ECLI:NL:RBMNE:2026:2954

ECLI:NL:RBMNE:2026:2954

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 16-093189-24 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

420 dagen gevangenisstraf waarvan 378 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van in totaal 360 uur voor cocaïnehandel en deelname aan een criminele organisatie vanuit een loods. Ontneming van crimineel voordeel van € 31.569,63.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16-093189-24 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming

in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaats] ,hierna te noemen: de veroordeelde.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld tijdens het onderzoek op de terechtzitting van 8 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. B.C. Niks en van hetgeen veroordeelde en mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen, naar voren hebben gebracht.

2. VORDERING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht wordt geschat en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit bedrag.

Volgens de officier van justitie bedraagt het totale wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde en zijn medeveroordeelden in deze zaak € 361.195,12. Dit bedrag vloeit voort uit de berekening zoals die is opgenomen in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie heeft gevorderd om het voordeel niet in gelijke delen, maar op andere wijze over de veroordeelden te verdelen, omdat de periode van handel in drugs niet bij iedereen gelijk was en omdat niet iedereen dezelfde rol had in de criminele organisatie. Omdat de veroordeelde is opgevolgd door [medeverdachte 1] geldt voor hen tezamen een aandeel van 15% in het totale voordeel. De officier van justitie vordert dat aan de veroordeelde een verplichting tot betaling aan de Staat wordt opgelegd van een bedrag van

€ 48.277,06 ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de in het ontnemingsrapport gehanteerde berekening niet als grondslag kan dienen voor de vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat de berekening niet is gebaseerd op een betrouwbaar onderzoek en de berekening veel aannames bevat die geen steun vinden in wettige bewijsmiddelen. Zij verzoekt de vordering daarom af te wijzen.

Subsidiair stelt de verdediging dat het wederrechtelijk verkregen voordeel alleen zou kunnen worden geschat op basis van een in het rapport aangehaalde notitie waarop de vermeende dealeropbrengst van twee dealers gedurende één week zou zijn opgenomen. Volgens de verdediging is de daarin genoemde periode van één week echter te kort om te extrapoleren naar de gehele ontnemingsperiode. Als de notitie als uitgangspunt wordt genomen, dient er van twee dealers (en niet van drie) te worden uitgegaan. Daarnaast moet een foutmarge worden toegepast, omdat wordt geëxtrapoleerd van een korte periode van zeven dagen naar 384 dagen. Door toepassing van die foutmarge dient te worden uitgegaan van 14 ponypacks per dag (in plaats van 19). Oftewel, 5.376 ponypacks in totaal. Verder moet er worden uitgegaan van € 45,- per ponypack, omdat er geregeld korting werd gegeven. Deze wijze van berekenen levert een totale omzet op van € 241.920,-. In het rapport is gerekend met de inkoopprijs van cocaïne in het jaar 2023. Volgens de verdediging moet de inkoopprijs over het jaar 2024 worden gehanteerd. Die bedraagt € 26.744,79 per kilo cocaïne. Deze berekening leidt tot een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal

€ 98.140,-. Gelet op de kleinere rol en de kortere dealperiode door de veroordeelde zou dit ten hoogste kunnen leiden tot een vordering van € 13.131,13.

3. BEOORDELING VAN DE VORDERING

De grondslag van de vordering

De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht).

De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2026, veroordeeld voor onder meer – kort gezegd – deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk het plegen van Opiumwetdelicten heeft en het medeplegen van de handel in cocaïne, in de periode van 8 februari 2024 tot en met 31 januari 2025.

Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank zal op grond van het bepaalde in het vijfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht het bedrag vaststellen waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hiervoor genoemde feiten wordt geschat. Daarbij zal de rechtbank uitgaan van de uit bewijsmiddelen voortvloeiende – als aannemelijk aan te merken – gegevens.

Voor de berekening van de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank tot uitgangspunt wat is opgenomen in het ontnemingsrapport, maar wijkt daarvan op het volgende punt af. Voor de berekening van de weekverkoop wordt in het rapport gerekend met het verschil tussen de door [medeverdachte 2] meegenomen kilo cocaïne en de hoeveelheid cocaïne die ruim een maand later bij hem in huis is gevonden. Het rapport gaat ervan uit dat het verschil daartussen is verhandeld.

De rechtbank is echter van oordeel dat de in de Apple iPhone X (dealertelefoon) aangetroffen notitie (hierna: de notitie) een beter uitgangspunt is voor de berekening. Het betreft de notitie die op 19 mei 2024 is aangemaakt en is bijgewerkt tot en met 26 mei 2024. Daarmee bevat deze notitie een overzicht van de drugstransacties gedurende één week. Die week kan als uitgangspunt voor een extrapolatie naar de gehele bewezenverklaarde periode gelden. Gelet op aangetroffen poflijsten op verschillende telefoons, de grote hoeveelheid chats over drugsbestellingen, de grootte van het werkgebied, en het gegeven dat de veroordeelden in opgenomen gesprekken zelf spreken over een ‘organisatie’, ‘werken’ en over wie wanneer ‘werkt’ waarbij dagen/dagdelen worden genoemd is sprake van bestendige leveranties. Deze wijze van berekenen vormt bovendien een voorzichtige (dat wil zeggen: in het voordeel van veroordeelde) inschatting ten opzichte van de berekening zoals in het ontnemingsrapport wordt gehanteerd.

Duur van het delict

De bewezenverklaarde periode ten aanzien van de veroordeelde in het vonnis in de strafzaak is 8 februari 2024 tot en met 31 januari 2025. De pleegperiode betreft dus omgerekend 359 dagen.

Berekening opbrengst

De intensiteit van de handel is geschat op basis van de hiernavolgende bevindingen uit het opsporingsonderzoek.

Aantal dealers

Uit de notitie blijkt dat door ‘ [A] ’ en ‘ [B] ’ cocaïne is verkocht. Zowel tegen betaling als op de pof. Hoewel er – gelet op de administratie in het schrift zoals aangetroffen in de loods – gedurende een bepaalde periode door drie personen cocaïne lijkt te zijn verkocht, moet dit naar het oordeel van de rechtbank een korte periode zijn geweest. [medeverdachte 1] lijkt immers de veroordeelde als koerier te zijn opgevolgd. De rechtbank zal er bij de berekening dan ook van uitgaan dat gedurende de bewezenverklaarde periode door twee personen cocaïne is verkocht en afgeleverd bij afnemers met uitzondering tijdens de periode 21 januari 2025 tot en met 31 januari 2025 (11 dagen in totaal). Daar gaat de rechtbank uit van drie dealers.

Verkochte hoeveelheid ponypacks

Op basis van een optelsom van de in de notitie genoemde hoeveelheden (met daarachter tussen haakjes de prijs) komt de rechtbank tot de conclusie dat door de twee dealers in deze week 131 ponypacks van 1 gram cocaïne zijn verkocht. Berekend over de volledige bewezenverklaarde periode van 385 dagen levert dit een totale verkoop van 7216 ponypacks op.

Geleverde hoeveelheid cocaïne

Op basis van verschillende waarnemingen tijdens het opsporingsonderzoek stelt de rechtbank vast dat de veroordeelde en de medeveroordeelden niet 1 gram cocaïne, maar 0,7 gram in een ponypack verkochten. Zo werden tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 2] op 26 februari 2025 352 ponypacks met harddrugs aangetroffen van in totaal 254,68 gram oftewel afgerond 0,7 gram per ponypack. Bij de doorzoeking van de auto van [medeverdachte 3] werden in de bigshopper op de achterbank 42 ponypacks aangetroffen met in totaal 29 gram cocaïne oftewel 0,7 gram per ponypack. Bij de doorzoeking van de auto van [medeverdachte 1] werden 2 ponypacks gevonden met daarin 1,4 gram cocaïne oftewel 0,7 gram per ponypack. Er zijn geen aanwijzingen dat in enige periode dit anders is geweest. Uitgaande van 0,7 gram cocaïne per ponypack is door de veroordeelde en de medeveroordeelden – over de gehele bewezenverklaarde periode – in totaal 5051,20 gram cocaïne geleverd.

Verkoopprijs per transactie

Op basis van de notitie is gebleken dat er door afnemers € 50,- per gram cocaïne werd betaald. Dit wordt bevestigd in meerdere getuigenverklaringen. Er werden wel kortingen gegeven, maar dat was uitzonderlijk. Daar stond bovendien tegenover dat ook naar boven werd afgerond in verband met het afnemen van minder dan één gram cocaïne. De rechtbank rekent dan ook met een opbrengst van € 50,- per gram cocaïne.

Berekening kosten

Om de geschatte inkoopprijs van cocaïne te kunnen vaststellen maakt de rechtbank gebruik van het document “Prijzen Drugs en (pre)precursoren 2024”. Op basis van de in dit document opgegeven prijzen wordt voor een kilogram cocaïne een inkoopbedrag geïndiceerd van € 26.744,79. Uitgaande van een geleverde hoeveelheid cocaïne van 5051,20 gram over de bewezenverklaarde periode, resulteert dit in een totale kostenpost van € 135.093,28. Dat er andere – voor in aftrek komende – kosten zijn gemaakt, is de rechtbank niet gebleken.

Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt op basis van het vorenstaande:

opbrengst (7216 x € 50,-) € 360.800,00

kosten (5051,20 gram x € 26.744,79 : 1.000) € 135.093,28 -

----------------

wederrechtelijk verkregen voordeel € 225.706,72

Toerekening van het voordeel

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. In dat verband zal de rechtbank op basis van alle haar bekende omstandigheden van het geval, zoals de rol die de onderscheiden daders hebben gespeeld en het aantreffen van het voordeel bij één of meer van hen, moeten bepalen welk deel van het totale voordeel aan elk van hen moet worden toegerekend. Voldoende is dat die feiten en omstandigheden, zoals een bepaalde rolverdeling, uit het onderzoek op de terechtzitting zijn gebleken.

Geen van de verdachten heeft openheid gegeven over zijn verdiensten of over de onderlinge verdeling daarvan, niet bij de politie en ook niet op zitting. Daarom heeft de rechtbank op basis van het strafdossier gekeken naar de zwaarte van de rol van iedere verdachte. In het vonnis in de hoofdzaak is uitgelegd hoe de rechtbank de rolverdeling ziet. Voor verdachte komt dat neer op een uitvoerende rol.

Op basis van deze rolverdeling, zal de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt toerekenen:

percentage aantal dgn bewezen toerekening

[medeverdachte 2] 40% 385 € 90.282,69

[medeverdachte 3] 30% 332 € 58.390,62

[medeverdachte 4] 15% 350 € 30.778,19

[veroordeelde] / [medeverdachte 1] 15%

- waarvan [veroordeelde] 359 € 31.569,63

- waarvan [medeverdachte 1] 37 € 3.253,69

Betalingsverplichting

De rechtbank stelt het bedrag dat door de veroordeelde dient te worden betaald aan de Staat vast op € 31.569,63. De rechtbank ziet geen redenen om de betalingsverplichting te matigen.

Gijzeling:

De rechtbank komt (afgerond, en berekend naar de maatstaf van één dag per volle € 100,-) op een aantal dagen gijzeling van 315 dagen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd.

4. TOEGEPAST WETSARTIKEL

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. BESLISSING

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 31.569,63;

- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 31.569,63 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 315 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. J.P. Verboom en S.M. van Meer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Lap, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 mei 2026.

Mr. Verboom is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A. Groeneveld

Griffier

  • mr. T. Lap

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand