RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/610831 / FV RK 26-1108
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende in het [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. B.J. Schadd.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 29 april 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat (telefonisch aangesloten);
- [naam] , psychiater.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in het [locatie] in [plaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 28 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Er is sprake van katatonie bij onderliggende bipolaire I stoornis. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 28 april 2026.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 30 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.