ECLI:NL:RBMNE:2026:2949

ECLI:NL:RBMNE:2026:2949

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 16-400134-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

18 maanden gevangenisstraf waarvan 8 maanden voorwaardelijk voor het vervoeren van cocaïne, cocaïnehandel en deelname aan een criminele organisatie vanuit een loods. Ontneming van crimineel voordeel van € 58.390,62.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16-400134-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 mei 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1995] in [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 8 april 2026. Het onderzoek is gesloten op 29 mei 2026 waarna direct uitspraak is gedaan.

Op de zitting waren aanwezig:

De zaak tegen de verdachte is gezamenlijk, maar niet gevoegd behandeld met die van de medeverdachten. De medeverdachten worden in het vonnis soms met hun achter- en soms met hun voornaam aangeduid.

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

in de periode van 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025 in Dronten, Harderwijk, [plaats 1] , [plaats 2] en Elburg heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het handelen in harddrugs;

feit 2

in de periode van 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025 in Dronten, Harderwijk, [plaats 1] , [plaats 2] en Elburg samen met anderen in cocaïne heeft gehandeld;

feit 3

op 22 januari 2025 in Dronten opzettelijk 129,25 gram cocaïne heeft vervoerd, althans aanwezig heeft gehad.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de drie tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft voor alle feiten vrijspraak bepleit. Met betrekking tot de verdenking van deelname aan een criminele organisatie (feit 1) en cocaïnehandel (feit 2) voert de advocaat verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken in paragraaf 3.3. Subsidiair stelt de advocaat zich op het standpunt dat de verdachte voor wat betreft het medeplegen van drugshandel vrijgesproken dient te worden voor de gehele periode met uitzondering van 24 december 2024 en ten aanzien van feit 1 (deelname criminele organisatie) voor de periode voorafgaand aan 24 december 2024 en na 22 januari 2025.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feiten

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 3 zijn bewezen. De rechtbank baseert haar oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 (deelname aan criminele organisatie) en feit 2 (cocaïnehandel)

Start en verloop van het opsporingsonderzoek

Naar aanleiding van meldingen bij Meld Misdaad Anoniem (MMA-melding) kreeg de politie het vermoeden dat meerdere personen in [plaats 3] en [plaats 1] gezamenlijk handelden in cocaïne. De melding ging over een cocaïnelijn met de naam ‘ [naam 1] ’ en onder andere de naam van de verdachte werd hierbij genoemd. In maart 2024 startte de politie een strafrechtelijk onderzoek. Tijdens dit onderzoek kwam een loods aan [straat 1] [nummer] in [plaats 3] in beeld als mogelijke opslaglocatie (stashplek) voor de cocaïne. De politie hield zowel deze locatie als de personen die uit het onderzoek naar voren kwamen in de gaten. Het gaat hierbij om de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en later ook [medeverdachte 4] .

Terwijl het onderzoek liep ontstond er op 22 januari 2025 brand in de loods. De politie nam waar dat de verdachte en [medeverdachte 3] kort na de brand bij de loods aankwamen, naar binnen gingen en vervolgens met twee tassen het pand verlieten en samen wegreden. Kort daarop werden de verdachte en [medeverdachte 3] aangehouden waarbij onder meer cocaïne, ponypacks en een iPhone 11 in de auto werden aangetroffen. Na verhoor werden zij heengezonden.

Op 26 februari 2025 zijn de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] aangehouden. [medeverdachte 2] is de dag erna aangehouden en [medeverdachte 3] is op 4 maart 2025 aangehouden. Gedurende het onderzoek heeft de politie telefoongesprekken afgeluisterd, in beslag genomen telefoons onderzocht, observaties uitgevoerd bij de loods en woningen en voertuigen van de verdachten doorzocht. Ook zijn in de auto van [medeverdachte 2] gesprekken tussen de verdachten afgeluisterd (OVC-gesprekken).

Er worden vele bevindingen gedaan die wijzen op cocaïnehandel door de verdachten. Zo worden in de slaapkamer van [medeverdachte 1] cocaïne en ponypacks aangetroffen. Ook zijn onder de verdachten telefoons in beslag genomen die gekoppeld zijn aan het WhatsApp-account ‘ [naam 1] ’. Op dat account vinden chatgesprekken plaats met personen die bekend staan als harddrugsgebruiker. Sommige daarvan zijn als getuige gehoord en zij verklaren dat zij op dit account al langere tijd cocaïne bestelden.

Juridisch kader: medeplegen cocaïnehandel

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat de verdachte in de tenlastegelegde periode als medepleger betrokken is geweest bij het verkopen, vervoeren en afleveren van cocaïne. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. De kwalificatie medeplegen is gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

Waarom de rechtbank oordeelt dat de verdachte schuldig is aan medeplegen cocaïnehandel

Onder alle verdachten zijn telefoons in beslag genomen die gebruikt werden voor de handel in cocaïne. In de telefoons stonden tegencontacten van personen die bij de politie bekend staan als harddrugsgebruikers. Uit aangetroffen chatberichten blijkt dat velen van deze contacten cocaïne bestelden waarna de dealers een afleverplaats en een tijd afspraken. Enkele van deze gebruikers hebben verklaard dat zij al jaren bij de ‘ [naam 1] -lijn’ cocaïne bestellen en zij herkennen medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] als bezorgers.

Ook onder de verdachte zijn dergelijke telefoons in beslag genomen. Op een iPhone 11 die in de schoudertas van de verdachte zat zijn veel chatgesprekken gevonden die duiden op handel in drugs. Het gekoppelde WhatsApp-account op deze telefoon had de naam ‘ [naam 1] ’. De rechtbank merkt deze telefoon daarom als dealertelefoon aan. Op de ‘privé-telefoon’ van de verdachte, een iPhone 14Pro, zijn eveneens chats gevonden (van 24 december 2024), die er erop duiden dat de verdachte, onder de naam [snapchataccount] , instructies aan een medeverdachte gaf voor de bezorging van drugs. Tot slot is onder de verdachte een iPhone X aangetroffen met vele chats, notities en tegencontacten die duiden op grootschalige drugshandel. Ook deze telefoon is onmiskenbaar een dealertelefoon. Deze iPhone X is in de bigshopper tas aangetroffen die de verdachte op de dag van de brand uit de loods heeft gehaald en die in zijn auto stond toen hij en [medeverdachte 3] werden aangehouden. De rechtbank stelt, op basis van de bewijsmiddelen, vast dat de verdachte al deze telefoons in gebruik had, dan wel daar de feitelijke zeggenschap over had. Het feit dat de verdachte niet alleen cocaïne heeft veilig gesteld (zie feit 3 hierna), maar ook de dealertelefoon iPhone X heeft veilig gesteld die kennelijk afkomstig was uit de loods, duidt op vergaande betrokkenheid bij de drugshandel. De iPhone X bevatte niet alleen een groot klantenbestand, maar ook zo’n 300 notities, betreffende administratie van de handel van de verdachten.

Ook onder [medeverdachte 1] is een telefoon inbeslaggenomen. [medeverdachte 1]

vertelt in een OVC-gesprek aan de verdachte dat hij de ‘hoofdtelefoon’ met alle contacten heeft, wat kennelijk op deze telefoon slaat. Veel van de daarin opgeslagen tegencontacten komen ook voor in andere uitgelezen telefoons. Verder is vanaf deze telefoon op 13 februari 2025 naar de tegencontacten een bericht verzonden dat ze er ‘tijdelijk even uit’ waren maar er ‘weer als vanouds’ zijn. De rechtbank concludeert dat dit verwijst naar de brand en het ingrijpen van de politie op 22 januari 2025. Deze telefoon en het bijbehorende whatsapp-account maakten gebruik van hetzelfde telefoonnummer als de telefoon die onder medeverdachte [medeverdachte 4] in beslag is genomen. Uit chats blijkt dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] (die gebruik maakte van de snapchat naam [naam 2] ) instructies gaf met betrekking tot drugsdeals.

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de loods in de tenlastegelegde periode gebruikt werd als opslag van de verdovende middelen. Uit observaties, waaronder in april 2024, is gebleken dat de verdachten vaak en voor korte duur bij de loods zijn. Zo is de verdachte op 28 november 2024 samen met medeverdachte [medeverdachte 1] in de loods. Op 15 mei 2024 is de BMW (kenteken [kenteken 2] ) die eerder die maand op naam van de verdachte is gezet, bij de loods gezien. Sommige van de bezoeken aan de loods door medeverdachten vinden plaats kort nadat op de ‘ [naam 1] -lijn’ cocaïne is besteld. Dat op deze locatie een schriftje met de administratie van drugshandel wordt aangetroffen, onderschrijft deze gang van zaken. In dit schriftje wordt de administratie bijgehouden per letter waarbij deze letters corresponderen met de eerste letter van de voornamen van drie medeverdachten. In een OVC-gesprek praten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bezorgd over ‘boekies’ die de politie na de brand heeft meegenomen, waarin personen met voorletters staan aangegeven. Voor de rechtbank staat vast dat de loods al in 2024 werd gebruikt als stashlocatie. Dat de loods mogelijk ook als chillplek werd gebruikt maakt dit niet anders.

De bevindingen rondom de brand bevestigen de bestemming van de loods en brengen de rol van de verdachten nader in beeld. Hierboven is al genoemd dat de verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] kort na de brand cocaïne uit de loods in veiligheid hebben gebracht. In een OVC-gesprek in de auto van [medeverdachte 2] vertelt [medeverdachte 1] hoe hij een blok van een kilo cocaïne uit de loods heeft meegenomen, dat hij de hoofdtelefoon met alle contacten heeft en dat er snel nieuwe (werk)telefoons moeten worden geregeld om de handel voort te kunnen zetten. [medeverdachte 1] geeft [medeverdachte 2] daarop opdracht om via Marktplaats nieuwe telefoons te kopen. In hetzelfde gesprek wordt verwezen naar de aanhouding van verdachte na de brand ‘met spullen’. Uit onderzoek aan de iPhone 14 Pro van de verdachte blijkt dat hij [medeverdachte 3] instructies geeft op welke adressen hij drugs moet afleveren. Ook geeft hij aan of deze afnemers contant zullen betalen of ‘op de pof’. Bovendien draagt hij [medeverdachte 3] op om afnemers niet te lang te laten wachten.

Daarnaast is uit financieel onderzoek gebleken dat de verdachte in mei 2024 een BMW type 330i heeft gekocht voor een bedrag van € 32.000-, of € 32.500,-. Hij heeft deze auto via Marktplaats gekocht en heeft bij de verkoper aangedrongen op contante betaling.

Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat de verdachte samen met anderen handelde in cocaïne en daarin een aansturende rol had Dit wordt onderstreept doordat de verdachte, volgens de huurder van de loods zelf over de sleutel van de loods beschikte en dus toegang tot deze loods had. Bovendien betaalde de verdachte aan de huurder van de loods af en toe contante vergoedingen ter compensatie van de door de huurder te betalen huurpenningen. De huurder huurt de loods vanaf april 2023, en vanaf het begin was de verdachte daarbij betrokken.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van de verkoop, het vervoer en het afleveren van cocaïne. De verdachte heeft hieraan een substantiële bijdrage geleverd door medeverdachten aan te sturen. Dit heeft hij gedurende een lange periode gedaan. Vanaf april 2024 ziet de politie een verhoogde activiteit van medeverdachten bij de loods, die erop duiden dat de loods als opslagplek voor drugs werd gebruikt (zo gaat [medeverdachte 2] op 22 april 2024 zeven keer de loods in en uit). De eerste uitgewerkte chats over drugshandel, aangetroffen op de IPhone X in de bigshopper, dateren ook uit april 2024. Dat de verdachte toen zelf nog niet in of bij de loods is gezien (in mei 2024 wel zijn auto) en dat de chats zelf wellicht niet door de verdachte zijn verstuurd, doet daar niet aan af. Uit de tijdlijn blijkt namelijk voldoende dat de verdachte toen al betrokken was bij de drugshandel: hij was toen betrokken bij (de huur van) de loods, de [naam 1] -lijn (WhatsApp account) is gekoppeld aan een telefoon in bezit van de verdachte en bevat ook drugs-gerelateerde chats vanaf begin september 2024, en tot slot bevat deze telefoon veel dezelfde afnemers die ook op de IPhone X uit de bigshopper met diverse drugs-gerelateerde chats uit april 2024 staan.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte zich van 1 april 2024 tot en met 26 februari 2025 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke handel van cocaïne.

Juridisch kader: deelname aan een criminele organisatie

Onder feit 1 is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in de artikelen 10 en 10a van de Opiumwet.

Onder een criminele organisatie als bedoeld in dit artikel wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven, in dit geval die van de artikelen 10 en 10a van de Opiumwet. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hierboven bedoelde oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt ook het opzet van de verdachte besloten. Om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest.

Waarom de rechtbank oordeelt dat verdachte schuldig is aan deelname aan een criminele organisatie

Uit de bewijsmiddelen volgt dat tussen de verdachten een duurzame samenwerking bestond die gericht was op de handel in cocaïne. Treffend is dat [medeverdachte 1] in een OVC-gesprek spreekt van een ‘organisatie’ die mogelijk opgerold zou worden door de politie. Ook was er sprake van een rolverdeling. [medeverdachte 1] had de leiding en faciliteerde de anderen bij hun werk. Hij gaf instructies aan [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en sprak hen aan op fouten en hun werkwijze. Hij was in het bezit van de hoofdtelefoon en beheerde de klantenlijst. Ook de verdachte zat aan de aansturende kant van de organisatie. Uit de chats blijkt namelijk niet dat de verdachte zelf klanten bezocht, maar wel dat hij anderen instructies gaf waar zij moesten zijn. Daarbij had de verdachte een initiërende rol bij de huur van de loods, beschikte hij over de sleutel en betaalde hij soms aan de huurder een vergoeding voor het gebruik van de loods. De cocaïne werd met name aan gebruikers verstrekt door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en later [medeverdachte 4] . Daarbij is te zien dat zij het zijn die de harddrugs te koop aanbieden of door anderen worden gevraagd om harddrugs te regelen. Het valt daarbij op dat zij over de verkoop vervolgens een zekere verantwoording aan [medeverdachte 1] en de verdachte aflegden.

De organisatie was bestendig en veerkrachtig. Zo diende [medeverdachte 4] zich aan op het moment dat [medeverdachte 2] aangaf er mee te stoppen en gaf [medeverdachte 1] direct na de brand opdracht om zo snel mogelijk weer alle spullen te kopen zodat het werk door kon gaan. [medeverdachte 1] bewaakte de continuïteit van de organisatie en liet [medeverdachte 2] vervangen door [medeverdachte 4] . Ook de verdachte heeft met het veiligstellen van cocaïne (feit 3 hierna), drugsgerelateerde voorwerpen als weegschalen en de iPhone X (met veel administratie van de handel) een bijdrage geleverd aan het in stand blijven van de organisatie. De verdachte behoorde tot dit samenwerkingsverband en heeft een aandeel gehad in de verwezenlijking van het oogmerk. Uit de chat-, tap- en opgenomen gesprekken en het in de loods aangetroffen schriftje is gebleken dat de verdachten, in wisselende samenstellingen, met elkaar en met derden over de aankoop, de verkoop, de prijzen, het vervoer en het verstrekken van cocaïne communiceerden.

Voor de pleegperiode is van belang dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] al bij aanvang van de observaties, in april 2024, bij de loods actief waren. [medeverdachte 4] komt vanaf januari 2025 in beeld. Voor de bewezenverklaring van dit feit bij de verdachte sluit de rechtbank aan bij de pleegperiode van feit 2.

Ten aanzien van feit 3 (bezit van 129,25 gram cocaïne)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat twee agenten de loods op 22 januari 2025 hebben geobserveerd. Zij hebben gezien dat de verdachte – met twee bigshoppers in zijn handen – de loods verliet en deze tassen in zijn auto plaatste. Later werd de verdachte met medeverdachte [medeverdachte 3] staande gehouden en werd bij de doorzoeking van de auto cocaïne in de bigshopper aangetroffen.

De advocaat heeft aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van hetgeen zich in de bigshopper bevond en daarom niet tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit kan worden geconcludeerd omdat het opzet ontbreekt. De rechtbank is echter van oordeel dat de verdachte die wetenschap wel degelijk had. De verdachte is naar de loods gereden met het doel de inhoud van de tassen in veiligheid te brengen. In de bigshopper werden naast verdovende middelen ook weegschalen en een grote hoeveelheid lege én gevulde ponypacks aangetroffen. Het is onaannemelijk dat de verdachte – zeker bij een bigshopper die niet kan worden afgesloten – geen wetenschap had van de inhoud van die tas. Daarbij komt dat [medeverdachte 1] in een telefoongesprek heeft gezegd dat “[naam 3] [de rechtbank begrijpt: de verdachte] daar aan komt, Scotoe, [medeverdachte 3] . Hele dag staan undercovers. Hun bmw stond er en de tas met de packy's en sieltjes in de tas zat, alles in zijn waggie”. Ook [medeverdachte 3] zegt in een telefoongesprek dat hij (en de verdachte) “die packies en 100 grammie” hebben gepakt en meegenomen. Bij de politie verklaarde de verdachte eerst niets te hebben meegenomen en geen tas te hebben gezien en vervolgens suggereert hij dat zoveel anderen een tas/cocaïne in zijn auto hebben kunnen leggen. In alle verdere verhoren bij de politie en op zitting, geconfronteerd met de observatie dat hij de bigshopper op de achterbank heeft gezet, heeft de verdachte geen vragen willen beantwoorden. Ook daarom is niet aannemelijk geworden dat de verdachte niet wist dat er cocaïne zat (en verschillende weegschalen, en een grote hoeveelheid nog te vouwen ponypacks). Op grond van deze feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte opzet had op het vervoeren van cocaïne.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

in de periode 1 april 2024 tot en met 26 februari 2025 te [plaats 3] en Harderwijk en [plaats 1] en Elburg, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

- [medeverdachte 1] en

- [medeverdachte 4] en

- [medeverdachte 3] en

- [medeverdachte 2] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, 10a eerste lid, Opiumwet;

feit 2

in de periode 1 april 2024 tot en met 26 februari 2025 te [plaats 3] en Harderwijk en [plaats 1] en Elburg tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk

heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt envervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 3

op 22 januari 2025 te [plaats 3] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 129,25 gram cocaïne in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid en vierde lid van de Opiumwet

feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 3

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de medeverdachten.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat gelet op het feit dat de verdachte zijn leven op orde heeft en binnenkort zijn eerste kindje verwacht, hij niet eerder veroordeeld is voor een soortgelijk feit en hij geen leidende rol heeft gehad zoals door de officier van justitie betoogd, een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest volstaat, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke straf.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich bijna een jaar schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband verhandelen van cocaïne. Hij heeft hiermee langdurig personen van illegale verdovende middelen voorzien en daarmee de gezondheid van deze personen benadeeld. Met zijn handelen heeft de verdachte bovendien een bijdrage geleverd aan de met cocaïnehandel gepaard gaande gevaren voor de openbare orde en de maatschappelijke veiligheid. In dit dossier zijn weliswaar geen aanwijzingen van geweld naar voren gekomen en lijkt de onderlinge omgang vrij gemoedelijk, maar in de hele keten van productie tot afnemer zorgt de georganiseerde drugscriminaliteit voor ernstige ondermijning en is geweld geen zeldzaamheid. De rechtbank gaat ervan uit dat geldelijk gewin de drijfveer was. De rechtbank rekent het de verdachte tenslotte aan dat hij – in zijn aansturende rol – in ieder geval twee relatief jonge mannen ( [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) in deze wereld heeft betrokken.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over de verdachte van 13 maart 2026, waarop enkele strafbare feiten staan. Het strafblad bevat geen veroordelingen voor soortgelijke feiten. Het strafblad wordt daarom niet als strafverhogend of strafverlagend meegewogen. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 23 maart 2026.

Daarin wordt geconcludeerd dat de verdachte zijn leven op orde heeft. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen en adviseert daarom – bij een bewezenverklaring – een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor handel in harddrugs van deze duur is 12 maanden gevangenisstraf. Daar komt bovenop dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan twee andere feiten: het aanwezig hebben van 129,25 gram cocaïne en het deelnemen aan een criminele organisatie.

Straf

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de medeverdachten op. Deze straf ligt lager dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank de strafwaardigheid iets anders beoordeeld.

Tenuitvoerlegging van de straf

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

6. In beslag genomen voorwerpen

Vordering van de officier van justitie

Het dossier bevat een recente beslaglijst, gedateerd 3 april 2026. Vanwege de omvang van die lijst en ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis, is de lijst als bijlage III aan dit vonnis gehecht. Uit die lijst blijkt welke voorwerpen zijn beslagen en nog niet teruggegeven.

De officier van justitie heeft aangegeven dat op enkele op de beslaglijst vermelde voorwerpen ook beslag rust ex artikel 94a Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

Ten aanzien van het volgende voorwerp stelt de officier van justitie dat deze teruggegeven kan worden aan verdachte:

 telefoontoestel met goednummer 3488731

Ten aanzien van de volgende voorwerpen heeft de officier van justitie verzocht deze verbeurd te verklaren:

weegschaal met goednummer 3471296

weegschaal met goednummer 3471298

keukenartikel met goednummer 3471303

weegschaal met goednummer 3471305

enveloppe met goednummer 3471351

geldkist met goednummer 3471321

GSM met goednummer 3471371

Tot slot verzoekt de officier van justitie de volgende voorwerpen te onttrekken aan het verkeer:

verdovende middelen met goednummer 3471210

verdovende middelen met goednummer 3471212

verdovende middelen met goednummer 3471310

hennep met goednummer 3471531

kleding, schoenen, horloge met de volgende goednummers: 3488664; 3488666; 3488667; 3488670; 3488672; 3488674; 3488676; 3488677; 3488680; 3488682; 3488683; 3488684; 3488685; 3488691; 3488693; 3488695; 3488697; 3488698; 3488700; 3488702; 3488703; 3488706; 3488707; 3488714; 3488715; 3488716; 3488718; 3488719; 3488720; 3488721; 3488722; 3488724; 3488725; 3488727; 3488728; 3488729; 3488730; 3488732; 3488737; 3488738; 3488739; 3488740; 3488742; 3488744; 3488746; 3488748; 3488750; 3488751; 3488752; 3488753; 3488739; 3488755; 3488756; 3488757; 3488759; 3488760; 3488762; 3488764; 3488766; 3488768; 3488769; 3488770.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag.

Oordeel van de rechtbank

Conservatoir beslag

De afwikkeling van het conservatoir beslag zal, gelet op de ontnemingsmaatregel, in de executiefase plaatsvinden. De rechtbank zal dan ook over dit beslag geen beslissing nemen. De rechtbank oordeelt wel over de klassieke beslagen. Voor zover hierna tot teruggave aan de verdachte wordt geconcludeerd, zal die teruggave aan de verdachte vooralsnog dus – voor zover dit betrekking heeft op een goed waarop óók conservatoir beslag rust – niet geeffectueerd worden.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave aan de verdachte gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

telefoon met goednummer 3488731

geldbedrag van € 3.600,- met goednummer 3488854

geldbedrag van € 150,- met goednummer 3488850

geldbedrag van € 149,12 met goednummer 3489382

geldbedrag van € 59,40 met goednummer 3488857

geldbedrag van € 80,- met goednummer 3488861

geldbedrag van € 662,70,- met goednummer 3471514

personenauto [kenteken 4] met goednummer 2866996

spelcomputer met goednummer 3488768

schoenen zoals in het dictum nader omschreven

kleding zoals in het dictum nader omschreven

horloges zoals in het dictum nader omschreven

motorfiets, merk Suzuki met goednummer 2866996

De officier van justitie heeft verzocht de namaakgoederen te onttrekken aan het verkeer.

Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn de aan de dader of de verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, maar alleen als de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. De vraag is dus of de namaakproducten in deze zaak kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als waarvoor de verdachte wordt veroordeeld. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en zal dan ook de teruggave van de goederen aan de verdachte gelasten. Wel merkt de rechtbank op dat degene die deze namaakproducten komt ophalen zich – gelet op de grote hoeveelheid – mogelijk schuldig maakt aan overtreding van artikel 337 Wetboek van Strafrecht

Verbeurdverklaren

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren:

weegschaal met goednummer 3471296

weegschaal met goednummer 3471298

keukenartikel met goednummer 3471303

weegschaal met goednummer 3471305

enveloppe met goednummer 3471351

geldkist met goednummer 3471321

 GSM met goednummer 3471371

Met behulp van deze voorwerpen is het onder feit 2 bewezen verklaarde feit begaan.

Onttrekken aan het verkeer

Tot slot zal de rechtbank onderstaande in beslag genomen goederen onttrekken aan het verkeer:

verdovende middelen met goednummer 3471210

verdovende middelen met goednummer 3471212

verdovende middelen met goednummer 3471310

hennep met goednummer 3471531

Deze voorwerpen zijn namelijk van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen (goednummers 3471210 en 3471212) is het onder feit 3 bewezen verklaarde feit begaan. De voorwerpen met goednummers 3471310 en 3471531 zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikel 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c en 36d, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- artikel 2, 10, 11b van de Opiumwet.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 tot en met 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:

- [medeverdachte 4] , geboren [2002] ;

- [medeverdachte 3] , geboren [2003] ;

- [medeverdachte 1] , geboren [1995] ;

- [medeverdachte 2] , geboren [1998] ;

zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De politie houdt toezicht op de naleving

van dit contactverbod;

beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

3488764; 3488769; 3488770

 kleding met de volgende goednummers: 3488664; 3488666; 3488667; 3488670; 3488672; 3488674; 3488676; 3488677; 3488680; 3488682; 3488683; 3488684; 3488685; 3488691; 3488693; 3488695; 3488697; 3488698; 3488700; 3488702;

3488703; 3488706; 3488707; 3488714; 3488715; 3488716; 3488718; 3488719; 3488720; 3488721; 3488722; 3488724; 3488725; 3488727; 3488728; 3488729; 3488730; 3488732; 3488737; 3488738; 3488739; 3488740; 3488746; 3488748; 3488750; 3488752; 3488753; 3488755; 3488756; 3488759; 3488760; 3488762; 3488766; 3488750A

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mr. J.P. Verboom en mr. S.M. van Meer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Lap als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.

Mr. Verboom is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025

te Dronten en/of Harderwijk en/of [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of Elburg,

althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een

samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere)

- [medeverdachte 1] en/of

- [medeverdachte 4] en/of

- [medeverdachte 3] en/of

- [medeverdachte 2] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

2

hij in of omstreeks de periode 8 februari 2024 tot en met 26 februari 2025

te Dronten en/of Harderwijk en/of [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of Elburg, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3

hij op of omstreeks 22 januari 2025 te Dronten, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 129,25 gram cocaïne (29,4 gram en/of 99,85 gram, pagina 1508 in het einddossier), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bijlage II: Bewijsmiddelen

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op meerdere momenten, in de periode startend op 21 april 2024 tot 22 januari 2025, is een heimelijke camera geplaatst met zicht op de toegang van de loods aan [straat 1] .

[medeverdachte 2] heeft de loods zeer vaak betreden. Dat was vaak voor korte momenten en op wisselende tijdstippen. [medeverdachte 2] heeft een sleutel van de loods. Onder andere is waargenomen dat [medeverdachte 2] op 22 april 2024 de loods 7 maal kort betreedt. Maar ook op 23 april, 27 en 28 september en van 29 november tot 32 december 2024 is [medeverdachte 2] vaak bij en in de loods gezien. [medeverdachte 1] is op 22 april 2024 tussen 15.23 en 15.24 uur in de loods, loopt de loods in en verlaat die binnen een minuut. Hij heeft dan een rode plastic tas bij zich. [medeverdachte 3] heeft geen rijbewijs en maakt gebruik van een fiets. [medeverdachte 3] betreedt het pand met een sleutel. Op 22 april 2024 wordt hij bij de loods opgehaald door [medeverdachte 2] . Op 21 januari 2025 wordt gezien dat [medeverdachte 4] met zijn auto, een Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 3] bij de loods komt. [medeverdachte 3] is bijrijder. Die heeft de sleutel en zij betreden samen de loods.

-Uit het proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2024 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op zondag 5 mei 2024, hielden wij ons ongeveer voor 30 minuten op in de omgeving van [straat 1] [nummer] te [plaats 3] ter observatie. Omstreeks 15:40 uur, zagen wij dat een BMW, blauw van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken 2] ons te gemoed kwam rijden. Wij zagen dat er alleen een bestuurder in het voertuig zat. Gezien het postuur, haardracht en vorm van gelaat zagen wij dat dit een man betrof. Wij kunnen echter geen nader een omschrijving gegeven van deze persoon. Het kenteken [kenteken 2] staat sinds 4 mei 2024 op naam van [verdachte] geboren op [1995] .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Onderzoek iPhone X aangetroffen in de bigshopper.Er zijn diverse chats aangetroffen waarvan het zeer sterke vermoeden is dat deze gaan over dealen van harddrugs. Wat opvallend is dat de vermoedelijke dealer soms op de fiets komt en soms met de auto. Er wordt gechat over aantallen, geld en locaties al dan niet in versluierende taal. Zoals bijvoorbeeld ik heb nog biertjes voor je, waarmee feitelijk bedoeld dat er geld klaar ligt. Het vermoeden is ontstaan dat er meerdere personen beschikking hadden over deze telefoon. Dit vermoeden komt omdat de dealer zich verplaatst op de fiets en soms in de auto. In de telefoon staan 300 notities. Deze notities bestaan uit getallen, het woord pof, en letters. Deze telefoon werd aangetroffen en in beslag genomen, op woensdag 22 januari 2025, omstreeks 17:15 uur. Op woensdag 22 januari 2025 werden de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 3] op heterdaad aangehouden. Gezien werd dat de verdachte [verdachte] , voordat hij werd aangehouden een tassen met zich droeg en deze in zijn auto stopte. Later werden in deze tassen, harddrugs en onder andere deze telefoon aangetroffen. De telefoon is een Apple iPhone X.De periode van de chats is vanaf 29-02-2024 tot en met 26-05-2024. Er zijn heel veel chats aangetroffen waarvan de gesprekken gaan over het kopen en verhandelen van vermoedelijk harddrugs. Wat opvallend is dat er wordt afgesproken in meerdere plaatsen, zoals onder andere in [plaats 3] , [plaats 1] en Elburg:20.05.24: jo man, [naam 12] uit elburg, kan je lanskomen voor 5.Owner: halfuurtje op die parkeerplaats ergens.14.05.24: Jo man kan je nog 1 over hek doe volgende week vrijdag loon als het goed is anders, de 27e dan heb je centjes.Owner: jo man je staat nu [.] , doe mast beter niet [.] over [.] heen09.04.24 [naam 13] : Hi maat al aan het werk, kan je langsrijden, ik heb wat bier voor je en rest komt einde van de dag oke?[naam 1] : Hee topper, jazeker, ja is goed tien minuutjes ongeveer. 10.04.24 met [naam 13] En ik heb laatste 2 dgn 7 betonmixer afgenomen, 8e is gratis toch?

[.] : Uuhm nee dat werkt zo niet eigenlijk niet met later betalen maar je hebt wel laatste tijd veel gehaald ik kan je wel kortingen doen, het is als je dr 4 in een haalt krijg je de 5de gratis. [.] : gisteren 4 gekocht [.] : Ja idd dat is zo maar eigenlijk niet met pof als je los haalt gaat dat niet zo, is meer als in een keer 5 haalt dat je dan maar 200 betaald .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

De telefoon werd tijdens de aanhoudingen van 22 januari 2025 aangetroffen op de bijrijdersstoel in de BMW van verdachte [verdachte] . Op diezelfde dag datum en tijd, zat verdachte [medeverdachte 3] op de bijrijdersstoel. Model: iPhone 11. Ik zag dat bij Whatsapp gebruik werd gemaakt van de schermnaam [naam 1] . Ik zag dat er 98 contacten waren uitgelezen. Ik zag dat een deel van de opgeslagen contacten met een naam van een persoon werd opgeslagen met daarachter een afkorting die ik herkende als een afkorting van een plaatsnaam. Ik zag dat er op de telefoon in totaal 168 chatgesprekken stonden. Ik zag dat deze chats over de periode van 30 september 2024 tot en met 22 januari 2025 waren geregistreerd. Ik zag dat een groot deel van deze chatgesprekken gingen over het aankopen van vermoedelijk drugs. Ik zag dat er één notitie in de telefoon stond. Ik zag dat in deze notitie meerdere namen stonden met getallen er achter. Ik zag dat de notitie op het toestel was aangemaakt op 30 september 2024. Ik zag dat hij voor het laatst was aangepast op 22 januari 2025. Ik bekeek vervolgens de video's op de telefoon. Wel zag ik op meerdere video's dat een manspersoon zichzelf aan het filmen was. Ik herkende deze man direct als [medeverdachte 3] .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Betreft: uitlezen iPhone X.

De telefoon werd aangetroffen op de passagiersstoel van het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2] tijdens de aanhouding op woensdag 22 januari 2025. Tevens is de locatie waar de telefoon werd aangetroffen ook de locatie waar verdachte J. [medeverdachte 3] zat ten tijde van de aanhouding. Door de collega's van de digitale ondersteuning werd de telefoon lphone X uitgelezen. Ik zag dat er 394 contactgegevens van de telefoon waren uitgelezen. Ik zag dat de naamgeving van de contacten overeen kwam met de naamgeving van de contacten in de andere aangetroffen en onderzochte telefoons. Ik zag dat 482 gespreksoproepen tussen 17-11-2024 15:48:08 uur (UTC+O) en 22-01-2025 16:16:02 uur (UTC+O) geregistreerd stonden. Ik zag dat de volgende contacten met enige regelmaat naar voren kwamen in de belgeschiedenis van de telefoon die onderzocht is:[naam 24] : nummer: [telefoonnummer 8] , Push name: [naam 15]

[naam 25] : nummer: + [telefoonnummer 5] , Push name: [naam 16]

[naam 26] : nummer: [telefoonnummer 6] , Push name: [naam 45] .

Van deze contacten zijn, na nader onderzoek, geen persoons of adresgegevens bekend. Wel zijn met deze contacten chats die zijn terug te vinden in de toegevoegde bijlage. Deze chats gaan over het bestellen, afnemen en bezorgen van verdovende middelen. Gezien de bedragen en hoeveelheden die genoemd worden gaat het vermoedelijk om cocaïne. Tijdens het onderzoek zag ik in totaal 17 chats die gaan over het bestellen, afnemen en bezorgen van verdovende middelen. Gezien de bedragen en hoeveelheden die genoemd worden gaat het vermoedelijk om cocaïne.Ik bekeek de notities op de telefoon. Ik zag dat er 63 notities waren uitgelezen. Ik zag dat de notities betrekking hadden op het dealen van drugs. Ik zag notities die betrekking hadden op prijslijsten. Ik zag meerdere notities met de tekst:

Dames/Heren, Gelukkig nieuwjaar Alleen vandaag!! 6 voor 230 5 voor 200 4 voor 160 3 voor 130”. Ik zag notities die betrekking hadden tot schulden en personen die spullen op de pof hadden gekocht. Ik zag een notitie met de tekst: ‘Dames/Heren We zijn er weer met de beste kwaliteit en service binnen 20 min bij jou. Halve Hele’.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2024 volgt dat verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Type: iPhone SE 2nd Gen.Op zaterdag 28 september 2024 omstreeks 19:18 uur werd bij verdachte [medeverdachte 2] , naar aanleiding van het aantreffen van verdovende middelen, de hier onderzochte telefoon inbeslaggenomen.WhatsApp conversatie begonnen op 13 maart 2024 om 23:13:58 uur en eindigend op 19 september 2024 18:42:18 uur. Ik zag dat het mobiele telefoonnummer [ telefoonnummer 9] gekoppeld was aan een contact genaamd [naam 17] . De persoon die aan dit mobiele nummer gekoppeld was betrof [naam 18] , [1975] . Ambtshalve was bekend dat [naam 18] een gebruiker was van cocaïne. Blijkbaar heeft [naam 17] / [naam 18] een schuld bedrag openstaan. [.] wil dat hij een keer gaat betalen. [naam 17] / [naam 18] moet eerst de belastingdienst bijna 700 euro betalen en belooft [.] dat hij over drie weken schoon schip heeft gemaakt en dat hij dan op 0 staat.

WhatsApp conversatie is begonnen op 15 september 2024 om 07:06:26 uur en eindigt op 20 september 2024 04:40:18 uur. Ik zag dat het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 7] gekoppeld was aan een contact genaamd [naam 20] . Het mobiele telefoonnummer komt voor in de politiesystemen. De persoon die aan dit mobiele nummer gekoppeld was betrof [naam 14] , [1984] te [geboorteplaats 2] (Polen). Ambtshalve was bekend dat [naam 14] een gebruiker was van cocaïne.Op 19 september 2024 omstreeks 15:57:59 vraagt [naam 20] waar hij kan afspreken. [.] geeft aan dat hij nog niet in de buurt is en vraagt [naam 20] waar hij kan komen. [naam 20] vraagt of het nu kan. [.] appt kom bij de [locatie 2] . Er wordt afgesproken over 10 minuten bij de [locatie 2] . Op diezelfde dag om 20:57:32 vraagt [naam 20] of [.] kan komen. Ze spreken af bij de parkeerplaats van de [straat 2]

217. Om 23:48:40 appt [naam 20] met de vraag of [naam 21] is. [.] appt terug zeker. [naam 20] vraagt of hij eentje kan lenen . [.] appt terug dat hij hier niet aan doet. [naam 20] appt dan 'met geld'. Er wordt afgesproken bij de [locatie 2] voor 50 euro.

- In een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de criminele organisatie van 26 februari 2025 wordt een afgeluisterd telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en de medeverdachte [medeverdachte 2] van 12 april 2024 aangehaald, waaruit volgt dat zij het volgende hebben gezegd: [medeverdachte 1] : Jaha, zijn geen leuke dingen dat ik natuurlijk weer hoor he. Je kan niet zeggen half 1, iemand laten wachten tot half 1. [medeverdachte 2] : Ja maar bij hem kan dat.

[medeverdachte 1] : Maakt niet uit ook bij hem niet, maakt niet uit wie het is bro.

- In de periode van 6 januari 2025 tot en met 16 februari 2025 is vertrouwelijke communicatie opgenomen in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2] . Op 23 januari 2025 spreekt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] . Dit gesprek is uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025. Hieruit volgt dat zij, zakelijk weergegeven, het volgende hebben gezegd:

NNM (de rechtbank begrijpt: de verdachte): Loods, bijna afgebrand. [naam 3] en [medeverdachte 3] zijn geveegd, Ja man, ze zijn met spullen en alles geklemd.

[medeverdachte 1] : [naam 3] komt daar aan vanuit zijn werk, Scotoe, [medeverdachte 3] . Hele dag staan undercovers. Hun bmw stond er. Ik ben er ook heen gegaan toen alle scotoe weg was en heb gelijk die liter gepakt, die blok gepakt en meegenomen in mijn binnenzak. Ik ben zo naar buiten gegaan met lege handen. De tas met de packy's en sieltjes zat in de tas, alles zat in zijn waggie. Heb jij een tellie bij je?

[medeverdachte 2] : Ja

[medeverdachte 1] : Maar geen werk tellie?

[medeverdachte 2] : Hij heeft mijn tellie.

[medeverdachte 1] : Ik heb die hoofd tellie van [plaats 4] . Het enige dat ik heb kunnen redden is het blok. Ik heb wel die hoofd tellie van [plaats 4] , dat is 1 en ik heb alle nummers. Luister, bro, als zij jou op onderzoek zitten, dan gaan ze de hele organisatie in 1 keer oprollen. Ik heb het al 1000 keer tegen ze gezegd, praat alleen via werktellie's . Als je dan straks thuis bent, moet je je packy’s in je auto leggen en je auto verderop parkeren. We hebben niks om te maken! Morgen moet een nieuw weegje gehaald worden, nieuw sealtje, alles moet nieuw gehaald worden. Dit is 1 van de redenen dat ik altijd zeg: werk met handschoenen. Hoe bedoel je, je kan niet stoppen. Ik ook niet, ik heb andere kosten dan jij bra. Ik heb 3-4000 euro vaste lasten. Ik leef van zwart geld . Het enige dat wij moeten doen is scherp blijven. Dat betekent dat we nieuwe tellie's moeten halen, alles overzetten, tellies klaar moeten maken zodat ze weer aan het werk kunnen. Ik zit al jaren, ik zit allang lang bezig. Het voordeel is dat ik al lang niet naar mensen ben toegegaan, al een paar jaar niet . Als je tellie's kan kopen, koop het. Als je iets via Marktplaats kan vinden, iPhone 11 minimaal. Laten we zo snel mogelijk tellie's verzamelen en alles erop gooien.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op 22 januari 2025 heeft er doorzoeking plaats gevonden in perceel [straat 1] [nummer] te [plaats 3] zijnde een loods. Tijdens de doorzoeking werd een zwart schrift aangetroffen in een la van tafel die in deze loods stond.

Foto 2

[.] met diverse getallen en opvallend 300 korting en 400 korting

De foto is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid naar personen verwijderd.

Foto 3

[.] diverse getallen

De foto is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid naar personen verwijderd.

- Op 25 januari 2025 heeft [medeverdachte 2] een aantal gesprekken met [medeverdachte 3] . Deze gesprekken zijn eveneens uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025. Hieruit volgt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben gezegd:

[medeverdachte 3] : Ik zat in die waggie, die brand was er. Dus we dachten ai die shit moet weg daar man. Dus [medeverdachte 1] nam die ki mee en wij namen die packies en die 100 grammie doe ik in mijn jas .

[medeverdachte 3] : ze hebben ook al die boekjes uit loods gehaald. Hebben ze gewoon gepakt, niemand heeft dat meegenomen. [medeverdachte 2] : Namen staan daarin, alles. [medeverdachte 3] : volop geschreven, nee toch, alleen die voorletter. [.] .

- Op 26 februari 2025 werd de woning van [medeverdachte 1] doorzocht. In de slaapkamer werd een iPhone 11 aangetroffen en in beslag genomen. Van de bevindingen bij het uitlezen van deze telefoon is het proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2025 opgemaakt. De verbalisant relateert hierover zakelijk weergegeven als volgt:

De telefoon maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Ook het WhatsApp-account op de telefoon was aan dit nummer

gekoppeld.

In de telefoon zijn totaal 512 contacten opgeslagen. Daarvan zijn er 172 contacten aan WhatsApp gekoppeld. Veel van de opgeslagen contacten komen ook voor in andere binnen dit onderzoek uitgelezen (deal) telefoons.Vanaf 7 februari 2025 zijn er 177 gespreksoproepen. De contacten zijn alle geïdentificeerde druggebruikers.

Ik zag dat er totaal 31 chatgesprekken op de telefoon stonden. Alle WhatsApp chats kunnen gerelateerd worden aan de handel in verdovende middelen. Op 13 februari 2025 wordt door de beheerder van de dealtelefoon een bericht gestuurd met de inhoud;

Topper!

We zijn er tijdelijk even uit geweest maar we zijn er weer als vanouds mijn excuses voor het ongemak hopelijk zie ik je snel weer!!

In de telefoon staan in de applicatie Snapchat nog 4 chatgesprekken. Eén daarvan is tussen de beheerder van de telefoon met de naam ' [naam 10] ' en een tweede persoon met de naam ‘ [naam 2] / [naam 11] '. Uit het gesprek wordt duidelijk dat deze personen samen de rol van beheerder/dealer hebben.

[naam 10] : Alles er doorheen

[naam 11] : Ja man nog drie

[naam 10] : Okee kan je ophalen bij die andere mattie. En kan je me die papiertjes

brengen. Probeer wel als je geconnect word gelijk te gaan. Ook naar [plaats 4] .

[naam 11] : Ik heb nodig

[naam 10] : Waarom kom je er niet op tijd mee. Kan je niet bij die ander pakken .

[naam 11] : Hij heeft er 10 nog

[naam 11] : Hoelaat gaan we vnv meeten. Ik heb nieuwe nodig .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 12 mei 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

In de bij [medeverdachte 4] in beslaggenomen telefoon, beschreven in MD2R024038-613, wordt ook in Snapchat een gesprek aangetroffen. De gebruiker van die telefoon is geïdentificeerd als [medeverdachte 4] en maakt in Snapchat gebruik van de naam [naam 2] .

- Uit het proces-verbaal van verhoor verdachte van 5 maart 2025 volgt dat [naam 6] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

Ik huur de deze loods vanaf april 2023. [medeverdachte 1] of [verdachte] attendeerde mij op deze loods. [verdachte] betaalde soms de huur van de loods. Hij betaalde contant. Alleen [verdachte] heb ik een sleutel gegeven van de loods.V: Met wie kwam je allemaal in de loods?

A: Eerst met [medeverdachte 1] en [verdachte] .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2024 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Van 28 maart 2024 tot 19 juni 2024 het telefoonnummer [telefoonnummer 3] afgeluisterd. Dit nummer staat geregistreerd op naam van verdachte [medeverdachte 1] . Uit de gevoerde gesprekken bleek dat [medeverdachte 1] zelf gebruiker was van dit nummer.

Op 22 april 2024 om 15.19 uur werd [medeverdachte 1] gebeld door de gebruiker NNM. NNM vraagt aan [medeverdachte 1] of hij langs kan komen. Die vindt dat goed.

Op 22 april 2024 werd de loods aan [straat 1] [nummer] te [plaats 3] geobserveerd middels heimelijk geplaatste camera's. Die dag werd om 12.12 uur waargenomen dat (mede) verdachte [medeverdachte 2] bij deze loods kwam. Hij opende de deur met een sleutel en ging naar binnen. Om 15.23.49 uur die dag stopte een bruine Renault Clio, kenteken [kenteken 1] , bij de loods. Verdachte [medeverdachte 1] stapte uit en liep zonder gebruik van een sleutel de loods binnen. Om 15.24.46 uur verliet [medeverdachte 1] de loods. Hij droeg een rode plastic boodschappentas met opdruk ' [.] '. [medeverdachte 1] liep naar zijn auto, legde de rode tas in de koffer, stapte in en reed weg. [medeverdachte 2] verliet de loods om 16.44 uur en sloot die met een sleutel af.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op 26 februari 2025 werd bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4] een telefoon aangetroffen. Bij onderzoek aan deze iPhone 11 bleek dat die in gebruik was als dealtelefoon. Aan de applicatie WhatsApp was het nummer [telefoonnummer 2] gekoppeld.

Die dag werd bij een doorzoeking in de woning van verdachte [medeverdachte 1] een telefoon aangetroffen met waarin een SIM-kaart met het nummer [telefoonnummer 2] zat. Het WhatsApp account was ook aan dat nummer gekoppeld. Het WhatsAppaccount was duidelijk in gebruik als dealnummer. Het nummer [telefoonnummer 2] is op 24 januari 2025 in gebruik genomen.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 4 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

(…) ook verdachte [medeverdachte 4] (werd) aangehouden. Bij zijn aanhouding werden meerdere mobiele telefoons in beslag genomen waaronder een IPhone 11 Door de collega's van de digitale ondersteuning werd de telefoon iPhone 11 uitgelezen.

Ik zag dat er een telefoonnummer bij de basisgegevens stond, namelijk [telefoonnummer 2] . Het telefoonnummer in dit onderzoek komt voor als zijnde een dealnummer. Ik zag dat het emailadres [e-mailadres] nl werd gebruikt als Apple ID en als accountnaam voor meerdere applicaties op de telefoon. Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat contacten vooral afnemers waren van verdovende middelen. De chats in deze telefoon waren gelijk aan de chats die in alle andere telefoons zijn aangetroffen en hebben allemaal betrekking tot het handelen in verdovende middelen. In de chats is te zien dat de gebruiker van deze telefoon op verschillende wijzen afspreekt met de afnemers. Enkele voorbeelden hiervan zijn bij de gebruiker naar binnen gaan, op een parkeerplaats afspreken of even dat de afnemer in de auto van de gebruiker van deze telefoon instapt en dat zij gezamenlijk dan even een rondje konden rijden. Ik heb de foto's bekeken. Ik herkende de persoon als zijnde de verdachte [medeverdachte 4]. Ik zag dat er in de chats en de contacten meerdere malen naar voren komen dat de gebruiker van deze telefoon vermoedelijk in de omgeving is geweest van de volgende plaatsen voor het vervoeren en afleveren van verdovende middelen.

[plaats 1]

Harderwijk

Elburg

Hieronder is de volledige notitie toegevoegd die ik heb aangetroffen in de uitgelezen telefoon

Meten is weten

____

Totaal:160

C (50) (50)

D (1 0) /gegeven 25/ 15 gegeven/

C 150 gegeven do

__________________

Tank:200

Oud:

[naam 27] 800

[naam 28] 300

[naam 29] 50

[naam 30] 50

[naam 31] 20/70

[naam 32] 40

[naam 33] 50?

[naam 34] 100

[naam 35] (Navragen)

[naam 36]

Nieuw:

[naam 37] 100

[naam 38] 50

[naam 44] 75

[naam 39]

[naam 13] 50

[naam 40] 50

[naam 41]

[naam 42] 150

[naam 43] 150

[naam 34] 50

Totaal: 390

(Korting)

6 voor 230

- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 maart 2025 volgt dat [naam 22] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: Cocaïne.V: Hoe vaak koop je de drugs bij deze dealer?A: 2 a 3 keer in de week op de top.V: Wat kost de drugs bij deze dealer?A: 50 euro per hele gram. De zuivere cocaïne koste 60 euro per hele gram.V: Sinds wanneer koop je drugs bij deze dealer?A: rond de 1,5 jaar.V: Wat voor vervoermiddel gebruikt deze dealer?A: zwarte kleine auto. V: Beschrijf eens hoe deze dealer er uit ziet?A: had een baardje donker, wat langer haar. [plaats 3] en Harderwijk werkte wel samen.Foto 2 (toevoeging griffier: foto [medeverdachte 2] ) uit [plaats 3] herken ik 100%. Hij heeft mij bij [locatie 1] cocaïne afgeleverd.

- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 18 maart 2025 volgt dat [naam 23] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

V: Via welk sociale media platform bestelde jij drugs?A: Whats appV: Had de persoon bij wie jij de drugs kocht een naam?A: [naam 1]V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: CocaïneV: Sinds wanneer koop je drugs bij deze dealer?A: Paar jaartjes wel al. 5 of 6 jaar.0: Ik toon je een foto. Foto 5 (toevoeging griffier: foto [medeverdachte 3] ) A: Deze jongen herken ik direct als de jongen die mij drugs kwam brengen.

- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 maart 2025 volgt dat [naam 5] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

Woonplaats: [.]

V: Wat voor drugs koop je bij deze dealer?A: cocaïne

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 7 maart 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Ik zag dat er een telefoonnummer bij de basisgegevens stond, namelijk [telefoonnummer 4] . Dit

telefoonnummer blijkt op naam te staan van [verdachte].

Alle opgeslagen contacten zijn van snapchataccount [snapchataccount]. Ik zag dat op de [adres 3] te [plaats 4] 2 personen ingeschreven stonden, waaronder [naam 8] , en zag dat hij als harddrugsgebruiker stond geregistreerd.[naam 9] is de bijnaam van verdachte [medeverdachte 3] .

Van [snapchataccount] 24-12-2024 : [adres 2] in [plaats 3] = pof

Van [snapchataccount] 24-12-2024 : [adres 3] in [plaats 4]

Van [snapchataccount] 24-12-2024 : Dus hij pakt [plaats 4] verder. Dan heb jij rust[.] 24-12-2024 : Moet ik gwn [plaats 3] doen?

Van [snapchataccount] 24-12-2024 : Ja denk wel dat mensen nog gaan bellen

[naam 9] 14-01-2025 : heb ook eentje in [plaats 4] maar die andere is Elburg

Van [snapchataccount] 18-01-2024 : doe maar allebei

Van [snapchataccount] 09-01-2025 : staat iemand te wachten?

[naam 9] 09-01-2025 : nee is all gefixt

Ik bekeek vervolgens de video's op de telefoon.Bestand: 28-11-202412:59:40

Onderstaand video betreft de locatie [straat 1] [nummer] te [plaats 3] . Ik verbalisant herken de locatie door de samenstelling van de ruimte, de bank waarop ze zitten, de kast die er staat en de vloer. Tijdens de doorzoeking op 22-1-2025 was ik in dit pand aanwezig. Tevens herken ik verdachten [naam 6] , [verdachte] en [medeverdachte 1] .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op woensdag 26 februari 2025 werd in de woning van verdachte [medeverdachte 1] een doorzoeking uitgevoerd. In de slaapkamer werd onder meer bovenomschreven telefoon, merk iPhone, type 14 Pro, aangetroffen en in beslag genomen.

Onder andere komen voor in de WhatsApp-contacten:[medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ): [telefoonnummer 1]In de Snapchat-contacten komen onder andere voor:[medeverdachte 4] : [.] .

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op 22 januari 2025 zag ik een melding binnenkomen van een brand in het pand gelegen aan [straat 1] [nummer] te [plaats 3] . Vanaf de parkeerplaats had ik constant en onverstoord zicht op de ingang van de loods. Ik zag een BMW geparkeerd staan voorzien van kenteken [kenteken 2] . Ik kan de personen die bij het pand naar binnen zijn gegaan als volgt omschrijven:Persoon 1: [verdachte]Persoon 2: [medeverdachte 3]Ik zag verdachte 1 uit het pand komen en twee tassen in zijn handen had. Ik zag dat verdachte 1 de twee tassen via de rechter achterportier in de bovengenoemde auto plaatste. Ik zag dat verdachte 2 het pand uit kwam en aan de passagierskant van het bovengenoemde voertuig instapte. Ik zag dat verdachte 1 terug liep naar de deur van het pand en dat hij het pand afsloot met gebruik van een sleutel. Ik zag dat verdachte 1 in de richting van de bovengenoemde auto liep en aan de bestuurderskant instapte.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Hierop hebben wij in de BMW gekeken en zagen daar op de achterbank een bigshopper voorzien van de tekst " [.] " staan. Wij hebben de auto doorzocht en de inhoud van de bigshopper bekeken. Daarbij werden in de bigshopper verdovende middelen, weegschalen, een grote hoeveelheid lege ponypacks en een hoeveelheid gevulde ponypacks, met vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen. Deze goederen zijn inbeslaggenomen.

- Uit het proces-verbaal van bevindingen van 7 mei 2025 volgt dat verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Op 22 januari 2025 werden de navolgende goederen in beslag genomen. Deze goederen werden aangetroffen in een personenauto merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken 2] .

Waar Wat

In de tas op de achterbank BMW Goednummer 3471212

Verdovend middel

Brok 100 gram

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 22 januari 2025 is onder meer opgenomen:

Omstandigheden : Aangetroffen in voertuig ten tijde van aanhouding

Goednummer : 3471210

Object : verdovende middelen

Inhoud/specificatie : 42 ponypacks , gevuld met mogelijk cocaine

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 22 januari 2025 is onder meer opgenomen:

Goednummer : 3471212

Object : verdovende middelen

Bijzonderheden : Brok grofweg gewogen met verpakking 100 gram

- Uit het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 24 januari 2025 volgt dat de verbalisanten onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben gerelateerd:

Uniek Voorwerp Nummer : AASC5002NL Goednummer : G3471210 Object omschrijving : papieren wikkels (42) met wit poeder/brokjesNettogewicht : 29,40 gram

- Door de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, ing. [naam 4] , is op 23 januari 2025 een rapport opgemaakt, hierin concludeert hij onder meer:

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AASC5002NL poeder en brokvormig, wit, uit 29,40 gram bevat cocaïne

- Uit het proces-verbaal 7 april 2025 volgt dat de verbalisant onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft gerelateerd:

Verdachte [verdachte] was in het bezit van een personenauto, merk BMW, type 330i, kenteken [kenteken 2] . Deze auto is 4 mei 2024 op zijn naam gezet De auto stond daarvoor op naam van getuige [naam 7] .

- Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 20 maart 2025 volgt dat [naam 7] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

Ik had een BMW die wilde ik verkopen. Ik heb die BMW toen op Marktplaats gezet. Daar kreeg ik een reactie op. Ik heb er uiteindelijk 32.000,- of 32.500,- euro voor gekregen. Hij wilde contant betalen omdat hij problemen had met de bank. Ik wilde het gewoon op mijn bank hebben en niet thuis. Ik heb het uiteindelijk wel aangenomen.

Bijlage III: Beslaglijst

1. geldbedrag van € 3.600,- met goednummer 3488854

2. geldbedrag van € 150,- met goednummer 3488850

3. geldbedrag van € 149,12 met goednummer 3489382

4. geldbedrag van € 59,40 met goednummer 3488857

5. geldbedrag van € 80,- met goednummer 3488861

9. geldbedrag van € 662,70,- met goednummer 3471514

13. weegschaal met goednummer 3471296

14. weegschaal met goednummer 3471298

15. keukenartikel met goednummer 3471303

16. weegschaal met goednummer 3471305

17. enveloppe met goednummer 3471351

18. geldkist met goednummer 3471321

23. personenauto [kenteken 4] met goednummer 2866996

25. verdovende middelen met goednummer 3471210

26. verdovende middelen met goednummer 3471212

28. shirt met goednummer 3488664

29. shirt met goednummer 3488666

30. shirt met goednummer 3488667

31. shirt met goednummer 3488670

32. shirt met goednummer 3488672

33. shirt met goednummer 3488674

34. shirt met goednummer 3488676

35. shirt met goednummer 3488677

36. shirt met goednummer 3488680

37. shirt met goednummer 3488682

38. shirt met goednummer 3488683

39. shirt met goednummer 3488684

40. shirt met goednummer 3488685

41. shirt met goednummer 3488691

42. shirt met goednummer 3488693

43. shirt met goednummer 3488695

44. shirt met goednummer 3488697

45. shirt met goednummer 3488698

46. shirt met goednummer 3488700

47. shirt met goednummer 3488702

48. shirt met goednummer 3488703

49. shirt met goednummer 3488706

50. shirt met goednummer 3488707

51. shirt met goednummer 3488714

52. shirt met goednummer 3488715

53. shirt met goednummer 3488716

54. shirt met goednummer 3488718

55. shirt met goednummer 3488719

56. shirt met goednummer 3488720

57. shirt met goednummer 3488721

58. shirt met goednummer 3488722

59. shirt met goednummer 3488724

60. shirt met goednummer 3488725

61. shirt met goednummer 3488727

62. shirt met goednummer 3488728

63. shirt met goednummer 3488729

64. shirt met goednummer 3488730

66. pet met goednummer 3488732

67. shirt met goednummer 3488737

68. trui met goednummer 3488738

69. shirt met goednummer 3488739

70. trui met goednummer 3488740

72. schoenen met goednummer 3488742

73. horloge met goednummer 3488744

74. jas met goednummer 3488746

75. riem met goednummer 3488748

76. broek met goednummer 3488750

77. schoenen met goednummer 3488751

78. riem met goednummer 3488752

79. shirt met goednummer 3488753

80. schoenen met goednummer 3488739

81. broek met goednummer 3488755

82. jas met goednummer 3488756

83. horloge met goednummer 3488757

85. broek met goednummer 3488759

86. riem met goednummer 3488760

88. broek met goednummer 3488762

90. schoenen met goednummer 3488764

91. riem met goednummer 3488766

92. spelcomputer met goednummer 3488768

93. schoenen met goednummer 3488769

94. doos met goednummer 3488770

99. motorfiets met goednummer 2866996

100. verdovende middelen met goednummer 3471310

101. hennep met goednummer 3471531

102. telefoontoestel met goednummer 3488731

103. GSM met goednummer 3471371

104. zwembroek met goednummer 3488750A

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand