ECLI:NL:RBMNE:2026:2878

ECLI:NL:RBMNE:2026:2878

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer C/16/608001 / JE RK 26-309
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Complexe problematiek bestaande uit autisme (MCDD), forse stemmingswisselingen en overprikkelbaarheid, maken dat OTS en UHP noodzakelijk blijven.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/608001 / JE RK 26-309

Datum uitspraak: 22 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 1] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder;

- [persoon] , een vertegenwoordiger van de GI.

[minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de kinderrechter te praten.

De kinderrechter heeft direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2. De feiten

2.1. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2 [minderjarige] woont niet bij zijn ouders maar verblijft bij [instelling] in [plaats 2] .

De kinderrechter heeft [minderjarige] bij beschikking van 30 april 2024 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd bij beschikking van 16 april 2025 tot 30 april 2026.

Op 10 december 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend voor de duur van vier weken, tot 7 januari 2026.

De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder bij beschikking van 23 december 2025 verlengd tot 30 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot 22 oktober 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot 22 oktober 2026.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De moeder mist [minderjarige] , maar ziet dat het beter gaat met [minderjarige] sinds de uithuisplaatsing. Hij is rustiger en staat beter in contact. De moeder staat daarom achter de voortzetting van de uithuisplaatsing. Tegelijkertijd maakt zij zich zorgen over het ontbreken van een duidelijk toekomstperspectief en een passende, duurzame vervolgplek. Ook ervaart zij dat de afstemming tussen betrokken hulpverleningsinstanties niet altijd goed verloopt, wat tot onduidelijkheid leidt.

De vader ondersteunt de uithuisplaatsing ook, omdat het beter met [minderjarige] gaat en de thuissituatie voor [minderjarige] nu niet passend is. Hij heeft echter zorgen over de huidige verblijfplek, de beperkte voortgang in de hulpverlening en het gebrek aan duidelijkheid over een toekomstperspectief voor [minderjarige] . Volgens hem is het van belang dat op korte termijn een passende vervolgplek wordt gevonden en dat de communicatie vanuit de GI verbetert.

5. De beoordeling

5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat sprake is van complexe problematiek bestaande uit autisme (MCDD), forse stemmingswisselingen en overprikkelbaarheid, waarbij hij regelmatig agressief en onvoorspelbaar gedrag laat zien. [minderjarige] heeft suïcidale uitspraken gedaan en er zijn meerdere incidenten geweest waarbij de veiligheid van hemzelf en anderen in het geding was.

De kinderrechter is blij om te vernemen dat er sinds de uithuisplaatsing sprake is van een positieve ontwikkeling bij [minderjarige] . [minderjarige] laat meer rust en openheid in contact zien en de negatieve spiraal waarin hij zich bevond lijkt te zijn doorbroken. Ook krijgen hulpverleners beter zicht op zijn functioneren en behoeften.

Tegelijkertijd is deze ontwikkeling nog kwetsbaar. Er is nog onvoldoende duidelijkheid over zijn diagnostiek en de behandeling die hij nodig heeft. Daarnaast is het functioneren van [minderjarige] nog niet stabiel en blijft hij gevoelig voor overbelasting en escalaties. Zijn ontwikkeling is daarmee nog onvoldoende gewaarborgd.

De kinderrechter is van oordeel dat de noodzakelijke zorg en veiligheid niet in een vrijwillig kader kan worden gerealiseerd. De thuissituatie is in het verleden onveilig gebleken, onder meer door escalaties en agressie. [minderjarige] heeft structuur, voorspelbaarheid en begrenzing nodig, die niet thuis aan hem te bieden waren. De kinderrechter heeft wel gemerkt dat de ouders inmiddels meer op één lijn zitten en beiden erkennen dat een verblijf buiten het gezin momenteel in het belang van [minderjarige] is. Dit is een belangrijke en positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd blijkt dat de samenwerking tussen ouders en de GI onder druk staat, met name vanwege zorgen over de communicatie en de voortgang van de hulpverlening. De kinderrechter vindt het belangrijk dat hierin verbetering komt, zodat gezamenlijk en met duidelijkheid richting [minderjarige] kan worden gewerkt aan zijn toekomstperspectief. De GI zal nog meer haar best moeten doen om de ouders aangesloten te houden, duidelijk te communiceren en de ouders te betrekken bij de stappen die gezet worden om voor [minderjarige] een duurzame plek te vinden.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot aan zijn meerderjarigheid op 22 oktober 2026. Daarbij zal aan de komende doelen worden gewerkt: - [minderjarige] heeft ook na zijn achttiende een woonplek waar hij passend op zijn persoon kan worden begeleid;- Het is duidelijk welke begeleiding en eventuele behandeling [minderjarige] nodig heeft om zich verder te ontwikkelen op het vlak van autonomie, cognitie en sociaal-emotionele interactie; - [minderjarige] is ingesteld op medicatie en daar is controle op;- Er wordt geen verbaal en/of fysiek geweld gebruikt door [minderjarige] ;- De draagkracht van ouders is verhoogd;- Ouders zijn bij machte om [minderjarige] aan te sturen.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [minderjarige] heeft een gestructureerde, prikkelarme en specialistische omgeving nodig waar hij geobserveerd, gediagnosticeerd en behandeld kan worden. In de huidige setting laat hij op onderdelen positieve ontwikkeling zien. Tegelijkertijd stelt de kinderrechter vast dat de hulpverlening op deze plek te weinig budget heeft, en [minderjarige] zonder groeps-/leeftijdsgenootjes zit. Terugkeer naar huis is op dit moment niet verantwoord, maar de kinderrechter acht het van groot belang dat op korte termijn duidelijkheid komt over een passende vervolgplek, nu de huidige verblijfplaats tekortschiet, tijdelijk van aard is en zal verdwijnen. Gelet op de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] is het noodzakelijk dat tijdig een duurzaam perspectief wordt gerealiseerd, zodat wordt voorkomen dat hij zonder passende ondersteuning komt te zitten.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 22 oktober 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 22 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026 door A.M.J. van der Weide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Lammertink als griffier, en op schrift gesteld op 6 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A. Lammertink als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand