RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16-093189-24 en 21-002551-18 (vord. tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 29 mei 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats]
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 8 april 2026. Het onderzoek is gesloten op 29 mei 2026 waarna direct uitspraak is gedaan.
Op de zitting waren aanwezig:
De zaak tegen de verdachte is gezamenlijk, maar niet gevoegd behandeld met die van de medeverdachten. De medeverdachten worden in het vonnis soms met hun achter- en soms met hun voornaam aangeduid.
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode van 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025 in Dronten , Harderwijk, Biddinghuizen , Swifterbant en Elburg heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het handelen in harddrugs;
feit 2
in de periode van 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025 in Dronten , Harderwijk, Biddinghuizen , Swifterbant en Elburg samen met anderen in cocaïne heeft gehandeld;
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de twee tenlastegelegde feiten heeft gepleegd met dien verstande dat hij – ten aanzien van feit 2 – partiële vrijspraak eist voor de periode van 1 februari 2025 tot en met 26 februari 2025. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft ten aanzien van beide feiten vrijspraak bepleit voor de periode 1 februari 2025 tot en met 26 februari 2025. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte uit eigen beweging is gestopt met het dealen in harddrugs en hij geen onderdeel meer vomde van het samenwerkingsverband. Vanaf februari 2025 heeft hij zich alleen nog bezig gehouden met legaal werk. Er zijn tapgesprekken waarin de verdachte letterlijk zegt dat hij is gestopt en vroeg opstaat om hard te werken. Deelname aan een criminele organisatie naast het handelen in cocaïne zou volgens de advocaat niet in een hogere straf moeten resulteren, omdat bij deze feiten sprake is van eendaadse samenloop.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten
De rechtbank oordeelt dat feit 1 en 2 zijn bewezen, maar zal de verdachte gedeeltelijk vrijspreken voor zover dat ziet op de periode van 1 februari 2025 tot en met 26 februari 2025 ten aanzien van feit 1 en 2. De rechtbank baseert haar oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van feit 1 (deelname aan criminele organisatie) en feit 2 (cocaïnehandel)
Start en verloop van het opsporingsonderzoek
Naar aanleiding van meldingen bij Meld Misdaad Anoniem (MMA-melding) kreeg de politie het vermoeden dat meerdere personen in Dronten en Biddinghuizen gezamenlijk handelden in cocaïne. De melding ging over een cocaïnelijn met de naam ‘ [naam 1] ’ en de voornaam van onder andere de verdachte werd hierbij genoemd. In maart 2024 startte de politie een strafrechtelijk onderzoek. Tijdens dit onderzoek kwam een loods aan [adres 1] in [plaats] in beeld als mogelijke opslaglocatie (stashplek) voor de cocaïne. De politie hield zowel deze locatie als de personen die uit het onderzoek naar voren kwamen in de gaten. Het gaat hierbij om de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en later ook [medeverdachte 4] .
Terwijl het onderzoek liep ontstond er op 22 januari 2025 brand in de loods. De politie nam waar dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kort na de brand bij de loods aankwamen, naar binnen gingen en vervolgens met tassen het pand verlieten en samen wegreden. Kort daarop werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aangehouden waarbij onder meer cocaïne en ponypacks in de auto werden aangetroffen. Na verhoor werden zij heengezonden.
Op 26 februari 2025 zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aangehouden. De verdachte is de dag erna aangehouden en [medeverdachte 3] is op 4 maart 2025 aangehouden. Gedurende het onderzoek heeft de politie telefoongesprekken afgeluisterd, in beslag genomen telefoons onderzocht, observaties uitgevoerd bij de loods en woningen en voertuigen van de verdachten doorzocht. Ook zijn in de auto van de verdachte gesprekken tussen de verdachten afgeluisterd (OVC-gesprekken).
Er worden vele bevindingen gedaan die wijzen op cocaïnehandel door de verdachten. Zo worden in de slaapkamer van [medeverdachte 1] cocaïne en ponypacks aangetroffen. Ook zijn onder verdachten telefoons in beslag genomen die gekoppeld zijn aan het WhatsApp-account ‘ [accountnaam 1] ’. Op dat account vinden chatgesprekken plaats met personen die bekend staan als harddrugsgebruiker. Sommige daarvan zijn als getuige gehoord en zij verklaren dat zij op dit account al langere tijd cocaïne bestelden.
Juridisch kader: medeplegen cocaïnehandel
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat de verdachte in de tenlastegelegde periode als medepleger betrokken is geweest bij het verkopen, vervoeren en afleveren van cocaïne. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. De kwalificatie medeplegen is gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.
Waarom de rechtbank oordeelt dat de verdachte schuldig is aan medeplegen cocaïnehandel
Onder alle verdachten zijn telefoons in beslag genomen die gebruikt werden voor de handel in cocaïne. In de telefoons stonden tegencontacten van personen die bij de politie bekend staan als harddrugsgebruikers. Uit aangetroffen chatberichten blijkt dat velen van deze contacten cocaïne bestelden waarna de dealers een afleverplaats en een tijd afspraken. Enkele van deze gebruikers hebben verklaard dat zij al jaren bij de ‘ [naam 1] -lijn’ cocaïne bestellen en zij herkennen de verdachte en [medeverdachte 3] als bezorgers van de bestelde cocaïne. Uit meerdere observaties volgt bovendien dat de verdachte in zijn auto meerdere keren onderweg is en korte stops maakt op verschillende locaties. Bij enkele van deze korte stops is waargenomen dat de verdachte contact had met personen die in het verleden in contact zijn gekomen met de politie in verband met verdovende middelen. Onder de verdachte zijn op 28 september 2024 ponypacks aangetroffen, en een iPhone SE waarin chats zijn aangetroffen die verwijzen naar drugsdeals.
Ook onder [medeverdachte 1] is een telefoon inbeslaggenomen. [medeverdachte 1]
vertelt in een OVC-gesprek aan de verdachte dat hij de ‘hoofdtelefoon’ met alle contacten heeft, wat kennelijk op deze telefoon slaat. Veel van de daarin opgeslagen tegencontacten komen ook voor in andere uitgelezen telefoons. Verder is vanaf deze telefoon op 13 februari 2025 naar de tegencontacten een bericht verzonden dat ze er ‘tijdelijk even uit’ waren maar er ‘weer als vanouds’ zijn. De rechtbank concludeert dat dit verwijst naar de brand en het ingrijpen van de politie op 22 januari 2025. Deze telefoon en het bijbehorende whatsapp-account maakten gebruik van hetzelfde telefoonnummer als de telefoon die onder medeverdachte [medeverdachte 4] in beslag is genomen. Uit chats blijkt dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] (die gebruik maakte van de snapchat naam [accountnaam 2] ) instructies gaf met betrekking tot drugsdeals.
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de loods in de tenlastegelegde periode gebruikt werd als opslag van de verdovende middelen. Uit observaties, waaronder in april 2024, is gebleken dat de verdachten vaak en voor korte duur bij de loods zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de verdachte. Zo wordt onder andere waargenomen dat de verdachte op 22 april 2024 zeven keer voor korte tijd de loods binnengaat. Sommige van de bezoeken aan de loods vinden plaats kort nadat op de ‘ [naam 1] -lijn’ cocaïne is besteld. Dat op deze locatie een schriftje met de administratie van drugshandel wordt aangetroffen, onderschrijft deze gang van zaken. In dit schriftje wordt de administratie bijgehouden per letter waarbij deze letters corresponderen met de eerste letter van de voornamen van de verdachte en twee medeverdachten. In een OVC-gesprek praten de verdachte en [medeverdachte 3] bezorgd over ‘boekies’ die de politie na de brand heeft meegenomen, waarin personen met voorletters staan aangegeven. Voor de rechtbank staat voldoende vast dat de loods al in 2024 werd gebruikt als stashlocatie. Dat de loods mogelijk ook als chillplek werd gebruikt maakt dit niet anders.
De bevindingen rondom de brand bevestigen de bestemming van de loods en brengen de rol van de verdachten nader in beeld. Hierboven is al genoemd dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kort na de brand cocaïne uit de loods in veiligheid hebben gebracht. In een OVC-gesprek in de auto van de verdachte spreken [medeverdachte 1] en verdachte niet alleen hierover (‘ [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn geveegd, (…) ze zijn met spullen en alles geklemd’), ook beschrijft [medeverdachte 1] hoe hij zelf een blok van een kilo cocaïne uit de loods heeft meegenomen. Tijdens dit gesprek zegt [medeverdachte 1] ook dat hij al lang met de handel bezig is, en dat hij de rol van straatdealer is ontstegen. Verder geeft [medeverdachte 1] aan dat hij de hoofdtelefoon met alle contacten heeft en dat er snel nieuwe (werk)telefoons moeten worden geregeld om de handel voort te kunnen zetten. Hij geeft de verdachte opdracht om via Marktplaats nieuwe telefoons te kopen.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van de verkoop, het vervoer en het afleveren van cocaïne. De verdachte heeft hieraan een substantiële bijdrage geleverd door bestellingen van klanten aan te nemen, cocaïne uit de loods te halen en vervolgens de cocaïne bij de afnemers te bezorgen. Dit heeft hij gedurende vrijwel de gehele pleegperiode gedaan. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke handel van cocaïne zoals tenlastegelegd.
Juridisch kader: deelname aan een criminele organisatie
Onder feit 1 is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in de artikelen 10 en 10a van de Opiumwet.
Onder een criminele organisatie als bedoeld in dit artikel wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven, in dit geval die van de artikelen 10 en 10a van de Opiumwet. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hierboven bedoelde oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt ook het opzet van de verdachte besloten. Om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest.
Waarom de rechtbank oordeelt dat de verdachte schuldig is aan deelname aan een criminele organisatie
Uit de bewijsmiddelen volgt dat tussen de verdachten een duurzame samenwerking bestond die gericht was op de handel in cocaïne. Treffend is dat [medeverdachte 1] in een OVC-gesprek zelf ook spreekt van een ‘organisatie’ die mogelijk opgerold zou worden door de politie.
Ook was er sprake van een rolverdeling. [medeverdachte 1] had de leiding en faciliteerde de anderen, waaronder de verdachte, bij hun werk. [medeverdachte 1] gaf instructies aan de verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en sprak hen aan op fouten en hun werkwijze. Hij was in het bezit van de hoofdtelefoon en beheerde de klantenlijst. Ook [medeverdachte 2] zat aan de aansturende kant. Uit de chats blijkt namelijk niet dat [medeverdachte 2] zelf klanten bezocht, maar wel dat hij anderen instructies gaf waar zij moesten zijn. De cocaïne werd met name aan klanten verstrekt door de verdachte, [medeverdachte 3] en later [medeverdachte 4] . Daarbij is te zien dat zij het zijn die de harddrugs te koop aanbieden of door anderen worden gevraagd om harddrugs te regelen. Het valt daarbij op dat zij over verkoop een zekere verantwoording aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aflegden.
De organisatie was bestendig en veerkrachtig. Zo diende [medeverdachte 4] zich aan op het moment dat [verdachte] aangaf er mee te stoppen en gaf [medeverdachte 1] direct na de brand opdracht om zo snel mogelijk weer alle spullen te kopen zodat het werk door kon gaan. Het is [medeverdachte 1] geweest, als beheerder van de hoofdtelefoon met het klantenbestand van de organisatie en als degene die [medeverdachte 4] de verdachte liet vervangen, die de continuïteit van de organisatie bewaakte. De verdachte behoorde tot dit samenwerkingsverband en heeft een aandeel gehad in de verwezenlijking van het oogmerk. Uit de chat-, tap- en opgenomen gesprekken en het in de loods aangetroffen schriftje is gebleken dat de verdachten, in wisselende samenstellingen, met elkaar en met derden over de aankoop, de verkoop, de prijzen, het vervoer en het verstrekken van cocaïne communiceren.
Voor de pleegperiode ten aanzien van zowel feit 1 en 2 is het volgende van belang. De verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waren al bij aanvang van de observaties, in april 2024, bij de loods actief. Door [medeverdachte 1] werden toen ook al telefonisch instructies aan de verdachte gegeven. Verder zijn er in de telefoon uit de bigshopper die bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de auto stond chats in verband met deals aangetroffen die teruggaan tot februari 2024. Op 8 februari 2024 is de verdachte aangehouden in bezit van cocaïne. Hij is voor het bezit daarvan al veroordeeld. De rechtbank verklaart dan ook bewezen dat de verdachte vanaf het begin van de tenlastegelegde periode zich schuldig heeft gemaakt aan deze feiten. In 2025 lijkt de verdachte echter afscheid te willen nemen van het drugscircuit en uit zijn voornemen daartoe op 23 januari 2025 in een telefoongesprek met [medeverdachte 1] . Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard die beslissing ook te hebben uitgevoerd. Ook ter terechtzitting heeft de verdachte aangegeven dat hij in die tijd zijn eigen bouwbedrijf had opgezet en zijn tijd daaraan wilde besteden. Uit het dossier lijkt ook te volgen dat [medeverdachte 4] zijn rol als koerier heeft overgenomen. Aangezien het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte na januari 2025 nog actief was in de cocaïnehandel zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde feiten vanaf 1 februari 2025.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
in de periode 8 februari 2024 tot en met 31 januari 2025 te Dronten en Harderwijk en/ Biddinghuizen enElburg heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
- [medeverdachte 2] en
- [medeverdachte 4] en
- [medeverdachte 3] en
- [medeverdachte 1] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde lid en 10a eerste lid Opiumwet;
feit 2
in de periode 8 februari 2024 tot en met 31 januari 2025 te Dronten en Harderwijk en Biddinghuizen en Elburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk
heeft verkocht enafgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid en vierde lid van de Opiumwet
feit 2
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 420 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 300 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de reclassering en een contactverbod met de medeverdachten. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf op te leggen voor de duur van 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om de verdachte niet nogmaals naar de gevangenis te sturen. De verdachte heeft een positieve draai aan zijn leven gegeven, maar die positieve draai is nog fragiel. Als hij opnieuw de gevangenis in gaat, raakt hij veel kwijt. Hoewel de LOVS misschien wel leiden tot oplegging van een gevangenisstraf, zijn er ook vergelijkbare zaken waarin daar toch niet toe is overgegaan. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2024 kan de rechtbank, als zij dit passend vindt, taakstraffen cumuleren en een hogere taakstraf dan 240 uur opleggen. Daarbij komt dat sprake is van eendaadse samenloop en de deelname aan de criminele organisatie dus niet tot de oplegging van meer staf kan leiden.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende ruim 11 maanden schuldig gemaakt aan het – samen met anderen – verhandelen van cocaïne. Hij heeft hiermee langdurig personen van illegale verdovende middelen voorzien en daarmee de gezondheid van deze personen benadeeld. Met zijn handelen heeft de verdachte bovendien een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de cocaïnehandel en alle daarmee gepaard gaande gevaren voor de openbare orde en de maatschappelijke veiligheid. In dit dossier zijn weliswaar geen aanwijzingen van geweld naar voren gekomen en de onderlinge omgang lijkt vrij gemoedelijk, maar in de hele keten van productie tot afnemer zorgt de georganiseerde drugscriminaliteit voor ernstige ondermijning en is geweld geen zeldzaamheid. De rechtbank gaat ervan uit dat geldelijk gewin zijn drijfveer was.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over de verdachte van 13 maart 2026, waarop meerdere strafbare feiten staan. Het strafblad bevat ook een veroordeling voor een soortgelijk feit. De rechtbank neemt die veroordeling als strafverhogend mee.
Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 12 maart 2026. De reclassering concludeert dat de verdachte in de afgelopen tijd positief veranderd is. Hij werkt als zelfstandige in de bouw, heeft zijn schulden afbetaald en na het vonnis wil hij solliciteren in loondienst om verzekerd te zijn van een vast inkomen. Vanaf juni 2026 kan hij met zijn vriendin en zoontje een nieuwbouwwoning betrekken in [plaats] . Hij heeft daar geen sociale contacten. De verdachte gebruikt geen verdovende middelen meer en heeft afstand genomen van zijn oude (criminele) contacten. De reclassering ziet groeiende stabiliteit op de diverse leefgebieden. Binnen het schorsingstoezicht heeft de verdachte zich begeleidbaar en meewerkend opgesteld. De toezichthouder is van mening dat interventies of toezicht geen meerwaarde hebben om risico's in de toekomst te beperken. Om die reden adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor handel in harddrugs van deze duur is 12 maanden gevangenisstraf. Daar komt bovenop dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie. Anders dan de raadsman, ziet de rechtbank niet dat sprake is geweest van eendaadse samenloop. Hoewel het medeplegen van drugshandel al snel een zekere mate van organisatie vergt, hebben de verdachten (zoals uiteengezet in de bewijsmotivering) dat op een dusdanige georganiseerde wijze gedaan dat zij het niveau van het medeplegen van drugshandel zijn ontstegen en hen het zelfstandig verwijt van een criminele organisatie wordt gemaakt. De aard en strekking van beide verwijten valt dan ook te veel uiteen om van een eendaadse samenloop te spreken. Wel is de rechtbank van oordeel dat vanwege de kleinere rol van de verdachte in de organisatie ten opzichte van sommige anderen, namelijk toch vooral die van koerier, de extra strafwaardigheid van dit feit beperkt is.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de positieve ontwikkeling die de verdachte doormaakt. Ter terechtzitting heeft de verdachte gezegd dat hij vlak voordat hij werd aangehouden het licht heeft gezien. De rechtbank gelooft de verdachte ook als hij zegt dat hij uit eigen beweging is gestopt met de drugshandel. Uit het dossier blijkt immers van dat voornemen en wordt zijn rol ook overgenomen door een ander. Vervolgens heeft de verdachte nog 42 dagen in voorarrest doorgebracht. Uit de positieve ontwikkelingen zoals beschreven in het reclasseringsrapport (verhuizing, breuk met oude contacten, werk, gezin) volgt dat het niet alleen bij woorden is gebleven. De verdachte is daadwerkelijk opnieuw gestart. Een gevangenisstraf zal veel van die positieve ontwikkelingen in gevaar brengen. De rechtbank zal de verdachte niet terug de gevangenis in sturen, maar in plaats daarvan een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse taakstraf opleggen.
Straf
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 420 dagen op, met aftrek van voorarrest waarvan een gedeelte van 378 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met de medeverdachten. Daarnaast legt de rechtbank voor het onder feit 1 bewezenverklaarde een taakstraf op van 180 uur. Voor het onder feit 2 tenlastegelegde legt de rechtbank ook een taakstraf op van 180 uur. In totaal moet de verdachte dus 360 uur werken.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
Het dossier bevat een beslaglijst van 3 april 2026. De officier van justitie heeft echter aangegeven dat alle beslagen met betrekking tot de verdachte zijn afgewikkeld.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Ondanks het standpunt van de officier van justitie is de rechtbank gehouden om te beslissen op het beslag nu zich in het dossier een beslaglijst bevindt.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave aan de verdachte gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
telefoon met goednummer 3489976
telefoon met goednummer 3489972
telefoon met goednummer 3489952
telefoon met goednummer 3489957
telefoon met goednummer 3489990
telefoon met goednummer 3489987
computer met goednummer 3489927
harddisk met goednummer 3489944
computer met goednummer 3489938
USB-stick met goednummer 3489948
Verbeurdverklaren
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren:
telefoon met goednummer 3489985
telefoon met goednummer 3489984
7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
De meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 21-002551-18 op 16 november 2022 een gevangenisstraf van 127 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering gedeeltelijk toewijst, zodat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf deels ten uitvoer wordt gelegd. Hij vordert 50 uur gevangenisstraf toe te wijzen, maar deze om te zetten in een taakstraf van 100 uur. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit. Daarbij merkt hij wel op dat de initiële veroordeling van langer geleden is en volledige toewijzing volgens de officier van justitie niet op zijn plaats is.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt primair de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat het een ander feit betreft. Subsidiair verzoekt hij de vordering – overeenkomstig de vordering van de officier van justitie – slechts voor een deel toe te wijzen en om te zetten naar een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen. Reden daarvoor is dat het een oud feit betreft en van geheel andere soort. Initieel heeft de rechtbank bij vonnis van 2 mei 2018 de verdachte ter zake van diefstal met braak, gepleegd op 13 november 2017, veroordeeld. Doordat daarna nog hoger beroep is ingesteld liep de proeftijd van 26 juli 2023 tot 26 juli 2025. Hoewel verdachte weliswaar binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd, is dat zo lang na het feit waarvoor deze voorwaardelijke straf is opgelegd dat de rechtbank het nu niet op zijn plaats vindt om deze straf alsnog ten uitvoer te leggen.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 2, 10, 11b van de Opiumwet.
9. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 420 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 378 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd:
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:
- [medeverdachte 4] , geboren [geboortedatum 2] 2002;
- [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum 3] 1995;
- [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 4] 1995;
- [medeverdachte 3] , geboren [geboortedatum 5] 2003;
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De politie houdt toezicht op de naleving
van dit contactverbod;
- veroordeelt verdachte voor het onder feit 1 bewezenverklaarde tot een taakstraf van 180 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;
- veroordeelt verdachte voor het onder feit 2 bewezenverklaarde tot een taakstraf van 180 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de
taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;
beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
USB-stick met goednummer 3489948
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21-002551-18
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mr. J.P. Verboom en mr. S.M. van Meer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Lap als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.
Mr. Verboom is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025
te Dronten en/of Harderwijk en/of Biddinghuizen en/of Swifterbant en/of Elburg,
althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een
samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere)
- [medeverdachte 1] en/of
- [medeverdachte 4] en/of
- [medeverdachte 3] en/of
- [verdachte] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
2
hij in of omstreeks de periode 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025
te Dronten en/of Harderwijk en/of Biddinghuizen en/of Swifterbant en/of Elburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op meerdere momenten, in de periode startend op 21 april 2024 tot 22 januari 2025, is een heimelijke camera geplaatst met zicht op de toegang van de loods aan [adres 1] .
[verdachte] heeft de loods zeer vaak betreden. Dat was vaak voor korte momenten en op wisselende tijdstippen. [verdachte] heeft een sleutel van de loods. Onder andere is waargenomen dat [verdachte] op 22 april 2024 de loods 7 maal kort betreedt. Maar ook op 23 april, 27 en 28 september en van 29 november tot 32 december 2024 is [verdachte] vaak bij en in de loods gezien. [medeverdachte 1] is op 22 april 2024 tussen 15.23 en 15.24 uur in de loods, loopt de loods in en verlaat die binnen een minuut. Hij heeft dan een rode plastic tas bij zich. [medeverdachte 3] heeft geen rijbewijs en maakt gebruik van een fiets. [medeverdachte 3] betreedt het pand met een sleutel. Op 22 april 2024 wordt hij bij de loods opgehaald door [verdachte] . Op 21 januari 2025 wordt gezien dat [medeverdachte 4] met zijn auto, een Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 1] bij de loods komt. [medeverdachte 3] is bijrijder. Die heeft de sleutel en zij betreden samen de loods.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Onderzoek iPhone X aangetroffen in de bigshopper.Er zijn diverse chats aangetroffen waarvan het zeer sterke vermoeden is dat deze gaan over dealen van harddrugs. Wat opvallend is dat de vermoedelijke dealer soms op de fiets komt en soms met de auto. Er wordt gechat over aantallen, geld en locaties al dan niet in versluierende taal. Zoals bijvoorbeeld ik heb nog biertjes voor je, waarmee feitelijk bedoeld dat er geld klaar ligt. Het vermoeden is ontstaan dat er meerdere personen beschikking hadden over deze telefoon. Dit vermoeden komt omdat de dealer zich verplaatst op de fiets en soms in de auto. In de telefoon staan 300 notities. Deze notities bestaan uit getallen, het woord pof, en letters. Deze telefoon werd aangetroffen en in beslag genomen, op woensdag 22 januari 2025, omstreeks 17:15 uur. Op woensdag 22 januari 2025 werden de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op heterdaad aangehouden. Gezien werd dat de verdachte [medeverdachte 2] , voordat hij werd aangehouden een tassen met zich droeg en deze in zijn auto stopte. Later werden in deze tassen, harddrugs en onder andere deze telefoon aangetroffen. De telefoon is een Apple iPhone X.De periode van de chats is vanaf 29-02-2024 tot en met 26-05-2024. Er zijn heel veel chats aangetroffen waarvan de gesprekken gaan over het kopen en verhandelen van vermoedelijk harddrugs. Wat opvallend is dat er wordt afgesproken in meerdere plaatsen, zoals onder andere in Dronten , Biddinghuizen en Elburg:
20.05.24: jo man, [A] uit elburg, kan je lanskomen voor 5. Owner: halfuurtje op die parkeerplaats ergens . 14.05.24: Jo man kan je nog 1 over hek doe volgende week vrijdag loon als het goed is anders, de 27e dan heb je centjes. Owner: jo man je staat nu sll 390, doe mast beter niet ven all 90 over max heen 09.04.24 [accountnaam 3] : Hi maat al aan het werk, kan je langsrijden, ik heb wat bier voor je en rest komt einde van de dag oke? [accountnaam 4] : Hee topper, jazeker, ja is goed tien minuutjes ongeveer . 10.04.24 met [accountnaam 3] En ik heb laatste 2 dgn 7 betonmixer afgenomen, 8e is gratis toch?
[accountnaam 4] : Uuhm nee dat werkt zo niet eigenlijk niet met later betalen maar je hebt wel laatste tijd veel gehaald ik kan je wel kortingen doen, het is als je dr 4 in een haalt krijg je de 5de gratis. [accountnaam 3] : gisteren 4 gekocht [accountnaam 4] : Ja idd dat is zo maar eigenlijk niet met pof als je los haalt gaat dat niet zo, is meer als in een keer 5 haalt dat je dan maar 200 betaald .
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
De telefoon werd tijdens de aanhoudingen van 22 januari 2025 aangetroffen op de bijrijdersstoel in de BMW van verdachte [medeverdachte 2] . Op diezelfde dag datum en tijd, zat verdachte [medeverdachte 3] op de bijrijdersstoel. Model: iPhone 11. Ik zag dat bij Whatsapp gebruik werd gemaakt van de schermnaam [naam 1] . Ik zag dat er 98 contacten waren uitgelezen. Ik zag dat een deel van de opgeslagen contacten met een naam van een persoon werd opgeslagen met daarachter een afkorting die ik herkende als een afkorting van een plaatsnaam. Ik zag dat er op de telefoon in totaal 168 chatgesprekken stonden. Ik zag dat deze chats over de periode van 30 september 2024 tot en met 22 januari 2025 waren geregistreerd. Ik zag dat een groot deel van deze chatgesprekken gingen over het aankopen van vermoedelijk drugs. Ik zag dat er één notitie in de telefoon stond. Ik zag dat in deze notitie meerdere namen stonden met getallen er achter. Ik zag dat de notitie op het toestel was aangemaakt op 30 september 2024. Ik zag dat hij voor het laatst was aangepast op 22 januari 2025. Ik bekeek vervolgens de video's op de telefoon. Wel zag ik op meerdere video's dat een manspersoon zichzelf aan het filmen was. Ik herkende deze man direct als [medeverdachte 3].
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Betreft: uitlezen iPhone X.
De telefoon werd aangetroffen op de passagiersstoel van het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2] tijdens de aanhouding op woensdag 22 januari 2025. Tevens is de locatie waar de telefoon werd aangetroffen ook de locatie waar verdachte [medeverdachte 3] zat ten tijde van de aanhouding. Door de collega's van de digitale ondersteuning werd de telefoon lphone X uitgelezen. Ik zag dat er 394 contactgegevens van de telefoon waren uitgelezen. Ik zag dat de naamgeving van de contacten overeen kwam met de naamgeving van de contacten in de andere aangetroffen en onderzochte telefoons. Ik zag dat 482 gespreksoproepen tussen 17-11-2024 15:48:08 uur (UTC+O) en 22-01-2025 16:16:02 uur (UTC+O) geregistreerd stonden. Ik zag dat de volgende contacten met enige regelmaat naar voren kwamen in de belgeschiedenis van de telefoon die onderzocht is:[contactnaam 1] : nummer: + [telefoonnummer] , Push name: [push name]
[contactnaam 2] : nummer: + [telefoonnummer] , Push name: [push name]
[contactnaam 3] : nummer: + [telefoonnummer] , Push name: [push name] .
Van deze contacten zijn, na nader onderzoek, geen persoons of adresgegevens bekend. Wel zijn met deze contacten chats die zijn terug te vinden in de toegevoegde bijlage. Deze chats gaan over het bestellen, afnemen en bezorgen van verdovende middelen. Gezien de bedragen en hoeveelheden die genoemd worden gaat het vermoedelijk om cocaïne. Tijdens het onderzoek zag ik in totaal 17 chats die gaan over het bestellen, afnemen en bezorgen van verdovende middelen. Gezien de bedragen en hoeveelheden die genoemd worden gaat het vermoedelijk om cocaïne.Ik bekeek de notities op de telefoon. Ik zag dat er 63 notities waren uitgelezen. Ik zag dat de notities betrekking hadden op het dealen van drugs. Ik zag notities die betrekking hadden op prijslijsten. Ik zag meerdere notities met de tekst:
Dames/Heren, Gelukkig nieuwjaar Alleen vandaag!! 6 voor 230 5 voor 200 4 voor 160 3 voor 130”. Ik zag notities die betrekking hadden tot schulden en personen die spullen op de pof hadden gekocht. Ik zag een notitie met de tekst: ‘Dames/Heren We zijn er weer met de beste kwaliteit en service binnen 20 min bij jou. Halve Hele’.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2024 volgt dat verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op zaterdag 28 september 2024, werd de verdachte [verdachte] naar aanleiding van
snelheidsovertreding aangehouden. De auto werd doorzocht en in een lege verpakking van koekjes werden 13 pony-pack met wit poeder aangetroffen in beslag genomen. Tevens werden er twee telefoons aangetroffen en in beslag genomen.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2024 volgt dat verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Type: iPhone SE 2nd Gen.Op zaterdag 28 september 2024 omstreeks 19:18 uur werd bij verdachte [verdachte] , naar aanleiding van het aantreffen van verdovende middelen, de hier onderzochte telefoon inbeslaggenomen.WhatsApp conversatie begonnen op 13 maart 2024 om 23:13:58 uur en eindigend op 19 september 2024 18:42:18 uur. Ik zag dat het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld was aan een contact genaamd [contactnaam 4] . De persoon die aan dit mobiele nummer gekoppeld was betrof [B] , [geboortedatum 6] 1975. Ambtshalve was bekend dat [B] een gebruiker was van cocaïne. Blijkbaar heeft [contactnaam 4] / [B] een schuld bedrag openstaan. [C ] wil dat hij een keer gaat betalen. [contactnaam 4] / [B] moet eerst de belastingdienst bijna 700 euro betalen en belooft [C ] dat hij over drie weken schoon schip heeft gemaakt en dat hij dan op 0 staat.
WhatsApp conversatie is begonnen op [geboortedatum 5] 2024 om 07:06:26 uur en eindigt op 20 september 2024 04:40:18 uur. Ik zag dat het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld was aan een contact genaamd [contactnaam 5] . Het mobiele telefoonnummer komt voor in de politiesystemen. De persoon die aan dit mobiele nummer gekoppeld was betrof [contactnaam 5] , [geboortedatum 7] 1984 te [geboorteplaats] (Polen). Ambtshalve was bekend dat [contactnaam 5] een gebruiker was van cocaïne.Op 19 september 2024 omstreeks 15:57:59 vraagt [contactnaam 5] waar hij kan afspreken. [C ] geeft aan dat hij nog niet in de buurt is en vraagt [contactnaam 5] waar hij kan komen. [contactnaam 5] vraagt of het nu kan. [C ] appt kom bij de Mac. Er wordt afgesproken over 10 minuten bij de Mac bij van de Valk. Op diezelfde dag om 20:57:32 vraagt [contactnaam 5] of [C ] kan komen. Ze spreken af bij de parkeerplaats van de [straat]
217. Om 23:48:40 appt [contactnaam 5] met de vraag of [C ] is. [C ] appt terug zeker. [contactnaam 5] vraagt of hij eentje kan lenen . [C ] appt terug dat hij hier niet aan doet. [contactnaam 5] appt dan 'met geld'. Er wordt afgesproken bij de Mac voor 50 euro.
- In een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de criminele organisatie van 26 februari 2025 wordt een afgeluisterd telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en de verdachte [verdachte] van 12 april 2024 aangehaald, waaruit volgt dat zij het volgende hebben gezegd: [medeverdachte 1] : Jaha, zijn geen leuke dingen dat ik natuurlijk weer hoor he. Je kan niet zeggen half 1, iemand laten wachten tot half 1. [contactnaam 6] : Ja maar bij hem kan dat.
[medeverdachte 1] : Maakt niet uit ook bij hem niet, maakt niet uit wie het is bro.
- In de periode van 6 januari 2025 tot en met 16 februari 2025 is vertrouwelijke communicatie opgenomen in de auto van verdachte [verdachte] . Op 23 januari 2025 spreekt [verdachte] met [medeverdachte 1] . Dit gesprek is uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025. Hieruit volgt dat zij, zakelijk weergegeven, het volgende hebben gezegd:
[verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte): Loods, bijna afgebrand. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn geveegd, Ja man, ze zijn met spullen en alles geklemd.
[medeverdachte 1] : [medeverdachte 2] komt daar aan vanuit zijn werk, Scotoe, [medeverdachte 3] . Hele dag staan undercovers. Hun bmw stond er. Ik ben er ook heen gegaan toen alle scotoe weg was en heb gelijk die liter gepakt, die blok gepakt en meegenomen in mijn binnenzak. Ik ben zo naar buiten gegaan met lege handen. De tas met de packy's en sieltjes zat in de tas, alles zat in zijn waggie. Heb jij een tellie bij je?
[verdachte] : Ja
[medeverdachte 1] : Maar geen werk tellie?
[verdachte] : Hij heeft mijn tellie.
[medeverdachte 1] : Ik heb die hoofd tellie van [D ] . Het enige dat ik heb kunnen redden is het blok. Ik heb wel die hoofd tellie van [D ] , dat is 1 en ik heb alle nummers. Luister, bro, als zij jou op onderzoek zitten, dan gaan ze de hele organisatie in 1 keer oprollen. Ik heb het al 1000 keer tegen ze gezegd, praat alleen via werktellie's . Als je dan straks thuis bent, moet je je packy’s in je auto leggen en je auto verderop parkeren. We hebben niks om te maken! Morgen moet een nieuw weegje gehaald worden, nieuw sealtje, alles moet nieuw gehaald worden. Dit is 1 van de redenen dat ik altijd zeg: werk met handschoenen. Hoe bedoel je, je kan niet stoppen. Ik ook niet, ik heb andere kosten dan jij bra. Ik heb 3-4000 euro vaste lasten. Ik leef van zwart geld . Het enige dat wij moeten doen is scherp blijven. Dat betekent dat we nieuwe tellie's moeten halen, alles overzetten, tellies klaar moeten maken zodat ze weer aan het werk kunnen. Ik zit al jaren, ik zit allang lang bezig. Het voordeel is dat ik al lang niet naar mensen ben toegegaan, al een paar jaar niet . Als je tellie's kan kopen, koop het. Als je iets via Marktplaats kan vinden, iPhone 11 minimaal. Laten we zo snel mogelijk tellie's verzamelen en alles erop gooien.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op 22 januari 2025 heeft er doorzoeking plaats gevonden in perceel [adres 1] te [plaats] zijnde een loods. Tijdens de doorzoeking werd een zwart schrift aangetroffen in een la van tafel die in deze loods stond.
Foto 2
diverse getallen en opvallend 300 korting en 400 korting
De foto/afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid verwijderd
Fotodiverse getallen
De foto/afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid verwijderd
- Op 25 januari 2025 heeft [verdachte] een aantal gesprekken met [medeverdachte 3] . Deze gesprekken zijn eveneens uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025. Hieruit volgt dat [medeverdachte 3] en [verdachte] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben gezegd:
[medeverdachte 3] : Ik zat in die waggie, die brand was er. Dus we dachten ai die shit moet weg daar man. Dus [medeverdachte 1] nam die ki mee en wij namen die packies en die 100 grammie doe ik in mijn jas .
[medeverdachte 3] : ze hebben ook al die boekjes uit loods gehaald. Hebben ze gewoon gepakt, niemand heeft dat meegenomen. [verdachte] : Namen staan daarin, alles. [medeverdachte 3] : volop geschreven, nee toch, alleen die voorletter. [voorletter 1] , [voorletter 2] , K .
- Op 26 februari 2025 werd de woning van [medeverdachte 1] doorzocht. In de slaapkamer werd een iPhone 11 aangetroffen en in beslag genomen. Van de bevindingen bij het uitlezen van deze telefoon is het proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2025 opgemaakt. De verbalisant relateert hierover zakelijk weergegeven als volgt:
De telefoon maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ook het WhatsApp-account op de telefoon was aan dit nummer
gekoppeld.
In de telefoon zijn totaal 512 contacten opgeslagen. Daarvan zijn er 172 contacten aan WhatsApp gekoppeld. Veel van de opgeslagen contacten komen ook voor in andere binnen dit onderzoek uitgelezen (deal) telefoons.Vanaf 7 februari 2025 zijn er 177 gespreksoproepen. De contacten zijn alle geïdentificeerde druggebruikers.
Ik zag dat er totaal 31 chatgesprekken op de telefoon stonden. Alle WhatsApp chats kunnen gerelateerd worden aan de handel in verdovende middelen. Op 13 februari 2025 wordt door de beheerder van de dealtelefoon een bericht gestuurd met de inhoud;
Topper!
We zijn er tijdelijk even uit geweest maar we zijn er weer als vanouds mijn excuses voor het ongemak hopelijk zie ik je snel weer!!
In de telefoon staan in de applicatie Snapchat nog 4 chatgesprekken. Eén daarvan is tussen de beheerder van de telefoon met de naam ' [naam 2] ' en een tweede persoon met de naam ‘ [naam 3] / [naam 4] '. Uit het gesprek wordt duidelijk dat deze personen samen de rol van beheerder/dealer hebben.
[naam 2] : Alles er doorheen
[naam 4] : Ja man nog drie
[naam 2] : Okee kan je ophalen bij die andere mattie. En kan je me die papiertjes
brengen. Probeer wel als je geconnect word gelijk te gaan. Ook naar [D ] .
[naam 4] : Ik heb nodig
[naam 2] : Waarom kom je er niet op tijd mee. Kan je niet bij die ander pakken .
[naam 4] : Hij heeft er 10 nog
[naam 4] : Hoelaat gaan we vnv meeten. Ik heb nieuwe nodig .
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 12 mei 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
In de bij [medeverdachte 4] in beslaggenomen telefoon, beschreven in MD2R024038-613, wordt ook in Snapchat een gesprek aangetroffen. De gebruiker van die telefoon is geïdentificeerd als [medeverdachte 4] en maakt in Snapchat gebruik van de naam [naam 3] .
- Uit het proces-verbaal van verhoor verdachte van 5 maart 2025 volgt dat [E] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Ik huur de deze loods vanaf april 2023. [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] attendeerde mij op deze loods. [medeverdachte 2] betaalde soms de huur van de loods. Hij betaalde contant. Alleen [medeverdachte 2] heb ik een sleutel gegeven van de loods.V: Met wie kwam je allemaal in de loods?
A: Eerst met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2024 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Van 28 maart 2024 tot 19 juni 2024 het telefoonnummer [telefoonnummer] afgeluisterd. Dit nummer staat geregistreerd op naam van verdachte [medeverdachte 1] . Uit de gevoerde gesprekken bleek dat [medeverdachte 1] zelf gebruiker was van dit nummer.
Op 22 april 2024 om 15.19 uur werd [medeverdachte 1] gebeld door de gebruiker [naam 5] . [naam 5] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij langs kan komen. Die vindt dat goed.
Op 22 april 2024 werd de loods aan [adres 1] te [plaats] geobserveerd middels heimelijk geplaatste camera's. Die dag werd om 12.12 uur waargenomen dat (mede) verdachte [verdachte] bij deze loods kwam. Hij opende de deur met een sleutel en ging naar binnen. Om 15.23.49 uur die dag stopte een bruine Renault Clio, kenteken [kenteken 3] , bij de loods. Verdachte [medeverdachte 1] stapte uit en liep zonder gebruik van een sleutel de loods binnen. Om 15.24.46 uur verliet [medeverdachte 1] de loods. Hij droeg een rode plastic boodschappentas met opdruk 'Vomar'. [medeverdachte 1] liep naar zijn auto, legde de rode tas in de koffer, stapte in en reed weg. [verdachte] verliet de loods om 16.44 uur en sloot die met een sleutel af.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op 26 februari 2025 werd bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4] een telefoon aangetroffen. Bij onderzoek aan deze iPhone 11 bleek dat die in gebruik was als dealtelefoon. Aan de applicatie WhatsApp was het nummer [telefoonnummer] gekoppeld.
Die dag werd bij een doorzoeking in de woning van verdachte [medeverdachte 1] een telefoon aangetroffen met waarin een SIM-kaart met het nummer [nummer] zat. Het WhatsApp account was ook aan dat nummer gekoppeld. Het WhatsAppaccount was duidelijk in gebruik als dealnummer. Het nummer [telefoonnummer] is op 24 januari 2025 in gebruik genomen.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 4 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
(…) ook verdachte [medeverdachte 4] (werd) aangehouden. Bij zijn aanhouding werden meerdere mobiele telefoons in beslag genomen waaronder een IPhone 11 Door de collega's van de digitale ondersteuning werd de telefoon iPhone 11 uitgelezen.
Ik zag dat er een telefoonnummer bij de basisgegevens stond, namelijk [telefoonnummer] . Het telefoonnummer in dit onderzoek komt voor als zijnde een dealnummer. Ik zag dat het emailadres [e-mailadres] werd gebruikt als Apple ID en als accountnaam voor meerdere applicaties op de telefoon. Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat contacten vooral afnemers waren van verdovende middelen. De chats in deze telefoon waren gelijk aan de chats die in alle andere telefoons zijn aangetroffen en hebben allemaal betrekking tot het handelen in verdovende middelen. In de chats is te zien dat de gebruiker van deze telefoon op verschillende wijzen afspreekt met de afnemers. Enkele voorbeelden hiervan zijn bij de gebruiker naar binnen gaan, op een parkeerplaats afspreken of even dat de afnemer in de auto van de gebruiker van deze telefoon instapt en dat zij gezamenlijk dan even een rondje konden rijden. Ik heb de foto's bekeken. Ik herkende de persoon als zijnde de verdachte [medeverdachte 4]. Ik zag dat er in de chats en de contacten meerdere malen naar voren komen dat de gebruiker van deze telefoon vermoedelijk in de omgeving is geweest van de volgende plaatsen voor het vervoeren en afleveren van verdovende middelen.
Biddinghuizen
Harderwijk
Elburg
Hieronder is de volledige notitie toegevoegd die ik heb aangetroffen in de uitgelezen telefoon
[notitienaam]
____
Totaal:160
[chatnamen] (50) (50)
[chatnamen] (1 0) /gegeven 25/ 15 gegeven/
[chatnamen] 150 gegeven do
__________________
[chatnamen] :200
Oud:
[chatnamen] 800
[chatnamen] dr 300
[chatnamen] emm 50
[chatnamen] bhz 50
[chatnamen] H 20/70
[chatnamen] 40
[chatnamen] 50?
[chatnamen] 100
[chatnamen] ? (Navragen)
[chatnamen]
Nieuw:
100
50
75
[chatnamen]
50
lucern 50
[chatnamen]
150
150
50
Totaal: 390
(Korting)
6 voor 230
- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 maart 2025 volgt dat [getuige 1] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: Cocaïne.V: Hoe vaak koop je de drugs bij deze dealer?A: 2 a 3 keer in de week op de top.V: Wat kost de drugs bij deze dealer?A: 50 euro per hele gram. De zuivere cocaïne koste 60 euro per hele gram.V: Sinds wanneer koop je drugs bij deze dealer?A: rond de 1,5 jaar.V: Wat voor vervoermiddel gebruikt deze dealer?A: zwarte kleine auto. V: Beschrijf eens hoe deze dealer er uit ziet?A: had een baartje donker, wat langer haar. Dronten en Harderwijk werkte wel samen.Foto 2 (toevoeging griffier: foto [verdachte] ) uit [plaats] herken ik 100%. Hij heeft mij bij [naam 6] cocaïne afgeleverd.
- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 18 maart 2025 volgt dat [getuige 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
V: Via welk sociale media platform bestelde jij drugs?A: Whats appV: Had de persoon bij wie jij de drugs kocht een naam?A: [naam 1]V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: CocaïneV: Sinds wanneer koop je drugs bij deze dealer?A: Paar jaartjes wel al. 5 of 6 jaar.0: Ik toon je een foto. Foto 5 (toevoeging griffier: foto [medeverdachte 3] ) A: Deze jongen herken ik direct als de jongen die mij drugs kwam brengen.
- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 maart 2025 volgt dat [getuige 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Woonplaats: Harderwijk
V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: cocaïne
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 7 maart 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Ik zag dat er een telefoonnummer bij de basisgegevens stond, namelijk [telefoonnummer] . Dit
telefoonnummer blijkt op naam te staan van [medeverdachte 2].
Alle opgeslagen contacten zijn van snapchataccount [accountnaam 5]. Ik zag dat op de [adres 2] te [plaats] 2 personen ingeschreven stonden, waaronder [F] , en zag dat hij als harddrugsgebruiker stond geregistreerd.[bijnaam] is de bijnaam van verdachte [medeverdachte 3] .
Ik bekeek vervolgens de video's op de telefoon.Bestand: [bestandsnaam]
Onderstaand video betreft de locatie [adres 1] te [plaats] . Ik verbalisant herken de locatie door de samenstelling van de ruimte, de bank waarop ze zitten, de kast die er staat en de vloer. Tijdens de doorzoeking op 22-1-2025 was ik in dit pand aanwezig. Tevens herken ik verdachten [G] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
Van [accountnaam 5] 24-12-2024 : [adres 3] in [plaats] = pof
Van [accountnaam 5] 24-12-2024 : [adres 2] in [plaats]
Van [accountnaam 5] 24-12-2024 : Dus hij pakt Lelystad verder. Dan heb jij rust[accountnaam 8] 24-12-2024 : Moet ik gwn Dronten doen?
Van [accountnaam 5] 24-12-2024 : Ja denk wel dat mensen nog gaan bellen
[accountnaam 7] 14-01-2025 : heb ook eentje in [D ] maar die andere is Elburg
Van [accountnaam 5] 18-01-2024 : doe maar allebei
Van [accountnaam 5] 09-01-2025 : staat iemand te wachten?
[accountnaam 7] 09-01-2025 : nee is all gefixt
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op woensdag 26 februari 2025 werd in de woning van verdachte [medeverdachte 1] een doorzoeking uitgevoerd. In de slaapkamer werd onder meer bovenomschreven telefoon, merk iPhone, type 14 Pro, aangetroffen en in beslag genomen.
Onder andere komen voor in de WhatsApp-contacten:[medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ): [telefoonnummer]In de Snapchat-contacten komen onder andere voor:[accountnaam 6] .
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Op 22 januari 2025 zag ik een melding binnenkomen van een brand in het pand gelegen aan [adres 1] te [plaats] . Vanaf de parkeerplaats had ik constant en onverstoord zicht op de ingang van de loods. Ik zag een BMW geparkeerd staan voorzien van kenteken [kenteken 2] . Ik kan de personen die bij het pand naar binnen zijn gegaan als volgt omschrijven:Persoon 1: [medeverdachte 2]Persoon 2: [medeverdachte 3]Ik zag verdachte 1 uit het pand komen en twee tassen in zijn handen had. Ik zag dat verdachte 1 de twee tassen via de rechter achterportier in de bovengenoemde auto plaatste. Ik zag dat verdachte 2 het pand uit kwam en aan de passagierskant van het bovengenoemde voertuig instapte. Ik zag dat verdachte 1 terug liep naar de deur van het pand en dat hij het pand afsloot met gebruik van een sleutel. Ik zag dat verdachte 1 in de richting van de bovengenoemde auto liep en aan de bestuurderskant instapte.
- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:
Hierop hebben wij in de BMW gekeken en zagen daar op de achterbank een bigshopper voorzien van de tekst "Action" staan. Wij hebben de auto doorzocht en de inhoud van de bigshopper bekeken. Daarbij werden in de bigshopper verdovende middelen, weegschalen, een grote hoeveelheid lege ponypacks en een hoeveelheid gevulde ponypacks, met vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen. Deze goederen zijn inbeslaggenomen.
- Uit het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 3 maart 2025 volgt, zakelijk weergegeven, dat de verdachte het volgende heeft verklaard:
Ik heb rond de start van mijn bedrijf – in januari 2025 – afstand genomen van drugshandel, omdat je er niets mee bereikt.
- Op 23 januari 2025 heeft [verdachte] een gesprek met [medeverdachte 1] . Dit gesprek is uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025. Hieruit volgt dat [verdachte] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gezegd:
[medeverdachte 1] : wil je zeggen dat je ermee kapt?
[verdachte] : ja misschien stoppen
[medeverdachte 1] : je kan niet stoppen. Ik ook niet. Ik heb kosten. Ik heb 3-4000 euro vaste lasten. Ik
leef van zwart geld. Ik heb al mijn geld er doorheen gepompt.