ECLI:NL:RBMNE:2026:274

ECLI:NL:RBMNE:2026:274

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer C/16/603346 / JE RK 25-1797
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Geschillenregeling met betrekking tot de uitovering van de ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/16/603346 / JE RK 25-1797

Datum uitspraak: 7 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter op basis van de geschillenregeling

in de zaak van

[moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. O. Asscher uit Amsterdam,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen de GI,

[vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,advocaat mr. J.E. Braak uit De Bilt.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de moeder met bijlagen, ontvangen op 1 december 2025;

de brief van de moeder met bijlagen, ontvangen op 2 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 december 2025. Het verzoek van de moeder is gelijktijdig besproken met het verzoek over [minderjarige 1] met zaaknummer C/16/601456 / JE RK 25-1599 en met de verzoeken van de GI over [minderjarige 2] met zaaknummers C/16/591865 / JE RK 25-566 en C/16/601451 / JE RK 25-1598.Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- [A] en [B] als vertegenwoordigers van de GI.

Aan [C] , [D] en [E] , medewerkers van het gezinsvervangend huis [locatie] waar [minderjarige 2] verblijft, is bijzondere toegang tot de zitting verleend.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] verblijft bij [instelling 1] .

[minderjarige 2] verblijft bij een gezinshuis.

Bij beschikking van 18 juni 2021 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 17 december 2026.

Bij beschikking van 18 juni 2021 is [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 17 juni 2026.

Bij beschikking van 2 mei 2024 is [minderjarige 2] met een spoedmachtiging uithuisgeplaatst. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 17 juni 2026.

Bij beschikking van 12 september 2025 is [minderjarige 1] met een spoedmachtiging uithuisgeplaatst. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 17 december 2026.

3. Het verzoek

De moeder heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Zij verzoekt:

te bepalen dat vanuit de GI per direct wordt gehandeld vanuit de hypothese intern conflict als gevolg van het afwijzen van de kinderen;

te gelasten dat een onafhankelijk, gestructureerd onderzoek wordt uitgevoerd naar de problematiek van het gezin, met specifieke aandacht voor de hypothesen van intern conflict, dwingende controle en oudervervreemding, inclusief observaties van de interacties tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , hun ouders en elkaar. Zoals door Netwerk-Pluz, het NIFP of een organisatie die soortgelijk onderzoek verricht;

de regie over het contact met de ouders per direct bij de kinderen weg te halen en een plan op te stellen voor intensief contactherstel, conform de Richtlijn Uithuisplaatsing en Terugplaatsing en de gehechtheidstheorie;

te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zo spoedig mogelijk worden herenigd in één opvanglocatie, tenzij dit aantoonbaar niet in hun belang is;

de GI te verzoeken de vragen zoals opgesomd onder punt 10 in het verzoekschrift te beantwoorden, om inzicht te krijgen in de onderbouwing van de huidige aanpak en de plannen voor terugplaatsing;

een spoedig perspectiefonderzoek te gelasten, met duidelijke termijnen en doelen voor terugplaatsing of andere oplossingen, in lijn met de richtlijn.

De moeder verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder. Allereerst acht de GI een nieuw onderzoek met de hypothese intern conflict niet in het belang van de kinderen en zij ziet daar ook niet de toegevoegde waarde van in. Er zijn namelijk al veel onderzoeken gedaan en beide kinderen hebben onvoldoende draagkracht voor een nieuw onderzoek. Bovendien zal er nieuwe informatie voortkomen uit het 2thepointtraject dat voor [minderjarige 2] is gestart en waarvan het NIKA-traject (Nederlandse Interventie Kortdurend op Atypisch opvoedgedrag) een onderdeel zal zijn. Aangezien het 2thepointtraject voor [minderjarige 2] al is gestart, hoeft er voor haar geen perspectiefonderzoek meer te worden gelast. Voor [minderjarige 1] is het nu niet mogelijk om te starten met een perspectiefonderzoek, omdat zij daar geen draagkracht voor heeft. Voorts vindt de GI niet dat de regie over het contact met de ouders bij de kinderen moet worden weggehaald. Gelet op hun leeftijd is het voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] juist goed dat zij zelf inspraak hebben in het contact met de ouders. Zo leren zij wat hun grenzen zijn en dat zij deze mogen aangeven. Verder vindt de GI het niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om hen op dezelfde opvanglocatie te plaatsen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben allebei ook aangegeven dat zij niet op dezelfde plek willen verblijven. Ten slotte ervaart de GI veel strijd vanuit de moeder. De moeder stuurt de GI een overvloed aan e-mails met daarin veel punten die zij wil bespreken. Het contact dat de moeder afdwingt gaat ten koste van de tijd die de GI zou willen besteden aan het verbeteren van de situatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder. Hij vindt – anders dan de moeder – dat er geen sprake is van oudervervreemding. Hij stelt dat er bij de moeder sprake is van een terugkerend patroon waarbij zij herhaaldelijk stelt dat er sprake is van oudervervreemding en almaar verzoeken doet voor het instellen van nieuwe onderzoeken. Telkens weer is de moeder ontevreden over de betrokken hulpverlening en dient zij veelvuldig klachten in bij de betrokken hulporganisaties. Daarnaast stuurt de moeder overmatig veel e-mails naar de GI, de betrokken hulpverlenende instanties en ook naar de vader. De vader acht het handelen van de moeder niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hij vindt dat de kinderen nu juist behoefte hebben aan rust en dat het daarom goed zou zijn als de moeder zich conformeert aan het beleid van de GI.

5. De beoordeling

Bezwaar stukken

Tijdens de zitting heeft de advocaat namens de vader bezwaar gemaakt tegen de laatst ingediende stukken van de moeder. Hier zal de kinderrechter aan voorbij gaan omdat uit het navolgende zal blijken dat de vader niet in zijn belangen is geschaad.

Ontvankelijk

De kinderrechter is van oordeel dat de moeder haar verzoek in het kader van de geschillenregeling aan haar kan voorleggen. De moeder is dus ontvankelijk in haar verzoek.

De beslissing

De kinderrechter heeft geconstateerd dat een vergelijk tussen de betrokkenen niet mogelijk is en acht de volgende beslissing in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wenselijk.

Hypothese intern conflict

De kinderrechter zal afwijzen het verzoek om te bepalen dat vanuit de GI per direct wordt gehandeld vanuit de hypothese intern conflict als gevolg van het afwijzen van de kinderen.

De kinderrechter begrijpt dat de moeder met ‘afwijzen van de kinderen’ bedoelt ‘het afwijzen door de kinderen van beide ouders’. Op basis van de stukken en de verklaringen tijdens de zitting, is de kinderrechter niet overtuigd van de juistheid van deze hypothese. Al jarenlang is er sprake van een complexe verhouding tussen de ouders waarbij zij op geen enkele wijze met elkaar kunnen samenwerken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ondervinden daar last van en zijn hierdoor beschadigd. Indien en zover er al sprake is van een intern conflict wordt dit niet veroorzaakt door een vorm van oudervervreemding. Integendeel, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn juist zeer loyaal naar de ouders. Weliswaar uit deze loyaliteit zich in steeds wisselende verhoudingen ten opzichte van de ouders, maar de ondertoon is steeds loyaliteit vanuit de kinderen naar beide ouders. Als er al sprake is van een intern conflict dan lijkt het er veel meer op dat dit wordt veroorzaakt enerzijds door deze loyaliteit van de kinderen en anderzijds door de grieven van de kinderen over datgene wat de ouders hen hebben aangedaan.

Het gelasten van een onafhankelijk onderzoek

De kinderrechter zal het verzoek om een onafhankelijk onderzoek te gelastennaar de problematiek van het gezin, met specifieke aandacht voor de hypothesen van intern conflict, dwingende controle en oudervervreemding, eveneens afwijzen.

De kinderrechter verwijst naar hetgeen zij hiervoor in rechtsoverweging 5.5 over ‘de hypothese van intern conflict’ heeft overwogen. De kinderrechter ziet ook geen signalen voor de hypothese van dwingende controle. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter aan de moeder gevraagd vanuit wie de dwingende controle afkomstig zou zijn. De moeder stelt dat de vader dwingende controle uitoefent. De vader heeft hier verbaasd op gereageerd en uitdrukkelijk betwist dat hier sprake van zou zijn. Indien en zover er al sprake is van grensoverschrijdend gedrag lijkt het – gelet op de verklaringen van de GI, de informanten en de vader – er vooralsnog op dat deze met name van de moeder afkomstig is.

Bovendien is er al veel bekend over de situatie en oorzaken van de zorgen over de kinderen. Deze informatie is naar voren gekomen uit diverse onderzoeken die door verschillende hulpverleningsinstanties zijn gedaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn allebei zeer beschadigd en hebben een beperkte draagkracht. Nog een nieuw onderzoek zal voor hen onevenredig belastend zijn.

Het contact tussen de kinderen en de ouders

De kinderrechter zal het verzoek om de regie over het contact met de ouders per direct bij de kinderen weg te halen en een plan op te stellen voor intensief contactherstel, ook afwijzen.

Voor zover dit verzoek ziet op de omgangsregeling valt het buiten de geschillenregeling, zoals de advocaat van de moeder tijdens de zitting ook heeft bevestigd. De kinderrechter ziet overigens geen reden om de regie van de kinderen over het contact met hun ouders in te perken. Gezien de leeftijd van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] – zestien en veertien jaar – is het passend en in het belang van hun ontwikkeling dat hun opvattingen mede in ogenschouw worden genomen bij het bepalen van het contact met hun ouders. Zij kunnen het beste aangeven in hoeverre hun draagkracht contact met hun ouders toelaat.

De plaatsingslocatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De kinderrechter zal het verzoek om te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zo spoedig mogelijk worden herenigd in één opvanglocatie, afwijzen.

Gelet op de ingewikkelde relatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de verklaringen van de GI en de wensen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , acht de kinderechter een plaatsing van de zussen op dezelfde locatie niet in hun belang. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben ieder een eigen plek nodig waar zij zoveel mogelijk rust ervaren en waar elk van hen zich op eigen herstel en ontwikkeling kan richten.

De vragen van de moeder aan de GI

De kinderrechter zal het verzoek om de GI te gelasten de vragen zoals opgesomd in het verzoekschrift te beantwoorden om inzicht te krijgen in de onderbouwing van de huidige aanpak en de plannen voor terugplaatsing, afwijzen.

De moeder miskent met dit verzoek het karakter van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling is een gezagsbeperkende maatregel, die genomen is op de grond dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De kinderrechter in deze rechtbank heeft de GI aangesteld om maatregelen te nemen die erop gericht zijn die ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Uiteraard dienen de ouders door de GI te worden meegenomen in die voorgenomen maatregelen, maar het kan niet zo zijn dat een ouder de GI constant en minutieus over diverse onderwerpen ter verantwoording roept. Een dergelijke wijze van communiceren belet de GI bij haar taakuitoefening. De GI is daardoor meer tijd bezig met de communicatie met de moeder dan met het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. Daarnaast hebben ook de begeleiders van het gezinshuis [locatie] tijdens de zitting verklaard dat zij de communicatie vanuit de moeder als overmatig, intimiderend en bedreigend ervaren en daarmee niet in het belang van de kinderen.Het perspectiefonderzoek

De kinderrechter zal het verzoek om een spoedig perspectiefonderzoek te gelasten, afwijzen.

Het gelasten van een perspectiefonderzoek is voor [minderjarige 2] niet meer nodig, omdat [instelling 2] al is gestart met een 2thepointtraject om het woonperspectief van [minderjarige 2] te bepalen. Voor [minderjarige 1] is een perspectiefonderzoek nog prematuur, omdat zij daar nog veel te instabiel voor is. Het is nog maar enkele maanden geleden dat [minderjarige 1] vanuit het gezin van de moeder uit huis is geplaatst nadat zij vier suïcidepogingen heeft gedaan en ernstig had geautomutileerd. [minderjarige 1] is nog lang niet hersteld en nog veel te instabiel om de belasting van een perspectiefonderzoek aan te kunnen.

Uit het vorenstaande volgt dat alle onderdelen van het verzoek van de moeder zullen worden afgewezen. De kinderrechter onderschrijft het beleid van de GI en acht het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de GI dit voortzet.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026 in aanwezigheid van mr. I.J.R. Stoffels als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?