ECLI:NL:RBMNE:2026:2869

ECLI:NL:RBMNE:2026:2869

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 16/169053-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Vrijspraak voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet, omdat aannemelijk is geworden dat verdachte een epileptische aanval heeft gehad en hierdoor het vereiste opzet niet bewezen kan worden. Wel een bewezenverklaring voor artikel 5 van de Wegenverkeerswet, maar vanwege de aannemelijkheid van een epileptische aanval kan verdachte geen verwijt worden gemaakt. Sprake van afwezigheid van alle schuld wat leidt tot een ontslag van alle rechtsvervolging. BP niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/169053-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 mei 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2002] in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 1 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 27 mei 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat - op 18 mei 2025 in Dronten:

primair

als bestuurder van een auto zich zodanig, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waarbij [voetganger 1] en [voetganger 2] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

als bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd;

meer subsidiair

artikel 19 van het Regelement verkeersregels en verkeersteken 1990 heeft overtreden.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Er is onvoldoende aannemelijk geworden dat de verdachte ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad, zodat het ongeval aan zijn schuld te wijten is.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde feit, omdat het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is omdat aannemelijk is dat de verdachte een epileptische aanval heeft gehad ten tijde van het ongeval.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak primaire feit

Voor een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is. Ten aanzien van het bestanddeel ‘schuld’ overweegt de rechtbank als volgt.

Op grond van de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 18 mei 2025 reed de verdachte als bestuurder van een personenauto op de weg De Drieslag te Dronten. Op deze weg liepen twee voetgangers naast elkaar aan de rechterzijde van de rijbaan. Op het moment dat de verdachte hen van achteren naderde zijn zij achter elkaar gaan lopen om de weg vrij te maken voor de verdachte. De voetgangers liepen daarbij aan de rand van de weg, direct naast de berm.

De verdachte naderde de voetgangers met een lage snelheid van ongeveer 15 km per uur. Bij het naderen van de voetgangers heeft hij zijn snelheid verhoogd tot ongeveer 30 km per uur en trekt hij vervolgens met zijn auto enigszins naar rechts om daarna de voetgangers met de voorzijde van zijn auto te raken. Beide voetgangers zijn door de aanrijding achter het voertuig op het wegdek terechtgekomen. Vervolgens is de auto blijven versnellen tot een snelheid van (in elk geval) 55 km per uur, is deze het fietspad op gereden om uiteindelijk tot stilstand te komen in de bospassage.

Dergelijk rijgedrag kan in beginsel leiden tot de conclusie dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen, zodat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte is te wijten. Dat kan in concreto evenwel anders zijn als er omstandigheden aannemelijk zijn geworden - bijvoorbeeld dat de verdachte ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht verkeerde - waaruit volgt dat van schuld in vorenbedoelde zin niet kan worden gesproken.

Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank voor. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de in het dossier aanwezige camerabeelden blijkt dat gedurende het gehele traject – vanaf het naderen van de voetgangers tot aan het tot stilstand komen van het voertuig – op geen enkel moment de remlichten van het voertuig zijn geactiveerd. Evenmin is zichtbaar dat de verdachte, die ruim baan had, enige stuurcorrectie heeft gemaakt om de voetgangers te ontwijken. Ook na de aanrijding heeft geen enkele waarneembare reactie plaatsgevonden: het voertuig is blijven doorrijden en zelfs blijven versnellen, om ten slotte op geruime afstand van de plaats van het ongeval tot stilstand te komen omdat bosschages de verdere doorgang verhinderden.

De rechtbank acht deze gang van zaken zodanig afwijkend en onverklaarbaar, mede in aanmerking genomen dat de verdachte bekend is met epilepsie en het optreden van de bijbehorende aanvallen, dat het aannemelijk is dat de verdachte ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad.

De officier van justitie heeft gewezen op de wisselende verklaringen van de verdachte bij de politie. De verdachte heeft ter terechtzitting echter verklaard dat hij aanvankelijk heeft willen vermijden te verklaren dat mogelijk sprake was van een epileptische aanval, uit vrees voor gevolgen voor zijn rijbevoegdheid. Ter terechtzitting heeft hij alsnog verklaard dat het mogelijk is geweest dat hij een aanval heeft gehad en dat hij zich niets van het ongeval kan herinneren. De rechtbank acht deze verklaring niet onaannemelijk.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de verdachte ten tijde van het ongeval verkeerde in een toestand van verontschuldigbare onmacht vanwege een epileptische aanval. Dit brengt mee dat schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 niet kan worden bewezen. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het primair tenlastegelegde feit.

Bewijsmiddelen subsidiaire feit

De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 18 mei 2025, te Dronten, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, De Drieslag,

terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers achter elkaar op de rechterzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan bevonden

- bij het naderen en/of passeren van die voetgangers zijn snelheid heeft verhoogd, en- zich er daarbij niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van heeft vergewist dat voetgangers zich – gezien verdachtes (rij)richting – rechts op voornoemde rijbaan bevonden en

- vervolgens niet, althans niet tijdig of voldoende heeft afgeremd en niet, althans niet tijdig of voldoende is uitgeweken voor voornoemde voetgangers en- vervolgens die voetgangers van achteren heeft aangereden,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid feit

Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie meent dat er onvoldoende aannemelijk is geworden dat de verdachte een epileptische aanval heeft gehad, waardoor het ongeval aan zijn schuld te wijten is en de verdachte strafbaar is.

Standpunt van de advocaat

De advocaat heeft ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte aangevoerd dat aannemelijk is geworden dat de verdachte ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad. Ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde moet dat volgens de advocaat leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens de afwezigheid van alle schuld.

Oordeel van de rechtbank

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de vrijspraak van het primair tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat er voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde sprake is van afwezigheid van alle schuld (in de vorm van verontschuldigbare onmacht). Dit betekent dat de verdachte geen verwijt kan worden gemaakt en hij niet strafbaar is. De rechtbank zal de verdachte daarom ten aanzien van het subsidiaire feit ontslaan van alle rechtsvervolging.

5. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij [voetganger 2]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.585. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van € 1.135,- aan materiële schade en € 8.500,- aan immateriële schade.

Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging voor het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij [voetganger 2] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

De benadeelde partij wordt veroordeeld in kosten die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

6. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart het primair tenlastegelegde feit niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [voetganger 2]

- verklaart [voetganger 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt [voetganger 2] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. van Meer, voorzitter, mrs. B.F. Hammerle en

M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. J.T. Brassé en L. van Dieren als griffiers en is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij, op of omstreeks 18 mei 2025, te Dronten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, De Drieslag, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (achter elkaar) op de rechterzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan bevond(en) en/of - bij het naderen en/of passeren van die voetgangers zijn snelheid te verhogen, althans met een hogere snelheid dan gelet op de situatie ter plaatse verantwoordwas te rijden en/of - zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – rechts op voornoemde rijbaan bevond(en) en/of - (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde voetganger(s) en/of - (vervolgens) die voetganger(s) van achteren aan te rijden, waardoor een ander - te weten [voetganger 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een hoofdletsel en/of een gekneusde arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of - te weten [voetganger 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een diepe schaafwond op de elleboog en/of een of meerdere gekneusde ribben en/of een gekneusde heup en/of een verstuikte enkel en/of knieletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair hij, op of omstreeks 18 mei 2025, te Dronten, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, De Drieslag, - terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (achter elkaar) op de rechterzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan bevond(en) en/of - bij het naderen en/of passeren van die voetgangers zijn snelheid heeft verhoogd, althans met een hogere snelheid dan gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of - zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van heeft vergewist dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – rechts op voornoemde rijbaan bevond(en) en/of - (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende heeft afgeremd en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde voetganger(s) en/of - (vervolgens) die voetganger(s) van achteren heeft aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; meer subsidiair hij, op of omstreeks 18 mei 2025, te Dronten, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, De Drieslag, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, verdachte, in aanrijding gekomen met een of meer voetganger(s) die zich – gezien verdachtes (rij)richting – rechts op de rijbaan bevond(en).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand