RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7532
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 20 december 2025.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
Griffierecht
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht betalen. In deze zaak is het griffierecht € 194,00. Op grond van artikel 8:82, derde lid, en artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 6 januari 2026 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief.
4. Verzoeker heeft de griffier op 12 januari 2026 telefonisch meegedeeld dat hij een nota griffierecht heeft ontvangen.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het griffierecht niet op tijd is betaald en dat verzoeker geen reden heeft gegeven voor dit verzuim. Verder is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiser niet in verzuim is. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.