RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.314966.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 mei 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1998] in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 12 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 20 november 2025 in Almere, samen met anderen, [slachtoffer] heeft afgeperst. Subsidiair is dit ten laste gelegd als diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld, samen met anderen.
feit 2
op 20 november 2025 in Almere samen met anderen in het openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , terwijl het door de verdachte gepleegde geweld lichamelijk letsel tot gevolg had.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair (diefstal met geweld) en 2 (openlijke geweldpleging) heeft gepleegd. Van feit 1 primair (afpersing) moet de verdachte worden vrijgesproken.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft de rechtbank verzocht om de verdachte vrij te spreken van feit 1 primair en subsidiair. Voor feit 2 heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De advocaat heeft verschillende verweren gevoerd over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak van feit 1
De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair en subsidiair niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat de goederen van hem zijn weggenomen en niet dat hij deze onder dwang heeft moeten afstaan, zodat de rechtbank alleen daarom al tot een vrijspraak komt van de afpersing. De subsidiair ten laste gelegde diefstal met geweld kan evenmin worden bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op het wegnemen van de goederen van de aangever. Hij heeft één van de medeverdachten tijdens de mishandeling van aangever [slachtoffer] horen zeggen: “Ik pak je jacka, ik neem je patta’s mee” en hij kreeg nadien, onderweg terug naar de garage, de schoenen van aangever in zijn handen gedrukt. De rechtbank wil aannemen dat de verdachte geen kennis had van het onderliggende conflict tussen aangever en medeverdachte [medeverdachte] . De aanwezigheid van de verdachte bij de wegnemingshandeling door één van de medeverdachten en het daarna kort vasthouden van de schoenen is onvoldoende voor het aannemen van opzet of medeplegen aan de zijde van de verdachte, zodat hij ook van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen voor feit 2
De rechtbank oordeelt dat feit 2, de openlijke geweldpleging, is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
2
op 20 november 2025, te Almere, op [locatie] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- die [slachtoffer] omver te trappen (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag die [slachtoffer] meermalen, tegen het lichaam te slaan/stompen en te schoppen,
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 157 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest van 97 dagen. Een voorwaardelijk strafdeel is niet nodig gelet op de forse tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zijn proceshouding, het ontbreken van vrees voor herhaling en zijn beperkte rol binnen het geheel.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 97 dagen op, met aftrek van het voorarrest dat net zo lang heeft geduurd.
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het slachtoffer is door meerdere mensen behoorlijk toegetakeld en heeft daar nadien de nodige klachten van ondervonden. De aanleiding voor de ruzie was een onderliggend conflict met betrekking tot een openstaande drugsschuld van het slachtoffer bij één van de medeverdachten. De verdachte heeft zich laten meeslepen toen hij anderen achter het slachtoffer aan zag gaan. Hij heeft met zijn handelen een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het geweld is op of aan de openbare weg gebeurd en verschillende mensen waren hier vanuit hun auto getuige van. Door dit soort geweld in het openbaar voelen mensen zich bang en onveilig op straat.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
De verdachte is vanuit Suriname naar Nederland gekomen en heeft na het verlopen van zijn visum geen geldige verblijfsstatus. Hoewel hij heeft aangegeven in Nederland te willen werken, benadrukt de rechtbank dat dit bij de huidige stand van zaken niet is toegestaan en dat hij er verantwoordelijk voor is om na deze strafzaak naar Suriname terug te gaan.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsadvies van 29 april 2026. Daarin staat dat er een aantal risicofactoren zijn, maar die komen voornamelijk voort uit het ontbreken van een geldige verblijfsstatus en van een toekomstperspectief in Nederland. Dat bemoeilijkt een eventueel hulpverleningstraject en weerhoudt hulpverleningsorganisaties ervan om behandeling en begeleiding te bieden. De reclassering adviseert om de zaak af te doen zonder bijzondere voorwaarden of verdere reclasseringsbemoeienis.
Straf
De rechtbank vindt een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank houdt rekening met het feit dat het tot een lichtere bewezenverklaring komt dan waar de officier van justitie van uit is gegaan. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van een deels voorwaardelijke straf.
De voorlopige hechtenis
Gelet op vorenstaande zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven.
6. Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.559,10 voor de feiten 1 en 2, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 559,10 voor vergoeding van materiële schade en € 3.000,00 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Airpods Pro: € 149,00;
Nike windrunner jas: € 99,99;
Nike schoenen: € 169,00;
Zorgkosten mondzorgpoli/spoedtandarts: € 141,11.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade kan worden toegewezen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Omdat de immateriële schade niet is onderbouwd, moet de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft aangevoerd dat de toe te kennen vergoeding voor immateriële schade moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.500,00. De gevorderde materiële schade aan tandartskosten is onvoldoende onderbouwd en moet worden afgewezen. Voor de overige posten moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat dit schade betreft als gevolg van feit 1, waarvan de verdachte moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de tandartskosten is voldoende onderbouwd. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 2 bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem onder 1 ten laste gelegde feit, waar de overige materiële schadeposten op zien. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dat deel van de vordering.
Vergoeding van immateriële schade is mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 1.000,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 20 november 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.141,11 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 11 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Omdat de verdachte het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, waarvoor schadevergoeding wordt toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en proceskosten niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 1 primair en subsidiair niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 2 bewezenverklaarde;
straf en/of maatregel
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 97 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (feit 2)
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. de Meulder, voorzitter, mr. R.B. Eigeman en mr. M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
De voorzitter, jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij, op of omstreeks 20 november 2025, te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van
- een jas (merk: Nike) en/of
- sneakers (merk: Nike) en/of
- huissleutels en/of
- een OV-chipkaart en/of
- een identiteitskaart en/of
- een bankpas,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- met die [slachtoffer] af te spreken en/of
- een bivakmuts/masker te dragen en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een (honkbal)knuppel te tonen en/of
- met een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp meermalen, althans eenmaal, te schieten en/of
- achter die [slachtoffer] aan te rennen en/of
- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen zijn (voor)hoofd te slaan en/of die [slachtoffer] omver te trappen (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of
- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een
(honkbal)knuppel op/tegen zijn hoofd en/of in zijn buik, althans het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 20 november 2025, te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een jas (merk: Nike) en/of
- sneakers (merk: Nike) en/of
- huissleutels en/of
- een OV-chipkaart en/of
- een identiteitskaart en/of
- een bankpas,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met die [slachtoffer] af te spreken en/of
- een bivakmuts/masker te dragen en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een (honkbal)knuppel te tonen en/of
- met een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp meermalen, althans eenmaal, te schieten en/of
- achter die [slachtoffer] aan te rennen en/of
- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen zijn (voor)hoofd te slaan en/of die [slachtoffer] omver te trappen (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of
- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een
(honkbal)knuppel op/tegen zijn hoofd en/of in zijn buik, althans het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen;
2
hij, op of omstreeks 20 november 2025, te Almere, althans in Nederland, op [locatie] , in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- die [slachtoffer] met een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen zijn (voor)hoofd te slaan en/of die [slachtoffer] omver te trappen (waardoor die [slachtoffer] op de grond viel) en/of
- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (honkbal)knuppel op/tegen zijn hoofd en/of in zijn buik, althans het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen;
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had.
Bijlage II: Bewijsmiddelen voor feit 2
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 20-21
Plaats delict: [locatie] Almere. Pleegdatum: 20 november 2025.
Ik liep samen met vijf andere vrienden bij [locatie] te Almere. Toen ik daar liep, zag ik opeens een groepje jongens achter mij aanlopen. Toen ik tijdens het rennen naar achter keek, werd ik op mijn voorhoofd geslagen. Hierdoor viel ik op de grond. Toen ik op de grond lag, voelde ik daarna een harde klap op mijn gezicht ter hoogte van mijn voorhoofd. Ik voelde daarna dat ik op mijn gezicht werd geslagen en geschopt, ik werd door verschillende mensen getrapt tegen mijn hoofd. Ik weet niet precies hoeveel mensen op mij hebben in geslagen.
Een Letselonderzoek en -verslag van de GGD, p. 8-10
Samenvatting letsel: er zijn twee open snijwonden op het voorhoofd. Er is een bloeduitstorting (hematoom) ter hoogte van het rechter jukbeen, boven de rechter oogkas en boven het neusbot. Bij druk op de bovenrand van de rechter oogkas is er pijn. In de bovenkaak is een tand afgebroken, waarbij waarschijnlijk de zenuw blootligt. De gemelde toedracht past goed bij het letsel.
Een proces-verbaal van bevindingen, p. 119-120
Op videofragment getiteld [bestandsnaam] .MP4 zie ik, verbalisant, het volgende. De opname begint op 2025-11-20 om 21:19:45 uur. Ik zie dat er meerdere personen de achtervolging inzetten naar het slachtoffer. Ik zie dat het slachtoffer op het fietspad op [locatie] stilhoudt, en dat er in eerste instantie drie personen op hem af komen. Om 21:20:03 zie ik dat de eerste persoon die bij het slachtoffer komt hem direct vasthoudt, het lijkt of hij hem omver trapt, het slachtoffer valt direct op de grond. Ik zie dat er een tweede en derde persoon bij komen. De eerste en de tweede persoon zijn donker gekleed, ik zie dat de derde persoon een fel licht, gelig gekleurd kledingstuk aan heeft. Ik zie dat alle drie de personen meerdere keren met zowel vuistslagen en schoppen uithalen naar het slachtoffer dat dan nog steeds op de grond ligt. Om 21:21:03 lopen alle personen weer weg, na een aantal meter besluit één persoon nog een keer terug te lopen en het slachtoffer nogmaals een trap te geven. Allen lopen zij daarna gezamenlijk en kalm weer in de richting van de kruising waar zij vandaan kwamen gerend. Om 21:21:32 verdwijnen zij uit beeld.
De verklaring van de verdachte op de zitting van 12 mei 2026
We waren met zijn drieën bij het slachtoffer. Ik was één van die drie mensen. Ik heb mijzelf op de camerabeelden gezien. Ik was degene met het gele pak aan.