ECLI:NL:RBMNE:2026:2907

ECLI:NL:RBMNE:2026:2907

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 12208510
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoekster wil met deze procedure bereiken dat verweerder haar achterstallige salaris over de weken 10 tot en met 37 van het jaar 2025 alsnog betaalt. Hierbij maakt zij ook aanspraak op de wettelijke rente en wettelijke verhoging. De vorderingen worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12208510 \ UV EXPL 26-104

Kort geding vonnis van 29 mei 2026

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. L.M.L. van Berkel,

tegen

De besloten vennootschap [verweerder] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:

- de dagvaarding met producties;

- een nader door [verzoekster] toegezonden brief van de deurwaarder van 18 mei 2026.

De mondelinge behandeling is gehouden op 15 mei 2026. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar partner en bijgestaan door haar gemachtigde. [verweerder] is niet verschenen. Door of namens [verzoekster] is haar standpunt toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

[verzoekster] wil met deze procedure bereiken dat [verweerder] haar achterstallige salaris over de weken 10 tot en met 37 van het jaar 2025 alsnog betaalt. Hierbij maakt zij ook aanspraak op de wettelijke rente en wettelijke verhoging. De vorderingen worden toegewezen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

3. De beoordeling

Tegen [verweerder] is verstek verleend

De mondelinge behandeling vond plaats op 15 mei 2026. [verweerder] was niet aanwezig op de mondelinge behandeling en heeft voorafgaand hieraan ook niet op een andere manier gereageerd. Uit de dagvaarding volgt dat zij wel op een juiste manier is opgeroepen. Daarom is tijdens de mondelinge behandeling tegen [verweerder] verstek verleend. De zaak is dus zonder aanwezigheid of reactie van [verweerder] behandeld.

Betaling van het achterstallige salaris wordt toegewezen

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening, waarin door de kantonrechter aan de gedaagde partij verstek is verleend. In een dergelijk geval worden de vorderingen door de kantonrechter toegewezen als:

I. sprake is van een spoedeisend belang;

II. het zeer waarschijnlijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen;

III. de vorderingen niet in strijd zijn met de wet en een geldige reden aanwezig is.

Met betrekking tot alle vorderingen wordt aan de drie voorwaarden voldaan, zodat ze alle worden toegewezen. Dit zal hieronder worden uitgelegd.

I. Er is sprake van een spoedeisend belang

In dit kort geding moet de kantonrechter allereerst beoordelen of [verzoekster] een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van eiseres niet kan worden verlangd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een dergelijk spoedeisend belang bij de ingestelde vorderingen, omdat [verzoekster] zich geconfronteerd ziet met de executoriale verkoop van haar auto en zij met het achterstallige salaris haar schuld kan inlossen om deze executoriale verkoop te voorkomen.

II. Het is zeer waarschijnlijk dat alle vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen

De kantonrechter moet in dit kort geding vervolgens beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt hierbij dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter hebben alle vorderingen een zodanige kans van slagen dat het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Dit wordt hierna uitgelegd.

Vaststaat dat deurwaarder De Beste & Partners (hierna: de deurwaarder) op 20 januari 2025 ten aanzien van [verzoekster] (loon)beslag heeft gelegd onder [verweerder] . Vanwege dit loonbeslag rust op [verweerder] vanaf die datum de verplichting om de volgens de verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder af te dragen. Uit door [verzoekster] overgelegde mailwisseling met [verweerder] van 29 oktober 2025 volgt dat [verweerder] in de weken 10 tot en met 37 van het jaar 2025 in totaal een bedrag van € 1.705,24 netto op het salaris van [verzoekster] heeft ingehouden, maar dat [verweerder] dit bedrag niet aan de deurwaarder heeft afgedragen. [verweerder] heeft in dezelfde mailwisseling toegezegd het bedrag op 3 november 2025 alsnog aan de deurwaarder over te zullen maken. Uit mailwisseling van [verzoekster] met de deurwaarder van 21 april 2026 volgt dat het bedrag van € 1.705,24 netto nog steeds niet door [verweerder] is afgedragen, ondanks dat daar meerdere malen bij [verweerder] door de deurwaarder om zou zijn verzocht. De deurwaarder is daarom overgegaan tot het leggen van executoriaal beslag op de auto van [verzoekster] .

Onweersproken is dat het bedrag van € 1.705,24 netto wel op het aan [verzoekster] verschuldigde loon is ingehouden, maar niet door [verweerder] aan de deurwaarder is afgedragen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit salaris nog steeds verschuldigd is. Omdat zowel uit het verhandelde ter zitting als uit een brief van de deurwaarder van 18 mei 2026 volgt dat de deurwaarder het loonbeslag onder [verweerder] ten aanzien van [verzoekster] heeft opgeheven omdat [verzoekster] per 9 december 2025 bij [verweerder] uit dienst is gegaan, staat het loonbeslag in deze procedure niet (meer) aan de loonvordering van [verzoekster] in de weg. De loonvordering zal daarom worden toegewezen.

III. De vorderingen zijn niet in strijd zijn met de wet / er is een geldige reden aanwezig

Niet is gebleken dat de voorgaande vordering in strijd is met de wet. Ook is deze niet zonder een geldige reden ingesteld. Dit staat toewijzing daarom niet in de weg.

De wettelijke verhoging en rente worden toegekend

De kantonrechter ziet geen aanleiding om de eveneens onweersproken gevorderde wettelijke verhoging van 50% over het achterstallig salaris te matigen. Deze vordering zal ook worden toegewezen. De door [verzoekster] gevorderde wettelijke rente over de bovenstaande vorderingen zal eveneens worden toegewezen op de wijze zoals deze in de beslissing is vermeld.

[verweerder] moet de proceskosten betalen

[verweerder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [verzoekster] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [verweerder] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [verzoekster] worden begroot op:

- griffierecht

€

93,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

Totaal

€

814,00

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard

De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoekster] te betalen een bedrag van € 1.705,24 netto aan achterstallig salaris;

veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het onder 4.1 genoemde salaris;

veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de bedragen als genoemd onder 4.1 en 4.2, met ingang van 22 september 2025, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.

LHJ/63796

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand