RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , [adres 1] in [woonplaats] ,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers:
[eiser 3] , [adres 2] in [woonplaats] ,
[eiser 4] , [adres 3] in [woonplaats] , en
[eiser 5] en [eiser 6], [adres 4] in [woonplaats] ,
gezamenlijk eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, het college
(gemachtigden: mw. mr. A.M. Kordelaar en mw. J.C. Broere).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Naarden Vastgoed Ontwikkeling B.V. (de vergunninghouder)
(gemachtigde: mw. mr. G. Hekesen).
Inleiding / procesverloop
1. Deze zaak gaat over de omgevingsvergunning die het college aan de vergunninghouder heeft verleend voor de nieuwbouw van vier woningen (twee twee-onder-één-kapwoningen) op het perceel [perceelnummer] nabij [adres 4] in [woonplaats] (het perceel). Eisers zijn het niet met deze omgevingsvergunning eens.
Op 8 juni 2023 heeft de vergunninghouder een conceptaanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van vier nieuwbouwwoningen op het perceel. In een brief van 15 september 2023 heeft het college deze vergunningaanvraag positief beoordeeld. Het bouwplan voldoet volgens het college aan het bestemmingsplan en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed (CRKE) heeft positief op de conceptaanvraag geoordeeld.
Vervolgens heeft de vergunninghouder op 19 oktober 2023 een formele vergunningaanvraag gedaan voor het project. Eisers hebben hier een zienswijze tegen ingediend.
De CRKE heeft op 7 december 2023, 21 december 2023, 30 januari 2024 en 19 februari 2024 advies uitgebracht. De vergunninghouder heeft naar aanleiding van deze adviezen de vergunningaanvraag diverse malen aangepast. Uiteindelijk heeft de CRKE op 1 maart 2024 positief geadviseerd op de vergunningaanvraag.
In een besluit van 28 maart 2024 (het primaire besluit) heeft het college een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder verleend voor het bouwen van vier woningen op het kadastrale perceel [perceelnummer] nabij [adres 4] in [woonplaats] . Dit besluit is op 3 april 2024 bekend gemaakt in het Gemeenteblad van de gemeente Gooise Meren. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Het college heeft op 10 juli 2024 gereageerd op de bezwaarschriften.
In een besluit van 21 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten, onder aanvulling van vergunningsvoorschriften inzake de beschermde soortenbescherming. Het college heeft daarbij het advies van de bezwaarschriftencommissie overgenomen.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Op 1 maart 2026 hebben eisers een aangepast beroepschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 5] en [eiser 6] , de gemachtigden van het college en de gemachtigde van de vergunninghouder. Eisers [eiser 3] en [eiser 4] waren niet op de zitting aanwezig.
Overwegingen
Omvang van het geschil
2. Eisers hebben op de zitting aangegeven dat het beroep zich richt op de in het aangepaste beroepschrift van 1 maart 2026 vermelde gronden en dat het aanvankelijke beroepschrift van 27 november 2024 niet meer hoeft te worden besproken. De rechtbank zal in deze uitspraak daarom alleen de gronden in het aangepaste beroepschrift bespreken.
Overgangsrecht
Op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat voor die datum de aanvraag om de omgevingsvergunning is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing.
Bestemmingsplan
3. Eisers voeren aan dat het bouwplan in strijd is met het vaststellingsbesluit van 3 november 2021 dat een vast onderdeel van het bestemmingsplan is. In het proces van de bestemmingsplanwijziging heeft de gemeenteraad onder financiële druk een amendement vastgesteld met in de toelichting een expliciete herhaling van de criteria van de welstandsnota. Daarmee heeft de gemeenteraad met het bestemmingsplan ingestemd onder de uitdrukkelijk toezegging dat “de nieuwe bebouwing moet passen in de omringende bebouwing” en “geen verstoring in het beeld” mag geven. Volgens eisers voldoet het bouwplan niet aan deze eisen. De planopzet past in het geheel niet in de omringende bebouwing en de bouw wijkt volledig af van de bestaande omringende bebouwing qua grootte, kleur steen, kleur dak, dichte zijgevel en vormgeving.
4. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan “Stedelijk Gebied – Kop Jachthaven Naarden” (het bestemmingsplan). Volgens dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming “Wonen”. Artikel 6.2.2. van het bestemmingsplan bepaalt de maatvoering voor het bouwen van hoofdgebouwen.
5. De rechtbank is van oordeel dat de hoofdgebouwen met een footprint van 125 m² binnen het bestemmingsplan passen. Het bouwplan voldoet ook aan de overige in artikel 6.2.2. van het bestemmingsplan gestelde maatvoeringvereisten.
6. Het college heeft toegelicht dat het amendement waar eisers naar verwijzen, een voorstel is voor de wijziging van de tekst van het bestemmingsplan, hetgeen reeds aangenomen en uitgevoerd is. Dit geldt ook voor het deel van het amendement waarin staat dat de nieuwe bebouwing in de omringende bebouwing moet passen, de nieuwbouw geen verstoring in het beeld moet teweegbrengen en dat de bepalingen over de hoogte aangepast worden conform de omringende bebouwing. Op de zitting heeft het college toegelicht dat dit amendement is verwerkt in het vigerende bestemmingsplan.
7. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in de uitspraak van 8 maart 2023 geoordeeld dat de nadelige gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan niet onevenredig zijn in verhouding tot het met het plan te dienen doel. De gemeenteraad heeft daarom tot de conclusie mogen komen dat het bestemmingsplan strekt tot een goede ruimtelijke ordening, aldus de Afdeling. Met deze uitspraak van de Afdeling is het bestemmingsplan onherroepelijk vastgesteld.
8. De beroepsgronden slaagt niet. Het vaststellingsbesluit van 3 november 2021 is verwerkt in het onherroepelijk geworden bestemmingsplan. De massaliteit van het bouwplan waar eisers tegenop komen, is expliciet toegestaan in het bestemmingsplan. Hetgeen binnen de gemeenteraad is besproken omtrent de uitvoering van het amendement/vaststellingsbesluit, staat binnen deze beroepsprocedure niet ter discussie en maakt niet dat de bepalingen van het inmiddels onherroepelijk geworden bestemmingsplan op die basis terzijde moeten worden geschoven. Ook derden die niet bij de gemeenteraadsvergaderingen aanwezig zijn geweest, moeten immers op de onherroepelijk vastgestelde regels in het bestemmingsplan kunnen vertrouwen.
Welstand
9. Eisers voeren aan dat het vergunde bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Het onderhavige projectgebied is gelegen in het Naarderwoonbos en valt op grond van de geldende “Welstandsnota Gooise Meren 2019” onder ‘Gebied 16’ (Meanderwijken). Eisers wijzen op de uitgangspunten in de welstandscriteria wat betreft ligging, massa, architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Volgens eisers voldoen de vier woningen waarop de verleende vergunning betrekking heeft niet of nauwelijks aan deze uitgangspunten. De woningen voldoen ook niet aan de beschrijving van een Meanderwijk in de welstandsnota en sluiten dan ook in het geheel niet aan op de omliggende, huidige woningen in deze Meanderwijk. Eisers stellen dat de nieuwe woningen een relatie met de wijk moeten hebben wat betreft bouwwijze en kleur.
10. Volgens vaste rechtspraak mag het college een welstandsadvies overnemen, nadat het college is nagegaan of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
11. De CRKE heeft op 7 december 2023, 21 december 2023, 30 januari 2024 en 19 februari 2024 advies uitgebracht, hetgeen tot aanpassingen in de vergunningaanvraag heeft geleid. Uiteindelijk heeft de CRKE op 1 maart 2024 positief geadviseerd op de vergunningaanvraag. De commissie heeft kennis genomen van de bezwaren van eisers. Zij geeft aan dat het bouwplan voldoet aan het bestemmingsplan dat specifiek is opgesteld voor deze kavels. De commissie heeft zich te houden aan het bestemmingsplan en het Stedenbouwkundige advies en dit cluster woningen is hierbij passend. De commissie heeft tijdens de beoordeling van het plan de Welstandsnota gebruikt als toetsingskader. De architectonische uitwerking en kleur- en materiaalkeuze is conform de gebiedscriteria. De commissie staat onverminderd achter haar eerdere adviezen.
12. Het college heeft toegelicht dat de welstandscommissie naar het hele gebied en de hele omgeving kijkt. De wijk is vrij gedifferentieerd. Nergens staat dat de nieuw te bouwen woningen alleen maar gelijk aan de soort woningen van eisers mogen zijn, aldus het college. De rechtbank kan het college hierin volgen en heeft tijdens de zitting op Google Streetview waargenomen dat er in de wijk ook andere type woningen dan de woningen van eisers in de wijk staan. Zo is onweersproken vastgesteld dat er ook een woning met witte bakstenen in de wijk staat, zoals de vergunde woningen en niet alle woningen eenzelfde structuur hebben zoals de woningen van eisers.
13. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies van de CRKE, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Mede gezien het ontbreken van een tegenadvies van een andere deskundige op het gebied van welstand, is de rechtbank van oordeel dat het college zich in redelijkheid op basis van het welstandsadvies op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De beroepsgrond slaagt niet.
Parkeren
14. Eisers voeren aan dat het bouwplan in strijd is met de parkeernorm. Op grond van artikel 12.2 van het bestemmingsplan moet worden voldaan aan de parkeernormen van het meest actuele parkeerbeleid. Dit betreft de “Uitgangspunten en werkwijze parkeereis Gooise Meren 2023”, vastgesteld op 18 juli 2023 (de parkeernota). Volgens eisers komt de parkeerbehoefte voor de vier woningen op grond van de parkeernota neer op negen parkeerplaatsen. Omdat het bestemmingsplan naast een woonfunctie ook aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige activiteiten in woningen toestaan, moet er nog een parkeerbehoefte van 9 bij worden opgeteld. Het gaat in totaal dus om een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen, aldus eisers.
15. De beroepsgrond slaagt niet. De parkeerdeskundige van de gemeente heeft de parkeerbehoefte op grond van de parkeernota berekend op 7,44 parkeerplaatsen, afgerond 7. Hierbij is rekening gehouden met de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers. Het college heeft toegelicht dat het bouwplan in totaal in twaalf parkeerplaatsen voorziet: acht op het eigen terrein van de woningen en vier in de openbare ruimte. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de in de parkeernota gestelde parkeernorm.
16. De rechtbank kan het college verder volgen in zijn toelichting dat bij de berekening van de parkeerbehoefte bij een beroep of bedrijf aan huis wordt aangesloten op het gebruik als wonen. Dit vanwege de beperkte omvang van het beroep/bedrijf dat in een gedeelte van de woning en de daar bijbehorende bebouwing wordt uitgeoefend.
17. Zoals ook door de Afdeling in de uitspraak over het onderhavige bestemmingsplan overwogen, is niet gebleken dat de parkeerdruk in de wijk zo hoog is dat het vervallen van feitelijke parkeerplaatsen (op niet vastgestelde parkeervakken) niet kan worden opgevangen in de buurt.
Conclusie en gevolgen
18. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van twee twee-onder-één-kapwoningen in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M.T. Bouwman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.