veroordeelt [gedaagd sub 1] c.s. tot betaling van een dwangsom van € 250,00 per dag, voor het geval [gedaagd sub 1] c.s. geen uitvoering geeft aan r.o. 5.1., hiervoor weergegeven, met een maximum van € 10.000,00;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van de procedure draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
D/1403