ECLI:NL:RBMNE:2026:2848

ECLI:NL:RBMNE:2026:2848

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer C/16/584134 / HA ZA 24-560
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De overeenkomst die eiser en gedaagde hebben gesloten voor de implementatie van een elektronisch patiëntendossier is rechtsgeldig door eiser ontbonden op grond van artikel 6:265 BW in verbinding met artikel 6:80 lid 1 onder a BW. Vaststaat dat gedaagde niet zonder tekortkoming zou kunnen nakomen. De rechtbank is voornemens om de door eiser gevorderde schadevergoeding deels toe te wijzen, maar stelt eiser in de gelegenheid om haar schade nader te onderbouwen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/584134 / HA ZA 24-560

Tussenvonnis van 1 april 2026

in de zaak van

STICHTING SINT MAARTENSKLINIEK,

gevestigd te Ubbergen,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: SMK,

advocaten: mr. M. Jansen, mr. T.O. van Hoorn en mr. T.G. Wouda,

tegen

1. NEXUS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Vianen,2. NEXUS AG,

gevestigd te Donaueschingen (Duitsland),

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: NEXUS c.s.,

advocaten: mr. G. Verberne, mr. J.L. Jonker, mr. B.F.E. Bosch en mr. D.E. van Oeveren.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 158;- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie met productie 1 t/m 52;- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 159 t/m 205n;

- aanvullende producties 206 t/m 209 van SMK;

- aanvullende producties 53 t/m 55 van NEXUS c.s.

De mondelinge behandeling vond plaats op 18 november 2025. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van spreekaantekeningen toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er verder besproken is. De behandeling van de zaak is na de zitting aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te bereiken. Partijen hebben de rechtbank laten weten dat dit niet is gelukt. Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

SMK en NEXUS c.s. hadden een overeenkomst gesloten voor de implementatie van een elektronisch patiëntendossier bij SMK. Volgens SMK heeft zij die overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. SMK vordert in deze procedure daarom terugbetaling van de facturen die zij al aan NEXUS c.s. heeft betaald (in totaal: € 1.033.340,00) en een vergoeding van de schade die zij door de ontbinding heeft geleden (in totaal: € 4.966.808,70). Volgens NEXUS c.s. mocht SMK de overeenkomst niet ontbinden. NEXUS c.s. heeft daarom een aantal tegenvorderingen ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat SMK de overeenkomst wel mocht ontbinden en wijst de tegenvorderingen van NEXUS c.s. daarom af. De rechtbank is voornemens om de door SMK gevorderde schadevergoeding deels toe te wijzen, maar stelt SMK in de gelegenheid om haar schade nader te onderbouwen.

3. De achtergrond van het geschil

SMK is een gespecialiseerd ziekenhuis dat zich richt op orthopedie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde en pijnbestrijding. NEXUS c.s. houdt zich bezig met het ontwikkelen en onderhouden van elektronische patiëntendossiers. SMK had met NEXUS c.s. afgesproken dat NEXUS c.s. voor haar een elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) zou leveren, implementeren en onderhouden.

SMK en NEXUS c.s. hebben in 2023 een aantal overeenkomsten gesloten waarin zij hun afspraken over de implementatie en het onderhoud van het EPD hebben vastgelegd. Na ondertekening van die overeenkomsten startte de implementatiefase onder de naam “Project ZEBRA”. Dit project werd geleid door een stuurgroep. Die stuurgroep rapporteerde aan de Raad van Bestuur van SMK. Vervolgens werden in werkgroepen de detailkeuzes voor de verschillende specialisaties gemaakt en uitgewerkt. In die werkgroepen zouden daarom ook personeelsleden van SMK plaatsnemen.

Vanuit NEXUS c.s. werd de heer [A] aangesteld als projectleider en vanuit SMK werd de heer [B] aangesteld als programmamanager. SMK heeft daarnaast Deloitte ingeschakeld als implementatiepartner. Ook heeft SMK KPMG ingeschakeld om haar gedurende het project te rapporteren over het verloop daarvan.

Uiteindelijk heeft SMK nog geen jaar na het ondertekenen ervan de overeenkomsten ontbonden op 19 januari 2024. SMK heeft de verschillende tussen partijen gesloten overeenkomsten in haar dagvaarding samen aangeduid als de “Overeenkomst”. Onder die definitie vallen volgens SMK ook nog vast te stellen documenten, zoals het nog vast te stellen projectplan en het nog vast te stellen conversieplan. Die documenten kunnen echter niet worden ontbonden. Het zijn namelijk geen overeenkomsten waaruit voor een of beide partijen verbintenissen voortvloeien. De rechtbank zal onder de Overeenkomst daarom samen genomen – in afwijking van SMK – de volgende documenten verstaan:

 de getekende offerte van NEXUS c.s.;

 de overeenkomst ontbindende voorwaarden;

 de mantelovereenkomst inclusief bijlagen;

 de nadere overeenkomst inclusief bijlagen;

 de Service Level Agreement;

4. De beoordeling

in conventie en reconventie

Bevoegdheid en toepasselijk recht

NEXUS AG is in Duitsland gevestigd. De rechtbank moet daarom ambtshalve onderzoeken of zij internationaal bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. Dat moet in dit geval worden beoordeeld aan de hand van de Verordening (EU) nummer 1215/2012 (hierna: Brussel I bis), omdat deze zaak voldoet aan de in artikelen 1 lid 1 en artikel 66 lid 1 Brussel I bis genoemde voorwaarden. Het betreft namelijk een na 10 januari 2015 aanhangig gemaakte burgerlijke zaak. Als dat het geval is, moet worden beoordeeld of deze rechtbank ook nationaal bevoegd is en welk recht van toepassing is.

Op grond van dit artikel 25 Brussel I bis is een gerecht van een lidstaat bevoegd om kennis te nemen van het geschil als partijen dit gerecht hebben aangewezen en hierover wilsovereenstemming bestaat. Hiervan is in dit geval sprake. Tussen partijen staat namelijk niet ter discussie dat zij een forumkeuze hebben gemaakt voor de Nederlandse rechter. Omdat sprake is van een geldig forumkeuzebeding en geen sprake is van een exclusieve bevoegdheidsgrond zoals bedoeld in artikel 24 Brussel I bis is de Nederlandse rechter bevoegd om van dit geschil kennis te nemen. Ook zijn partijen het erover eens dat deze rechtbank relatief bevoegd is en dat in deze zaak Nederlands recht wordt toegepast.

in conventie

Van belang is of op 19 januari 2024 vaststond dat de deadline niet werd gehaald

Partijen hebben in artikel 9.5 van de mantelovereenkomst afgesproken wanneer de mantelovereenkomst en/of een nadere overeenkomst door een partij mag worden ontbonden, namelijk als de andere partij die overeenkomst wezenlijk schendt en – kortgezegd – verzuimt die schending te herstellen. SMK stelt dat NEXUS c.s. in een heel aantal opeisbare verplichtingen (10 in totaal) uit de Overeenkomst tekort is geschoten, die op zichzelf volgens SMK allemaal als een wezenlijke schending kwalificeren. NEXUS c.s. heeft die tekortkomingen volgens SMK niet hersteld. Daarom vindt SMK dat zij de Overeenkomst mocht ontbinden.

Voor zover zij de Overeenkomst niet mocht ontbinden wegens die tekortkomingen (in opeisbare verplichtingen), stelt SMK zich op het standpunt dat nakoming door NEXUS c.s. zonder tekortkoming op 19 januari 2024, de datum waarop SMK de Overeenkomst heeft ontbonden, onmogelijk was. Op die datum stond volgens SMK namelijk vast dat NEXUS c.s. de afgesproken deadline van 1 juli 2024 niet zou gaan halen. Volgens SMK mocht zij de Overeenkomst daarom (ook) ontbinden op grond van de wet. Artikel 6:80 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt namelijk dat de gevolgen van niet-nakoming intreden voordat de vordering opeisbaar is als vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn. Hoewel de mantelovereenkomst niet expliciet voorziet in de mogelijkheid om de Overeenkomst in dat geval te ontbinden, staat tussen partijen niet ter discussie dat het SMK desondanks vrij staat om een beroep te doen op artikel 6:80 lid 1 sub a BW.

NEXUS c.s. betwist dat op 19 januari 2024 vaststond dat zij de deadline van 1 juli 2024 niet zou halen. Volgens NEXUS c.s. had zij met SMK afgesproken om de deadline van 1 juli 2024 los te laten. Dit blijkt volgens NEXUS c.s. uit de notulen van de stuurgroepvergadering van 19 september 2023. In die vergadering werd volgens NEXUS c.s. besloten om de afgesproken deadline van 1 juli 2024 naar achteren te verplaatsen. Vervolgens heeft [B] op 9 januari 2024 een e-mail gestuurd waarin hij bevestigt dat 13 december 2024 de nieuwe deadline zou worden en op 19 januari 2024 was die deadline (van 13 december 2024) nog wel degelijk haalbaar volgens NEXUS c.s.

Om te kunnen beoordelen of SMK de Overeenkomst mocht ontbinden, omdat op 19 januari 2024 nakoming zonder tekortkoming onmogelijk was, moet de rechtbank eerst de vraag beantwoorden welke deadline SMK en NEXUS c.s. hadden afgesproken. De tweede vraag, die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is de vraag of op het moment van ontbinding (op 19 januari 2024) vaststond dat die deadline niet zou worden gehaald.

(i) Partijen zijn niet afgeweken van de deadline van 1 juli 2024

Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij in de nadere overeenkomst een duidelijke deadline overeen zijn gekomen. In artikel 6.8 van die overeenkomst staat namelijk: “De Implementatie, inclusief de integrale Acceptatie daarvan, zal uiterlijk 1 juli 2024 zijn voltooid.” Partijen verwijzen naar deze datum als de “Go Live datum”.

Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat zij met elkaar hebben afgesproken dat die Go Live datum kwalificeert als een fatale termijn (op grond van artikel 2.10 van de mantelovereenkomst). Dit betekent dat NEXUS c.s. de implementatie van het EPD, inclusief de acceptatie daarvan, uiterlijk vóór 1 juli 2024 moest hebben afgerond.

Dit wordt pas anders als partijen inderdaad van die Go Live datum zijn afgeweken, zoals NEXUS c.s. stelt. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Het klopt dat tijdens de stuurgroepvergadering op 19 september 2023 de Go Live datum is besproken. Maar uit de notulen van die stuurgroepvergadering blijkt niet dat de stuurgroep ongeclausuleerd akkoord ging met uitstel van de Go Live datum. De stuurgroep stond weliswaar “positief” tegenover een uitstel, maar alleen onder de voorwaarden dat:

1. Zo spoedig mogelijk de werkgroepen zullen starten.

2. In komende tijd op bestuursniveau het financiële aspect beslecht zal gaan worden (al ligt dit bij de bestuurders op tafel).

3. Stuurgroep 6 31-10-2023 er een planning ligt."

Deze voorwaarden zijn niet vervuld. Het “financiële aspect” is namelijk nooit beslecht door het bestuur. Het bestuur van SMK heeft immers nooit haar goedkeuring gegeven aan het uitstellen van de Go Live datum, omdat zij volgens SMK te weinig vertrouwen had in de alternatieve planning van NEXUS c.s. met een latere Go Live datum. NEXUS c.s. stelt zich weliswaar op het standpunt dat partijen ook op directieniveau ermee hebben ingestemd om de Go Live datum van 1 juli 2024 te verlaten, maar zij onderbouwt die stelling niet. Nergens blijkt uit dat de directies van beide partijen inderdaad de vereiste toestemming hebben gegeven.

Het is ook niet zo, zoals NEXUS c.s. stelt, dat partijen “al maanden uitvoering” gaven aan de nieuwe planningen die uitgingen van een latere Go Live datum en dat daaruit de goedkeuring van de directie zou blijken. Dat de goedkeuring van het bestuur een belangrijke voorwaarde was voor het verlaten van de Go Live datum blijkt namelijk niet alleen uit de notulen van de stuurgroepvergadering van 19 september 2023, maar ook uit de notulen van de stuurgroepvergadering van 19 december 2023. De voorzitter van de stuurgroep heeft tijdens die vergadering opgemerkt dat “de vervolgstap” was om een memo op te stellen naar de Raad van Bestuur met het advies van de stuurgroep (om de Go Live datum uit te stellen) “waarna het Bestuur een besluit moet nemen over het vervolg”.

Hangende dat besluit hebben partijen weliswaar steeds overleg gehad over een planning die uitging van een latere datum, maar dit betekent niet dat de Go Live datum van 1 juli 2024 niet langer meer als fataal kwalificeerde. SMK stelt namelijk terecht dat partijen voor deze situatie, waarin gesproken wordt over het al dan niet uitstellen van de Go Live datum, expliciet een contractuele voorziening hebben opgenomen. Artikel 6.16 van de nadere overeenkomst bepaalt namelijk duidelijk dat “het enkele feit dat overleg plaatsvindt” over vertraging van de werkzaamheden niet inhoudt dat SMK “de oorzaak van de vertraging erkent of dat het fatale karakter van de levertermijnen wordt opgeven.”

Dat instemming van het bestuur vereist was voor het kunnen uitstellen van de Go Live datum, is overigens niet alleen een voorwaarde die de stuurgroep zelf stelde, maar partijen zijn die voorwaarde ook expliciet overeengekomen in de nadere overeenkomst. Artikel 6.16 van de nadere overeenkomst bepaalt namelijk:

Indien de voortgang van overeengekomen werkzaamheden vertraging dreigt te gaan ondervinden, zal NEXUS hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Klant melding maken binnen de overeengekomen governancestructuur (zie ook Artikel 16). NEXUS zal daarbij aangeven wat de oorzaak is van de vertraging, aan wie en in welke mate de vertraging in haar visie toerekenbaar is (NEXUS of Klant) alsmede de door NEXUS voorgestelde maatregelen om de (dreigende) vertraging te voorkomen of ongedaan te maken. Tevens zullen de consequenties van deze vertraging in de rapportage worden vermeld. Het enkele feit dat overleg plaatsvindt houdt niet in dat Klant de oorzaak van de vertraging erkent of dat het fatale karakter van de levertermijnen wordt opgeheven. Partijen kunnen evenwel binnen de overeengekomen governancestructuur een besluit nemen naar aanleiding van voornoemde rapportage dat voorziet in wijziging van de gemaakte afspraken.” [onderstreping toegevoegd door de rechtbank]

Partijen zijn in artikel 16 van de nadere overeenkomst een “governancestructuur” overeengekomen. Op grond van artikel 16.3 onder D van de nadere overeenkomst mochten bestaande afspraken alleen worden gewijzigd door de “directie van Partijen”. Dit uitgangspunt wordt niet door NEXUS c.s. betwist. Dit betekent dat alleen “de directie” kon besluiten om de Go Live datum te verlaten. Een dergelijk directiebesluit is niet genomen.

De toezegging van [B] dat 13 december 2024 de nieuwe Go Live datum zou worden, bindt SMK tot slot niet. [B] was namelijk niet bevoegd om een dergelijke afspraak namens SMK te maken en dit wist NEXUS c.s. gelet op de hiervoor genoemde afspraken in de nadere overeenkomst. Bovendien heeft [B] in de bestuursvergadering van 19 december 2023 opgemerkt dat, hangende het besluit van de Raad van Bestuur over het uitstel van de Go Live datum, partijen zullen doorgaan op basis van de aangepaste planning. In het licht van die opmerking betekende de e-mail (van 9 januari 2024) van [B] alleen dat 13 december 2024 als uitgangspunt zou worden genomen in afwachting van het besluit van het bestuur. Partijen zijn dus niet afgeweken van de Go Live datum van 1 juli 2024 zoals overeengekomen in artikel 6.8 van de nadere overeenkomst.

(ii) Op 19 januari 2024 was de afgesproken deadline niet haalbaar

De rechtbank is van oordeel dat op 19 januari 2024, de dag van de ontbindingsbrief, vaststond dat NEXUS c.s. de Go Live datum van 1 juli 2024 conform de uitgangspunten in de planning uit de Overeenkomst niet zou gaan halen. Dat die Go Live datum problematisch was, werd al duidelijk in september 2023. Al op 15 september 2023 adviseerde het programmateam de stuurgroep om af te wijken van de Go Live datum van (destijds nog) 21 juni 2024. De planning van NEXUS c.s. kende volgens het programmateam namelijk meerdere hoge risico’s en NEXUS c.s. was destijds niet in staat om de zorgen hierover weg te nemen.

Een van de risico’s die het programmateam signaleerde was het feit dat er teveel werkgroepen tegelijk actief zouden zijn. Op sommige momenten in de planning zouden zelfs 12 werkgroepen tegelijk actief zijn, terwijl SMK en NEXUS c.s. een maximum van 8 werkgroepen hadden afgesproken. Dit maximum hadden partijen afgesproken, omdat SMK anders teveel (medisch) personeel niet zou kunnen inroosteren voor haar kernwerkzaamheden, waardoor de zorgverlening in gevaar zou komen.

Dat haar planning niet voldeed aan de “criteria voor de werkgroep planning”, constateerde NEXUS c.s. zelf ook in haar notitie van 29 augustus 2023 waarin zij haar planning toelichtte:

Voldoet niet aan alle opgestelde criteria voor de werkgroep planning, o.a.: Gelijke werkverdeling: Er kunnen maximaal acht werkgroepen tegelijk actief zijn. Maximaal de helft hiervan heeft focus op primaire zorg.”

Bovendien was in de planning van NEXUS c.s. geen ruimte voor het opvangen van tegenslagen. Er mocht dus niets misgaan; daar was geen ruimte voor. Een risico dat NEXUS c.s. zelf óók had geconstateerd in dezelfde notitie: “Room for error. Geen slack ingebouwd”.

De aangepaste planning die NEXUS c.s. uiteindelijk op 19 december 2023 presenteerde ging uit van een latere Go Live datum, namelijk 8 november 2024. Het programmateam stelde desondanks vast dat in die aangepaste planning met een latere Go Live datum nog steeds onvoldoende ruimte was voor het opvangen van tegenslagen, hetgeen niet door NEXUS c.s. wordt betwist.

Dat er in de planning geen ruimte was voor tegenslagen wordt bovendien ondersteund door KMPG. Zij signaleerde op 22 december 2023 namelijk:

We zien dat deadlines, bijvoorbeeld voor het opleveren van een definitieve integrale planning, steeds verder worden uitgesteld, waardoor deliverables en activiteiten naar achter blijven schuiven. Zo ontstaat er een bulldozer effect: het risico dat er een opeenstapeling ontstaat van activiteiten later in het programma en dat er te weinig tijd overblijft om deze goed uit te voeren. (…)

Er kunnen geen additionele ontwikkelingen en vragen meer worden toegestaan. Er is geen enkele ruimte meer voor fouten.”

De rechtbank is van oordeel dat hiermee objectief vaststaat dat op 19 januari 2024 de afgesproken deadline van 1 juli 2024 niet haalbaar was. Immers, de aangepaste planning die uitging van een latere Go Live datum van 8 november 2024 was kennelijk al zo strak dat er geen ruimte was voor tegenslagen, laat staan dat die planning met vier maanden zou kunnen worden ‘ingekort’.

Bovendien had NEXUS c.s. die ruimte voor tegenslagen wél nodig. Op basis van de aangepaste planning zouden namelijk weer meer dan 8 werkgroepen tegelijk lopen gedurende 10 weken, terwijl dit voor SMK niet haalbaar was. En dit wist NEXUS c.s. Volgens NEXUS c.s. waren die werkgroepen niet altijd even intensief waardoor het volgens haar wél haalbaar was, maar NEXUS c.s. houdt daarbij geen rekening met de vakantieperiode. In die periode waren (nog) minder mensen in de zorg beschikbaar, waardoor het tegelijk laten lopen van meer dan 8 (wellicht minder intensieve) werkgroepen alsnog problematisch zou worden.

Daarmee staat vast dat NEXUS c.s. niet zonder tekortkoming zou kunnen nakomen.

Voor zover die tekortkoming kwalificeert als een wezenlijke schending (en dat doet het, zie randnummer 4.26 e.v.), was SMK dus bevoegd om de Overeenkomst te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW in verbinding met artikel 6:80 lid 1 onder a BW. Dit betekent ook dat de rechtbank niet meer hoeft in te gaan op alle door SMK gestelde afzonderlijke tekortkomingen in opeisbare verplichtingen aan de zijde van NEXUS c.s.

Het feit dat SMK die grondslag (ontbinding zonder dat er sprake is van verzuim) pas in haar dagvaarding heeft aangevoerd en niet (al) in de ontbindingsbrief van 19 januari 2024 maakt tot slot niet uit. Het staat SMK vrij om in haar dagvaarding de gronden voor de buitengerechtelijke ontbinding aan te vullen (ECLI:NL:HR:2011:BP6997, r.o. 3.6.1.).

Het niet halen van de deadline is een wezenlijke schending

Op grond van artikel 9.5 van de mantelovereenkomst mag een partij een overeenkomst alleen ontbinden als de andere partij die overeenkomst “wezenlijk schendt”. Op grond van artikel 9.5.1. van de mantelovereenkomst is sprake van een wezenlijke schending “als de schade van dusdanig belang is dat die de gevolgen van een ontbinding rechtvaardigt”.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval een volledige ontbinding van de Overeenkomst gerechtvaardigd was. Voordat SMK de overstap maakte naar NEXUS c.s., nam zij haar EPD af van ChipSoft B.V. en dit EPD was “end of life”. Vanaf januari 2024 zou dat EPD niet meer worden onderhouden en vanaf medio 2024 niet langer ondersteund. SMK heeft uitgelegd welke gevolgen dit voor haar zou hebben: als updates niet meer konden worden doorgevoerd, liep SMK mogelijk een veiligheidsrisico. Bovendien zou SMK vervolgens ook geen updates meer ontvangen die nodig zijn voor het factureren van de door haar geleverde zorg. Voor SMK was het dus belangrijk dat de opvolger van haar huidige EPD op tijd zou worden geïmplementeerd om haar bedrijfscontinuïteit te kunnen waarborgen. Het niet halen van de afgesproken deadline kwalificeert daarom (met andere woorden) als een wezenlijke schending in de zin van artikel 9.5 van de mantelovereenkomst.

NEXUS c.s. betwist dat er sprake is van een wezenlijke schending. Volgens NEXUS c.s. had zij de afgesproken datum van 1 juli 2024 kunnen halen, maar heeft SMK dit verhinderd. SMK zou zelf onvoldoende hebben meegewerkt en steeds nieuwe en onrealistische eisen aan de planning hebben gesteld. Daarom is er volgens NEXUS c.s. geen sprake van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. De rol die SMK zelf heeft vervuld, moet volgens NEXUS c.s. namelijk worden meegenomen in de beoordeling of die drempel wordt gehaald. Dit volgt volgens NEXUS c.s. uit het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2018.

Het klopt dat de Hoge Raad in dat arrest heeft geoordeeld dat naast de in artikel 6:265 lid 1 BW genoemde gezichtspunten alle overige omstandigheden van het geval relevant kunnen zijn bij de beoordeling van de vraag of ontbinding in een concreet geval gerechtvaardigd is (r.o. 3.8.1.). De rechtbank vindt echter niet, zoals NEXUS c.s. betoogt, dat de rol die de schuldeiser (SMK) in dit geval zelf heeft vervuld doorslaggevend is voor het antwoord op die vraag. Daarbij is in aanmerking genomen dat het op grond van de wet en op grond van de mantelovereenkomst niet relevant is of de tekortkoming wel of niet aan NEXUS c.s. kan worden toegerekend door gedragingen aan de zijde van SMK. De toerekenbaarheid is namelijk geen vereiste voor ontbinding en wordt pas relevant bij de beoordeling van de vraag of NEXUS c.s. de schade moet vergoeden die SMK lijdt doordat geen wederzijdse nakoming plaatsvindt, maar ontbinding. Hierna, in randnummer 4.41 e.v., zal bovendien aan bod komen dat de tekortkoming aan Nexus c.s. kan worden toegerekend en dat partijen – ook als het zo zou zijn dat SMK juiste nakoming door NEXUS c.s. verhinderde – het contractueel op de weg van NEXUS c.s. had gelegen SMK hierop te wijzen, wat zij niet heeft gedaan. Tegen deze achtergrond concludeert de rechtbank dat niet is gebleken dat de ontbinding door SMK hier niet is gerechtvaardigd.

Tussenconclusie: SMK heeft de Overeenkomst rechtsgeldig ontbonden

SMK mocht de Overeenkomst ontbinden. De gevorderde verklaring voor recht dat SMK de Overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden bij brief van 19 januari 2024 zal daarom worden toegewezen.

Gevolgen ontbinding: NEXUS c.s. moet € 1.033.340,- met rente aan SMK terugbetalen

Doordat de Overeenkomst is ontbonden, ontstaan over en weer verbintenissen tot ongedaanmaking van de al door partijen ontvangen prestaties (op grond van artikel 6:271 BW). Dit betekent dat NEXUS c.s. de € 1.033.340,00 (incl. btw) die SMK al aan haar heeft betaald weer terug moet betalen aan SMK.

De door NEXUS c.s. verrichte werkzaamheden kunnen alleen niet meer ongedaan worden gemaakt. Op grond van de wet geldt dan het uitgangspunt dat daarvoor een vergoeding in de plaats treedt (artikel 6:272 lid 1 BW). Omdat NEXUS c.s. tekort is geschoten in de nakoming van de Overeenkomst zal de vergoeding worden beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor SMK werkelijk heeft gehad (op grond van artikel 6:272 lid 2 BW).

Volgens NEXUS c.s. hebben de door haar verrichte diensten een waarde van € 723.338,- (70% van € 1.033.340,00) incl. btw. NEXUS c.s. vindt namelijk dat het bedrag dat zij aan SMK zou moeten terugbetalen moet worden beperkt tot 30% (van € 1.033.340,00) en de overige 70% moet worden verrekend met de waarde die de door NEXUS c.s. verrichte (project)werkzaamheden voor SMK hebben gehad.

NEXUS c.s. stelt dat haar diensten waarde voor SMK hebben gehad, omdat zij SMK heeft geholpen met de eigen processen in kaart te brengen voor de overstap naar een standaard EPD. Daarnaast zijn volgens NEXUS c.s. de door haar verrichte werkzaamheden behulpzaam geweest om vast te stellen waar SMK vandaan kwam om naar een nieuwe EPD-oplossing te kunnen bewegen (als alternatief voor het NEXUS EPD). Als voorbeeld noemt NEXUS c.s. het werk dat zij heeft verricht ten behoeve van de conversie, de koppelingen, de teststrategie, gebruik van het EPD op nevenlocaties en het autorisatiebeleid. Waarom dit een waarde van € 723.338,- vertegenwoordigt, onderbouwt NEXUS c.s. niet.

SMK betwist dat de diensten van NEXUS c.s. voor haar van (subjectieve) waarde zijn geweest. SMK moest namelijk weer (terug) overstappen naar het EPD van ChipSoft, dat een heel ander systeem betreft dan het systeem van NEXUS c.s. Het is dus niet zo dat inzichten die SMK zou hebben opgedaan in het kader van de implementatie van het EPD door NEXUS c.s. één op één kan toepassen in het systeem van ChipSoft, aldus SMK.

Gelet op de summiere onderbouwing van NEXUS c.s. van haar verrekeningsverweer en de gemotiveerde betwisting van SMK die daar tegenover staat, slaagt het verrekeningsverweer van NEXUS c.s. niet. Nergens blijkt uit dat de door NEXUS c.s. verrichte werkzaamheden inderdaad waarde voor SMK hebben gehad, laat staan een waarde ter hoogte van € 723.338,-. Dit betekent dat NEXUS c.s. (in ieder geval) € 1.033.340,00 aan SMK moet betalen op grond van de ongedaanmakingsverbintenis die is ontstaan nadat de Overeenkomst door SMK is ontbonden. Deze veroordeling zal de rechtbank hoofdelijk uitspreken, zoals door SMK is gevorderd.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 25 januari 2024, zoals door SMK gevorderd. Op die datum liet NEXUS c.s. aan SMK weten dat zij niet akkoord ging met de ontbinding door SMK. De rechtbank is van oordeel dat SMK uit die mededeling mocht afleiden dat NEXUS c.s. niet aan haar ongedaanmakingsverbintenis zal voldoen en verkeert NEXUS c.s. daarom vanaf die datum in verzuim op grond van artikel 6:83 sub c BW.

Aanvullende schadevergoeding: het toetsingskader

Daarnaast vordert SMK ook vergoeding van de schade die zij lijdt, omdat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de Overeenkomst plaatsvindt. De rechtbank stelt vast dat de omvang van de schadevergoeding die NEXUS c.s. (op grond van artikel 6:277 BW) moet vergoeden, moet worden vastgesteld aan de hand van een vergelijking tussen enerzijds de hypothetische situatie waarin SMK zou hebben verkeerd bij correcte nakoming van de Overeenkomst en anderzijds de feitelijke situatie waarin SMK na ontbinding van de Overeenkomst verkeert na afwikkeling van de ongedaanmakingsverbintenissen (ECLI:NL:HR:2009:BI3402). Dit betekent dat SMK financieel in de positie moet worden gebracht alsof de Overeenkomst wel correct was uitgevoerd door beide partijen (de afgesproken situatie). Kosten die SMK in de afgesproken situatie ook zou hebben gemaakt, hoeven dus niet te worden vergoed door NEXUS c.s. Kosten die SMK in die situatie niet zou hebben gemaakt, komen daarentegen wel voor vergoeding in aanmerking.

Maar NEXUS c.s. hoeft die schade alleen te vergoeden:

i) als de tekortkoming aan haar kan worden toegerekend (op grond van artikel 6:277 lid 2 BW en artikel 9.3.2. van de mantelovereenkomst) en

ii) voor zover die schade niet de in artikel 9.3.3. van de mantelovereenkomst overeengekomen aansprakelijkheidslimiet overschrijdt.

De rechtbank zal eerst deze twee punten adresseren voordat zij in gaat op de vraag welke door SMK gevorderde schade voor een vergoeding in aanmerking komt, waarbij de hiervoor (in randnummer 4.38) genoemde vergelijking als uitgangspunt wordt genomen.

(i) De tekortkoming kan aan NEXUS c.s. worden toegerekend

Volgens NEXUS c.s. verhinderde SMK dat zij (NEXUS c.s.) zonder tekortkoming binnen de afgesproken termijn kon nakomen. SMK zou namelijk op haar beurt ook tekort zijn geschoten in een aantal contractuele verplichtingen, waardoor tijdige nakoming door NEXUS c.s. niet mogelijk was. Daarom kan de tekortkoming volgens NEXUS c.s. niet aan haar worden toegerekend.

Samenvattend schoot SMK volgens NEXUS c.s. structureel tekort in het:

leveren van voldoende inzet, betrokkenheid en beschikbaarheid van de benodigde resources (artikel 6.11 van de nadere overeenkomst);

meewerken aan informatieverzoeken (artikel 2.8 van de mantelovereenkomst);

realiseren van de organisatievoorbereiding, zoals de veranderaanpak en communicatie;

leveren van de vereiste medewerking aan een definitieve, goedgekeurde (detail)planning;

aanleveren van de gegevens conform de conversiespecificaties (artikel 6.25 en 6.27 van de nadere overeenkomst);

aanleveren van een test- en acceptatieplan en het uitvoeren van testen van de deelleveringen (artikel 3.2.5. van de mantelovereenkomst);

leveren van de vereiste medewerking aan de implementatie (art. 6.13 van de nadere overeenkomst en 5.1 van de mantelovereenkomst).

Wat hier ook van zij, de rechtbank is van oordeel dat SMK terecht stelt dat partijen in de mantelovereenkomst en in de nadere overeenkomst een duidelijke marsroute hadden afgesproken als al dan niet door toedoen van SMK een opleverdatum vertraging dreigde op te lopen. Artikel 2.10 van de mantelovereenkomst bepaalt namelijk:

Overeengekomen opleverdata zijn fataal, tenzij anders bepaald. Voor zover een vertraging is te wijten aan Klant en NEXUS Klant daarvan direct schriftelijk (waaronder ook een bericht via e-mail of andere elektronische weg begrepen is) op de hoogte heeft gesteld, zal de levertermijn van NEXUS worden verlengd met de periode van vertraging die aan de Klant kan worden toegerekend. Ook deze opleverdatum zal vervolgens fataal zijn. NEXUS stelt Klant zo snel mogelijk op de hoogte als zij haar verplichtingen niet kan nakomen, of als zij verwacht deze niet te kunnen nakomen.”

En artikel 6.16 van de nadere overeenkomst bevat een soortgelijke bepaling (zie randnummer 4.13).

Tussen partijen staat niet ter discussie dat NEXUS c.s. SMK niet op de vertraging heeft gewezen zoals voorgeschreven in artikel 2.10 van de mantelovereenkomst en/of artikel 6.16 van de nadere overeenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling heeft NEXUS c.s. bevestigd dat er vanuit haar nooit een brief (of e-mail) is verstuurd zoals bedoeld in die artikelen. NEXUS c.s. gaf daarbij aan dat zij met de kennis van nu “achteraf misschien minder soepel had moeten zijn”.

De rechtbank stelt vast dat NEXUS c.s. SMK wel op de contractueel voorgeschreven wijze had kunnen waarschuwen voor de vertraging die volgens haar (NEXUS c.s.) was te wijten aan SMK. De in randnummer 4.42 genoemde punten betreffen namelijk allemaal verwijten die NEXUS c.s. in een eerder stadium (vóórdat de Overeenkomst door SMK werd ontbonden) had kunnen adresseren, maar dit heeft zij niet gedaan.

De rechtbank vindt daarom dat NEXUS c.s. nu geen beroep meer kan doen op artikel 6:75 BW (overmacht) of artikel 6:101 BW (eigen schuld). Artikel 2.10 van de mantelovereenkomst en artikel 6.16 van de nadere overeenkomst waren er juist voor bedoeld om deze discussie achteraf te voorkomen. En het klopt dat SMK de vereiste medewerking aan NEXUS c.s. moest verlenen, maar het was NEXUS c.s. die de eindverantwoordelijkheid droeg. Niet alleen op grond van artikel 2.10 en artikel 6.16, maar ook op grond van artikel 16.1 van de nadere overeenkomst. Dit artikel bepaalt duidelijk:

“(…) Enige rol van Klant in de samenwerking doet niets af aan haar hoofd- en eindverantwoordelijkheid van NEXUS voor de Implementatie”.

En die eindverantwoordelijkheid heeft NEXUS c.s. dus niet genomen doordat zij niet tijdig aan de bel heeft getrokken over de mogelijke vertraging zoals voorgeschreven in artikel 2.10 van de mantelovereenkomst en artikel 6.16 van de nadere overeenkomst.

Voor zover de stelling van NEXUS c.s. dat SMK nakoming verhinderde moet worden opgevat als een beroep op schuldeisersverzuim op grond van artikel 6:58 BW of artikel 6:59 BW, gaat ook dit verweer niet op. In dit geval is de rechtbank namelijk van oordeel dat SMK de overeenkomst kon ontbinden zonder dat NEXUS c.s. in verzuim verkeerde (op grond van artikel 6:265 jo artikel 6:80 lid 1 sub a BW). De vraag of SMK wel of niet in schuldeisersverzuim verkeerde (waardoor NEXUS c.s. niet in verzuim kón raken), doet er dan niet toe.

(ii) Partijen zijn een aansprakelijkheidslimiet van 5 miljoen overeengekomen

In artikel 9.3.3. van de mantelovereenkomst zijn partijen een aansprakelijkheidslimiet overeengekomen. Dit artikel bepaalt:

De totale cumulatieve aansprakelijkheid van Partijen op grond van, in verband met of met betrekking tot een Nadere Overeenkomst is beperkt tot het meerdere van (a) tweemaal de in totaal op grond van de Nadere Overeenkomst door Klant aan NEXUS te betalen vergoedingen over het contractjaar waarin de schade is veroorzaakt of (b) hetgeen de verzekeraar van NEXUS ter zake uitkeert. Indien de verzekeraar ter zake niets uitkeert, is de aansprakelijkheid beperkt tot EUR 1.250.000”.

Partijen zijn het erover eens dat de aansprakelijkheid van NEXUS c.s. op grond van sub (a) van dit artikel is beperkt tot € 2.127.510,-. Maar partijen zijn het niet eens over de betekenis van sub (b). Volgens SMK moet NEXUS c.s. op grond van sub (b) haar schade vergoeden tot een bedrag van maximaal € 5.000.000,-, omdat de verzekeraar van NEXUS c.s. haar vermogensschade dekt tot dat bedrag. Maar het feit dat NEXUS c.s. een verzekering heeft afgesloten voor een bedrag van maximaal € 5.000.000,- betekent volgens NEXUS c.s. niet dat de verzekeraar dit bedrag zal uitkeren. Bij gebrek aan een uitkering van de verzekeraar, moeten partijen volgens NEXUS c.s. er daarom van uitgaan dat de verzekeraar niets uitkeert, waardoor haar aansprakelijkheid is beperkt tot € 2.127.510,- op grond van sub (a).

Omdat partijen het niet eens zijn over de betekenis van sub (b) moet deze bepaling worden uitgelegd. Het is vaste rechtspraak dat daarvoor niet alleen moet worden gekeken naar de tekst van de overeenkomst. Het is ook belangrijk wat partijen verder nog gezegd en gedaan hebben en wat zij op grond daarvan van elkaar mochten verwachten. Bij de uitleg van de Overeenkomst zal de rechtbank daarom ook letten op de wijze waarop de Overeenkomst tot stand is gekomen.

Vaststaat dat partijen over de formulering van deze bepaling hebben onderhandeld. De zinsnede “hetgeen de verzekeraar van NEXUS ter zake uitkeert. Indien de verzekeraar ter zake niets uitkeert, is de aansprakelijkheid beperkt tot” is in een later stadium door SMK aan de concept mantelovereenkomst toegevoegd, welk concept door NEXUS c.s. is aangeleverd. De rechtbank volgt de lezing van NEXUS c.s. – dat partijen ervan uit moeten gaan dat de verzekeraar niets uitkeert – gelet op deze toevoeging niet. Als SMK dit zou hebben bedoeld, was deze toevoeging immers zinloos.

Volgens SMK heeft zij die toevoeging gemaakt naar aanleiding van de verzekeringspolis die zij in het kader van de contractonderhandelingen van NEXUS c.s. heeft ontvangen. Uit die polisvoorwaarden bleek dat de verzekeraar van NEXUS c.s. vermogensschade dekt tot een bedrag van € 5.000.000,-. SMK ging ervan uit dat áls de verzekeraar zou uitkeren, zij dit maximale bedrag zou uitkeren.

Gelet op het feit dat de polisvoorwaarden in het kader van de contractonderhandelingen zijn gedeeld en SMK naar aanleiding daarvan artikel 9.3.3 heeft aangepast, kon NEXUS c.s. verwachten dat SMK daarmee een aansprakelijkheidslimiet van € 5.000.000,- had beoogd in het geval de verzekeraar zou uitkeren (art. 9.3.3. sub b mantelovereenkomst). Het ligt namelijk niet voor de hand dat partijen vooraf met elkaar een aansprakelijkheidslimiet willen afspreken, waarvan de hoogte pas kan worden vastgesteld nadat de verzekeraar daadwerkelijk heeft uitgekeerd.

De rechtbank legt daarom “hetgeen de verzekeraar van NEXUS uitkeert” zoals genoemd sub (b) uit als “hetgeen de verzekeraar van NEXUS maximaal uitkeert volgens de polisvoorwaarden waarover partijen tijdens de contractonderhandelingen hebben gesproken”. Dit betekent concreet dat partijen een aansprakelijkheidslimiet van € 5.000.000,- zijn overeengekomen in sub (b) van artikel 9.3.3. van de mantelovereenkomst.

SMK heeft de door haar gevorderde schade onvoldoende onderbouwd

SMK vordert vergoeding van haar schade. Deze schade bestaat volgens SMK uit de volgende posten:

Vergeefs gemaakte contracteringskosten: € 168.330,69

Vergeefs gemaakte implementatiekosten: € 4.564.187,99

Kosten ter voorkoming of beperking van schade: € 180.231,16

Kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid: € 54.058,16

De rechtbank stelt vast dat niet alle door SMK onder (1) gevorderde contracteringskosten (€ 168.330,69) en (2) implementatiekosten (€ 4.564.187,99) voor vergoeding in aanmerking komen. Contracterings- en implementatiekosten had SMK namelijk ook moeten maken als sprake was van de situatie waarin sprake was van wederzijdse nakoming. In dat geval had SMK immers ook (wat betreft de contracteringskosten) personeelskosten gehad en had zij ook juridische bijstand moeten inschakelen voor de contractonderhandelingen. Ook had SMK (wat betreft de implementatiekosten) dan de overige gevorderde (programma)kosten moeten maken. SMK heeft tijdens de mondelinge behandeling weliswaar gesteld dat deze kosten veel hoger liggen doordat het project door NEXUS c.s. uit de rails liep, maar zij maakt niet inzichtelijk wat zij dan méér heeft moeten betalen in de huidige situatie in vergelijking met de situatie waarin sprake zou zijn geweest van wederzijdse nakoming. En dat is wel de manier waarop de schade in dit geval moet worden vastgesteld.

SMK mag de door haar gevorderde schade onder posten (1) en (2) nader onderbouwen

Dat SMK schade heeft geleden, vindt de rechtbank aannemelijk. SMK heeft bijvoorbeeld kosten moeten maken om (terug) over te stappen naar haar oude leverancier ChipSoft, wat niet had gehoeven als de Overeenkomst volgens de afspraken was nagekomen en de Overeenkomst dus niet was ontbonden. Dit betekent dat SMK zich (uitsluitend) nog mag uitlaten over de schade die zij onder (1) en (2) heeft geleden, waarbij zij de vergelijking zoals omschreven in 4.38 als uitgangspunt moet nemen. De rechtbank benadrukt dat SMK in haar vergelijking ook haar terugverdiencapaciteit in beide scenario’s moet betrekken. Dat wil zeggen: de (jaarlijkse) besparingen en efficiencyverbeteringen die – volgens SMK – het gevolg zijn van de ingebruikname van een elektronisch patiëntendossier. Daarna mag NEXUS c.s. daarop reageren. De rechtbank verwacht van partijen dat zij hun reactie niet langer maken dan nodig is en deze bij voorkeur beperken tot tien (10) pagina’s (exclusief eventuele aanvullende producties). De rechtbank zal zich in het eindvonnis vervolgens ook uitlaten over de schadeposten zoals genoemd onder (3) en (4).

in reconventie

NEXUS c.s. betwist dat SMK de Overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. In reconventie vordert NEXUS daarom (i) het positief contractsbelang (€ 10.664.020,00), (ii) een aanvullende schadevergoeding (€ 127.763,00) en (iii) betaling van twee nog openstaande facturen (in totaal € 1.202.305,90).

De rechtbank zal deze vorderingen in haar eindvonnis afwijzen, omdat zij van oordeel is dat SMK de Overeenkomst wel rechtsgeldig heeft ontbonden. Daardoor kan NEXUS c.s. geen aanspraak maken op het positief contractsbelang en ook niet op een aanvullende schadevergoeding.

Tot slot is SMK door ontbinding van de Overeenkomst bevrijd van de daaruit voortvloeiende verbintenissen (op grond van artikel 6:271 lid 1 BW). Dit betekent dat NEXUS c.s. geen nakoming meer kan vorderen, ook niet van verbintenissen die al vóór de ontbinding door SMK dienden te worden nagekomen, zoals betaling van nog openstaande facturen (ECLI:NL:HR:2012:BW8307, r.o. 3.5). De rechtbank zal daarom de vordering tot betaling van de twee facturen ook afwijzen.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 13 mei 2026 voor het nemen van een akte door SMK over wat is vermeld in randnummer 4.59, waarna de wederpartij op de rol van zes weken daarna een antwoordakte kan nemen,

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.J. van Yperen, mr. J.G. van Ommeren en mr. K.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

EM 5792

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand