ECLI:NL:RBMNE:2026:2806

ECLI:NL:RBMNE:2026:2806

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer C/16/604923 / FO RK 26-1
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Primair verzoek voogdij, subsidiair ondertoezichtstelling. De moeder staat inmiddels niet meer onder curatele. De moeder wordt belast met het gezag. Ondertoezichtstelling voor een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummers:

C/16/604923 / FO RK 26-1 voogdij

C/16/610385 / JE RK 26-585 ondertoezichtstelling

Beschikking van 23 april 2026

in de zaak van:

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

locatie Utrecht,

hierna te noemen: de Raad,

over:

de minderjarige

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

met als belanghebbenden:

[de moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. I.P. van Rossen,

de heer [bewindvoerder/mentor], namens [instelling],

gevestigd in [plaats 1] ,

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder en mentor van de moeder (voorheen curator),

hierna te noemen: de heer [bewindvoerder/mentor] ,

de gecertificeerde instelling

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING,

gevestigd Amsterdam,

hierna te noemen: de GI,

met als informant:

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende in [plaats 2] .

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de Raad, met bijlagen, binnengekomen op 31 december 2025;

het bericht van 8 januari 2026 van de Raad, met bijlage;

het verweerschrift van de moeder, binnengekomen op 10 maart 2026.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

mevrouw [A.] , namens de Raad,

de moeder met haar advocaat,

de heer [bewindvoerder/mentor] ,

mevrouw [B.] , namens de GI,

de man.

Daarna heeft de rechtbank op 3 april 2026 een bericht ontvangen van mr. Van Rossen, met als bijlage de beschikking van de kantonrechter van 2 april 2026 over de omzetting van de curatele in bewind en mentorschap.

2. Waar de procedure over gaat

De moeder is bevallen van een zoon:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .

Voor de moeder en de man staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige] .

De man heeft [minderjarige] voor zijn geboorte erkend, maar deze erkenning is nietig, omdat de moeder op dat moment onder curatele stond. Daarom heeft de gemeente de geboorteakte opgemaakt met alleen een moeder en geen vader.

De moeder en [minderjarige] wonen in een moeder-kind-huis. De man bezoekt de moeder en [minderjarige] regelmatig.

De moeder was, vanwege haar curatele ten tijde van de geboorte van [minderjarige] , onbevoegd om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Ook de man heeft geen gezag gekregen door de (nietige) erkenning.

Bij beschikking van 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] . Dit betekent dat de GI de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mag nemen.

De moeder stond sinds haar achttiende onder curatele. Bij beschikking van 2 april 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank is de ondercuratelestelling van de moeder opgeheven. Daarbij is een mentorschap ingesteld ten behoeve van de moeder en is een bewind ingesteld over de goederen van de moeder. De voormalige curator van de moeder, de heer [bewindvoerder/mentor] , is benoemd tot bewindvoerder en mentor.

De Raad heeft de rechtbank verzocht (toen de moeder nog onder curatele stond) om:

primair de GI te belasten met de voogdij over [minderjarige] ,

subsidiair [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI, voor de duur van een jaar.

De GI heeft zich tijdens de zitting bereid verklaard om de voogdij op zich te nemen, dan wel de ondertoezichtstelling uit te voeren.

De moeder heeft verweer gevoerd. Zij wil zelf met het gezag over [minderjarige] worden belast. De moeder vindt een ondertoezichtstelling niet nodig, omdat zij hulpverlening krijgt vanuit het moeder-kind-huis. Indien een ondertoezichtstelling volgt, dan verzoekt de moeder om de termijn te beperken.

3. De beoordeling

Conclusie

De rechter zal de moeder belasten met het gezag over [minderjarige] . Daarnaast zal de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar. Hierna zal de (kinder)rechter uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Gezag

Tijdens de zitting van 12 maart 2026 is besproken dat de curatele van de moeder waarschijnlijk op korte termijn zou worden opgeheven. Bij beschikking van 2 april 2026 van de kantonrechter is dit inderdaad gebeurd. De kantonrechter heeft overwogen dat de noodzaak voor curatele niet meer aanwezig is en dat kan worden volstaan met minder verstrekkende maatregelen, te weten bewind en mentorschap.

De moeder was vanwege haar curatele onbevoegd om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Deze grond voor onbevoegdheid is inmiddels vervallen. Uit het onderzoek van de Raad blijkt dat er naast de curatele geen bezwaren bestaan tegen gezagsuitoefening door de moeder. Het is duidelijk dat de moeder van [minderjarige] houdt en dat de onderlinge band goed is. De moeder verzorgt [minderjarige] goed en zij staat daarbij open voor adviezen vanuit de hulpverlening. Dit is tijdens de zitting ook bevestigd door de GI en de heer [bewindvoerder/mentor] . De rechter is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de moeder het gezag over hem krijgt. Gelet hierop zal de rechter het primaire verzoek tot benoeming van een voogd afwijzen.

Ondertoezichtstelling

De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar, want [minderjarige] wordt ernstig bedreigd in zijn ontwikkeling en ook voor het overige is voldaan aan het wettelijke criterium voor een ondertoezichtstelling (artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek).

De zorgen zien niet op de verzorging van [minderjarige] door de moeder, maar op de overige omstandigheden. [minderjarige] groeit op in een complexe opvoedsituatie, waarbij zijn ouders geen relatie met elkaar hebben. De moeder zou dit wel willen, maar de man heeft al een gezin met een andere vrouw. Volgens de Raad is er onvoldoende zicht op de opvoedersrol van de man en zijn er zorgelijke signalen naar voren gekomen van huiselijk geweld vanuit de man in partnerrelaties. Er zijn ook zorgen over de beïnvloedbaarheid van de moeder vanuit het verleden. De positieve stappen die de moeder hierin heeft gemaakt zijn pril in vergelijking met de duur van de zorgen. Daarnaast is er nauwelijks een steunend netwerk voor de moeder. Er zijn zorgen over het gezinssysteem waar de moeder uit komt, waarbij sprake was van huiselijk geweld vanuit oma moederszijde. Naar aanleiding van een gestelde voorwaarde van de huidige voogd lukt het de moeder beter om grenzen te stellen richting haar omgeving om de emotionele en fysieke veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Het is onzeker of de moeder hier ook zelfstandig toe in staat zal zijn, zonder de gedwongen hulpverlening vanuit de voogd en de curator. Daarom is de ondersteuning van een jeugdbeschermer van de GI nodig, die indien nodig hulpverlening kan inschakelen en aanwijzingen kan geven die opgevolgd moeten worden.

Tijdens de ondertoezichtstelling moet aan de doelen worden gewerkt die de Raad heeft opgesteld, te weten:

[minderjarige] groeit op in een veilige omgeving, waarbij hij geen getuige of onderdeel is van huiselijk geweld en/of spanningsvolle situaties;

Er komt zicht op de opvoedsituatie bij de man en zicht op de dynamiek in de relatie tussen de ouders;

[minderjarige] kan zich op een veilige manier hechten aan beide ouders;

Het is voor [minderjarige] duidelijk hoe zijn contact met zijn vader eruit ziet.

De kinderrechter vindt de verzochte termijn van een jaar passend, gelet op de beschreven zorgen en de doelen waaraan gewerkt zal geworden.

4. De beslissing

De (kinder)rechter:

belast de moeder met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;

stelt [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming voor de duur van een jaar, met ingang van 23 april 2026 tot 23 april 2027;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de overige verzoeken af.

Dit is de beslissing van mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Verouden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand